Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Auteur: ms (Page 1 of 335)

Het licht ging efkes uit

We waren bijna thuis en besloten nog ergens te gaan eten. Dan moesten we ons daar thuis ook niet meer om bekommeren.

Luc parkeerde, ik stapte uit en daar kwam een auto -nog net niet met gierende banden- achter de onze de vrije plek ingedraaid.

Ik reageerde automatisch voor hij me aanreed en was in twee stappen -KNAL- tegen het metalen bord dat op het bordes staat waar ik heen wilde.

Ik was versuft van de slag en kon efkes mijn hersens niet gebruiken, mijn ogen keken scheel en ik tastte aan mijn schedel om te voelen of die er nog op zit.

Luc had van het gebeuren niks meegekregen, druk doende met alles wat bij deftig parkeren hoort.

Hij bekeek me dan ook alsof hij het in Keulen hoorde donderen als het eerste wat ik zei was: “Ik wil naar huis!”

Hij had zelfs die auto, die zo ab-so-luut naast ons wou staan, niet zien parkeren.

Terwijl ik hem op de hoogte bracht, werd de draaierigheid minder, kwam ik tot de conclusie dat mijn bril de slag had opgevangen en nogal scheef stond en de neiging om mijn maaginhoud op het bordes te deponeren ging ook over.

Met wat wringen kreeg ik mijn bril recht, zette hem terug op, pakte mijn sjakosj onder mijn arm en vroeg: “Wat wil je eten?”

Later, tijdens het eten zag Luc dat er een blauwe punt onder mijn wenkbrauw zat en was mijn rechteroog aanzienlijk kleiner dan het linker.

De auto in kwestie? Foetsie! Maar het eten was lekker.

De dag daarop bleef er, op wat hoofdpijn na, enkel en alleen enorm veel jeuk op mijn voorhoofd over en dat snapte ik niet helemaal. Nog altijd niet.

De ontploffing

Uiteindelijk zijn we niet naar Plugstreet 14-18 experience gereden. We hadden op tijd gezien dat het veel met film- en geluidsfragmenten te maken had en daar hebben wij dus een probleem.

Wat zouden we dan wél doen vóór de namiddagwandeling in Wijtschate? Luc opperde het Museum van de Wielersport in Roeselare.

Eens daar, wachtte ik Luc op die zijn mondmasker in de auto vergeten had. En ik zag ze komen. Op een hele trottoir zonder volk wisten ze zich een plaats te bemachtigen op geen 2m van mij en gingen zo luid babbelen dat ik moeite moest doen om ze niet te verstaan. Niet horen was al helemaal onmogelijk.

Ik ging wat verder staan. Maar daar kwamen er nog twee. En instinctief voelde ik aan dat er miserie op komst was.

Ik maande Luc met mijn hand achter mijn rug aan om wat haast te maken.

Aan de kassa overhandigden wij onze museumpas en de dame begon die … en daar kwam miserie met grote stap binnen, onderbrak de vrouw en begon over één of ander over parking en parkeren en problemen en …

“Waarom moet óns dat altijd overkomen?” fluisterde Luc. Ik haalde mijn schouders op. Soms denk ik dat de “I” op mijn voorhoofd even goed “Idioot” -maar dan één die te verwaarlozen is- kan willen zeggen.

Luc probeerde, hij zei: “Mevrouw, excuseer …”

De dame die onze museumpassen had was gegeneerd, maar mogelijk had miserie een hogere functie of zo want die bleef maar doorgaan over één of ander over parking en parkeren en problemen en … de dame met onze museumpassen bleef maar luisteren en kon er geen speld tussen krijgen.

En toen gebeurde het. Luc ontplofte, zoals hij het zelf noemde, en dat terwijl ik toch de meer explosieve van ons beiden ben. Denk nu niet dat ik een kort lontje heb. Neen, maar als de druppel te veel de emmer doet overlopen, tja … Luc is een pak groter dan ik, zijn emmer wellicht ook.

Hij zette een forse stap voorwaarts en zei nogal bozig dat wij nog een hele planning wilden afwerken en dat wij nú echt wel naar binnen wilden. Waar miserie naartoe is geschoten, ik weet het niet.

Ik probeerde eerst te sussen maar hé … Luc had gelijk. Iemand die achter ons komt, die gaat gewoon achter ons zijn of haar beurt afwachten.

Ik zei dan ook, ten overvloede -stel dat ze zou denken dat ik Luc ongelijk gaf- dat het op deze manier wel leek of wij er helemaal niks toe deden.

We zijn binnen geraakt, we zijn buiten geraakt maar van het geplande “eens naar de T-shirts kijken” in het bijhorend winkelgedeelte is niks in huis gekomen. “Ik wil naar huis” zei ik, eens terug bij de auto gekomen.

De wandeling in Wijtschate maakte dat de bittere nasmaak wat naar de achtergrond verhuisde. Die wandeling was echt wel de moeite waard. En het was ook tijdens deze wandeling dat we opperden dat drie dagen wel erg weinig was.

En dan moest de avond nog komen …

Wij op de taalgrens

Hier aan de taalgrens leven wij in alle rust. De ene spreekt wat Vlaams met haar op, de andere wat Waals met rollende “R”.

We eten -zo goed als allemaal- patatten/des patattes en geen aardappelen/pommes de terre.

Dat kan allemaal geen kwaad zolang …

Eind jaren ’70, begin jaren ’80 ging men in Brussel zo een scheve situatie recht trekken. De taalgrens loopt namelijk nogal recht horizontaal door deze contreien op enkele storende uitstulpingen na.

Dus besloten ze in Brussel dat het Vlaamse Komen, Comines in Henegouwen moest worden en het Waalse Fourons werd het Limburgse Voeren.

Landen is op die manier in 1963 ook van de provincie Luik naar Brabant verhuisd.

Geen probleem? Gedurende het hele proces zond de -toenmalige- BRT verslaggeving uit van de Franstalige inwoners van Komen/Comines die de Vlaamse kindjes aan de kleuterschool stonden uit te schelden.

En wat met José Happart, de Franstalige burgemeester van Fourons/Voeren? Wat had die streken onder!

Waar ze op de toenmalige RTB verslag over uitbrachten? Ik zou het niet weten.

Wij, als taalgrensbewoners bekeken het en schuddekopten en aten patatten/des patattes als weleer en spraken Frans met haar op en Vlaams zonder “R”.

We waren de voorbije dagen ergens in de Vlaamse velden toen iemand ons vroeg wat we nog op de planning hadden.

Ik vermeldde Plugstreet1, een museum vernoemd naar het dorpje Ploegsteert2 dat nu bij Komen-Waasten hoort maar destijds door de Britten werd verbasterd tot Plugstreet omdat ze Ploegsteert niet over hun Britse tong konden gerold krijgen.

Iedereen weet hoe je Plugstreet in het Engels zou uitspreken? Ik ook.

Die iemand verbeterde me. Hij maakte er erg nadrukkelijk Pluigstriet van. En ik dacht aan Tadej Pogačar wiens naam men ook zo nadrukkelijk wil uitspreken om aan te tonen dat ze weten hoe het hoort waarbij elke Sloveen, die naam waardig, zich de bedenking maakt dat men er te veel moeite voor doet.

Plugstreet was al de 2de correctie want een kerkhof? Neen, dat kon niet. Een kerkhof bevindt zich rond een kerk. Dat moet eigenlijk begraafplaats zijn … als lagen de gesneuvelden zich massaal te ergeren.

In de letter had hij gelijk. Een begraafplaats behoeft geen kerk al leerden wij als kind wel over de talrijke soldatenkerkhoven in de Westhoek.

In de letter had hij dus gelijk. Maar ik heb ook nog nooit een pad op een paddestoel zien zitten.

Ik heb hem in zijn wijsheid gelaten. Al bij al was hij een aangenaam mens met heel veel verhalen over die oorlog. Hij was begeesterd en verwachtte van ons hetzelfde.

____________________
1 Plugstreet 14-18 experience
2 Ploegsteert

The Last Post

Die stond eigenlijk al lang op het programma en we vonden het nu eens het ideale moment om er een paar dagen van te maken.

Een mens weet wel dat je in die regio de oorlog niet kan ontlopen, dat probeerden we ook niet, de streek is er van doordrongen en je ademt hem in bij elke stap, zelfs op wandel.

En al vind ik dat kunst grotendeels emotie is, dan is een bezoek aan de Westhoek dat ook. Emoties die voel je en ik kan daar niet zo over uitweiden als anderen dat kunnen.

Wat ik er wel ga over zeggen is dat een bezoek aan Talbot House in Poperinge meer dan de moeite waard is. Het is een huis van hoop, zo ervoer ik het.

En zoals altijd zat het gif in de laatste dag, daar zal ik het ook nog eens over hebben. Om in oorlogstijl te blijven: die derde dag is Luc ontploft … maar dat komt later wel …

… maar dat komt later wel … zoals foto’s. Maar die komen sowieso niet hier maar wel “In Beeld“.

Probeer maar eens …

je te verkleden op een parking.

Voor wie zich nu afvraagt waarom dat nodig zou kunnen zijn, wel, dat is heel simpel.

Je vertrekt ’s morgens en je gaat naar een evenement of een museum of gelijk wat en je kleedt je zoals je naar een evenement of een museum of gelijk wat gekleed wil gaan.

Maar om nu niet alleen voor dat evenement of museum of gelijk wat over en weer te moeten rijden, plan je een wandeling achteraf.

Daarvoor trek je dan meestal andere kleren -wandelkleren- aan. Je wandelschoenen? Ach wat, dat zie je wel vaker. Mensen die uit hun auto stappen en hun schoenen uit- en hun stappers aantrekken. Maar kleren?

Je gaat dus op een parking, die zo goed als leeg is, in een hoek staan waar er zich geen andere auto in de buurt bevindt.

Hoeveel tijd heb je, denk je? Tijd vooraleer ene die parking oprijdt en denkt: “Hm, die ene staat daar helemaal rustig. Tijd om daar wat rust bij te gaan kappen.

En dan nog liefst zo gezellig dicht bij elkaar zodat je de deur van de auto enkel op een spie open krijgt waar je als een slang door zou moeten kruipen, ware het niet dat je in de koffer zit.

Je kan het voorgaande ook achterstevoren bekijken als je eerst de wandeling en daarna evenement of museum of gelijk wat wil doen. Want zelfs op een bosparking … jawel …

En dan begint Luc weer over gordijnen hangen.

Begeleiding bij …

Na twee jaar corona valt het op hoe sommige systemen ineens anders gaan werken.

Waar ik vroeger een vakantie boekte, de betaling garandeerde met de kredietkaart en dan netjes ter plaatse zelf kon betalen, gaat dat nu helemaal anders.

Ik kreeg eerst een e-mail met de melding dat mijn kredietkaart zou belast worden.

(Lees verder onder de foto)


Nu ja, ergens zag ik er de logica wel van in. Een mens moet niet voor verrassingen komen te staan.

Maar toen, enkele uren later, kreeg ik een e-mail die me er aan herinnerde dat we op vakantie gingen.

(Lees verder onder de foto)


Hier stelde ik me wel enkele vragen bij. Dachten ze nu écht dat ik dat zou vergeten? Maar ach, misschien waren ze gewoon bezorgd?

Meer vragen stelde ik me bij hun volgende e-mail.

(Lees verder onder de foto)


Het leek wel een beetje alsof het hen verwonderde. Maar ook leek het wat overbodig, net zoals je bij Lotto een e-mail krijgt dat je bij een bepaald spel een bonus krijgt en als je dat doet, je een e-mail krijgt waarin staat: “Proficiat, u won een bonus”. Snapte?

Nu ben ik wel degelijk ongerust. Ik kreeg namelijk nog geen e-mail om me te vertellen dat we vandaag naar huis moeten gaan.

Zouden ze me vergeten zijn?

Tinnitus in homoniemen

Wat ik ’s nachts hoor, is niet echt, hoor
Een bons, een slag, ‘k geraak niet van slag
Wordt Tinnitus erg druk, staat hersenpan onder druk
Maar …
Als ik me erger, wordt het erger

[© ms – 6 mei 2022]
____________________
Homoniemen

Ik ga nooit aan een lief geraken

Een poos terug las ik bij Bertie -ik lees wel dagelijks bij Bertie- dat ze op haar achttiende angst had om over te schieten.

Dat had ik dus niet op mijn achttien, dat had ik al in de lagere school, heel erg jong zelfs. Dat kwam door het fier madammeke. Broer en ik liepen samen naar school en we kwamen haar wel dagelijks tegen. Ze liep op hoge hakken op de borduur, aan haar ene arm bungelde haar handtas, de vrije arm zwiepte met veel grote bewegingen elegant over de rijweg.

Dat was toen dat ik aan Broer zei: “Dat is een fier madammeke”. Nu zou ik iets anders zeggen.

En toen leerden we de man kennen die zo vriendelijk was om met ons naar het graf van Dodebroer te rijden. Wij hadden toen nog geen auto. Een aangenaam mens die -oh zo raar- aandacht besteedde aan deze -toen nog kleine- grijze muis. Hij gaf me 45-toerenplaatjes, die niet veel meer gedraaid werden, uit zijn jukebox, die moe inpikte zo snel hij zijn gat gekeerd had, maar soit, het was de geste die telde.

En die was verloofd met het fier madammeke. En toen dacht ik -hoogstens acht jaar oud- dat alle toffe mannen wel op zouden zijn tegen dat ik oud genoeg was. Meer niet.

Op mijn achttiende moest ik er niet meer aan denken want op mijn zestiende had ik een vriendje die door moe onmiddellijk als aanstaande bruidegom werd aanzien en ze aan mijn uitzet begon. Dat hij het niet werd werd afgestraft met: “En nu zet ge gene voet ni meer buiten”.

Wat het fier madammeke betreft, die maakte het uit toen de man het daaropvolgende jaar nog eens met ons naar het graf van Dodebroer reed. Ze vond dat zij recht had op die tijd.

Jawadde Proximus

Een goed geslaagde boekenmarkt
Een WOW-gevoel van binnen
De televisie gaat niet aan
Wat gaan we nu beginnen

Beeld in vlammen en in frullen
Was dat niet een beetje raar
Wilden we naar Giro kijken
Weet je wat, vergeet dàt maar

En ineens in een reactie
Grijpt Luc naar de telefoon
Hoort gemompel over technisch
Doet die teevee weer gewoon

[© ms – 8 mei 2022]

Duivels …

Het is lang geleden, in de tijd dat we nog de evenementen deden, dat we ’s avonds pas laat klaar waren met werken en dan nog in het restaurant van het hotel moesten/mochten aanschuiven voor een uitgebreid voor-, hoofd- en nagerecht en het nodige blijven plakken erna, om ’s morgens vroeg weer uit de veren te mogen.

Wij vertelden de baas dat dat voor ons niet hoefde, we zouden wel zelf voor ons avondeten zorgen.

We gingen naar de dichtstbijzijnde LunchGarden, namen wat we wilden, reden terug naar het hotel en tegen de tijd dat de anderen aan het voorgerecht konden beginnen zaten wij al, op ons gemak, naar de TV te kijken.

“Bakkenvoer” zei een Nederlandse collega en mopperde voort over de te korte nachten.

“LunchGarden! Wat is dat nu voor een onnozele naam als je er ’s avonds gaat eten” wist een andere Nederlandse collega en had het verder over de beperkte keuze als je in grote groep gaat eten.

Twee andere Nederlandse collega’s gingen met ons mee. Zij hadden ook het licht gezien.

De evenementen stopten, wij gingen op pensioen.

Vorige week zag ik de publiciteit van LunchGarden: “Scampis in duivelssaus à volonté”. Mijne gijt kwam uit.

“Luc” vroeg ik “wat gaan we doen met je verjaardag?” want ja, gisteren was hij jarig.

“LunchGarden” zei hij, zonder twijfelen.

En weet je, toen we daar waren beseften we maar weer eens dat we dat ongeweten hadden gemist.

En weet je nog meer? Toen we daar waren kwam ik tot het besef dat we, mochten we ooit de lotto winnen, we enkel zouden verhuizen maar ons niet zouden laten verleiden tot enorm gerenommeerde restaurants, maar trouw zouden blijven aan wat wij prettig en gemoedelijk vonden en vinden.

Oh neen, er komt geen garçon rond om je wijnglas bij te vullen. Gelukkig maar, ik zou me bespied voelen. En ja, als je meer of nog wat bij wil moet je zelf opstaan en het gaan halen. Gelukkig maar, geen gezeur aan mijn oren over wat ze nog voor mij zouden kunnen betekenen.

Eerlijk? Geef mij maar eenvoudig lekker bakkenvoer in een Lunchgarden als het eigenlijk te laat is om te lunchen.

Page 1 of 335

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén