Wizzewasjes

Dubbel gebubbeld

Categorie: Kattenhistories (Page 2 of 21)

Pasen 2000

Het was op een dag heel lang geleden dat mske aan mensen vroeg: “wanneer is hij juist geboren”, maar die wisten dat niet. Ze zegden: “ergens rond pasen”.

En sedert die dag heeft mske pasen zo wat beschouwd als de dag waarop ik er een jaartje bij kreeg. Okee, okee, ze weet wel dat Pasen niet altijd op dezelfde datum valt, maar ik vind het wel plezant om op pasen paaskat te mogen zijn.

Nu heb ik toch een verjaardagskaart gekregen zeker! De eerste ooit! Formidabel. Alleen … ik speel nooit met mijn eten hoor, daarom dat Slow me de pasja noemt.

Maar ik ben er wel heel blij mee en met de aaikes ook.

Ik vind het alleen niet serieus dat mske dat bij de andere kaartjes op de schouw heeft gezet en dat ik dat niet mee mocht nemen op mijne palier.

De vraag der vragen

Waarom ik eigenlijk niet buiten mag?

Hierom!

De honden zijn er mee vergiftigd, mogelijk Machoechel ook.

Het is zo een verduveld vuil goedje, dat je compleet verlamt, dat je niets kan doen dan gewoon liggen doodgaan en pijn hebben.

Snap je dat mske dat niet meer wil mee maken?

De prospectie

Een poos geleden bekeek mske me eens nauwgezet en ze schudde haar hoofd. Ik vroeg me al af wat ze nu weer in haar koppeke had.

Ze las verder en mompelde wat tussen haar tanden. Ik verstond zo iets als zat er wel veel waarheid in.

Ze bekeek me nog eens en toen kreeg ik het ook. Ik heb haar ook zitten bestuderen tot ze zei: “jij bent een halve wilde kat hé”. Ik knikte. Ze zei: “dat hebben ze me toch zo verteld“. En ze ging verder met te zeggen dat ik me ook zo gedroeg en dat ik haast niets woog maar toch groter was dan andere katten. Ik beaamde maar zag nog niet waar ze naar toe wilde.

En ze wees naar het scherm waar stond: “Europese wilde kat na 150 jaar opnieuw gespot in Vlaanderen”.

En ja? Wat dan? Mijne pa zal hier eerst eens op verkenning gekomen zijn zeker!

Azijn in de Tour de France?

Straf zé. Soms gaan ze hier voor een week weg. Dat kan al eens voor twee zijn. Zeg ik wat? Neen. Mopper ik dan? Neen.

Zij dus wél.

Slow was de eerste die het zag. Hij zei dat de deur van de vijfde kamer open stond. De vijfde kamer is eigenlijk de rommelkamer, al is ze niet echt rommelig, daar staan wel enkele rekken in met boeken die mske ooit nog eens op een rommelmarkt wil verkopen en de valiezen en koffers en reistassen staan daar ook. En aangezien ik die deur open krijg heeft Slow daar een paar jaar terug eens zo een haakske en een oogske op gezet.

Waarom ik daar niet op mag? Die stuntels van klu(n)sjesmannen hebben daar een gat gemaakt waar de leidingen door liggen. mske denkt dat ik zo onder de planken vloer geraak en dat wil ze niet. HA! Een ding is zeker, ze kan dat nooit controleren natuurlijk.

En nu stond die deur open en ik was foetsie! Ik heb haar wel met haar voet op de grond horen stampen toen Slow dat zei en ik heb haar wel tegen Slow horen fezelen. Ik dacht wel dat ze hun strategie aan het bepalen waren. Meestal beginnen ze dan te zoeken en me te roepen.

Nu niks! Ze liepen gewoon over de palier en riepen niet. Ze zochten niet. Straf! Nog straffer was dat ik ze met mijn drinkbak hoorde rammelen en ik rook azijn. Wat was er gaande? En hé? Hoorde ik nu het geluid van de ton met mijn eten niet?

Terwijl ze naar “Vive le vélo” gingen kijken, ben ik poolshoogte komen nemen. Asjemenou! Alles was weg! Maar zo niet hoor! Als die twee denken dat ze zo snel van mij van af geraken …

Toen dat programma gedaan was liep ik als eerste het buro in en … slag boem … deur dicht achter mijn gat! Slow liep naar boven om rap dat haakske op de deur te doen. En mske zegt dat ze iets aan die klink moeten doen, dat ik die niet meer open krijg. Ze weten dus als ik daar wat tegen boenk dat dat haakske daar wel kan uitjoepen. Verdorie toch.

Ik vraag me nu toch af waarom ze met azijn in mijn drinkbak gezeten hebben, die rook nu juistekes zo lekker naar mijnen drinkbak en nu is die weer geelgeel, zo geel als de gele trui van den tour.

Ik heb zo lichtekes het gevoel dat ik bedot ben. Denkte nie?

Een klein beetje kleinzerig

Slow stapte het buro binnen met zijn hand aan zijn hoofd. mske keek uit haar ooghoeken maar zei niets.

Dus zei Slow het zelf maar. Hij zei: “er heeft er daarnet ene naar mijn hoofd geklauwd”.

mske trachtte niet te lachen toen ze vroeg: “wie?” Net alsof er hier zo veel rondlopen die klauwstreken vertonen.

Verontwaardigd legde Slow uit dat ik door de balustrade van de overloop door …

mske lachte nog niet. Ze zei: “Dan moet je terug klauwen. Hij doet dat om te spelen”.

Slow mompelde en grompelde en toen begon mske echt te lachen. Slow was nog verontwaardigder toen hij zijn hoofd los liet en zei: “dat is wel verschietachtig hé”.

mske is dan maar met mij een robberke komen doen op de trap. Dan bonkt ze luid de trap op en klauwt en ik klauw terug en dan ga ik efkes zijwaarts lopen en rolderdebolder de trap af. “Gekke Sloef” zegt ze dan en bedenkt dat ik niet met mijn poot aan mijn kop loop te zeggen dat ik geschrokken ben.

Een kat met maar 6 levens meer

Slow en mske zwaaiden Zoneke en Bollie en de kindjes uit. Zoneke zette zich in achteruit en liet de auto, die van de berg hiernaast kwam gereden, eerst door. Die naderde de zaal en Slow hield hoorbaar de adem in toen de zwarte kat van de parking van de zaal schoot … onder de aanstormende auto.

De auto overreed de kat. mske is er zeker van dat ze het wiel over het kattenlijveke zag rijden. Eens de auto weg, stond de kat op en stoof verder. Een vijftal meter verder haperde ze even, maar liep dan toch weer met dezelfde snelheid door.

mske wuifde nog naar de kindjes en ze trachtte de gruwel die ze had gezien niet te tonen. Ze zei dat ze er echt wel zeker van was, van dat wiel. “Ik ook” zei Slow “maar dat kan haast niet”.

Er dicht tegen

mske vertelde dat Amke ook naar de spinnen had gekeken die bij Aquatopia te zien waren. “Ons Amke is bang van spinnen” zei Bollie.

Amke? Bang van spinnen? Amke stond met haar neus tegen de ruit naar de vogelspin te kijken en de vogelspin keek terug. Nu zat die vogelspin nog in een kleiner terrarium in dat terrarium maar toch, mske denkt niet dat er 5cm was tussen Amke’s neus en die van de spin.

Wat er mij doet aan denken dat we hier ook nog een spinnenvoorvalleke hadden, ergens de vorige week of zo.

mske zat hier aan de pc en Slow deed de deur van de keuken open en wees naar iets op de deur. Daar zat een spin met een potendoormeter van zo een 5cm.

Slow riep: “Sloefie, Sloefie” maar ik was hier niet. Tja, ik ben een goeie spinnenmepper. mske zegt dat, na al die kadavers die ze hier al gevonden heeft.

Slow hief zijn voet op, mske dacht dat hij die dood ging meppen. Er naast. Hij hief zijn voet opnieuw op. Terug er naast. De spin liet zich vallen en was verdwenen.

mske riep uit: “Potverdekke!” Ze was een beetje boos. Beetje maar. Ze zei: “als je er bang van bent, zeg dan iets, dan doe ik het wel”. Want mske is niet bang van spinnen maar ze wil ze liever niet in huis. Spinnen bijten soms.

Slow keek wat schuldbewust naar mske en zei: “ja zeg, ik heb ze enkel een beetje gemist”.

Zo een grote voet? En twee keer er naast? mske had daar ferm haar bedenkingen bij.

De tijden veranderen wel

Ik moet mijn mening herzien. Kleine mensjes zijn niet zo gevaarlijk als ik dacht. Eerst had ik er niet aan gedacht en ging argeloos op de rugleuning van de zetel mee naar de koers liggen kijken. mske krabbelde zowat achter mijn oren, zoals ze altijd doet en voor ik er erg in had was Amke ook bezig.

Daarna kwam ik Amke en Ella per toeval op de trap tegen, mijn waakzaamheid was een beetje verslapt blijkbaar.

En toen mske zei dat ze niet mochten aandringen als ik wegwou, ben ik maar snel achter hen de woonplaats in gelopen zodat ze niet zouden denken dat ik wegwou. Gelukkig zitten ze nu niet constant aan mijn oren te frunniken ook niet.

mske denkt dat het komt omdat Amke en Ella nu niet meer zo heel klein zijn. Ik zal haar maar in haar gedacht laten.

Kennisgeving

  1. Ik had het eerder moeten zeggen. Daarnet zag ik een scheutje tussen de verdroogde restanten van  het meiklokje van vorig jaar. Wat ik ook zag was een kleine zwarte slak in de buurt. Ik zal op mijn tellen en de slakken moeten passen.
     
  2. Sloef is terecht. Gisterenavond dacht ik hem boven mijn hoofd te horen, maar dat is onze slaapkamer en daar was hij niet. Vanmorgen in bed dacht ik hem op de palier te horen maar daar was hij niet. Ik zette dus de deur van de kleedkamer open en toen stak Slow nog eens zijn hoofd binnen de vijfde kamer en zei: “ik zie hem”. Hij zat achter de plank. Die plank is erg groot. Het was de plank van een tweepersoonsbed geweest die bij de werken tegen de muur van de vijfde kamer werd geplaatst. En toen was Sloef terug weg.
     
    Maar even later kwam hij efkes tegen de deur staan bleiten want hij wou zijn pootjes warmen. Slow heeft een bijkomend slotje op die deur gezet.

Van de aap met de hoed

Gisterenmorgen zat ik hier, tijdens een kortstondige afwezigheid van mske, in de internetgazet te lezen. Ineens ging mijn haar rechtop staan en ik schrok me een hoedje. Natuurlijk schrok ik me geen hoedje, wat kan een kat met een hoed doen, maar dat is zo een manier van zeggen van de mensen.  Ik schrok me een aap is al even onnozel, voor een kat, maar tot daar toe. Ik schrok. Of moet ik nu gewoon schrijven dat ik me rot schrok. Dat deed ik nu ook niet écht, maar “rot” klinkt niet erg appetijtelijk, gezien het volgende.

Want ik schrok nog erger toen ik efkes later mske hetzelfde artikel zag lezen. Ik voelde me er echt niet goed bij.  Ik vond dat Slow ineens zowat loens naar mij keek en dat mske likkebaardde toen ze me zag … of kwam dat nu omdat Slow haar vertelde wat hij als middagmenu had voorzien?

Kunnen jullie, lezers van dit blog, me nu, na het lezen van dit artikel eens vertellen of ik me zorgen moet maken en mijn biezen moet pakken.  Of zie ik spoken?

Page 2 of 21

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén