Het was zondagochtend en mske draaide zich nog een keer toen Slow opstond. Ze soezelde weg toen ze een gekraak hoorde dat haar onmiddellijk aan dit voorval deed denken, maar ze was al wat te ver weg om zich te realiseren dat … ineens schokte er wat. Het leek of het bed geprobeerd had mske er uit te joepen. Nu was ze wel wakker. Ze dacht aan Poesjkin en ze dacht héél even “Sloef” … maar neen dat kon niet. Ze sprong uit bed, keek er onder maar zag niks. Ze deed de deur open en riep: “Slo-ow! Ons bed is levend geworden!” “Dat is Sloef” riep Slow terug. Hij had me gemist bij mijn ochtendeten.

En toen begonnen ze in hun floerevaan naar mij te zoeken. Ik ben maar vanonder dat bed uitgekomen. De pret was er toch al af toen mske foeterde: “nu is ‘t zondag en nu zijn we nog om 7u wakker.

Maar ze was niet echt kwaad hoor want toen ze opstond, ze is daarna namelijk terug onder haar donsdeken gekropen, zei ze dat ik in ‘t vervolg in ‘t bed moet gaan liggen. Van mske mag dat, Slow heeft liever van niet omdat hij al zo een slechte slaper is.