Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Kijken naar wat we eten

Met ongeloof bekeek ik de website die me naar mijn streefgewicht had geleid met een kcal teller en de nodige handleiding, want uitgerekend die website blokletterde nu dat kcal tellen geen goed idee is om af te vallen.

Ik snap ook wel dat 100kcal sla niet vergelijkbaar zijn met 100kcal brood of 100cal spek, maar door het zo cru te stellen vrees ik dat welwillenden ontmoedigd worden. Het draait om het evenwicht, want van sla alleen kan je nu ook niet leven, al zou je er hele bergen van verorberen.

Dat het niet enkel gaat over kcal tellen maar ook met beweging en kijken wàt je eet zou eigenlijk meer in de verf mogen gezet worden.

Soit, de website heeft mij geholpen en diegenen die er nu terecht komen moeten het eigenlijk gewoon zelf uitzoeken.

En dan las ik iets waar mijn haar recht van zou gaan staan zijn toen het nog kort was. Er werd me, als kind reeds, gewezen op mijn lever. De boosdoeners? Friet, chocolade en eieren. En toen, als kind al, vroeg ik me af waar ze het haalden. We aten dat thuis allemaal heel sporadisch.

De laatste 40 jaar werd me toch al twee keer gevraagd of ik graag iets dronk, wat ik behoorlijk kwalijk nam. De laatste 20 jaar dronk ik helemaal geen alcohol en de zomerwijn werd weer afgeschaft omdat ik er van bij kom.

Ze doen het gewoon in producten die we zo kopen, de lammelingen. Blijkbaar zijn fructose- en glucosesiropen1 de boosdoeners. Ik zat al gelijk in de frigo. Het valt mee. Behalve de chocolade- en caramelsaus vind ik -voorlopig- geen andere valstrikken.

Nu las ik vorige week dat ook bedrijven wel doen alsof ze met gezondheid bezig zijn2 maar waar dat doen alsof helemaal niet strookt met de waarheid.

Veel ga ik daar niet over zeggen. Ik kijk wel bewust naar de Nutri-Score maar als ik éénmalig eens een stapke buiten de lijntjes wil zetten gaat die me niet tegen houden.

Eigenlijk is alles gezegd met de laatste zin van het artikel. Als ze het duurder maken is het probleem opgelost.

En hoe vaak hebben we dàt al gehoord?

1 Het Laatste Nieuws
2 Het Nieuwsblad

Lefke en onderlefke

Als kind moesten wij een onderlefke -lees: onderlijveke- aan. Altijd … denk ik toch. Mijn herinnering laat me een ietsje in de steek.

Als het kouder werd moest daar een lefke over. Dat was een zelfgebreid geval met korte mouwen in prikkelige grijze wol.

We waren kind. We protesteerden niet. We wenden er aan.

Ergens in het middelbaar wou ik niet meer. We moesten ons in het turnzaaltje omkleden en mijn onderlefke was al wel eens onderwerp van spotternijen.

Ik kaartte het thuis aan. Geen sprake van. Ik sliep met mijn kleine zus op de kamer en die moesten ze behoeden voor één of ander bloot van mijnentwege.

En bovendien, als ik dat niet zou dragen zou ik later reumatis -zoals mijn moeder het noemde- krijgen.

Nog veel later, toen we jaarlijks in de winter naar de Pyreneeën gingen droeg ik thermisch ondergoed … uit eigen wil en tegen de koude. Maar ik droeg niet enkel bovenstukken. Ook mijn broek was opgewarmd.

Geen reuma? Ah, neen. Het is artrose. De dokter deed die uitleg over warm kleden af als onzin.

En nu denk ik dat we dat alleen maar aan moesten om van die lelijke prikkelende grijze wol vanaf te geraken.

Enkel als afschrikmiddel?

Sta ik zo doodgemoedereerd mijn koffers te pakken. Koffers jawel: er is mijn koffer waar alles in zit voor het geval dàt en er is mijn klein kofferke waar enkel het hoogstnodige in zit. Dat is zo gegroeid door op vakantie onderweg nog ergens voor één nacht te verblijven.

Maar nu, voor de eerste keer sedert jaren, verblijven we in een hotel waar we meerdere dagen blijven en dus ook die koffers achterlaten. En ik wou die cijferslotjes daar op. Die zaten, om ze niet verliezen, in hun respectievelijke koffer … op slot.

Dat nummer? Hoe was dat nu weer? Het was iets dat logisch was, jawel. Maar ten tijde van de evenementen waren er wel andere dingen logisch dan nu. Wat nu gedaan? Er zijn trukskes, zoals luisteren naar de klik of draaien terwijl je aan het slotje trekt.

Er zijn een paar dingen die nog verder gaan, op de rand van het aanleren van criminele praktijken af, zoals het openen van zo een slot met een papierklemmetje.

Maar oh oh oh, ineens was mijn zin om die slotjes open te krijgen volledig over. Dieven krijgen een koffer met een rits zo ook open, met een kogelpen. En nadat ze de waardevolle stukken er uit haalden kunnen ze ook die rits nog dicht krijgen ook.

Dan hoeft het helemaal niet voor mij. Dan laat ik die wel zo op de kamer staan.

Er zijn veiliger koffers, dat ook. Maar dat zijn halve gepantserde tankwagens. Als ik zoiets zou nodig vinden zou ik waarschijnlijk liever niet meer op vakantie gaan.

De dagen korten

Laat dat duidelijk zijn: de dagen korten echt.

‘s Morgens bij het ontwaken is het nog halfduister en ‘s avonds moet vroeger het licht aan. Misschien helpt het grijze weer wel een pootje maar het is een feit dat de mooie lange zomerdagen -de paar die we dit jaar toch ook kregen- aan het voorbijglijden zijn.

Ineens viel het me op, één van de ochtenden deze week. En zeggen dat ik er zo naar die lange zomerdagen uit gekeken had.

Me voorbereiden op herfst en winter? Daar begin ik nog niet aan. We hebben nog tijd genoeg. De zomer duurt nog haast een maand.

Maar me zorgen maken over de komende stijgende elektriciteitskosten1 … dat moet toch kunnen.

1 VRT NWS – url: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/07/12/energieprijzen-gaan-door-het-dak-hoe-komt-dat-en-wat-kan-je-nu/

Paralympische Spelen Tokio 2020

De vraag die ik me stelde bij het einde van een hele reeks sportevenementen is beantwoord.

Er is een programma over “Tokio 2020 Paralympics”, iedere avond na het “journaal laat”, een beetje in de stijl van “Vive le Vélo” maar korter en met minder praatgasten en gepresenteerd door Ruben Van Gucht.

In mijn ogen een goed gemaakt programma en daar ben ik blij om. Eerst al omdat ik daarmee Ruben Van Gucht wat aardiger ga vinden. Die lag namelijk niet in de bovenste schuif na een zaak met een heel bekende BV, die ik trouwens nóg minder mag.

Maar soit, het gaat niet over reporters maar over atleten. En daarom is dat programma nu net zo goed. We zien sporters die we voordien nog niet hoorden noemen. Gitte Haenen en Joachim Gérard kende ik wel al, al is kennen bij deze een groot woord.

Het valt me dus zo erg mee -er zijn nog meer atleten om kennis mee te maken en nog meer sporten om eens te bekijken- dat we besloten om het op te nemen tijdens de dagen dat we op vakantie zijn, voor een regenachtige dag of een verloren uurtje er na.

Deze Paralympische Spelen hebben me wel bewezen dat wat mijn moeder me voorhield, dat ik niet moest kijken naar mensen met een handicap, wel erg onmenselijk was. Mogelijk bedoelde ze wel degelijk “staren” toen ze “kijken” zei.

Op de website1 ziet men dat anders. Daar zegt men: “Now is the time to stare2” -zie foto- wat wel bedoeld is voor de sportieve prestaties. Ik kan me inbeelden dat niemand graag aangestaard wordt.

1 Paralympic Team Belgium
2 Now is the time to stare

Gelukzakken die we zijn

En net toen ik dat log van gisterenmorgen netjes had voorbereid, viel de verbijsterende e-mail van mijn online apotheek als een wervelwind mijn op slag turbulerende gedachtewereld binnen.

Mijn CurcuDyn® werd teruggeroepen wegens risico op verontreiniging met ethyleenoxide. Het zit ook in PCR-testen, las ik gisteren, maar daar is het dan niet gevaarlijk1.

En daar gingen we weer op de draaimolen. Wat te doen?

Mijn eerste gedacht: “ik rep me naar de echte apotheker en haal daar een doos”. Of ze niet nemen met risico op verslechtering? Of gewoon de doos CurcuDyn® Forte die ik had gekocht -voor het geval dat- aanspreken?

Gelukkig val ik nogal snel op mijn pootjes en werd het daar in mijn bovenkamer weer windstil.

“We hebben wel al veel geluk gehad” wist Luc te vertellen “er is al zoveel teruggeroepen en we hebben nu pas prijs”.

1 Het Nieuwsblad

Alles gewassen en postjes schrijven

Ziezo, ik kan al iets schrappen van het lijstje dat niet geschreven staat maar in mijn hoofd in cirkeltjes draait.

Alles wat mee moet op vakantie is gewassen.

Ik weet dat dat niet echt groot nieuws is. Ik weet zelfs dat ik daar normaal niet zou over bloggen. Maar wat het nu wel de moeite waard maakt is het feit dat de routine weg is. Ik moet over alles wat vroeger automatisch ging even nadenken.

Dat ondervonden we ook de eerste keer dat we terug naar de boekenmarkt gingen. Het vroegere automatisme was weg. Samen de auto laden ging niet zo vlot. “Hoe was het weer?” en “Het past niet” vlogen heen en weer. Het nam ons dubbel zo veel tijd om alles ingeladen te krijgen. Het gevolg was dat we ‘s avonds wél weer in roulatie waren en plaats over hadden.

Dat wou ik nu niet meemaken. Plannen is dus de boodschap. Dat houdt ook in dat er wat inplanlogjes dienen geschreven te worden. En dat in een inspiratieluwe periode waar al niks gebeurt dat dag per dag het vermelden waard is.

Ik ga nog maar eens verduidelijken dat ik weet dat er mensen zijn die geen internet op vakantie willen. Dat is hun keuze. Ik doe op vakantie waar ik zin in heb, niks van moetes maar ook niks van niemogens. Internet op vakantie is mijn vrije keuze.

Wat nog? Oh ja, die -nog te lezen- stapel boeken eens van dichtbij bekijken en kiezen welke me meest aanspreken om me op vakantie gezelschap te houden.

Er zal nog wel één en ander zijn maar momenteel staan er nu al een paar van de lijst hier op schrift en daardoor hebben de andere nu meer plaats om te tuimelen.

Krukken voor gladiolen

Waar het ooit begon met een gladiool op de berg, die van wie weet waar gekomen was hebben ze zich ondertussen vermenigvuldigd. Ze zijn nu met vijf.

Nadeel aan gladiolen is dat ze topzwaar lijken en neiging hebben om te gaan liggen of door te buigen of zelfs te knakken.

Dat is niet enkel bij ons. Laatst reden we voorbij een tuin waar gladiolen van een prachtig mooie rode tint stonden. Of beter gezegd: hingen te hangen zoals die van ons ook hingen te hangen.

Om dat tegen te gaan hebben wij een paar voorzorgsmaatregelen getroffen en ze alle met een dunne bamboestok recht gehouden. Dat hoopten we toch.

Ik herinner me vroeger toen mijn moeder alle gladiolen in een vaas zette en zei dat ze er op die manier meer plezier aan beleefde dan wanneer ze daar buiten stonden. En nu vraag ik me af of dat knakken soms niet de reden was waarom mijn moeder er binnen meer plezier aan beleefde.

Een van de onze is er toch in geslaagd om te breken zeker. Ze staat nu in haar eentje binnen in een vaas voor één bloem.

Volgend jaar voorzien we extra lange bamboestokken.

Neen!

Ik moet zeker niet meer uitleggen wat corona is? En ook niet wat de gevolgen waren? En over aanpassende reglementen ga ik het ook niet hebben. Ik wil het hebben over “Neen!

Over ons respectievelijk “Neen!” op de kennisgeving van twee begrafenissen schreef ik al. En al kwam er niet echt commentaar op, er werd wel gezegd dat alles wel veilig zou doorgaan.

Een goeie verstaander heeft niet meer woorden nodig. We vonden het wel erg, we vonden het ook een moeilijke keuze. Maar de overledene zou er niet wakker van liggen.

Toen Broer in de buurt kwam voor de autocontrole, stelde hij voor om eens langs te komen. Ik overwoog maar vond het veiliger van niet. Verschillende personen in Broers gezin hadden namelijk tamelijk intensief contact met risico- én coronapatiënten. Broer begreep dat … denk ik toch, hoop ik toch.

Lucs zus drong en dringt aan op een bezoek, maar bij Lucs zus is altijd wel iemand op bezoek of er is een hele hoop iemanden op bezoek. De wijkjeugd troept bij elkaar bij haar. En al vind ik dat vooral prettig voor Lucs zus en al ben ik een heel klein beetje ieniemienie jaloers op haar … ik ben niet zo extravert, integendeel.

Ze zegt: “Mor allee …” als Luc haar zijn overwegingen uiteen zet.

En dan was er de trouw, nog vóór mijn tweede vaccinatie. Het moest en zou op die dag omwille van die bepaalde datum. Het heeft enkele dagen geduurd eer het doordrong dat mijn “Neen!” mijn “Neen!” bleef. Het verdict was hard. Meer valt daar ook niet over te zeggen.

En dan komen we aan het nu, aan de komende grote bevrijding. En ineens gooien ze een hoop dingen om te doen op ons talloor.

We hadden in september een midweek Sunparks en een midweek CenterParcs, mogelijk een halve week Nitro. Ik kijk daar naar uit.

Er is eind augustus een grote boekenmarkt waar we al twee jaar geleden ingeschreven waren. Ik keek daar ook naar uit.

Het spijtige er aan? De ene is de zaterdagavond -zeg maar nacht- en we vertrekken de maandag er op naar Mol.

En dan gooien ze er hier bij ons op zondag nog een dagevenement tussen dat we wel zien zitten.

En ja, we zouden dat allemaal doodgraag doen maar zo gegroepeerd is dat niet plezant meer, niet tof meer, niet meer om naar uit te kijken, maar pure stress.

Ik, die zo kan genieten van het plannen en regelen van een vakantie, al is het dan een korte, zou dat nu moeten doen met de gestolen uurtjes terwijl ik andere dingen zou moeten regelen zoals het uitsorteren van boeken en het klaarzetten van een rommelmarkt.

Neem daar in september nog de maandelijkse boekenmarkt bij en we zijn die hele maand september in touw met dingen die wél plezant en wél tof en wél om naar uit te kijken zouden moeten zijn, maar het dus niet doen.

Zou ik geen “Neen!” zeggen?

Het ergerlijke ritme

Luc kwam na mij de trap op en ik kreeg wat kriebelingen. Hij stapte op net hetzelfde ritme als ik. Ik versnelde. Het is misschien belachelijk maar zoiets valt me onmiddellijk op en maakt dat ik me wat eigenaardig en raar ga voelen, om niet te zeggen belachelijk.

Ik herinnerde me jaren geleden, op de begrafenis van een nonkel, dat de klokken het ritme leken aan te geven waarop wij, de familie, achter de corbillard liepen. Toen kon ik niet versnellen. En mijn stap veranderen zou maken dat ik in hetzelfde ritme zou voortstappen maar dan telkens tussen twee klokslagen in.

Dat je zoiets doet met een fanfare in een optocht, tot daar aan toe. Daar is het zelfs aan te bevelen omdat het anders maar een slordige boel zou lijken.

Luc dus. Ik zei er wat van. Ik weet niet meer wat, iets om te lachen, waarop Luc quasi beteuterd zei dat hij daar niet kon aan doen.

Natuurlijk niet, dat ligt aan mijn rare tik.

Page 1 of 1066

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén