Wizzewasjes

Niet te zot uit ons kot

Sportjournalisten

Iedereen die dit blog al langer volgt, weet dat ik nogal atletiekgezind ben en dat ik me voor de televisie kan ploffen voor een koers.

Als we onderweg zijn met de auto staat de radio aan. Dat was zo bij de Ronde van Vlaanderen en bij Parijs-Roubaix.

Het is vele jaren geleden dat ik tot het besef kwam dat ik wel van wielrennen hield en dat dankzij de verslaggeving van de Tour de France op de Belgische radio.

Nu? Man man man. Ik vraag me af of er van sportjournalisten echt verlangd word dat ze hun adempauzes tijden het praten verkeerd leggen. Zoals in: “Al die mannen willen hier … meerijden”. Net of ze zich verslikken in hun woorden.

Het is nog moeilijk om volgen ook. En dat om beschrijvingen te geven van achterwerken, kuiten en haartooi. Dat laatste was een vermelding voor de vrouwelijke fans.

En dan was er ook nog wat anders. Ze willen die renners steeds interviewen als ze net van hun fiets stappen. Een douche voor die mensen kan er eerst niet af, want dan gaat de spontane reactie verloren.

Dan vraag ik me af waarom Lotte Kopecky zich excuseerde omdat ze “shit” zei. Dat betekent dat er ook ergens voorschriften zijn voor interviews? Voor zover het spontane.


Hier werd geen koers … gereden anders zou het gras … plat zijn.

Previous

De eierdopjes

Next

De slijterij

6 Comments

  1. Hier heb je iets dat wel eerder speelde. Leontien van Moorsele wilde zich eerst opknappen voor ze de pers te woord stond en ik moet zeggen: ze had een punt. Sporters die niet konden nadenken van vermoeidheid en foute antwoorden gaven, dat viel niet goed bij de wedstrijdleiders.
    Bij voetballers werd het door sommige trainers verboden om die reden.
    Maar ja, journalisten azen juist op sappige antwoorden.

    • Precies, het is die journalisten enkel te doen om zaken te horen die een mens niet zou zeggen als net na een zware inspanning.

      Dan zou ik ook al eens kort door de bocht kunnen gaan.

  2. Ik vind het ook niet kunnen dat ze na zo’n inspanning direct een microfoon onder hun neus krijgen. Het zou niks voor mij zijn. Maar ik ben dan ook geen topsporter.

    • Ik zou het niet doen. Ze hebben het altijd over respect? Ik zou niemand toelaten tot wanneer ik presentabel ben.

  3. Kakel

    Wedden dat sportjournalisten zelf nog nooit aan sport hebben gedaan? Of ze hebben gewoon geen respect voor de sporter op zich. Dat was bij Nelissen wel anders. Hij kon bloemrijk vertellen en vulde de tijd op tot de wielrenners gesoigneerd en aanspreekbaar waren.
    Tegenwoordig lijkt iedereen vooral “missers” te willen horen omdat dat interessanter is dan goede antwoorden. Totaal respectloos.

  4. Die missers is precies wat zij spontaan noemen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers liken dit: