Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Categorie: Ursel

De vraagstaart

De dag dat ik schreef over het weglaseren van de I op mijn voorhoofd, was de dag dat Odette haar sleep nog over het land schuurde.

We hadden die morgen het boek afgehaald, hadden bij een lokale bakker nog brood en een troostprijsje gehaald en hadden er ons bij neergelegd dat het een namiddag binnenblijven zou worden.

Ik kon toen nog niet weten …

Op zondag namen we pak en zak en laadden de auto. We wilden nog ergens een wandeling gaan doen, ergens waar ik nog een herinnering aan had.

De ochtendregen stopte zoals beloofd toen we parkeerden. Het wandelpad liep aan de achterzijde voorbij en we maakten een kleine afwijking, ik wou de voorzijde op foto … omwille van de foto van lang geleden. Er stonden dranghekken in de weg maar dat moest dan maar.

Net toen we terug op het wandelparcours kwamen stopte de auto en ineens begrijpend dacht ik: “Zij zal toch niet …”

Jawel, jawel, jawel!

Ze stapte uit en vroeg: “Welk kasteel is dit?”

“Het kasteel van Poeke1” antwoordde ik naar waarheid.

“Woont er nog iemand?” vroeg ze.

“Zestig jaar geleden wel nog” antwoordde ik … ook naar waarheid.

Ik moet echt wel een scenario gaan opstellen zodat ik kan repeteren wat ik moet antwoorden. Want voor een praatje was er geen tijd.



Meer -en mooiere- foto’s

1 Kasteel van Poeke

Odette aan zet

Nazomergenietend … goed geweten
Op terras gezeten
Buiten kunnen eten

Toen zei de gazet
Opgelet!
Daar komt Odette
Hop en binnen met die fret
Bubbels gelampet
TV-opgezet
Lezen op het internet
Met sokken aan in bed
De herfst was ingezet

[© ms – 26 september 2020]

Meer foto’s

Het vliegveld oversteken

Zei de gastheer aan de telefoon: “Er zijn mooie wandelingen aan de overzijde van het vliegveld”.

Volgens hem mochten we, in de week dan toch, gewoon dat vliegveld te voet oversteken als we geen kilometers wilden om rijden.

We deden het, die eerste avond. Gerust waren we er niet in. Zeker niet toen we twee overvliegende tuigen hoorden.

Ik liep dan ook van links naar rechts naar links naar rechts naar links … kijkende over die banen. En het was niet één strook, het waren er twee. Ik ben geen schrikkepee – broekschijter noemt Luc dat. Mits in acht name van de nodige voorzichtigheid en veiligheidsnormen durf ik relatief veel.

De volgende dag wijst Luc op zijn laptop en zegt: “Kijk eens wat ik op internet vond”. De gemeente Aalter vraagt om niet over het vliegveld te wandelen1, er kan altijd een vliegtuig een noodlanding moeten maken.

Okee, er op wandelen is niet oversteken, maar de dagen nadien wandelden wij er één keer gewoon rond en verder reden we wel de kilometers om.

Het zou te zot voor woorden zijn als ik zou moeten vertellen: “ik ben overreden door een vliegtuig” …

… als ik het tenminste nog zou kúnnen vertellen.

1 VRT NWS – url: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/12/11/aalter-waarschuwt-niet-op-het-vliegveld-van-ursel-wandelen-er/

Haal die “I” van mijn voorhoofd

Er was een tijd, lang geleden, toen het me nog niet opgevallen was en het me niet stoorde.

Maar na verloop begon het op te vallen, heel erg op te vallen zelfs. Wij kunnen geen poot buiten zetten of er moet ene of andere een inlichting hebben en voor één of andere reden denken ze dat wij het antwoord kennen.

Soms loopt het goed af, is iedereen content, zoals lang geleden, de mensen op de trein.

Soms worden ze boos omdat we het niet weten, niet kennen en niet kunnen antwoorden.

Zo was er die keer in Whitley Bay, waar twee trezen -zoals ik ze toen beschreef- aan ons, toevallige passanten, kwamen vragen welke metro zij moesten nemen.

Zo was er de keer in Bokrijk op de parking.

En ik ben echt niet verder gaan zoeken om nog meer voorbeelden te vinden. Het plaatje is duidelijk, denk ik.

Het valt zo frequent voor dat ik haast rechtsomkeer maak als ik iemand mijn richting uit zie komen.

Zo gebeurde het dat wij aankwamen bij het huisje dat we hadden gehuurd en even stonden te wachten omdat we wat te vroeg waren. Luc ging al een rondje maken rond het huisje en ik bleef van permanentie buiten de poort. Met mijn fototoestel in de hand trachtte ik enkele foto’s in de omgeving te nemen.

De camionette draaide het hoekje om en stopte … tussen mij en die poort. Hij stapte niet uit om me te begroeten noch haalde hij een sleutel boven en ineens begrijpend dacht ik: “Hij zal toch niet …”

Jawel, jawel, jawel!

Hij draaide de ruit naar beneden en vroeg of ik geen hele dikke man had gezien in een zwarte jeep. Ik zei van “neen” en zei dat ik zelf op iemand stond te wachten, waarop hij inpikte met: “op een dikke man in een zwarte jeep”. Ik zei opnieuw “neen” en hij ging verder: “maar allee madam, een echt dikke man” en hij toonde met zijn handen een omvang tot zelfs rond zijn stuur. Ik besloot maar wat dwars te gaan doen en telkens te negeren wat hij vroeg of zei. Maar wat een aanhouder en wat een ondervragingstechniek.

Ontsnappen zat er niet in. Ik kon daar niet weg. En hij wou daar niet weg.

Maakt nu iemand zich dezelfde bedenking als ik deed? Als ik een zwarte jeep zou gezien hebben, zou ik dan kunnen zien of er een dikke man aan het stuur zat? Of: als ik een zwarte jeep zou gezien hebben, voor welke reden zou ik dan “neen” zeggen?

De temperatuur begon enorm snel te stijgen, ik kreeg het echt te warm van errezze en dat zou zich vertaald hebben in een kortaf geblaft: “hoepel op” of iets in die trant, als Luc niet op dat moment de poort uit gekomen was en zei: “Je hebt je mondmasker niet voor”.

De vent schakelde en reed verder. Hij bleef kriskras door de dreven rijden maar vertraagde telkens als hij in de buurt kwam waar ik nog steeds op wacht stond. Maar deze keer stond ik wél aan de kant van de poort.

Dit hele gedoe heeft maximaal tien minuten geduurd, maar achteraf gezien was het eigenlijk wel verdacht, vervelend, ambetant en storend.

Nog iemand een woord voor?

Vers van de pers

Ergens halfweg tussen toen en nu kwam de mail. Er werd een boek uitgebracht over de “Omloop van de Slagvelden”.

En omdat we toen interesse hadden getoond wilden ze weten of we wilden intekenen. Dat wilden we. Dat deden we. We konden kiezen voor afhaling bij de persvoorstelling op 29 augustus 2020 of we konden het laten opsturen.

We kozen voor de persvoorstelling. Tegen 29 augustus zou corona toch al geweken -of tenminste toch geluwd- zijn. Zo dachten we.

In de aanloop naar 29 augustus kwam de volgende mail. De persvoorstelling werd uitgesteld tot 26 september. Mochten we het alsnog willen laten opsturen …

Dat wilden we niet. Zeker dat we op die fameuze 26ste september in de buurt op vakantie zouden zijn. Waar in de buurt? Zou ik dàt zeggen? Het verleden leerde me dat het geen goed idee is om dat kond te doen en al zeker niet het verblijf te bestoefen.

Uiteindelijk ging ook déze persvoorstelling niet door maar konden we het boek de 26ste gewoon afhalen.

Of we het verblijf zouden kúnnen bestoefen? Heh … dit is een voorgeprogrammeerd log. Als ik dit schrijf, weet zelfs ik dat nog niet.

Het enige wat nog aanpassing vergde was de foto van het boek. Die heb ik er gisteren nog bij geplakt.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén