Wizzewasjes

Niet te zot uit ons kot

Auteur: ms (Page 2 of 268)

De doos was het duurst

En dan liep ik, na lang aarzelen, nog maar eens een Kringwinkel binnen en terwijl ik daar dan toch was, ook even bij de Kilomeet.

En al is er bij de Kilomeet zo goed als nooit iets te vinden -behalve in die ene, verder van hier, die ondertussen definitief gesloten blijkt te zijn- werd mijn aandacht getrokken door een puzzel -1000 stukjes- van een ballerina. Ballerina’s zijn niet echt aan mij besteed, maar het was wel een mooie foto. En voor 1€ per kilo dacht ik …

Dat was nog niet alles. Toen ik de puzzel uit het rek haalde zag ik een zakje liggen, gevuld met puzzelstukjes en het woord “paard”, met een viltstift op een stukske papier geschreven, er op geplakt.

Het kon niet op. Het riskeren waard, vond ik. Ontbrak er een stuk, ik zou toch geen fortuinen kwijt geweest zijn.

Ik betaalde 45 eurocent voor mijn aankopen. Niks stukske te kort. Voor de prijs van een paard had ik er twee en ik vind het gewoon een mooie puzzel.

Zomaar opgelost zonder voorbeeld? Niet echt. Dank zij de vermelding op de rand vond ik hem terug via google.

De ballerina? Lastig vrouwmens was da ja … maar ze is ook af en ook volledig.

Het AS Adventure avontuur

Luc keek pc, sprong op uit zijn stoel
Sprak deze woorden, met veel gevoel
Te warm met die buff
Zei hij met een puf
Gaf een euro aan het goede doel

[© ms – 30 juni 2020]

Luc had, in de beginperiode van corona, enkele halswarmers bij Decathlon via internet besteld. Die hebben een stuk van ± ⅓ in fleece. Dat had geen probleem gegeven, al waren ze dan iets smaller dan een echte buff.

Wat was er nu gaande?

Terwijl hij vorige zaterdag het internet afschuimde had hij een échte buff van “De Ronde van Vlaanderen” gevonden, bij AS Adventure. En dus werden de exemplaren met fleece ineens nogal warm in de zomer.

Hij keek me -mannen kunnen dat- met verlangende kinderogen aan. Alsof ik het over mijn hart zou kunnen krijgen om met doorslaande argumenten mijn veto te stellen. “Dan halen we er toch eentje” zei ik. Hij keek nog niet vrolijker toen hij zei: “Ze hebben er maar één bij het Gouden Kruispunt” en voegde er ten overvloede aan toe dat de winkels van “Het Gouden Kruispunt uitzonderlijk op maandag open zouden zijn maar … die zijn wél altijd op zondag geopend.

Tegen al onze principes in stonden wij vorige zondag om vijf voor tien op de parking van Het Gouden Kruispunt om tot onze verrassing te merken dat zo goed als alle winkels al open waren en ook dat het er relatief druk was.

Luc haalde zijn buff. Op de rekening werd hem een euro extra aangerekend. “Oh, dat is die cheque” zei hij. De verkoper had daar iets van gezegd, maar Luc had gedacht dat hij die cheque kreeg. Niet dus.

Je kan die cheque zelf gebruiken bij je volgende aankoop maar je kan ze ook aan één van hun partners/goede doelen geven. Daar staat ook Natuurpunt tussen. Daar willen wij die ene euro wel aan geven. Daar wordt tenminste iets mee gedaan.

Volgende vraag: mag/moet ik nu de buffs bij het lijstje zetten van kledij en accessoires waar Luc nogal gevoelig voor is? Na de T-shirts, de petjes, nu ook de buffs?

Het rotstuintje

Door luiheid gedreven en verplichte ophokken, deden we dit jaar niet aan jaarlingen. Wat stond mocht zijn gang gaan. Enkel een paar kruiden heb ik in hangbakken geplant zodat ik er af en toe mijn neus eens kan doorhalen en me op vakantie wanen.

Toch zijn er soms verrassingen.

Zo was er het lichte gevoel van onbehagen toen ik zag dat de vogeltjes de helft van ons rotstuintje hadden omgespit en vroeg aan Luc wat hem had bezield om het voederhuis er zo goed als boven te hangen.

De uitleg was logisch, de reden griezelig. We zouden er een andere oplossing moeten voor vinden. Let vooral op het woord “zouden” en je weet al hoe laat het hier ten huize is.

Maar … Zo stond ik een paar dagen terug naar buiten te kijken en viel me àl dat wit op in de goeie helft van het rotstuintje. “Wat is dat met de Edelweissjes? riep ik uit.

Het de niet de Edelweiss die overdadig bloemt, het is één van de andere … ik ken de naam niet meer, die hun identiteitskaart zit er niet meer bij.

De Dodentocht

Luc vond een oproep voor de “100km Covid Challenge powered by Dodentocht1“, aangezien de echte niet kan doorgaan door corona.

Het opzet is dat je 100km wandelt, dat hoeft niet in één dag, je hebt er zelfs vier weken voor en je kon die 100km -of meer- afstappen in meerdere kortere etappes.

Wij waren geïnteresseerd, niet enkel en alleen in de wandelingen en het doel er achter. Maar Luc houdt wel van wat speciale T-shirts en we zouden er elk een kopen.

De virtuele beloning? Ach ja, dat zou ik wel op het blog zetten zeker.

Bij de inschrijving liep het fout. Luc kon geen T-shirt bestellen. Je kon kiezen tussen S – M – L. Daar past Luc niet in. Luc opperde dat we zouden inschrijven en ik moest dan maar een T-shirt bestellen. Maar ik? Ik ben niet dat soort T-shirt gezind. Dat is hij. Ik ben enkel maar solidair.

Nu komt een ander voorval:

Een jaar of 2-3 terug werd er iets georganiseerd en wij wilden daar naartoe. Het was tijdsgebonden en we moesten een kostuum aan.

Luc werd ingeschreven maar ik werd niet aangenomen. Dat ging niet, ze hadden mijn maat niet. Luc weigerde.

Op de dag vóórdien kregen we -beiden- de dringende bede om astemblief toch te komen. Er waren mensen te weinig.

Domoren die we zijn waren, gingen. Maar ik mocht niet naast Luc zitten maar wel ergens achteraan. Luc moest soi-disant koppel vormen met een vrouw met een hoge purperen pluim op haar hoed. En dat was nog niet alles.

Mijn eigenwaarde heeft die dag een serieuze tik gekregen en die was al niet veel soeps na wat we de laatste dagen bij de evenementen hadden meegemaakt.

Wat dan nu met de Dodentocht? Ik een T-shirt bestellen terwijl ik niet de T-shirt liefhebber ben? Ik gooide de inschrijving dicht en zei tegen Luc dat ze het inschrijvingsgeld voor mijn part mochten halen bij hen die wél in hun T-shirts konden. Luc deed dat ook.

Iemand voor ons laten beslissen op basis van omvang, grootte, breedte of hoe we er al dan niet zouden moeten uitzien?

Zoals toen ook al gezegd: “Nooit meer!

1 Dodentocht

Gewapend met een deegrol

Ooit, lang geleden, kocht ik een deegrol. Een moderne, in die tijd dan toch, één van Tefal en met losse handvatten. En precies die handvatten gingen me dwarszitten. Het deeg kroop tussen de randen en ik maakte me er vies aan.

Maar toen kwamen al die jaren dat ik niet meer bakte en lag de deegrol in de keukenschuif.

Ooit, nog niet zo lang geleden, hield Luc opruimactie in de keuken en kwam met de deegrol binnen. “Wat met dit?” vroeg hij. “Containerpark” zei ik. Twee dagen nadat de deegrol daar beland was vond ik op internet krak dezelfde te koop staan, aangeprezen als “vintage uit de jaren ’70”. Had ik die nog op de rommelmarkt kunnen verkopen … tsss …

Nu begon ik terug te bakken en had geen deegrol meer. Het was behelpen. Het komische was wel dat je nergens nog een deegrol vond, wel in de dure kookwinkels natuurlijk, maar ik ben nu eenmaal geen chef en al helemaal niet rijk.

Nu met de winkels open keek ik in de Kringwinkel, voor noppes. Er waren er wel veel verkocht, vertelden ze me daar. Was iedereen soms uit verveling aan het bakken geslagen?

We repten ons naar Ik.e.a. om een braadslede en ineens keek ik ook voor een deegrol: één exemplaar, dat ik niet kreeg omdat het het toonzaalmodel was en iedereen er met zijn handen had aangezeten.

Donderdag waren we er terug. Luc wou een nieuwe pan, de oude was versleten. Wij lijken wel pasgetrouwd en met de uitzet bezig, maar er is wel meer dat aan vervanging toe is.

De deegrollen waren in stock, de pannen ook, dat hadden we thuis al op internet nagekeken. We namen ook nog een ijsschepje -lees twee- en een nieuwe kaasrasp mee.

We liepen tevreden door de gangen. Je moet wel -zo goed als- de hele winkel door om aan de kassa te geraken. En onderweg was er de zwalpende vrouw. Ze liep van de ene kant van de gang naar de andere om telkens iets anders te bekijken. Toen wij haar voorbijliepen hoestte ze in de richting van mijn gezicht. Was het anderhalve meter? Ik weet het niet.

Ik denk niet dat ze het bewust deed, ik denk ook niet dat het met opzet was. Het was eerder de beweging die iemand maakt om in zijn hand te kunnen hoesten maar het werd een mislukte poging.

Mijn groot plezier was naar de filistijnen en ik werd er echt wat ongemakkelijk van.

Ik wou het niet onmiddellijk posten, ik wou eerst de incubatietijd voorbij laten gaan. Maar achteraf gezien is dat ook belachelijk.

Momenteel ben ik weer helemaal blij met mijn deegrol en Luc met zijn pan.

Zonder boulevard

Er was eens een keer een ferme brok
Ging nadat ze zelf de riem aantrok
Broeken kwijt raken
Kleren vermaken
Ze flaneert nu fleurig met een rok

[© ms – 25 juni 2020]

Coronaluwte

Bij de aanvang van de coronacrisis dacht ik dat het moeilijk zou worden voor de blogs: minder gebeurtenissen, minder om over te vertellen.

Het tegendeel was waar, de coronalogs tuimelden over elkaar en vochten voor de eerste plaats.

Nu, nu we de eerste golf stilaan zien afzwakken, blijkt ineens dat ik minder inspiratie heb. Voorvallen en gebeurtenissen worden als ongeschikt voor het blog ervaren, een mens kan niet dagelijks over het wandelen vertellen en andere zaken lijken nogal onbenullig.

Bijkomend probleem is ook dat, eens ik begin te schrijven en gestoord wordt, de draad verlies. Ik weet dan nog wel wat ik wou vertellen, alleen … het vlotte is er niet meer. En het dan maar vertellen terwijl ik er moet over nadenken, neen dan rolt er niet hetzelfde uit mijn toetsenbord.

Dat is ook zo als een concept door één of ander gegoochel op de achtergrond verdwenen is en ik het moet herschrijven. Zo een tweede versie schrijft en leest nooit zo vlot als de eerste.

Terug naar het saaie leven wil hier echt niks zeggen: wel of niet corona maakte sowieso geen groot verschil. Ik vraag me soms zelfs af: “waarover blogde ik toch vóór corona?”.

Raadselachtig met kuren

Dan sta je, kalm en rustig, wat op je laptop te tokkelen als je plotsklaps tegen het plafond zit van het schrikken en geloof me, wij hebben een hoog plafond.

Dat had Luc ook nog gezegd toen hij het -in januari verplichte- brandalarm had opgehangen, brandalarm dat nu stond te schreeuwen en te gillen als een verwend jonk dat zijn zin niet kreeg.

Natuurlijk was er geen Luc te bekennen, gelukkig geen brand ook niet. Zelfs ontbrak er enig spoor van rookgeur of -hinder.

Ik riep het hele huis bij elkaar in de hoop enig teken van Luc waar te nemen, maar die hield zich abnormaal stil. Waar zat die nu toch? Wat was er gaande?

Rampscenario’s allerhande … tot hij gemoedelijk de trap komt afgewandeld en doodgemoedereerd vraagt: “Wat scheelt er?”

Ondertussen was dat ding gestopt met blèren en terwijl ik vertel gaat Luc daar onder staan en kijkt gewoon naar boven.

“Heb je dat niet gehoord?” vraag ik. Niet dus. “En die pillen zouden 10 jaar meegaan” zeg ik. Luc blijft dat toestelleke aangapen als verwacht hij elk ogenblik een nieuwe uitbraak.

Ik raad hem aan die batterij toch maar efkes te testen. De batterij doet het en het apparaat flikkert nog.

Ineens doet mijn reukorgaan rot. Ruik ik nu toch iets …

Voor alle veiligheid heb ik het venster open gezet, al stond de verwarming af en kunnen de uitlaatgassen van koffie -voor zover ik weet- nog geen CO2 vergiftiging veroorzaken.

De knoop

Hoe ziet het er uit als je één van je vroegere bloezen uit de kast haalt, bij gebrek aan nieuwe? Als een tent.

Hoe ziet het er uit als je er achteraan een knoop in legt? Als het -woehoe- bloesje van de yoga lerares, commercial die ze ons momenteel tegen wil en dank door onze strot duwen.

Het bevalt me wel. Het -eventuele- staartje achteraan zie ik toch niet.

Altijd hetzelfde

Ik heb het al meer gezegd, telkens we de routine van het zwemmen weer krijgen, komt er iets tussen. Daarna kan je weer opnieuw beginnen opbouwen.

Het was weer zover.

Met wandelen gaat het al net zo. Zijn we weer goed bezig, worden er stokken in de wielen gestoken.

Het word namelijk weer zo verschrikkelijk warm en in hitte gaan we niet wandelen. Ik zie me Luc al naar huis moeten dragen. Die kan daar echt niet tegen. Dus gaan we zo vroeg mogelijk om voor de grote warmte terug in de beschutting van ons kot te zitten. Ooit stonden we er zelfs wel eens vroeger voor op, dat doen we niet meer.

Nu moeten we toch uitgerekend én vandaag én morgen voormiddag ergens zijn.

Wandelpauze!

Page 2 of 268

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén