Wizzewasjes

Dubbel gebubbeld

Een beetje zielig doen

Al dat kabaal rond die maatregelen …

“De mensen kunnen zo niet leven” zeggen ze. “De mensen gaan dat nooit volhouden” zeggen ze.

En wat beschrijven ze? Mijn leven. Dat dus blijkbaar geen leven is.

Sedert ons pensioen leven wij nu eenmaal zo wat geïsoleerd. Heeft corona en de bijhorende beperkingen iets veranderd? Dat wel, maar niet wezenlijk.

Een bubbel, groter dan vier, hadden we niet. Oh ja, we gingen wel eens bij familie, maar niet dagelijks, niet wekelijks, zelfs niet maandelijks.

We gingen wel eens iets drinken … met twee. We gingen wel eens iets eten … met twee, soms met vier.

We sprongen soms wel eens in de auto, gingen dan zomaar ergens naartoe. Dat gaan we weer doen … met mondmasker. Wij zijn voorstander. Van die mondmaskers? Jawel. Het is wat het is. Het is niet prettig dat je na het dragen van een mondmasker zin krijgt om in je neus te pulken maar liever dat dan dat vieze beestjes in mijn neus komen pulken.

De Kringloopwinkels verloren wat van hun charme. We deden er twee en vonden er niets. Dat gebeurde wel meer maar is nu niet bevorderlijk voor de zin om terug te gaan.

Andere uitstappen? Voorlopig vind ik die van de Kust zo vriendelijk niet meer. Toch niet vriendelijk genoeg voor een rit die kant op. Er komen nog koersen, misschien kunnen we wel naar de Brabantse pijl en indien niet is er nog de TV.

Wandelen? Ja dat dan weer wel, ‘t is te zeggen, nu de hitte door is en nadat de berg proper is.

De vakanties? We zegden de vakanties af, maar boekten er nieuwe … in het binnenland. Soms denk ik: “Maak er een daguitstap van”. Soms denk ik: “Blijf thuis, doe met dat geld iets anders”. Soms denk ik: “Zaag zo niet en ga. Geniet er van. Misschien wil je daarna niet meer naar het buitenland”. Ik hoop wel dat de boeking voor Slovenië in 2021 kan doorgaan.

En toch hangt corona mijnen hoebel uit. Niet om wat het verandert, denk maar aan de kleindochters, maar dat oeverloos gezwam en welles/nietes en parade van de betweters, dat is er echt te veel aan. En dan mijn instelling die zegt dat niemand me hoeft te zeggen hoe ik moet leven.

Wat een sjaans voor mij dat mijn zielige manier van leven nu precies overeenstemt met de beperkingen.

Previous

Meer wit brood

Next

De crèmekes

6 Comments

  1. De mensen worden het moe.
    Het is pas erg als je partner of kind of ander dierbaar familielid wordt opgenomen in het ziekenhuis en zwar ziek is en je mag er helemaal niet bij. Dat zie ik nu bij mijn zus. Zo zielig dat ze niet bij haar man kan. Hij is te zwak om te bellen en ze mag er niet bij. Je gaat kapot van onrust. Mijn jongste zus werd voor het eerst oma. De bevalling van haar lieve dochter verliep met complicaties en een spoedkeizersnede. Pas na acht dagen, als ze weer thuis was, kon ze haar dochter en kleinzoon in het echt zien. Daar zou ik het persoonlijk ook heel moeilijk mee hebben.

    • Precies. Het is om te vermijden/verhinderen dat er nog mensen in onmenselijke situaties terechtkomen dat we nu wat harder moeten staan tegen situaties die moeilijk zijn.

      De situatie van je zus met haar man in het ziekenhuis, dàt is onmenselijk. De situatie van je andere zus die oma werd is moeilijk.

      We moeten dat virus een halt toeroepen en als ik daarom mijn kleindochters niet kan zien, dan is dat zo hoe moeilijk ik het ook vind.

      Als je dan helemaal niets mag, lijkt het wel of je op je dood zit te wachten.

      En dan zoek ik manieren om er niet aan te denken of om helemaal niet te denken. En lezen helpt momenteel niet.

      • Mijn afleiding is nu mijn werk, maar vanaf volgende week kom ik wel heel dicht bij heel veel mensen… Als dat maar goed gaat.

        • Ik weet niet echt wat ik er moet van denken. Ik vind het zo gecompliceerd allemaal.

          Bovendien maken ze wel erg veel mensen afhankelijk van de goeie wil van anderen. En hoe het dààrmee gesteld is, hebben we de laatste maanden wel kunnen zien.

  2. Ik mag niet klagen, ik ken mensen die met niemand contact hebben. Heel erg.
    Toch mis ik wel een paar dingen.
    Met een buurvrouw/vriendin ondernam ik wel eens iets leuks, dat is er niet meer bij. Met haar en een ander buur-stel blijft het nu bij koffiedrinken af en toe en ik ben blij dat de bibliotheek 2x per week open is voor een paar uur.

    • Onze contacten zijn in die mate beperkt dat we enkel tegen elkaar praten. De buurvrouw hier schuin over heeft over de gehele periode één keer een praatje gemaakt.

      Met Zoneke whatsapp ik zo goed als dagelijks, we zouden die wel meer kunnen zien maar die heeft een bezwaarlijke job, nog één maand. Daarna moeten we het herbekijken.

      De kleindochters zag ik de laatste keer op 1 maart. Whatsappen probeerde ik ook dagelijks maar dat lukt niet echt. En er zit niet echt beterschap in.

      Ik mis niets, behalve de kleindochters. Maar als het voor ons aller goed is …

Wat denkte daarvan?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers liken dit: