Wizzewasjes

Te lezen en te zien

Categorie: Vakantie (Page 1 of 4)

Horen en zien

Onze eerste overnachting was ook in Duitsland. De gastvrouwe sprak stil en toen ik de tweede keer vroeg wat ze zei, vroeg ze of ik Engels verkoos boven Duits.

Dat deed ik niet. Ik wees haar op het gehoorapparaat. Had ik dat maar niet gedaan. Ze ging luider praten, dat wel, maar ze ondersteunde wat ze zei met gebaren. Verschrikkelijk, dat vond ik nu eens echt verschrikkelijk.

Maar ze was zo vriendelijk dat het uiteindelijk allemaal best ging meevallen. En toen Luc ‘s avonds voor het slapengaan een lachbui kreeg tijdens het imiteren van de intonatie en een bepaald gebaar vond ik het eerder grappig en zelfs een beetje lief.

Maar ik ga in de toekomst toch vermijden om er melding van te maken. Je moest zo maar eens op iemand vallen die dat als vrijgeleide ziet om je te gaan beklappen waar je bij staat.

De vignetten

Ooit, lang geleden, toen men in Zwitserland het autowegenvignet invoerde en iemand uit de buurt met zo een vignet op de auto rondreed en er bleef mee rondrijden ook nadat het verlopen was, hoorde ik de opmerking dat dat om te stoefen was, stoefen omdat hij in Zwitserland was geweest.

Onze vignetten hangen er ook nog steeds op. Om te stoefen? Neen. Omdat ik het nog niet over mijn hart kan krijgen ze er af te halen. Je betaalt wel wat aan zo een vignet en dan mag je er plezier aan beleven ook, al zijn ze niks meer waard.

Maar dat er geld wordt uitgeslagen, dat is een feit.

Je hebt eerst het Duitse vignet, maar dat is enkel voor bepaalde stadsgebieden, dat had ik opgezocht en we hadden het niet nodig.

Maar dan had ik toch geen rekening gehouden met onze gps die ons in Ulm van de autosnelweg haalde en dwars door de stad ging rijden waar de borden dat het vignet verplicht was ons tegenlachten. Gelukkig kregen we geen controle.

We besloten dat we sowieso dat vignet gingen kopen, je weet maar nooit en we zijn wel meer in Duitsland. Ik vervloekte mezelf wel een beetje dat ik die niet op voorhand online had gekocht, want -zo las ik- je kan die hier1 voor 12€ bestellen terwijl je ze in Duitsland bij tankstations en TÜV zou kunnen kopen maar daar zouden ze dan zomaar de prijs vragen die zij willen. In realiteit? In tankstations hadden ze ze niet en wij betaalden bij TÜV zomaar 6€.

Dat ze er allemaal wel een beetje -veel- winst willen uitslaan merkte ik pas toen we terug waren. Wij betaalden namelijk 9,20€ voor een Oostenrijks wegenvignet bij een tankstation, terwijl we dat hier online 16€ zouden betaald hebben2.

Daar hadden we nog een gag mee voor. Ik legde dat netjes in de auto, klaar voor als we de Oostenrijkse autosnelweg op moesten, zie ik een hele constructie over die autosnelweg staan, neem dat vignet om het te tonen en zie dan pas dat het op de ruit gekleefd moet zijn. Ik heb dat met supersonische snelheid zo maar plompverloren tegen die ruit gedoeft. Het hing en hangt wat uit de pas en wat scheef. Toen bleek die constructie gewoon wat het was: een constructie voor als er eens een controle zou plaatshebben.

Bij het uitrijden van Oostenrijk was er wel controle. Hij bekeek de ruit, deed teken dat we opzij moesten en veranderde ineens van gedacht toen hij dat schots en scheve ding rechts zag hangen. Nu ja, bij de andere auto’s zat dat netjes links of in het midden maar ik had de Duitsers gevolgd die dat van hen rechts wilden hebben.

We hebben nog eens geluk gehad, met het Sloveense vinjeta namelijk. Dat kost 15€ en is maar 7 dagen geldig terwijl wij er pas op de 8ste dag weer vertrokken. De huiseigenaar vond het veiliger om voor die luttele uren op Sloveens grondgebied toch maar een tweede te kopen, maar een andere Sloveen, met wie we een aardig praatje maakten, vond dat we gemakkelijk het risico konden nemen, voor die enkele keer dat ze daar bij die grensovergang in Jesenice konden staan.

Ze stonden er. Wij hadden -gelukkig- een tweede.

En al die herinneringen zou ik nu van de ruit moeten halen omdat misschien één of andere giftigaard ons nu stoefers zou kunnen vinden. Alles te zijner tijd en dat is -even- nu nog niet.

1 Duits vignet
2 Oostenrijks vignet

Slaap eens in een ton

Ik weet het. Ik weet het. Ik ben daar eigenlijk te oud voor.

Maar gezien ik, toen ik er wel de leeftijd voor had, geen onnozeliteiten mocht uithalen op straffe van hel en vagevuur, neem ik er nu echt wel met alle plezier de nodige tijd voor.

Op zoek naar een onderkomen voor de nacht tijdens onze terugrit, viel ik op deze camping én op de tonnen en ik was vastbesloten: wij gingen met ons tweetjes in een ton slapen.

Het enige nadeel was ook nog amusant want zo liepen Luc en ik om iets na drie ‘s nachts met ons beidjes in het donker naar het sanitair blok.

Voor herhaling vatbaar? Zeker!

En nog een pluspunt. Op 100m loopafstand is er een Italiaans restaurant. En lekker dat het daar is!


Meer foto’s

Radovljica en Kranjska Gora

“Ga naar Radovljica” raadde men aan. “Schoon stadje” luidden de recensies. Echt de moeite waard. De drie zaken waarom men het aanried waren niet van dien aard om ons te verlekkeren. Maar kijk, het lag dicht bij Bled, we hadden het al een hele week voor ons uitgeschoven en het was de laatste dag.

Schoon stadje, inderdaad. Maar weet ge, schone stadjes zijn niet echt aan ons besteed. Na het vierde schoon huizeke of gevel hebben we het wel gezien. We hebben moeite gedaan, jawel. We zijn een paar straatjes doorgelopen tot we uiteindelijk beslisten dat we een -grote zwarte- koffie en een cola gingen drinken.

(Lees verder onder de foto)


Meer foto’s

“Weet je” zei Luc tijdens het drinken, “Kranjska Gora vond ik altijd al zo een toffe naam, dat ligt niet ver van hier”. Kranjska Gora, meer bepaald het Planic Nordic Center, is eigenlijk een springschansgebied … in de winter. Maar kijk, gezien het niet zo ver weg lag, zouden we eens een kijkje gaan nemen.

Er viel meer te beleven dan gedacht, er waren zelfs schansspringers aan het oefenen.

En ja, volgens mij was er meer te zien dan in een schoon stadje, al zei Luc achteraf: “Eigenlijk hadden we dat ene straatje in dat stadje ook nog wel kunnen doen”. Awel ja … volgende keer dan.


Meer foto’s
en
Filmke van Luc

Luc en de vakantie

Eigenlijk had ik het nog moeten hebben over de laatste dag van de vakantie en over de terugreis. Maar voor die laatste dag ter plaatse, vergeef me, maar daarvoor heb ik een beetje zeer aan mijn goesting.

Want ziede, ik heb daar foto’s genomen op sportstand. Dat betekent dat dat actiefoto’s zijn en dat ik uit zo een 500-tal foto’s de betere moet selecteren.

Iets anders dus maar. Iets over Luc en de vakantie. Toen we in het voorjaar met de eerste luten van de Brexiteers te maken kregen en de daaropvolgende strubbelingen ons dwars zaten weken we uit naar de Eifel.

Als resultaat daarvan gaf Luc aan dat hij volgend voorjaar weer naar de Eifel wil en dat terwijl wij toch elk jaar in november een midweek CenterParcs in de Eifel boeken.

Ik had Bled geboekt, hij had wat raar gekeken, ik had ook al Bulgarije geopperd, hij had nog raarder gekeken, want 2.000km van huis is toch wel erg ver.

Dus Luc is meer voor de terugkeer naar een geslaagde locatie, terwijl ik er meer op uit ben om nieuwe te ontdekken. Volgens hem is het toch gemakkelijk als je er de weg een beetje weet.

Wat gebeurde er nu ergens de voorbije twee weken? Luc vond een tocht die hij wel zag zitten … in Slovenië. Dus ja, bij leven en welzijn gaan we in mei 2021 terug naar Bled en/of Bohinj. Waarom niet eerder? De vakantie in de Eifel voor 2020 is al geboekt.

Toch Bulgarije nog eens op tafel gooien?

Kremna Rezina

Voor we vertrokken las ik in een gids voor Slovenië over de specialiteit van Bled. Dat bleek een stuk gebak -“taart” stond er in de gids vermeld- met een hoog kcal gehalte, maar als je Bled aandeed, mocht je er toch niet vertrekken zonder er eentje te eten.

Goed, we besloten dat we daar eens gingen van proeven op dé dag.

Helaas echter, na het beklimmen van Ojstrica voelde ik me zo euforisch dat ik tegen Luc zei: “ik doe er ene op”.

Het was zondag, het had wat voeten in de aarde want de meest aangeprezen plaats om er ene te eten zat stampensvol en bovendien voel ik me dan, als er een garçon: “sorry” zegt, wat in de weg lopen. Het kon het plezier niet drukken. We gingen wel elders.

Kort gezegd, sedert die dag hebben we alle dagen een Kremna Rezina gegeten. Nah! Kcal of niet! Nah! We gingen telkens bij een andere gelegenheid binnen.

De lekkerste aten we bij Jasmin, niet bij de gerenommeerde. Of misschien was die wel even lekker maar daar was er dan de tierlantijn die ik echt niet hoefde. Ik houd namelijk niet van zwierigheden à la kiekekrabbelke chocolat met een halve aardbei op mijn bord.

Kremna Rezina wordt er zo massaal verkocht dat ze er speciale afhaaldoosjes voor hebben bij bakkers, in winkels, koffiesalons en zelfs in restaurants. Je kan de straat niet op of er loopt wel iemand met een paar dooskes Kremna Rezina rond.

Sedert we thuis zijn heb ik al dikwijls gedacht dat ik wel wat over zou hebben voor een Kremna Rezina – hier en nu.

En al zijn er meerdere plaatsen daar en in Oostenrijk en delen van Duitsland waar ze Cremeschnitte verkopen is die van Bled, jammer genoeg, een sterk bewaard recept en enkel en alleen in Bled te verkrijgen.

Pokljuka …

Het werd stilaan tijd om eens met die Pokljukakloof af te gaan rekenen. Op internet stonden meerdere vertrekplaatsen, maar die waren zo omslachtig beschreven dat we het maar bij de Toeristische dienst gingen vragen.

Blijkbaar negeren die alle internetverhalen, sturen je recht die berg op tot aan een restaurant en dat is de parking voor de Pokljukakloof.

Juist!

Nu is mijn Sloveens nul, dat was het tenminste, ondertussen weet ik wel enkele woordjes die ik binnen luttele weken vergeten zal zijn, maar voor zover wij zagen waren er wel zaken die mits aanpassing van klinkers toch wel klaar en duidelijk waren.

Volgens mij stond op de plakkaat -zie de foto hier onder- dat het daar enkel parkeren voor klanten was en dat nu net precies onder de grote affiche van de Pokljukakloof.

We dachten “foert Pokljukakloof”, maakten rechtsomkeer en gingen een wandeling maken op het Pokljukaplateau. Die viel nogal kort uit en we liepen dus nog maar eens rond het meer van Bled. Eigenlijk was dat al een beetje als afscheid, het einde van de vakantie zat er aan te komen en we moesten nog wel enkele foto’s hebben van de voorzijde van het vroegere zomerhuis van Tito1. De achterzijde hadden we al genoeg op beeld, de voorzijde vergde een stapke langs de drukke toegangsweg.

Ziede nu waarom we terug moeten gaan? Zolang we die Pokljukakloof niet hebben gezien, kunnen we niet zeggen dat diegenen die beweren dat die even mooi is als de Vintgar Gorge gelijk of ongelijk hebben.


Meer foto’s

1 Villa Bled

Den toerist uitgehangen

Na ons ochtendbezoek aan de Soteska Vintgar zei ik in een zotte opwelling: “Laat ons deze namiddag maar eens een Pletna1 nemen”.

En als er nu iets is dat we echt bekeken als voor rasechte toeristen, dan waren het toch die Pletna’s wel zeker. Maar, zoals gezegd, de kloof was enorm meegevallen en de dag was nog maar half en tegen 4 uur zat er een bui aan te komen. En dan is het voordeel van die Pletna wel dat hij een huif heeft.

Een pletna biedt plaats aan 20 personen en wordt gevaren door één roeier. Bodybuilders waren dat, je zou er echt geen ruzie mee willen.

Die overtocht werd duurder dan de kloof. En dat was nog niet alles.

Eens op het eiland had je 40 minuten alvorens je vaarmiddel terug vertrok. En dat was nog niet alles.

Als je op dat eiland de binnenkant van het kerkje wou zien, mocht je nog eens betalen.

In dat kerkje was echter niet veel meer te zien dan de foto’s die je op internet vindt én het klokkezeel voor de wishing bell. Daarom hing die klok daar met hele uren te rammelen.

Ik heb aan dat klokkezeel getrokken en gesnokt en gebeuld -was dat zwaar zeg- en van errezze ben ik vergeten om iets te wensen.

Gelukkig waren er maar een tiental getuigen van mijn klokkeluiderscapaciteiten. Ergerlijk is wel dat zij nu wél wisten dat je daar serieus moest gaan aanhangen.

Vanuit de toren ernaast, inbegrepen in de kerkprijs, zou je de klok in de kerktoren moeten zien. Dat werd dus zoeken waar de klepel hing.

De meeste eilandbezoekers echter gingen daar in de naastgelegen horeca wat bestellen en wat zitten gapen.

Dat vond ik nu toch té zot voor woorden. Ze betalen een dure Pletna en gaan in de horeca zitten. Wij waren toch nog maar halve toeristen, als je het zo beziet.

Kort gezegd, dat tripje was zijn geld niet waard. Of eigenlijk wel, omdat we daardoor nu wisten dat het zijn geld niet waard was. Anders zou het -weeral- een open vraag gebleven zijn.

Maar ge moogt gerust zijn, het is nog niet zo heel erg gesteld … het treintje hebben we niet genomen.


Meer foto’s
en
Filmke van Luc

1 Pletna

Vintgar vs Pokljuka

Soteska Vintgar of The Vintgar Gorge is een gerenommeerde kloof waar je inkom moet voor betalen. En niet echt weinig. Parkeren kost er 5€, een volwassene betaalt 10€ om er in te geraken.

Wat was dat nu met die Pokljuka die ik al twee keer vermelde? Voor we vertrokken was het al rap uitgemaakt. Ik vond recensies en beschrijvingen van een Pokljuka kloof die zeker even mooi is als de Vintgar maar dan wel gratis.

Maar dan kregen we die ene dag die regen en bleek die Pokljuka glad te worden. Op de toeristische dienst noemden ze het zelfs “mogelijk gevaarlijk”, maar dat kan van de kleur van mijn haar hebben afgehangen.

Ergens -eigenlijk zou je zoiets direct moeten opslaan- vond ik ook een aanwijzing voor bij regenweer voor de Vintgar gorge. En daar had ik echt wel wat aan. Er stond: “als het regent: draag een regenjas”.

We besloten dat we de toeristische toer op gingen, we zouden 25€ betalen met de overweging dat die mensen er blijkbaar erg veel tijd en moeite hadden ingestoken om het toegankelijk te maken.

We waren er om 9u ‘s morgens. Geen lange wachtrijen zoals die waarvoor de site had gewaarschuwd en waren alras sprakeloos en dat kwam echt niet omdat je toch niks gezegd krijgt boven al dat watergeweld uit.

We realiseerden ons wel al snel dat die hele kloof zijn geld waard was, geloof dat maar, want zonder al die aangelegde houten looppaden zou je er nooit in kunnen, zou je nooit zien wat er te zien was.

En toen we op het einde waren gekomen en ommekeer moesten maken snapten we wel wat er daar loos kon zijn. Er was net een groep langs de tweede ingang binnengekomen, die we echt voorbij gestormd zijn om het terug wat rustiger te hebben. Ook hier kwam “volgende keer” ter sprake, namelijk toen we beslisten dat we volgende keer nog vroeger zouden gaan.

Of zoals de barman in de cafetaria waar we achteraf genoeglijk een koffie gingen drinken het verwoordde: “in de zomer sleffen de toeristen op één rij de ene kant op en op één rij de andere weer terug”. Hij zei niet “sleffen”, hij zei “slenterend”.

Ik was al blij dat de manier waarop hij “toeristen” zei blijkbaar niet op ons leek te slaan.


Meer foto’s
en
Filmke van Luc

Bohinj is …

… too beautiful for murder.

Agatha Christie1 had het daarbij over de Sloveense Alpenvallei, inclusief Bohinj dus.

En omwille van de regen van de vorige dag, stelden we ons bezoek aan de Pokljuka kloof maar weer eens uit, want regengladheid in een kloof … is dat droog na een nacht tussen rotsen?

Het werd Bohinjsko Jezero, volgens de sites beschreven als mooier als het meer van Bled, met een wandelpad dat volledig rond dat meer liep en dat 12km lang was én plat – Luc was er blij om. Niet te versmaden dus.

Dat viel tegen. Niet onze uitstap, niet dat meer. Maar wel dat je de auto moest parkeren en betalen voor de tijd dat je dacht weg te zijn. Wij? Treuzelaars en bewonderaars voor wie een wandeling van 12km een dagvulling zou kunnen zijn. We waagden het niet. We betaalden voor vijf uur parking en volgden de boorden van het meer, soms op de oever, soms op het wandelpad als de oever te steil was, want dat wandelpad -wie haalt het in zijn hoofd- lag aan de andere zijde van de rijbaan.

Het was een schitterende wandeling, dat wel. Bohinj ís te mooi voor een moord.

Maar is het meer mooier dan dat van Bled? Ik vind van niet. Het is groter en het is een prachtig meer, maar mooier …

Simpel gezegd, we wandelden al kijkend en al treuzelend en bewonderend zo een drie kilometer heen, aten een boterham en wandelden over het wandelpad terug. In totaal hebben we zo een 4 uur en 40 minuten over die zes kilometer en die boterham gedaan.

Qua inschatting kan dat tellen.


Meer foto’s
en
Filmke van Luc

1 RTV SLO

Page 1 of 4

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén