Wizzewasjes

Te lezen en te zien

Categorie: Openbaar vervoer (Page 1 of 2)

Uitleg van mske

“We pakken de trein van 6.24 naar Brussel Zuid, stappen in Leuven over op de trein van 6.54 naar Brussel Zuid, dan zijn we om 7.43u in Antwerpen”.

Ge moet het maar doen, denk ik dan. Maar blijkbaar werkt het zo, want ze zijn toch op hun bestemming en ook weer terug thuis geraakt.

Ik zal dat geen twee keer zeggen

Op een andere keer, op een andere dag, later, zaten ze op een rustige maandagmorgen op de trein toen er in Tienen ook een man opstapte die: “goedemorgen, goedemorgen” zei en zich in de coupee naast de hunne zette.

“Gaan jullie op reis, gaan jullie op reis?” vroeg hij, op de koffers wijzend. Slow legde uit. “Ik ga naar Zichem, ik ga naar Zichem” zei de man.

De conducteur kwam langs en de man zei ook tegen hem: “ik ga naar Zichem, ik ga naar Zichem”. Dat zei hij trouwens elke keer als de conducteur passeerde: “Zichem hé, Zichem”.

“Ken je Scherpenheuvel, ken je Scherpenheuvel?” vroeg de man aan Slow en mske. Natuurlijk kennen ze dat. “Ik ga met de fiets van Zichem naar Scherpenheuvel, met de fiets van Zichem naar Scherpenheuvel” zei hij. “Ik zal voor jullie bidden. Ik zal voor jullie bidden”.

De geruststelling

Nu we grappen kunnen maken over de Fyra, wat zou je er anders mee doen, er om janken brengt ook geen aarde aan de dijk, gaan we het ook eens over nieuwe treinstellen hebben, maar andere.

Slow en mske hadden het treinstel gezien, van binnen ook, toen ze van Antwerpen richting Noorderkempen reden. Een nieuw model, zonder tussendeuren. Geen gedoe meer, je kon zo de ganse trein doorlopen. Blijkbaar was die trein ingeburgerd op dat traject want, toen ze terug naar huis kwamen, was het dezelfde trein.

Gisteren morgen namen Slow en mske de trein naar Antwerpen-Centraal. Ah ja, die passeert in Tienen.

Slow zei: “hé, dat is ook zo een nieuw model”. En ja inderdaad. Deze trein rook zelfs nog naar nieuw en mske haalde nog een van de pluisjes van het naaien van de kussens van de stoel.

In Neerwinden stopte de trein en bleef even staan. De conducteur kwam met een vaartje door de gang naar voor en liep daarna over het perron schuddekoppend terug naar achter. In Ezemaal, stopte de trein, zoals een trein normaal stopt en vertrok ook weer, zoals een trein normaal ook weer vertrekt.

Net toen Slow en mske in Tienen wilden afstappen kwam hij er aan. “Een nieuw speelgoedje?” vroeg Slow.

“Nog niet optimaal” zei de conducteur “in Neerwinden gingen de deuren niet goed dicht”.

“Kinderziektes” zei Slow “dat komt wel goed. We hebben al met zo ene gereden”.

De laatste trein

Slow en mske nemen, als het mogelijk is, nooit de laatste trein. Zodoende stonden ze die avond op het perron te wachten op een trein die hen op drie minuten tijd van het stationnetje naar het station moest brengen waar ze de trein naar Leuven konden nemen en daar dan de voorlaatste naar Landen.

Ze stonden niet alleen op dat perron. Ze waren met een groepje. Als je ooit tegen mske had gezegd dat zij en Slow ooit nog samen zouden reizen met een meisje met twee grote winkelhaken in haar jeans en op haar blote voeten, een jongen van Marokkaanse afkomst met een pizza onder zijn arm, een hele donkere jongen ook met een pizza onder zijn arm, zijn Nederlandse vriendin en de jongen die al eerder met hen meereed, ze zou gedacht hebben dat je aan het spul had gezeten.

De trein had zestien minuten vertraging terwijl ze maar 6 minuten hadden gehad voor de overstap. Normaal wacht die aansluiting. Nu niet, hij was weg.

Ze moesten naar Brussel sporen en daar de trein naar Welkenraedt nemen. Op die manier zouden ze om half één ‘s nachts in Leuven aankomen.

“Dat is nu de tweede keer dat ik met jullie meerijdt” zei de jongen die al eerder met hen meereed “en dat is nu de tweede keer dat er problemen zijn”. Gelukkig voor de jongen rijdt hij niet telkens mee. Hij belde zijn moeder om hem aan het station af te halen. Die was er niet over te spreken. Of juist wél. Ze hoorden allemaal hoe die vrouw van haar oren maakte. De jongen haalde zijn schouders op en zei gelaten: “moeders!”

De jongen van Marokkaanse afkomst maakte zich zorgen. Hij vreesde dat hij ging moeten opleggen omdat het traject langer was. mske stelde hem gerust. Hij had betaald voor de kortst mogelijke rit naar Leuven en dat was deze.

“Hoe dan ook” zei de hele donkere jongen “ik betaal niets bij” en hij nam zijn pizza ostentatief stevig in zijn armen om aan te tonen dat het hem menens was.

“Je moet niet boos zijn op gans de wereld” zei het meisje met de winkelhaken in haar broek tegen mske omdat die in zo een geval altijd serieus gaat kijken en dat terwijl het kind pas enkele uren ervoor nog had verteld dat haar vrienden wel wisten dat ze niet zo boos was als haar gezicht liet vermoeden. Even stond mske op het punt om te bijten, maar ze deed het niet. Ze mocht het meisje daarom iets te graag. “Ze moest het weten van het blog” grinnikte mske tegen Slow. Het meisje fronste vragend. “Binnenpretje” zei mske.

In Brussel hadden ze geluk, de anderen dan toch. De vorige trein naar Leuven had een kwartier vertraging en zodoende zouden ze een half uur vroeger in Leuven zijn dan gepland. Voor Slow en mske? Tja, er was geen trein naar Landen vóór die van Welkenraedt om half één.

Ze zijn dan maar een kriek gaan drinken daar rechtover het station van Leuven terwijl de anderen, allen te voet, naar hun respectievelijke woonst of verblijfplaats trokken.

En in plaats van om iets voor twaalf thuis te zijn, zoals gepland, waren ze pas om half twee ‘s nachts hier … met de laatste trein. Toen hadden ze grote honger maar ja, zij hadden geen pizza onder hun arm.

mske op de bres

Toen er op paasmaandag sprake was dat de NMBS niet zou uitrijden tijdens de uitvaart van Iliaz Tahiraj was er een stroom van boze reacties, zeggende dat de NMBS van alles profiteert om niet te werken, dat ze minuten stilte konden houden zoveel ze wilden maar dat de mensen de treinen nodig hadden en nog meer van dat fraais. In feite kwam het er op neer dat een ander het maar moest oplossen maar dat ze hén niet mochten derangeren.

Slow en mske hebben morgen een trein nodig. Slow en mske schikken zich er naar. Want al die honderden minuten stilte gaan niets veranderen aan de situatie. Er is nog niemand terug gekomen na een minuut of twee minuten stilte.

Mogelijk helpt ook dit niet, maar hopelijk zal het ooit eens helpen. Hopelijk kan er ooit eens iemand met de gepaste maatregel op de proppen komen ofwel gaan al de labbekakken die blijven zitten als ze een conducteur zien afgetuigd worden er ook eens tussenkomen, al was het maar om te verhinderen dat de treinen, de trams of de bussen weer eens niet zouden rijden.

Tuut!

Hij was op de bus gestapt met een enorme rugzak en twee erg grote tassen. Dat had mske genoteerd maar verder was er niets speciaals aan deze medereiziger geweest.

Toen ze in Tienen op de trein stonden te wachten en de trein naar Brussel van 4 minuten na 9 het station binnendenderde gaf die daar een trompetstoot dat mske uit haar schoenen vloog en haar hoofd stootte aan het dak boven het perron van het schrikken. Dat is natuurlijk een heel klein beetje overdreven, zo een ietsiepietsie maar.

Ze draaide zich met een ruk om. Die twee zakken en die rugzak mét die vent er onder stonden toch op de sporen zeker!

Er ontspon zich een gesprek tussen de locomotief en de rugzak, die ondertussen al terug op het perron gekreffeld was.

De man slefte richting Slow en mske en verdween, terwijl de trein zich in beweging zette. Toen hoorde mske hem iets vragen over “Brussel” maar toen stond hij al terug aan de deur van het station waar hij twee andere reizigers had aangeklampt. Hij verdween door de deur.

Slow vroeg zich af hoe hij daar gekomen was. Langs de catacomben of over het spoor. mske bedacht dat, als hij naar Brussel moest hij niet in dat station moest gaan staan maar moest maken dat hij op dat perron stond, de trein naar Brussel van 10 na 9 zat er aan te komen, maar dan had ze wel liefst dat hij rechtstreeks via de catacomben naar perron 4 ging in plaats van over de sporen, want op spoor 3, hun spoor, zat de trein van 11 na 9 er ook aan te komen.

En ze was er zeker van dat die kerel geen kant op kon als hij samen met die twee treinen op die sporen kwam te staan.

De trein naar Landen had twee minuten vertraging

Deze week woensdag dan, Zoneke en Bollie waren vroeger thuis, Slow en mske nemen de bus van een uur vroeger, dan hebben ze ook de trein van een uur vroeger. Of tenminste, dat denken ze. Want zoals mske vroeger al eens zei: “als de bus op tijd is, is de trein te laat”.

Ondertussen waren ze nu toch al gewend geraakt aan een bus die op tijd kwam. Het was dan ook een dikke tegenvaller toen die bus daar ineens weeral eens met tien minuten achterstand kwam aangetuft. We hebben het ons hier al afgevraagd hoe die het klaarspeelt om aan een stelplaats te vertrekken en aan een halte, zeven minuten later al zoveel vertraging te hebben.

Feit is gewoon, hij had die vertraging. En terwijl die bus normaal om drie minuten na het uur in Tienen zou zijn, zou die nu enkele minuten te laat komen om die trein nog te halen. En dan met al dat werk, daar nog veertig minuten op de volgende trein zitten wachten … mske werd er zowaar moedeloos van.

Geluk bij een ongeluk? Er stapte bijna niemand op. Er stapte bijna niemand af. Wat inhoudt dat die bus goed door kon rijden. Het is een snelbus voor iets ook. Zelfs aan de lichten in Tienen kon hij gewoon door. Slow keek naar de tijd. mske, die echt een kruis gemaakt had over die trein, begon te denken dat het er toch nog in zat. De bus nam de voorlaatste bocht. Ze konden het halen. De bus nam de laatste bocht. Het kon, jawel het kon.

Slow stapte naar de chauffeur, legde de situatie uit, zodat ze direct aan het station zouden kunnen afstappen in plaats van het toerke rond de rotonde nog mee te maken.  De bus reed het plein op … en de trein reed het station binnen. Als dat niet treiterachtig is.

Normaal doet die trein zijn deuren open, reizigers uit, reizigers in, deuren dicht en weg.

Nu sprongen Slow en mske van die bus en zetten het op een lopen, straat over, rond het station, het ganse perron … Slow sputterde niet tegen zoals hij in het verleden al meerdere keren deed, hij liep. mske daar achter op haar oogielen en met haar laptop in de ene en haar tas in de andere hand en ze zei: “zie je die conducteur?” Ah ja, dan konden ze nog laten weten dat ze er aan kwamen.

Slow maakte een onbestemde beweging met zijn hand richting trein maar liep verder. Ineens hoorde mske iemand roepen: “niet lopen!” “De conducteur” zei Slow, die doorrende. mske begon te stappen. Maar ze hupte toch de trappen af, waar natuurlijk al diegenen die van de trein kwamen recht op haar afkwamen over de volledige breedte van de gang.

Ze rende de trappen op. Probeer maar om niet te lopen in dat geval.  mskes benen namen het commando over. Ze stormde het perron op en zag Slow nog instappen bij de conducteur en liep richting … “Niet lopen” zei die nog eens, maar hij floot op zijn fluit. “Maar jij fluit al” zei mske en ze sprong de trein op.

Ze lieten zich in een zetel vallen en vroegen zich af hoeveel vertraging ze die trein hadden bezorgd. De man kwam de wagen in voor de kaartjes, hij knikte hoffelijk en zei “Madame Kim Gevaert”.

Slow legde efkes de situatie van die combinatie bus vs trein uit waarop de conducteur concludeerde dat het niet altijd aan de trein lag en hij ging verder, kwam terug en zei: “daar is een man die een fles water heeft, wil u wat drinken?” mske bedankte. Je weet nooit welke doping er in zo een fles water zit.

Ze stapten af in Landen, waar mske efkes in het voorbijgaan tegen de man zei: “en nu à la Philippe Gilbert naar huis” waarop hij eens naar de wachtende fietsen keek.

Nader te bepalen

Hebben jullie de verhalen nog niet gemist? De verhalen over het openbaar vervoer en zo? mske had ze zo express wat opzij gehouden omdat ze niet wou dat het leek of het altijd fout ging. Maar op een zekere manier doet het dat wel, maar op een andere dan weer niet.

We wilden eerst het relaas van de twee laatste woensdagen in één postje gieten maar dat zou echt wel te lang worden.

We beginnen met vorige week woensdag dan maar, Zoneke en Bollie waren vroeger thuis, Slow en mske nemen de bus van een uur vroeger, dan hebben ze ook de trein van een uur vroeger. Of tenminste, dat denken ze. Want zoals mske vroeger al eens zei: “als de bus op tijd is, is de trein te laat”.

In Tienen station staat op het aankondigingsscherm echter vermeld: “vertraging nog nader te bepalen”. Omdat dat nu eens niks wil zeggen vragen ze maar aan de onderstationschef wat het probleem is. De locomotief was defect, ergens ter hoogte van Ruisbroek. En neen, de onderstationschef had er geen goed oog in. Hij dacht dat die nader te bepalen vertraging wel eens een totale afgelasting van die trein kon zijn. Waarop de micro begon te kraken en ongeveer dezelfde informatie het station in spuwde.

mske en Slow gingen naar het perron en zetten zich op het bankje, waar ze werden aangesproken door een jongen van een jaar of tien. Een hartenbreker in spe. Gitzwarte blinkende haren, donkere blinkende huid, karboenkels van ogen en een glimlach van oor tot oor. Hij sprak Nederlands al hoorden Slow en mske goed dat het niet zijn moedertaal was. Hij wou weten hoe laat de trein zou komen. Díe trein! Slow en mske legden het uit en het joch vertelde het aan, vermoedelijk, zijn ouders, die een taal spraken die op geen enkele manier op een Europese taal leek. Vermoedelijk indianen.

Hij wou weten hoe ze dat allemaal wisten en konden weten en Slow legde het hem uit over aankondigingsschermen en meldingen door de micro. Even later wou hij weten waar de trein naar Leuven kwam, want hij had zijn diensten aangeboden aan een jonge vrouw die blijkbaar ook verloren liep tussen de gele uurregelingen.

Toen de trein naar Leuven het station binnenreed, riep hij de vrouw nog snel toe dat het haar trein was. “Die wordt later zeker stationschef” zei mske tegen Slow.

En toen kwam hun trein, t.t.z. de trein naar Genk. De jongen dacht dat hij daar ook kon opstappen. Maar dat was niet zo. Die mensen moesten niet naar Genk. Ze moesten nog twintig minuten langer wachten en nog een boemelke laten rijden ook.

Het jongetje heeft hen uitgewuifd. En toen ze in Landen afstapten bedacht mske dat ze die mensen misschien beter mee hadden gebracht tot in Landen, waar ze ze dan in de goeie handen van onze stationschef hadden kunnen achterlaten. Nu zullen ze nooit weten of die mensen uiteindelijk goed terecht zijn gekomen.

De man op de trein

Er zat al heel wat volk op de trein van 8.34 naar Blankenberge. Het mooie weer lokte waarschijnlijk veel mensen naar de kust.

Slow en mske vonden toch nog een plaatske naast mekaar.

In Tienen stapte een man alleen op, zette zich rechtover hen begon in zijn plastic zak te rommelen. Hij haalde er een verfomfaaide treinkaart uit en hij rommelde verder om uiteindelijk nog een stilo op te diepen ook. Maar hij schreef niets.

Zo gewapend met treinkaart en stilo tussen de vingers van zijn ene hand geklemd zat hij rechtuit voor zich uit te staren.

In Leuven stapte hij samen met Slow en mske af. “Zo moet je dat doen” zei Slow.

Niet de bovenkamer! De bovenleiding!

Slow en mske zaten erg gerust op de bus. Die bus is namelijk de laatste tijd wel redelijk op tijd en woensdag was hij zelfs erg goed op tijd. Het werd dus een gemoedelijke busrit. Al zei mske: “telkens die bus op tijd is, is die trein te laat”.

Ze stapten af aan het station van Tienen, liepen richting catacomben en Slow zei: “ik zie daar toch al het één en ander rood gemerkt staan”. Pottejandorie! Alle treinen die uit Brussel kwamen stonden gemerkt met 25à35 muinuten vertraging. Slow keek zijn ogen uit en begon te rekenen. mske niet. Die dacht: “ik zal wel zien”. Want als er treinen van half negen nog in afwachting stonden, kon er daar elk ogenblik een komen binnengestoven.

Ze stapten naar het perron. En daar kwam een trein. Die was dan nog vroeger dan hun normale voorziene trein van elf na negen. Maar die trein minderde geen vaart. Integendeel, die deed teken met zijn lichten van: “opzij, opzij, laat me door”. mske deed een stap achteruit. Slow deed een stap achteruit. De trein stormde door het station met een snelheid, waardoor mskes broek zo erg ging wapperen dat het leek of ze er alleen van door wou en Slow snel zijn muts vastgreep want anders was die op de rijdende trein gesprongen.

Slow keek nogmaals richting bord en zag dat hun trein nu ook rood stond. De trein van tien na negen uit de verkeerde richting kwam het station in en net toen die trein daar stond te brullen kraakte de micro en riepen ze wat om voor spoor drie. Die weten hun moment écht wel te kiezen.

Er kwam een vrouw naar het perron. Ze was onderweg naar Brussel, maar was afgestapt om terug te keren, want ze had gehoord dat er wat met de bovenleiding schortte, ergens, zodat de treinen moesten omrijden was en dat ze niet op haar werk zou geraken.

Om dertien minuten na negen werd de trein van tien voor negen omgeroepen. Slow en mske zijn opgestapt en waren op die manier maar iets later in Landen. Die trein, die eigenlijk een IC was had maar efkes de rol van boemelke gespeeld en was in de kleine stationnetjes gestopt. Toen Slow en mske aan hun fiets waren, reed de volgende trein het station al in.

Slow en mske zochten het op in de gazet en blijkbaar was het zo rap niet gemaakt want ‘s anderendaags lazen ze dat kinderen die op skivakantie vertrokken de nacht op die trein hadden doorgebracht, dan niet al rijdend maar wachtend in het station tot de trein weg kon. En blijkbaar heeft dat dan gisteren nog  de ganse dag voor problemen gezorgd op de lijn Brussel-Leuven.

Het moet niet altijd de bus zijn hé.

 
 
pske van mske: vandaag, 1 april is het drie jaar, niet dat het veel belang heeft, de begindatum van het blog zie ik als de blogverjaardag maar het hoort wel bij de betere beslissingen die ik ooit nam.

Page 1 of 2

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén