Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Waar ons lot vanaf hangt

Iemand naar “K2 zoekt K3” gekeken?

Anders wij niet.

En toch moesten we niks missen. Als hoofdpunt in de gazet kregen we dagelijks het nieuws terzake ingelepeld, voor zover er geen ander belangrijk nieuws was, zoals een voetbalmatch waar ze wat met modder konden gooien naar de verliezende ploeg.

Bedbe(le)ving

Het was echt niet simpel, moet je weten
Mijn laptop -tju- deed echt wel raar
Dus lam en lui op bed gezeten
Zat ik erbij en keek ernaar
Stomweg was ik thuis de muis vergeten

Natuurlijk heeft die laptop een ingebouwde muis, natuurlijk werkt die wel … maar niet op een bed waar ik zelf op zit.

Behelpen was het met die scrollerroller, die veroorzaakte soms een catastroof in miniatuur.

Voor het plaatsen van de foto’s heb ik wel de muis van Lucs laptop gebezigd.

Ik ben nog niet gek … of toch wel? Ik overweeg de aanschaf van een goedkope muis die in mijn laptoptas mag blijven wonen.

Binnen de limiet

We hebben het dus gewaagd. We hebben het geriskeerd. We zijn zo stoutmoedig geweest de landsgrens over te steken.

We hadden wel grondig bekeken wat moest, wat mocht, wat kon.

De Einreiseanmeldung hadden we niet nodig … tot zondag 21 november, de dag voor ons vertrek. Toen werden we ineens hoog-risicogebied. Die hebben we dan maar netjes ingevuld en meteen werk gemaakt van ons terugkeerformulier (Passenger Location Form). Gelukkig maar. ’s Avonds lag die site plaat.

We zonden een e-mail naar een aannemer die ons zou contacteren, met de vraag om dat per e-mail te doen.

Op zaterdag kreeg ik telefoon van Center Parcs Eifel met de melding dat ze vanaf die maandag gingen overgaan naar 2G. Geen probleem voor ons.

Alles dus grondig voorbereid om een rustig zorgen- en stressloze vakantie tegemoet te gaan.

De aannemer heeft me ’s maandags twee maal gebeld. De eerste keer aan het rond punt in Gerolstein, waarbij ik zonder pardon de oproep weigerde. De tweede keer ’s avonds. Ik zei dat ik hén wel zou bellen als ik thuis was. Dat viel precies niet echt in goeie aarde, soit.

Mijn stoffen mondmasker mocht niet in Duitsland. Feit dat ze vergaten te melden? Dat was nu niet echt een probleem. Luc had een hele voorraad chirurgische exemplaren mee.

Zorgenloos? Stressloos? We kregen op donderdag te maken met Luca. Kort gezegd: het vergde wat geduld. En dat is optimistisch samengevat – heel érg optimistisch. Je moet als mij-zijnde maar eens proberen om iets in orde te krijgen met twee mannen aan je oren.

Verder verliep alles pico bello. We hadden koud maar mooi weer. De laatste dag lag er een beetje sneeuw samen gewaaid en kregen we onderweg te maken met natte sneeuw.

Zonder de kleine strubbelingen zou het gewoon een perfecte vakantie geweest zijn. Ik was die eerste dag zo blij dat we er terug waren dat ik wat de clown had gespeeld in het zwembad in die mate dat ik er ’s nachts krampen van kreeg.

Conclusie: ik moet eens meer de clown uithangen.

Eens thuis was mijn eerste gedachte dat we toch maar netjes binnen de limiet thuis gekomen waren, met de mogelijke nieuwe strengere regels op komst en die nieuwe variant waarbij enkele landen maar weer eens vies naar de Belgen keken en strengere maatregelen gaan treffen aan de grens maar ondertussen volle vliegtuigen met besmette mensen laten rondvliegen.

Conclusie: we gaan gewoon door zoals we bezig zijn, maar nu inclusief vakanties.

Herfst … maar dan …

Herfst zei ik? Inderdaad!
Herfstig land, geur van bos
Bladerdak, geel tot ros
Vulkaneifel

Kleurgeheel, Wunderschön!
Kunstenaarsjaargetij
Hoogtepunt, toch voor ons
Zonder twijfel

[© ms – 21 november 2021]

____________________
Ollekebolleke

Doe-het-zelf-zaken

Ik houd niet van winkelen. Als ik iets nodig heb, ga ik de winkel binnen, koop wat ik nodig heb en ben weg. Waar ik kan lopen snuisteren op rommel-, boekenmarkten en kringwinkels, kan ik niet snel genoeg uit andere winkels ontsnappen.

Zelfde gevoel, maar dan nog een part erger, zijn de doe-het-zelfzaken. Zelfde uitleg: als ik iets nodig heb , ga ik de winkel binnen, koop wat ik nodig heb en ben weg.

Erger is het gesteld als je dat doet met iemand die wél graag winkelt, loop daarmee maar eens zo een doe-het-zelfzaak binnen. Tijdens corona had ik een excuus, ik bleef wel in de auto, maar nu …

Een ronde TL-lamp? Keuren en meten en overleggen om verder te lopen en dan op de stappen terug te keren om toch een andere te nemen die dan blijkbaar ook niet goed is want die heeft vier pinnekes i.p.v. twee.

Ik begin me dan als een zeurend kind te voelen al ben ik dan een licht-zeurende volwassene, zo: “Zijn we nu weg?”

Maar neen, we zijn nog niet weg, we moeten nog isolatiemateriaal voor de waterleiding. En het herbegint: Keuren en meten en overleggen of we een rol gaan nemen of een blad maar daar zit geen dampscherm op … We lopen niet verder om op de stappen terug te keren, want ik grijp in en zeg: “neem die rol, daar zit ook nog zilverfolie om”.

“Zijn we nu weg?”

Neen, we moeten nog eens gaan kijken of dat ene attribuut, dat in de badkamer hoort maar ze geen verslonst uitzicht mag geven, er niet te vinden is.

“Zijn we nu weg?”

Als we eindelijk buiten geraken liggen er welgeteld twee artikelen in de winkelwagen. Al het andere was er niet en moest besteld worden.

En bestellen? Dat kunnen we online ook.

Het is niet al goud …

Nooit was ik er echt van bewust, maar nu, zo terugkijkend, heb ik toch altijd een voorliefde voor zilver gehad.

Het eerste ringetje dat niet van Scherpenheuvel kwam was in zilver, kwam zogezegd van mijn grootvader, al had de man het me nooit zelf gegeven. Ik verloor het. Daar had ik wel spijt van. En niet alleen omdat ik onder mijn voeten had gekregen, niet omdat ik het verloren was, maar omdat ik het gedragen had. Ik stond er toen nog niet bij stil.

Met mijn plechtige communie -ohlala, het leek wel een overstap naar volwassenheid- kreeg ik gouden oorbellen, die achteraf nep bleken te zijn, een gouden armband en een gouden ring. Beide laatste ben ik op een paar jaar tijd ook verloren, met ook veel gedonder omdat ik die had aangehad. Dat mocht enkel als we op familiebezoek gingen of als het expliciet toegelaten was.

Toen dacht ik wel: “welk nut heeft het om ze te hebben als ik het niet mag dragen?”

Het is wel zo dat ik, op momenten dat ik zelf mocht kiezen altijd koos voor zilver: een zilveren armband voor mijn 17de, een zilveren hangertje met sterrenbeeld voor mijn ik-weet-niet-meer-hoeveelste- verjaardag.

Bovendien kocht ik bij tijd en wijle ook nog wel eens iets wat ik mooi vond: altijd zilver. Maar geschenken waren altijd goud. Het leek zo ingeburgerd.

Tot ik ergens, in 2011 denk ik, alle goud verzilverde en mijn juwelenkist verguldde met zilver.

Maar toen ik ooit eens hoorde van: “Het is wel mooi maar het is maar zilver” heb ik me daar toch mijn bedenkingen bij gemaakt. Net of het tweederangs is. Het leek wel een beetje op een sneer over mijn smaak.

Raar maar waar, ik hecht meer waarde aan hun emotionele dan aan hun commerciële waarde. En dat niet alleen. Ze passen ook beter bij mijn erg zilver geworden haar.

Een zaterdagmorgen

En dan heb je die zaterdagmorgen dat je lief stilletjes de slaapkamer uit sluipt om je niet te wekken en plots geschrokken zegt: “Er gaat één van de brandalarmen af”.

Hij verdwijnt naar beneden en even later denk je: “Zou ik ook niet eens gaan kijken, het moest maar eens waar zijn”.

En dan kom je mekaar halverwege tegen en foetert hij: “Wettelijk verplicht, maar wat heb je er aan als je het toch niet hoort” waarop jij sussend zegt: “Als het werkelijk zou roken zou de rookmelder op de slaapkamer die ook wel opvangen”.

En zo boven je hoofd? Dat hoor je wel -geloof me maar- aangezien die dingen hier beneden het soms ook op een schreien zetten gedurende de dag en je daarvan zo erg opschrikt dat je haast in hun plaats tegen het plafond komt te hangen.




En toch denk je even: “Zou ik niet beter mijn hoorapparaat inhouden om te slapen?” Maar neen, dan hoor je al die vreselijke nachtgeluiden ook zoals de tractoren die de patatten uitdeden, de opgefokte motor van de auto die ’s morgens naar zijn werk vertrekt, de dronkelap die op de parking staat te zingen en de zware vrachtwagen die zich even in achteruit gaat zetten.

Dat die er zijn weet ik dus enkel van horen zeggen.

Sloef

We hebben het al zo vaak gehad over de tijd die een sneltrein genomen heeft.

Vandaag is het al drie jaar geleden dat we op een namiddag Sloef dood hebben gevonden voor de slaapkamerdeur.

En neen, we hebben er nog geen nood aan gehad een ander dier in huis te nemen. De wisselende regelgeving omtrent dierenwelzijn in acht genomen zou ik het maar al te erg vinden als deze of gene vindt dat wij het verkeerd aanpakken en er op aangesproken zouden worden.

Mijn moeder wou geen huisdier meer omdat ze, zoals zij het formuleerde, te veel verdriet had bij het overlijden. Ik vond dat maar niks, dat woog niet op tegen het plezier en de vreugde die een dier je brengt.

Ik voel dat anders. Het ligt aan mij, aan ons. Ik zie het niet meer zitten om me weer te hechten, om weer bezig te zijn met opvoeden, om weer oplossingen te zoeken als we er niet zijn omdat we niet willen dat het dier dagen alleen blijft terwijl er iemand moet langskomen voor het noodzakelijke alleen.

De herinnering aan Sloef leeft al is hij niet meer fysiek aanwezig.

Herfst 2021

Herfst

Vol kleur

Rood en goud

En geel en bruin

Bomen in vuur en vlam

Verliezen uiteindelijk toch hun wilde bladeren

Dreigende luchten, donderkoppen zo zwart en wolkenvluchten

Zware tractoren met grote wielen en machines allerhande

Aardappels rooien en groenten oogsten is een hard labeur

En de komende winter staat al bijna voor de deur


[© ms – 11 november 2021]

____________________
E.d.i.t.

Leugentjes om bestwil

Weet je dat ik daar een hartsgrondige hekel aan heb, aan die leugentjes om bestwil. Net nu ze langs alle kanten gepromoot worden. Jawel, men promoot ze. In geval je ergens niet naartoe wil omwille van corona maar je niet wil laten belachelijk maken -wabliefteru?- kan je een leugentje om bestwil gebruiken.

Een leugen is een leugen, een verkleinwoord maakt het, voor mij, niet minder acceptabel.

Hoe dikwijls hebben ze al geen plezier beleefd aan die stomme trien die dat geloofde terwijl die zelfde stomme trien wel -zo goed als- alle grote leugens doorziet. En waarom gelooft die stomme trien die leugens om bestwil? Omdat ze niet inziet waarom je voor zoiets zou liegen. Simpel hé. Simpel kan ‘eenvoudig’ betekenen maar ook ‘niet al te slim’. Een simpele stomme trien dus.

Ga ik niet naar een trouwfeest omwille van corona of een andere gegronde reden, dan zeg ik dat. Neemt men mij dat kwalijk, dan li(e)gt dat niet aan mij.

Is iemand niet gevaccineerd dan accepteer ik dat, behalve als men leugentjes om bestwil als excuus op een plateau gaat aanbieden.

Het is simpel, eenvoudig dus, het leven is al gecompliceerd genoeg zonder dat je telkens moet gaan nadenken wat je de vorige keer aan de ene of de andere hebt wijs gemaakt.

Recht door zee is al moeilijk genoeg.

____________________
Uitgelichte afbeelding: Fragment van boek: Liar, Liar – K.J. Larsen

Page 1 of 1075

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén