Wizzewasjes

Te lezen en te zien

Categorie: Vakantie (Page 2 of 4)

Den toerist uitgehangen

Na ons ochtendbezoek aan de Soteska Vintgar zei ik in een zotte opwelling: “Laat ons deze namiddag maar eens een Pletna1 nemen”.

En als er nu iets is dat we echt bekeken als voor rasechte toeristen, dan waren het toch die Pletna’s wel zeker. Maar, zoals gezegd, de kloof was enorm meegevallen en de dag was nog maar half en tegen 4 uur zat er een bui aan te komen. En dan is het voordeel van die Pletna wel dat hij een huif heeft.

Een pletna biedt plaats aan 20 personen en wordt gevaren door één roeier. Bodybuilders waren dat, je zou er echt geen ruzie mee willen.

Die overtocht werd duurder dan de kloof. En dat was nog niet alles.

Eens op het eiland had je 40 minuten alvorens je vaarmiddel terug vertrok. En dat was nog niet alles.

Als je op dat eiland de binnenkant van het kerkje wou zien, mocht je nog eens betalen.

In dat kerkje was echter niet veel meer te zien dan de foto’s die je op internet vindt én het klokkezeel voor de wishing bell. Daarom hing die klok daar met hele uren te rammelen.

Ik heb aan dat klokkezeel getrokken en gesnokt en gebeuld -was dat zwaar zeg- en van errezze ben ik vergeten om iets te wensen.

Gelukkig waren er maar een tiental getuigen van mijn klokkeluiderscapaciteiten. Ergerlijk is wel dat zij nu wél wisten dat je daar serieus moest gaan aanhangen.

Vanuit de toren ernaast, inbegrepen in de kerkprijs, zou je de klok in de kerktoren moeten zien. Dat werd dus zoeken waar de klepel hing.

De meeste eilandbezoekers echter gingen daar in de naastgelegen horeca wat bestellen en wat zitten gapen.

Dat vond ik nu toch té zot voor woorden. Ze betalen een dure Pletna en gaan in de horeca zitten. Wij waren toch nog maar halve toeristen, als je het zo beziet.

Kort gezegd, dat tripje was zijn geld niet waard. Of eigenlijk wel, omdat we daardoor nu wisten dat het zijn geld niet waard was. Anders zou het -weeral- een open vraag gebleven zijn.

Maar ge moogt gerust zijn, het is nog niet zo heel erg gesteld … het treintje hebben we niet genomen.


Meer foto’s
en
Filmke van Luc

1 Pletna

Vintgar vs Pokljuka

Soteska Vintgar of The Vintgar Gorge is een gerenommeerde kloof waar je inkom moet voor betalen. En niet echt weinig. Parkeren kost er 5€, een volwassene betaalt 10€ om er in te geraken.

Wat was dat nu met die Pokljuka die ik al twee keer vermelde? Voor we vertrokken was het al rap uitgemaakt. Ik vond recensies en beschrijvingen van een Pokljuka kloof die zeker even mooi is als de Vintgar maar dan wel gratis.

Maar dan kregen we die ene dag die regen en bleek die Pokljuka glad te worden. Op de toeristische dienst noemden ze het zelfs “mogelijk gevaarlijk”, maar dat kan van de kleur van mijn haar hebben afgehangen.

Ergens -eigenlijk zou je zoiets direct moeten opslaan- vond ik ook een aanwijzing voor bij regenweer voor de Vintgar gorge. En daar had ik echt wel wat aan. Er stond: “als het regent: draag een regenjas”.

We besloten dat we de toeristische toer op gingen, we zouden 25€ betalen met de overweging dat die mensen er blijkbaar erg veel tijd en moeite hadden ingestoken om het toegankelijk te maken.

We waren er om 9u ‘s morgens. Geen lange wachtrijen zoals die waarvoor de site had gewaarschuwd en waren alras sprakeloos en dat kwam echt niet omdat je toch niks gezegd krijgt boven al dat watergeweld uit.

We realiseerden ons wel al snel dat die hele kloof zijn geld waard was, geloof dat maar, want zonder al die aangelegde houten looppaden zou je er nooit in kunnen, zou je nooit zien wat er te zien was.

En toen we op het einde waren gekomen en ommekeer moesten maken snapten we wel wat er daar loos kon zijn. Er was net een groep langs de tweede ingang binnengekomen, die we echt voorbij gestormd zijn om het terug wat rustiger te hebben. Ook hier kwam “volgende keer” ter sprake, namelijk toen we beslisten dat we volgende keer nog vroeger zouden gaan.

Of zoals de barman in de cafetaria waar we achteraf genoeglijk een koffie gingen drinken het verwoordde: “in de zomer sleffen de toeristen op één rij de ene kant op en op één rij de andere weer terug”. Hij zei niet “sleffen”, hij zei “slenterend”.

Ik was al blij dat de manier waarop hij “toeristen” zei blijkbaar niet op ons leek te slaan.


Meer foto’s
en
Filmke van Luc

Bohinj is …

… too beautiful for murder.

Agatha Christie1 had het daarbij over de Sloveense Alpenvallei, inclusief Bohinj dus.

En omwille van de regen van de vorige dag, stelden we ons bezoek aan de Pokljuka kloof maar weer eens uit, want regengladheid in een kloof … is dat droog na een nacht tussen rotsen?

Het werd Bohinjsko Jezero, volgens de sites beschreven als mooier als het meer van Bled, met een wandelpad dat volledig rond dat meer liep en dat 12km lang was én plat – Luc was er blij om. Niet te versmaden dus.

Dat viel tegen. Niet onze uitstap, niet dat meer. Maar wel dat je de auto moest parkeren en betalen voor de tijd dat je dacht weg te zijn. Wij? Treuzelaars en bewonderaars voor wie een wandeling van 12km een dagvulling zou kunnen zijn. We waagden het niet. We betaalden voor vijf uur parking en volgden de boorden van het meer, soms op de oever, soms op het wandelpad als de oever te steil was, want dat wandelpad -wie haalt het in zijn hoofd- lag aan de andere zijde van de rijbaan.

Het was een schitterende wandeling, dat wel. Bohinj ís te mooi voor een moord.

Maar is het meer mooier dan dat van Bled? Ik vind van niet. Het is groter en het is een prachtig meer, maar mooier …

Simpel gezegd, we wandelden al kijkend en al treuzelend en bewonderend zo een drie kilometer heen, aten een boterham en wandelden over het wandelpad terug. In totaal hebben we zo een 4 uur en 40 minuten over die zes kilometer en die boterham gedaan.

Qua inschatting kan dat tellen.


Meer foto’s
en
Filmke van Luc

1 RTV SLO

De wandelpaden en de Spar

De dag dat de weerapps regen aankondigden besloten we even de planning om te gooien. In plaats van de Pokljuka kloof die glad is als hij nat is zouden we gewoon de omgeving wat gaan verkennen.

We hadden wel al eerder gemerkt dat wandelpaden in onze Lage Landen wel echt wandelpaden zijn terwijl ze het bij onze Oosterburen en verderaf ook nog eerder beperken met wegwijzers: “Het is langs daar”. Mij niet gelaten, ik vind dat avontuurlijk, mijn metgezel iets minder.

En waar kwam de regen? Net toen we ons weer op zo een geitenpaadje bevonden.

Jammer dat ik, omwille van de privacywetgeving, de foto’s waarop mensen herkenbaar zijn niet op Flickr kan zetten, ik heb er anders een paar mooie van die rodelbaan.

We konden daarna nog rustig naar het supermarktje lopen om proviand.

Dat is nog zoiets. Na de Lidl en de McDonalds aan de autosnelweg was het gedaan. Rond het meer van Bled bevinden zich op zijn minst drie Mercators1. Eerlijk gezegd verkozen wij de lokale Spar boven die Mercator. We vonden er onze draai zo niet.

Toen Luc er aan een verkoopster vroeg wat nu het nationale gerecht van Slovenië is -hij wil dat altijd uitproberen- begon ze te lachen en kreeg hij als antwoord dat zij dat ook niet wist. Zij was namelijk Servische. Hij heeft het niet meer gevraagd.

En in alle supermarkten en -marktjes verkopen ze Cockta2, naar men ons vertelde de tegenhanger van cola uit de tijd van het Oostblok. We hebben één keer zo een klein flesje gekocht en geproefd

Bij het openen rook het wat naar pastis en het smaakte wat naar rozelle (dat werd vroeger, toen ik kind was, door mijn moeder zo genoemd. Het woord is een verbastering van groseille maar rozelle is aalbessensiroop aangelengd met water).

Ik zou het wel drinken maar enkel als er niks anders voorradig is. Het is veel te zoet.


Meer foto’s

1 Mercator
1 Cockta

Alleen en verlaten …

Als je de eerste dag maar de helft van je planning afwerkt, moet je die de tweede dag hernemen.

Mala Osojnica en Ojstrica zijn twee uitkijkpunten en daar wilde ik toch naartoe. De dag ervoor hadden we de paadjes wel gemerkt maar een natuurlijk probleem zorgde ervoor dat we eerst op zoek moesten naar een rustpunt in plaats van een uitkijkpunt.

Luc had al aangegeven dat hij niet naar het kasteel wou. We hadden het geitenpaadje gezien en hij wou daar niet op.

Maar van horen zeggen wisten we dat er ook trappen waren. Die kwamen we tegen toen we de wandeling in omgekeerde richting deden. De zin om het kasteel te zien was groter dan de tegenzin om te klimmen en trappen … dat is nu toch niet zo erg als een geitenpaadje.

De wegwijzers naar Ojstrica en Mala Osojnica gaven aan dat het eerste zo een 20 minuten zou duren, het tweede zo een 30 minuten, maar je kon ook van de ene naar de andere, wat ook 30 minuten in beslag zou nemen. Voor de totale wandeling rekende men daar een uur.

Luc en klimmen, je wil het niet meemaken, ik ben er aan gewend maar echt, je wil het niet meemaken. Je loopt de hele weg met een morrende man achter je aan.

Tot op zeker ogenblik … “Ik ga niet verder” zei hij. Hij zou wel wachten. Blijkbaar speelde er een oudere breuk in zijn voet hem parten. Ik aarzelde want zoals ik al vertelde ben ik nooit op mijn eentje alleen verder gegaan, maar deze keer dacht ik: “Geen twee keer zoals op de Goatfell” en ik bezwoer Luc daar op die eigenste plaats te blijven tot ik terug kwam. Wist ik veel hoe ver het nog was.

Eigenlijk denk ik dat het niet veel meer kon zijn dan 100m, maar dan 100m van een kaliber waarbij Luc zijn zwaarste geschut wat morren betreft zou boven gehaald hebben.

Naar Mala Osojnica ben ik niet gegaan. En dan lees je achteraf dat dat punt de voorkeur van fotografen geniet.


Meer foto’s
en
Filmke van Luc

Van wenslijst te schrappen

In de loop der jaren heb ik zo wel meerdere bestemmingen gehad die ik zou willen zien. Zo was er Egypte, dat idee voerde ik zo een 17 jaar geleden af. De reden? Een goede.

Ierland? Daar zou ik vooral in mijn jongvolwassen tijd naartoe gewild hebben. Dat stierf een stille dood, ik weet zelfs niet meer wanneer of hoe.

Later had ik dan weer andere ideeën waarvan ik me realiseerde dat ze niet haalbaar waren. Het Rode Plein zou nu wel kunnen, Broer was er de week voor wij vertrokken.

De Taj Mahal, wel ja, daarover las ik eens dat je in groep binnen mocht, de gids volgen en in groep buiten. Niks voor mij dus als ik moet kijken waar men zegt dat ik moet kijken en als we in een rijtje, twee aan twee en handje geven …

De Sixtijnse kapel stond niet op mijn lijst maar ergens heb ik altijd wel het gedacht gehad dat ik ze zou zien. Die werd afgevoerd om dezelfde reden als de Taj Mahal.

De drie Schotse kastelen kwamen later pas op de proppen, ergens samen met Bled. Wat ik in Schotland ook wou zien was Glenfinnan. Daar waren we vorig jaar … alleen was het er pokkedruk, was er geen parkeerplaats en ging mijn toen nog korte haar rechtop staan, steigerde Luc en de auto deed mee. “Rijden en wegwezen” zei ik. De auto sputterde niet tegen, Luc ook niet.

Bled dus. Waarom wou ik nu naar Bled? Wat had die plaats voor bijzonders? Op de foto die ik zag had ik het gevoel gehad of Bled iets lieflijks had, iets feeëriek … maar een foto kan je ook bedriegen.

Die zaterdagmorgen stapten we richting meer, naast de drukke invalsweg die afboog naast het meer. En toen … ja, ik word stil als ik iets mooi zie, als ik zie waar ik voor gekomen ben, sprakeloos kan ik dan zijn, in die mate dat Luc vroeg: “Wat is er?”

Het meer van Bled is één van de weinige plaatsen waarvan ik vind dat de mens iets waardevols heeft toegevoegd aan de natuur, niet omwille van de aard van het kerkje, maar omdat het geheel zo sfeervol is.

Ik twijfelde niet meer of het goed was geweest om er naartoe te gaan, ik wist dat het wel een goed idee was geweest. Hadden we dat niet gedaan zou het altijd een vraag gebleven zijn. Al bij al waren we blij dat we er waren. We waren het wel eens dat, nu we Bled hadden gezien, het daar een eenmalige vakantie zou zijn.

Ik weet niet meer hoeveel dagen later we de eerste keer: “Als we de volgende keer terug komen” hebben gezegd. Twee?


Meer foto’s

Een eindje rijden

En toen waren we weg, op naar onze eerste tussenstop. De tijd dat ik 1.100km in één dag reed ligt ver achter mij. Toen reed ik van Spanje naar huis.

De tussenstop werd bekeken en gewogen. Er moest natuurlijk iets te bezichtigen zijn in de buurt, zoals we dat in Schotland deden.

Waar hielden we geen rekening mee? We reden door Duitsland. Dat is heel wat anders dan Spanje, Frankrijk en Schotland.

Uiteindelijk hebben we dat bezichtigen maar geschrapt en genoten van de huiselijkheid van ons verblijf voor één nacht.

De tweede etappe verliep op dezelfde manier, alleen reden we door Oostenrijk en kwamen iets vroeger in Bled aan. Het eerste wat we zagen? Een McDonalds en een Lidl, pal naast de afrit.

We schuifelden stapvoets Bled binnen en ik begon me af te vragen of het allemaal wel zo een goed idee was geweest. Als het daar al zo druk was …

En plots moesten we van de invalsweg af, linksaf en onmiddellijk rechtsaf. “Hierin” zei ik. “Kan niet” zei Luc “dat is een fietspad”. “Hierin” zei ik en wees op de gps.

Te gek voor woorden. Inderdaad, de breedte van een ruim uitgemeten fietspad met aan één zijde een stuk grasland voor allemaal apartmaji en aan de andere kant zaten we tussen de pruimenbomen. In het allerlaatste huis in de straat was ons verblijf. Een mooi ruim appartement met zicht op de Julische Alpen en daartussen niets dan gras en kalmte.

Volgens onze gastheer was de invalsweg altijd erg druk. Het meer zelf was op een kilometer loopafstand. Dat zijn we die avond bewust niet meer gaan bekijken.


Meer foto’s

Mistoestanden

Het begin van onze septembervakantie verliep niet vlot, ze was getekend door mistoestanden.

Zoneke zou eerst tien dagen op vakantie zijn, wij daarna, met een dag tussen beide in. Dit werd gedwarsboomd door een vliegtuig dat een dag later en een trein die een dag vroeger kwamen met een overlapping als gevolg. Dat wij die negentiende ‘s ochtends vertrokken en Zoneke die negentiende pas ‘s avonds zou landen maakte dat Nitro de hele dag alleen zou zitten.

Op zich kan dat geen kwaad. Dat doet hij ook als Querida en Zoneke uit werken zijn, maar stel … stel dat dat vliegtuig toch nog vertraging zou oplopen. Onrust allerwege.

En neen, het was niet daarvan dat ik die nacht wakker was geschrokken. Het was gewoon geen droomscenario.

Bled

Onze vakantie in Bled in Slovenië was indertijd wel al geboekt, maar ik wou toen echt niet vermelden dat ik die Sloveense tas nog zou kunnen gebruiken op vakantie.

Het is al gek genoeg dat we onze eigen zjatten meenemen naar Sunparks en CenterParcs, daarom moet dat nog niet op vakantie.

En ja, al die jaren dat we naar Schotland gingen, bedacht ik dat ik toch eens graag naar Bled zou gaan, maar uiteindelijk raakten we op Schotland niet uitgekeken. En toen gingen we beslissen dat we het anders zouden doen. We zouden in mei het kanaal oversteken en in september een andere bestemming kiezen.

Dat het ondertussen met Schotland anders liep lag niet in de lijn der verwachting, maar Bled kwam er wel.

Of Bled ons zou bevallen? Dat moesten we nog afwachten. Maar daarover komt er wel meer … de volgende dagen.

De kiekens

Ondanks alle slechte Wettervorhersagen hadden we de hele vakantie alle sjaans van de wereld. Enkel de dag dat we vertrokken en we nog eens een wandeling rond het maar van Maria Laach wilden maken viel letterlijk in het water.

Nu ja, we stopten er toch, bekeken het eens en gingen tot aan het maar en bekeken het eens. Onderweg dacht ik, bij het zien van een rijdend kiekenkot:

Als je dàt denkt, ben je dan al geen kieken?

(Lees verder onder de foto)


Meer foto’s

En dan wil ik er iets over schrijven en blijkt het toch uit een liedje te komen van de “Comedian Harmonists“.

Of het nu de die paterkes zelf zijn of niet, iemand in die abdij is toch beter op de hoogte van de vrolijke deuntjes dan ik.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén