Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Manon

Er was een tijd, nog niet zolang geleden, aangezien ik het nog meemaakte, dat je je kind niet eender hoe kon noemen. Neen, de regel gold dat je het kind naar een heilige vernoemde, helemaal of afgeleid, maar dat het wel een goeie christelijke naam moest zijn.

Ik heb dus ooit raar opgekeken toen ik de eerste keer de naam “Manon” hoorde. Ik was de leeftijd voorbij dat ik uitleg vroeg aan mijn moeder, de ervaring had me geleerd dat dat fout liep, maar toch kon ik me niet laten op te merken dat ik “Manon” wel een mooie naam vond. Waarop ze natuurlijk sneerde dat we bij ons Vlaamse namen gaven.

Met zekere verwondering lees ik nu over mensen die namen hebben die van ik weet niet waar komen en vraag me af wanneer die ommekeer zich eigenlijk heeft voorgedaan.

Ik ben er niet tegen. Ik weet nog wel dat mijn moeder ook steigerde toen de eerste “Merel” het licht zag, maar ik woonde toen -gelukkig maar- niet meer thuis, want ik vond het wél mooi. De opkomst van de naam “Wolf” vond ik dan wel mooi maar toch iets minder geslaagd.

En ik herinner me nog dat mijn vader zijn hoofd schudde toen iemand zijn zoon “Ingvar” ging noemen. “Hoe is het mogelijk?” vroeg hij zich af. En hij ging verder met: “Ons Ingvarken gaat morgen naar school” of zoiets onbenulligs. Met de naam Sven heeft hij dus geen problemen gehad al had mijn moeder daar ook weer bezwaren tegen.

Daarna kwam een resem hip aandoende voornamen die ik echt kitsch vond. En neen, ik ga ze niet noemen. Een kind heeft geen schuld aan de naam die het draagt.

Manon dus, waarvan de naam Maria een afgeleide is of andersom. Had ik het jaren geleden geweten -of opgezocht- zou ik zelfs overwogen hebben mijn naam te laten veranderen.

Nu niet meer, er lopen er al te veel mee rond.

Previous

Kitscherig mooi?

Next

Thuis als tussendoortje

12 Comments

  1. Je vader had wat betreft Ingvar eigenlijk wel een punt. 🙂 Er bestaat een sketch van voormalige Nederlandse cabaretgroep De Vliegende Panters, waarin een van de drie mannen aankondigt een dochter te zullen krijgen en zo dom is de voorgenomen naam van het wicht te noemen. De andere twee keuren die naam luidkeels af omdat die aanleiding kan geven tot een scabreus rijmpje, en ‘dat is zielig!’ Iedere volgende naam die door de steeds wanhopig wordende aanstaande vader wordt geopperd ontmoet verwerping vanwege ook zielig. Het is opvallend hoeveel namen dan in een dubieuze context kunnen worden geplaatst. 🙂 Mijn eigen naam was eens veruit de populairste in Nederland (Het Meertensinstituut heeft een prachtig overzicht van naamgeving door de jaren heen) en wordt nu nog maar aan enkele jongetjes toegekend. Rafael had me wel wat geleken, of Timon, Arnout, Marius. Manon vind ik ook mooi, maar niet voor mezelf.

    • ms

      Mijn vader had ook iets tegen jouw naam.

      Hij wou niet dat zijn zoon Peter of Pieter werd genoemd. Mijn broer werd dus óók niet, zoals een vroegere traditie vroeg, naar zijn peter vernoemd die Petrus heette.

      Ze gaven hem wel de naam die voor mij was bedoeld was ik een jongen geweest, maar wel met een zijspoortje.

      Mijn broer heeft een mooie naam, vind ik.

  2. Mijn naam . . .ik ben er nooit blij mee geweest, maar ja zo ben ik genoemd en ik heb die nooit laten veranderen, inmiddels ben ik er natuurlijk al vele jaren aan gewend.

  3. Indertijd werd ook veel vernoemd. Ik kreeg de naam van mijn natuurlijke pa die intussen het eigen huisgezin al had verlaten. En natuurlijk in best katholieke traditie kwamen er uitgewerkte namen aan te pas. Met ‘dus’ op het eind. Onze zoon noemden wij naar een Russische Tsaar… Is hij nog steeds blij mee, al vergeet hij in deze tijd graag die verwijzing….:)

  4. Matroos Beek

    Manon vond ik altijd een mooie naam. Vroeger kende ik een Manon die even oud was als mij. En het was een pracht van een meid. Dat speelt ook een rol.
    Mijn eigen dochter gaf ik een naam die eigenlijk helemaal niet in zwang was, die ik uit de Griekse mythologie had gehaald. Iedereen was er tegen zelfs haar eigen vader. Om hem tegemoet te komen heb ik de naam toen vernederlandst. Maar ik hield vol want dit was nu eenmaal de naam die ik in mijn hoofd had. Haar naam werd aanvankelijk ook geweigerd bij aangifte. We moesten met een boek bewijzen dat het een bestaande naam was. In die tijd mocht je nog geen namen verzinnen.
    Enfin, een heel verhaal dat ik eens ga gebruiken voor een logje.
    PS: na mijn dochter is de naam erg in de mode geraakt in Vlaanderen en nu zijn er al best veel die zo heten. Maar ik kan tegen mijn dochter wel zeggen dat zij de eerste XXXX was!

    • ms

      Mijn nichtje kreeg ook een naam die niet in zwang was, maar haar ouders hadden geen problemen bij de aangifte.

      Toen kwamen geboortes en sterfgevallen nog in een lokaal krantje en mijn zus heeft zich echt geërgerd aan de na-aperij want er zijn dat jaar nog veel meisjes geboren die die naam kregen.

      Je wéét dan wel dat je de eerste was, maar tegen mij werd wel ooit gesneerd over de naam van mijn dochter dat “iedereen” zo heette. Door die van de weeg nog wel. 🫤

  5. Tegenwoordig gaat het de andere kant uit met dat naam geven. Sommigen zijn bijna niet uit te spreken, laat staan ik ze onthoud. Komen daarbij de namen uit andere landen en culturen. De tijd dat kinderen, Marc, luc of rik of Mieke genoemd werden is voorbij. Ook vernoemenswaardig is dat namen die me aan oude mensen doen denken hier en daar terug de kop opsteken. Denk maar aan Louis Michiel enz.

    • ms

      Die oudere namen komen inderdaad ook terug. Maar dat is een fenomeen dat zich al meer voordeed.

      Toen ik jong was werden er weer veel meisjes geboren die Melanie of Stefanie werden genoemd. Dat waren toen ook oudere namen die terugkwamen.

  6. Er was een rangorde. Eerst de grootouders, vanaf het vijfde kind werden de peter en meter vernoemd. Of het overal zo ging weet ik niet.
    Ernstig vond ik het dat alle broers en zussen achter de doopnamen als extraatje Maria erbij kregen. Behalve ik. Snik☻.
    Het betekende niets, vertelden pa en moe later, het kwam toevallig zo uit.
    Mijn doopnamen houd ik voor me, dat ik me als kind doodschaamde was al erg genoeg.

    • ms

      Er was een rangorde. De grootouders werden meter en peter van de twee eerste kinderen.

      Ik had in dat geval Julie moeten geheten hebben i.p.v. “wij hadden genen naam voor u”.

      Derde en volgende kinderen kregen ooms en tantes als meter en peter.

Laat een reactie achter bij Matroos BeekReactie annuleren

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén