Wizzewasjes

Dubbel gebubbeld

Herinneringen uitgepluisd

Gisteren begon Slow ineens een gek liedje te zingen. mske dacht aan de mensen die in de gang passeerden want de deur stond open. Hij kende het liedje niet meer, maar iedere keer dat hij opnieuw begon herinnerde hij zich hier of daar een zinneke meer.

Gisteravond heeft hij het opgezocht.

Ik ben Gerrit en ik steel als de raven,
ik ben een boef in de ogen der braven.

Maar wat moet je nou, als je niks hebt,
in deze wereld waar je steeds wordt genept.
Bij ons thuis was vroeger geen brood op de plank,
moeder kon dat niet betalen,
Mijn vader ging dood, Ja, dat kwam door de drank.
Ik liep door de straten te dwalen,
de bakker die keek niet, ik pikte een brood
en heb dat mijn moeder gegeven,
het was wel gestolen, maar ‘t smaakte ons goed,
zo zijn we in leven gebleven.

Ik ben Gerrit en ik steel als de raven,
ik ben een boef in de ogen der braven.

Zo groeide ik op, ja voor galg en voor rad,
het stelen dat kon ik niet laten.
Ik heb in mijn leven al heel wat gejat,
en ik zit nooit zonder dukaten.
Ik ben nu beroemd en berucht in ‘t land,
een brandkast die kun je me geven.
‘t Begon met een broodje, nu zit ik geramd,
en zo blijft het de rest van mijn leven.

Ik ben Gerrit en ik steel als de raven,
ik ben een boef in de ogen der braven.

[Gerrit Dekzeil]

Previous

Wiet van Broeckhoven

Next

Met haar neus in een boek

1 Comment

  1. 13-05-2007, 09:58:36
    vertaling uit den haag
    Ik ben Gegrit en ik steil as de rave,
    ik ben een boef in de auge dâh brave.

    Maah wat mot je nâh, as je niks heb,
    in deize wegled waah je steids wogt genep.
    Bè ons thùis was vroegâh gein braud op de plank,
    moedâh kon dat nie betale,
    Mèn vadâh ging daud, Ja, dat kwam doâh de drank.
    Ik liep doâh de strate te dwale,
    de bakkâh die keik nie, ik pikte een braud
    en hep dat mèn moedâh gegeive,
    twas wel gestaule, maah t smaakte ons goed,
    zau zèn we in leive gebleive.

    Ik ben Gegrit en ik steil as de rave,
    ik ben een boef in de auge dâh brave.

    Zau groeide ik op, ja voâh galg en voâh rad,
    ut steile dat kon ik nie late.
    Ik hep in mèn leive al heil wat gejat,
    en ik zit nauit zondâh dukate.
    Ik ben nu beroem en beruch in t land,
    een brandkas die ken je me geive.
    t Begon met een braudje, nu zit ik geram,
    en zau blèf ut de res van mèn leive.

    Ik ben Gegrit en ik steil as de rave,
    ik ben een boef in de auge dâh brave.

    Han

Wat denkte daarvan?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers liken dit: