Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Lie vs Wis

Er was een tijd dat kinderen de naam van hun doopmeter en/of hun -peter kregen. Mijn moeder wou dat niet en ze noemde me helemaal niks. Dat liet ze maar aan de dienst van het gemeentehuis die er zich gemakkelijk van af maakte. De namen van mijn doopmeter en -peter werden respectievelijk mijn tweede en derde voornaam, dat wel.

Ik had wél willen rondlopen met de naam van mijn grootmoeder of de vrouwelijke vorm van die van mijn grootvader. Al zou dat in die tijd wel weer afgekort worden zoals ze toen alles afkortten.

Bij Zoneke’s geboorte verwachtte zijn grootvader dat ook. Ik stelde mijn veto. We kozen de naam uit drie namen die we goed vonden.

Er was namelijk het kindje dat Kurt heette en er was het kindje dat geen “R” kon uitspreken. Dat kindje dat de R niet kon uitspreken noemde de drie broertjes dan ook: KalleKoen en soms KalleK*t en soms KoeneK*t al naargelang welke twee er buiten speelden en waarvan er twee rondliepen met elk een van onze favoriete namen. Bleef de naam beginnend met de letter “B”, waarop tegen de grootvader werd gezegd dat die gekozen werd als eerbetoon aan hem.

Eerbetoon? Mijn voeten!

Waarom denk ik daar nu aan? Aan iets dat zo lang geleden is? De Britse prinses Beatrice heeft haar dochter Sienna genoemd omdat die naam met een beginletter “S” een eerbetoon is aan haar moeder die Sarah heet1.

Eerbetoon! Of wilden ze ook niet dat hun kind met een naam rondliep die ze niet mooi vonden?

Dat was bij Zoneke wel het geval. Ik wou mijn kind niet laten rondlopen met een naam die later het huismerk van een supermarkt werd.

Al wist ik het toen nog niet, het klonk wel zo.

1 Het Nieuwsblad

Previous

Van het één komt het ander

Next

Het griepvaccin

18 Comments

  1. Dit is mooi geschreven. Een naam die het huismerk van een supermarkt wordt, en dat je dat als het ware voorvoelt! 🙂 Ikzelf ben keurig naar de vader van mijn vader vernoemd. (Die is daar zo van geschrokken dat-ie bijna onmiddellijk doodging, de grootvader bedoel ik). Mijn drie broertjes zijn vernoemd naar de resterende grootouders (Elisabeth werd creatief Bert en Wilhelmina werd, ook niet slecht, Wim). In die tijd had je nog geen bonus-oma’s en -opa’s, dus toen de grootouders op waren hielden mijn ouders het qua nageslacht verder ook voor gezien.

  2. Mijn ouders deden het niet zo. Bij ons waren de grootouders na twee kinderen al op.

  3. Mijn ouders verkozen mooie namen.
    Al kwam daar indirect een vernoeming naar vader/grootvader, een hartsvriendin en een koningsnaam in naar voren.

    Toen ik de betekenis van mijn volledig voornaam: Robbert-Jan opzocht vond ik die betekenis misplaatst en te hoogdravend.

    Vanwege mijn achternaam wordt ik ook regelmatig naar die Blauwe Grootgrutter vernoemd.

    Het is zoals het is.

    Altijd kinderloos gebleven heb ik mij nooit over een voornaam hoeven na te denken ….

    Leuk blog!

    Vrolijke groet,

    • Als je die officiële namen, dus niet de roepnaam, gaat nakijken hebben de meesten wel iets koninklijk.

      Er was zowel een koningin met mijn tweede en een met mijn derde naam als een met de derde naam van mijn broer (respectievelijk twee grootmoeders en een grootvader).

  4. Toen ik een naam nodig had waren de meeste tantes en ooms al vernoemd, dus kwamen mijn vader en moeder zelf aan de beurt. Die ook weer vernoemd waren naar verre voorouders, van generatie op generatie.
    Wij wilden dat niet en gaven onze kinderen een naam naar eigen smaak en de erfstukken als doopnamen.
    Vernoemen had een nadeel, mijn vader was naamziek en had dus zijn voorkeuren. Hij wilde het niet toegeven, zoiets merk je toch.
    Dat hoorde je vrij vaak,

    • Wij gaven onze kinderen ook een naam naar eigen smaak, maar geen erfstukken er achter. Mijn kinderen hebben slechts één naam. En voor zover ik weet, mijn kleinkinderen ook.

  5. Dat heeft hier alleen onze jongste, manlief had genoeg van die namenpuzzels.☻
    Bij het dopen maakte de pastoor er brutaalweg een heiligennaam van maar die staat niet ingeschreven bij de gemeente.

    • De pastoors en de gemeentes waren nogal bemoeizuchtig. Bij mij hebben ze bij een verhuis in mijn derde voornaam een “a” in een “e” verwisseld.

      Tot grote razernij van mijn moeder die me opdroeg een rechtzetting te eisen.

      “Dat is verfranst” zei ze. “Maar minder boertig” zei ik en liet het voor wat het was.

  6. Vuraagje. Wie zijn Lie en Wis? Lowietje en Louise? ☺

  7. elsjeveth

    Toen ik geboren werd waren de zusjes voor mij al vernoemd naar de oma´s.
    Zo ben ik vernoemd naar de correspondentie vriendin in Amerika van mijn moeder. Mijn rol als buitenbeentje was hiermee definitief bevestigd :-).
    Mijn twee jongens zijn niet vernoemd, de namen gekozen die wij leuk vonden.
    Mijn twee jongens hebben mijn voorbeeld gevolgd, geen gedoe met vernoemen gewoon eigen keuze volgen.
    Wel zo gemakkelijk.

  8. De namen van onze kinderen kozen we volgens onze eigen smaak. Hun tweede en derde naam werden naar de grootouders vermeld. Nu men soms vrienden als dooppeter en meter nemen valt dit gebruik stilletjesaan weg. Vermoed ik toch.

    • Hoe het er nu aan toe gaat weet ik niet. Ik denk ook dat er een einde gekomen is aan de oude traditie.

      En dat is in deze geen slechte zaak.

Wat denkte daarvan?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers liken dit: