Wizzewasjes

Gelukkig is er de natuur

Auteur: ms (Page 1 of 271)

De blijters

Corona stak flink de kop op en de kust stond te blijten dat al die -rot- binnenlanders zomaar hen in gevaar kwamen brengen.

De lockdown ging voorbij en de kust stond te blijten dat ze inkomsten nodig hadden. Ze stonden te blijten om mensen te lokken.

Een bende krapuul maakt amok en de kust stond te blijten dat ze die -rot- dagjesmensen niet wilde.

De kust stond te blijten dat de NMBS de zaak moest oplossen al stond de NMBS tevoren ook al te blijten dat ze verlies leden.

Zondagavond stond de kust te blijten dat we vanaf gisteren terug welkom waren.

Wat denken die blijters nu?

En dan las ik gisteren dat een Nederlandse burgemeester stond te blijten omdat hij geen Belgische toeristen meer wil1.

Gelukkig voel ik me niet aangesproken. Ik was niet in Nederland en plannen die richting uit zijn er -voorlopig- ook niet.

Maar daar gaan we niks over zeggen. Er zou maar eens een diplomatieke rel van komen.

1 Het Nieuwsblad

Gesmolten gedachten

Ooit lang geleden was er een Engelse reeks die “Upstairs, Downstairs1” heette en het wedervaren vertelde van een Britse aristocratische familie die boven woonde en van hun bedienden in de kelder. Voor zover ik het goed voorheb.

Ik heb het nooit gevolgd, nooit bekeken, enkel een paar fragmenten meegekregen. Maar al snel stelde ik me de vraag der vragen.

Want zie je, als je niks moet doen en alles maar aan anderen opdragen …

In de Dr. Vlimmen-trilogie las ik ook dat de zus van Dr. Vlimmen het personeel opdracht gaf er over te waken dat, nadat zij emigreerde, Dr. Vlimmen wel dagelijks zijn bad zou nemen.

En ik dacht er weer het mijne van. Want personeel dat je een opdracht moet geven …

Corona geeft veel tijd om na te denken, de hitte die er bij komt geeft veel tijd om te dromen en ik denk dan: “Wat als …” Het huis dat ik zou willen als ik zo rijk moest zijn en ik denk aan het eventuele personeel …

Iemand die de kuis voor zijn of haar rekening neemt … daar zou ik kunnen mee leven. Al vind ik mijn slaapkamer daarvoor dan weer iets te persoonlijk.

Maar een kok? Neen toch. Zo iemand wil eer halen uit zijn of haar werk, wil pronken met kunstwerkjes op de talloor. Zo een kok zou zijn of haar neus ophalen voor de gekookte groenten en de simpele gerechten die wij eten. Of moeten wij dan eten wat de kok wil?

En dan ben ik weer bij “Upstairs, Downstairs” en ik veralgemeen een beetje en vraag me: “Hoe zit het met de was van die mensen? Wie zou die hun ondergoed wassen?”

1 Upstairs, Downstairs

Ons huis

Ons huis is een oud kot. Ons huis is nog gebouwd in een tijd dat ze nog huizen bouwden in plaats van monteerden. Ons huis heeft buitenmuren van een halve meter dik. Ons huis staat met zijn voorgevel naar de noordkant.

Dat wil zeggen dat ons huis lang koel blijft. Dat wil zeggen dat ik in de eetplaats, de koelste plaats van het huis, tot donderdag bij het eten, nog steeds mijn gileeke aantrok over mijn zomerkleed.

Dat wil ook zeggen dat ik ‘s nachts nog niet mijn dekbed met fleece dekbedovertrek volledig heb afgegooid. Luc wel, ik half. ‘t Is te zeggen: ik stop mezelf niet meer in en soms liggen mijn armen al eens een bloot of steekt er een been onder het dekbed uit.

Ik weet wel dat we de warmte niet buiten kunnen blijven houden. Ik weet wel dat het vandaag of morgen ook in ons huis te warm gaat worden.

Soms heb ik een hekel aan ons oud kot, niet omwille van het kot op zich, maar omwille van de buurt, maar op dagen zoals nu vind ik dat ouwe systeem van bouwen zo slecht nog niet.

Een arbeidsintensieve bezigheid

En wat doet een mens dan, op van die loeihete dagen?

Het nuttige aan het aangename paren of van de nood een deugd maken zeker.

Waaronder we, in ons geval dan toch, richting regenjasjes moeten kijken. Die ging ik dan maar even wassen én impermeabliseren.

Ja, dat kan op zulke dagen, twee keer een heel wasprogramma afwerken en dan twee keer droog nog voor je: “Ze hangen te drogen” kan zeggen.

Waarom ik geen hond wil

Er was eens lang geleden een raar klein meisje. Of ze raar was van geboorte of dat ze raar geworden was, daar kan ik helaas niet over oordelen.

Feit is dat het rare kleine meisje veel nadacht … heel veel. Ze had daar tijd genoeg voor tijdens het kousen stoppen, het wassen en het schrobben, afstoffen en alle andere geestdodende klusjes.

Zo meende ze, toen ze over Stanley de ontdekkingsreiziger leerde op school, dat Stanley helemaal niks ontdekt had. Hij had dragers gehad en die woonden daar en die kenden dat daar en die wisten waar ze met Stanley naartoe moesten. Stanley had helemaal niks ontdekt, vond dat rare kleine meisje en ze vertelde dat aan haar moeder, wat heel, maar dan wel heel erg dom was. Want zie je, rare kleine meisjes zijn te dom om zulke dingen te snappen, rare kleine meisjes moeten bevestigde uitspraken van volwassenen niet in twijfel trekken, het rare kleine meisje zou er beter aan doen nog maar eens de gang te gaan dweilen.

Toen het rare kleine meisje een ietsje minder klein maar een ietsje meer raar was en bedacht dat, als Jezus voor de zonden van de wereld was gestorven om de zondige zielen te redden, er toch geen hel meer nodig was, vertelde ze dat niet aan haar moeder. Ze wist ondertussen wel beter.

Het rare kleine meisje is opgegroeid en werd een raar -nog niet zo- oud vrouwtje. Ze houdt van honden. Ze had ooit honden. Honden zijn de beste vriend van de mens, zo zegt men toch.

Maar een hond? Dan pakt ze het peuterkind van een moeder weg, richt haar vriend af zoals ze die zelf wil om er dan, met een riem om zijn hals mee te gaan wandelen. Ja jongens! En dat met een beste vriend?

Een hond uit een asiel zou eventueel nog kunnen of een hond die ze zomaar op straat ontmoet en die haar ook wel ziet zitten, maar heb je al gemerkt …

Er zijn geen straathonden meer.

En toch zullen ze gaan

Het is een eeuwenoude traditie dat de mensen uit het buurdorp jaarlijks op bedevaart gaan naar Scherpenheuvel.

Corona stak er dit jaar een stokje voor.

En dan zien we ineens dat ze zich niet laten kennen. Het zijn niet de normale vanen van de andere jaren, niet de normale periode van de andere jaren, maar … ze gaan.

Laat ons -vooral voor hen- hopen dat de heropflakkering ook niet weer stokken in de wielen gaat steken.

Winge Golf

We hadden nog een luttele 800m te kort om genoeg te hebben voor de “100km Covid Challenge powered by Dodentocht1“, waar we ons dus, zoals gezegd, niet voor inschreven maar ze wel op eigen houtje zouden doen.

Voor de wandeling van gisteren heb ik dus zelf een wandelingske uitgedokterd, mits een ideetje dat in mijn koppeke zat, afgewerkt met een paar dingetjes uit de buurt en een stukje van één van de wandelapps.

Het was een verduveld mooi stukje stappen, al zeg ik het zelf. En neen, ik zeg niet wat, ik zeg niet waar en ik zeg niet hoe. De gazetten doen dat wel. Ze noemen een of ander onbekend pareltje en voor je het weet staan ze er in dichte drommen te drummen zoals Romeinen op het Oorlogspad. Ik weet wel dat ik zaken dooreenhaspel. Het kan me niet schelen, zo voelt het aan.

Over een bepaald stukje had ik mijn bedenkingen en ik dacht: “ik zie wel ter plaatse”. En ja. Die planning ging de straat volgen en ik zei: “Jij met mij den bos ni in”. Wat ik natuurlijk niet zo bedoelde want ik wou nu precies wél het bos in en deed dat dan ook: rechtdoor de bosweg in. Op die manier sneed ik een dom stuk straat en een druk stuk steenweg af.

Toen die app ging blèren van: “U bent 50m afgeweken van uw parcours” dacht ik: “Gij toch ook!” en zette zijn geluid op stil, waarop het ding ging mokken en zichzelf halvelings wat ging uitschakelen. Eens terug op de geplande bosweg zei Luc: “De wegwijzer zegt naar rechts” en ik zei: “Ik niet, ik zeg links”. Ja, ziede, Luc kan ik laten verloren lopen zo groot als hij is. De man heeft geen enkel richtingsgevoel. Gelukkig ben ik geen verdorven wezen maar een vriendelijke heks.

Even later stak hij zijn duim op ter goedkeuring.

We kwamen niemand tegen, de man met zijn winkelwagen kruiwagen uitgezonderd, maar verder geen kat, geen hond, enkel een dode muis, die ik niet op foto zetten. Ik laat de doden hun rust.

Ik vond de wandeling zo goed dat ik ze wil houden. Ik gaf ze dan ook een naam die voor mij betekenis heeft, zodat ik ze kan terug ophalen. Iemand met een beetje kennis in bepaalde zaken kan wel vinden waar we ongeveer zaten, maar soit. Ik hoop dat die het dan ook niet aan de grote klok van de drommen drummende Romeinen op Oorlogspad gaat hangen.

De 100km zijn dus binnen. Hadden we ons ingeschreven hadden we nu recht op een virtuele medaille. Maar wat ben ik met een virtuele medaille als ik die krijg om iets te doen dat ik sowieso had gedaan?

Wat gaan we doen met de 2 × 10€ inschrijvingsgeld die we uitspaarden? Met het uitgespaarde geld voor de T-shirts kochten we ons elk al een ander T-shirt, waarover we het ook niet gaan hebben -we moesten maar eens zo een Romein tegen komen- maar het moet gezegd dat we met de uitgespaarde 20€ niet toegekomen zijn.

Maar dat inschrijvingsgeld, dat bedoeld was voor een goed doel, daar wilden wij toch ook wat mee. We gaan daarvoor de catalogus van Natuurpunt eens open slaan en eens kijken waar we het aan kunnen besteden voor onze gevederde dagelijkse bezoekers. Natuurpunt is namelijk een instelling waar wij wel achter staan en waar we lid van zijn.

Ik moet zeggen, dat we ook achter het “Agentschap van Natuur en Bos” staan, die mensen doen ook fantastisch werk, met echte pareltjes om te zoeken en te vinden. Maar daar is iedere Vlaming lid van. Het lidgeld heet daar namelijk: “Belastingen”.

Meer foto’s
1 Dodentocht

Punt zonder stop

Ramen altijd open. Warmte binnen. Alles open. Muggen binnen. Beestenbeten. Muggenapparaat. Puur vergif. Ramen altijd open. Muggen niet zo erg. Beten jeuken niet. Warmere dagen komen nog. Zweten in ‘t verschiet.

Telegramstijl

Appelverzen

Laat op zaterdagavond
‘k Wou een appel, zo gezond
De mand, de kom, de schaal
Alles leeg al helemaal
Gelukkig dat de fruitautomaat
Niet te ver in Tienen staat

[© ms – 2 augustus 2020]

Gelukkig dat de fruitautomaat
Niet te ver in Tienen staat
Bij een lege kom
Kan je er zo om
Op een zaterdagavond laat

[© ms – 2 augustus 2020]

Appeltje zo rond
Zo lekker en gezond
Bijt ik in je kaken
Laat het mij goed smaken
Blij dat ik je vond
[© ms – 2 augustus 2020]

De pakjesautomaat

Sedert 30 juni heeft Landen een pakjesautomaat1.

Het op wacht zitten tot de postbode komt beu omdat de mogelijkheid bestaat dat ik de bel wel eens niet zou kunnen horen en omdat het papier dat we meestal ophangen waarop staat:

B.POST.NL

Kan U even op het raam kloppen ——>

nogal belachelijk is en zeker al niet juist als we in de eetplaats zijn en we die pijl dan eigenlijk de andere richting zouden moeten laten uitwijzen ofwel een pijl in beide richtingen zetten wat dan weer helemaal van de zotte is, …

Ja zie, nu ben ik de draad kwijt.

Kort gezegd, ik heb me een account aangemaakt bij Bpost en de automaat als mijn leveringsvoorkeur opgegeven.

Daardoor prijkt er nu nog een app meer op mijn telefoon.

Na een eerste succesvolle afhaling heeft ook Luc een account aangemaakt en wel zodanig dat we nu elk op ons eigen account onze beider pakjes in het oog kunnen houden.

1 Het Nieuwsblad

Page 1 of 271

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén