Wizzewasjes

Dubbel gebubbeld

Grensoverschrijdend gedrag

Wat lees ik nu weer? Om van achterover te vallen, ware het niet dat ik bij het lezen nog in bed lag.

Inderdaad, ik overloop de kranten al bij het ontwaken in bed. Eens beneden begint Luc te vertellen, die mens heeft me dan ook al de ganse nacht niet gezien en bovendien heeft hij dan honger en wil ontbijten.

Soit. Om van achterover te vallen is het nieuws dat veel Belgen de grens over trekken om hun haar te laten doen1, zelfs van uit Neerijse alstemblieft.

Mijn eerste gedacht? Ze gaan nog wat rondhossen en op die manier mogelijk nog wat blinde passagiers van hot naar her verspreiden.

Tweede gedacht? Is dat nu écht het belangrijkste op dit ogenblik? Dat hun haar goed zit?

Ik weet niet wat voor soort mensen wij zijn, maar wie dit blog volgde weet dat kappers en ik geen goede combinatie vormen. Ik trok dan ook, nu bijna twee jaar geleden, voor de laatste keer de kappersdeur achter me dicht.

Nu is het lang en ik steek het op. En eerlijk? Dat bevalt me uiteindelijk beter.

Luc dan? Moet die niet naar de kapper? Toen Lucs kapper op pensioen ging, heb ik twee keer zijn haar geknipt … met de daver op mijn lijf omdat ik bang was dat het fout zou gaan. Het groeit dan wel bij, maar toch. In die tijd deden we de evenementen nog. Hij is dan een paar bij mijn toenmalige kapper geweest maar dat beviel ons geen van beiden. Ons haar werd kort, te kort, bijna zoals met een tondeuse zonder hulpstukken.

Sedert ons pensioen doe ik nu ook Lucs haar, nu met de tondeuse maar met een hulpstuk op een bepaalde stand. Het moet echt geen broske zijn.

Soms vergaten we het zodat hij er weer als een apostel ging uitzien. Nu staat de privé kappersafspraak in de agenda: elke maand op de eerste met een herinnering.

En wij zijn alle twee content … dat ons leven niet bepaalt wordt door de stijl van ons haar.

1 Het Nieuwsblad

Iets om te vertellen …

Ik vertelde het hier al: ik drink ‘s ochtends eerst en vooral een hele liter water. Dat doe ik omdat ik mezelf ooit moest aanwennen om voldoende te drinken.

Ik vertelde het hier ook al: onze eetplaats is door de manier van bouwen van vroeger wel degelijk de koudste plaats in huis. Dat is zelfs zo erg dat we, telkens iets voor we gaan eten, de verwarming er tijdelijk hoger gaan zetten. De hele dag zo warm? We zouden ons arm stoken, al stoken we niet.

Ik vertelde ook al: ik heb snel last van een bevroren brein. En als ik zeg ‘snel’, dan bedoel ik echt: ‘heel erg snel’.

Wat hebben die drie nu met elkaar gemeen?

De liter water die ik ‘s avonds al tap zodat hij bij het ontbijt gewoon in de eetplaats op mij staat te wachten, of beter, stond te wachten, was te koud, veel te koud. Ik krijg namelijk een bevroren brein van dat water. Overdrijf ik? Neen, dat doe ik niet. Echt niet.

Dat vertelde ik hier, blijkt nu ook al. Dat wist ik niet meer. Is dat nu een achteruitgang in de bovenkamer of is het daar boven al gedeeltelijk ingevroren?

Maar ik zit nu al zover en vertel dus maar gewoon verder: ik heb dat deze keer anders opgelost. Nu staat sedert een week ongeveer de liter water ‘s nachts in de woonplaats te wachten tot ‘s morgens … naast de anderhalve liter bruis die ik ‘s avonds na het avondeten nog soldaat maak.

Vandaar waarschijnlijk ook dat ik geen frigo-gekoelde dranken wil en bij een drankgelegenheidsbezoek bestel met de vermelding: “zonder ijs” … ook in volle zomer.

Whatsappen …

In lockdown en tijden waarin niets te vertellen en niks te beleven valt.

  • Alles goed? Hier niks te vertellen.
  • Hier niks te beleven. Alles goed!
  • Dat is goed nieuws want het is geen slecht.
  • Houd contact met anderen, zeggen ze dan.

    Enig en uniek

    Ik ga naar de Colruyt en denk: “Foert, ik trek mijn jeans niet aan, mijn trainingsbroek is nieuw en met mijn botjes met een hieltje eronder ziet dat toch niemand niet”.

    Zo gedacht, zo gedaan.

    Sta ik in die Colruyt mijn toespijs in te laden, komt er een koppel achter mij door, heeft die ene mens -de man mag ik niet meer zeggen zeker?- toch dezelfde trainingsbroek aan als de mijne. Gelukkig had hij die mens geen botjes met hielen aan.

    Nooit meer! Maar dan ook nooit meer!

    Over een hebbelijkheid gesproken. Ik kan het dus niet hebben dat iemand hetzelfde aanheeft als ik. Kom ik op een feestje of wat dan ook en iemand draagt dezelfde kledij … ik zou zo naar huis gaan.

    Vroeger maakte ik daarom mijn kleren zelf. Vroeger wou ik daarom ook nooit een jeans aan, het leek wel een uniform. Van een jeans heb ik nu geen last meer. Met een smaller geworden derrière heb ik dan ook minder problemen met mijn glasbakgedachten.

    Het ambeteerde me deze keer niet meer zo erg als vroeger, het was tenslotte maar een training maar echt hé … nooit meer ga ik met mijn lamzakkleren naar de Colruyt.

    De passie

    Toen ik overdacht wat ik nu het meeste miste in tijden van corona, dacht ik eerst aan het spontane.

    Maar laatst stond ik op en dacht dat er toch nog wat anders ontbrak. Er is geen passie meer. En ga nu niet onmiddellijk de verkeerde denkpiste op!

    Ik heb het wel degelijk over de passie die ik had voor de dingen die ik deed in het algemeen. Voor zover ik me herinner heb ik alles in mijn leven met een zekere passie gedaan, zowel de vroegere hobby’s, als mijn jobs, als mijn zaak, als de evenementen en ja, nu ook de boekenmarkten.

    En dat is weggevallen. ‘s Morgens wakker worden met een compleet lege dag vóór je is rustgevend, maar ik ga niet beginnen met boeken- en/of rommelmarkten regelen die misschien het eerste jaar niet meer gaan plaatsvinden. Blijft over …

    Een nieuwe passie zoeken om thuis te doen. En neen, kuisen is geen optie.

    Reis naar het paradijs

    Weet je wat ik op Google vond?
    Dat Saint-Marie1 niet echt bestond
    “Death In Paradise”
    Toonde zoveel fraais
    Ik wou erheen en wel terstond

    Guadeloupe1 bestaat wel … maar …
    De vraag is : “Hoe komen we daar?”
    Wat een affaire!
    En op Bonaire
    Staat al een auto voor ons klaar!

    [© ms – 17 november 2020]

    Naar aanleiding van een publiciteit die ik de laatste dagen wel meer op mijn telefoon kreeg. Vreemd, want onze volgende keer Bonaire zal eveneens de eerste keer zijn.

    1 Wikipedia

    Google en liedjes herkennen

    Een pooske terug las ik dat Google niet alleen maar liedjes herkent als je de app bij de muziek zelf houdt, maar ook als je het onbekende nummer zelf neuriet1.

    Na al die jaren vraag ik me nog steeds af welk het oorspronkelijk nummer was van het lied dat ik mijn grootmoeder hoorde zingen.

    Ik opende Google en neuriede: mmm mmm mmm mmmmmm mmm mmm, mmm mmm mmm mmm mmm mmm, mmm mmm mmm mmm mmm mmm mmm-mmm-m mmm mmm, mmm mmm mmm mmm mmm mmm.

    Bedroevend! Méér dan … Dat ik niet kan zingen, ik weet het. Dat ik geen toon kan houden, ik weet het. Dat ik niet kan neuriën, gaat dat ding me toch niet onder mijn neus wrijven zeker?

    Of is het een onbekend lieke? Zo één van die levensliederen uit het genre dat vroeger nogal geliefd was, over zeemannen die niet terugkwamen en moeders die dood gingen bij het kopen van een kind.

    Ik probeerde nog eens. Iets dat Google zéker moest kennen. Ik neuriede opnieuw: mmm/mmm/mmm/mmm/mm … m m m mmm/mmm/mmm/mmm/mm … mmm/mmm/mmm/mmmmmmmmmm/mmmm …

    “Guantanamera” zei Google.

    Ik was gerustgesteld. Mijn neuricapaciteiten zijn zo slecht nog niet.
     

    Laatste info – bijgewerkt:

    Ik heb nog maar wat wat zitten googelen en vond.

    En wat in 2006 nog niet op internet stond, vond ik er nu wel: een hele uitleg over oorsprong en verder verloop van het lied².

     
    1 Het Nieuwsblad
    2 Wreed en Plezant

    Undercover

    Nu “Undercover” goed en wel gedaan is, ga ik eens zeggen dat ik daar niet naar gekeken heb.

    De eerste reeks zag ik wel, ondanks ik het ook niet echt denderend vond.

    De tweede reeks begon al … tja, het ging me tegen en ik denk dat ik bij de tweede aflevering dacht: “an œuf is an œuf”, rechtstond en het hele ding niet meer bekeek en zelfs de paravent tussen mij en de televisie zette.

    Waarom? Er was de tijd dat mijn moeder mijn doen en laten controleerde, tot in het absurde. Ergens tijdens het begin van de eerste lockdown schreef ik daarover een concept dat het blog niet haalde. Dat ging zo:

    Het hok waarin ik gevangen zat begon aan mijn voeten en eindigde bij mijn kruin, het belette me het groeien.

    Ik stond met mijn rug tegen de muur en had geen ademruimte.

    De zijwanden beletten elke armslag.

    Dat was het gevoel dat ik had in een tijd dat anderen jong waren.

    Wat ik ook deed, waar ik het ook deed en hoe ik het ook deed werd aan mijn moeder overgemaakt.

    Wat ik ook zei, waar ik het ook zei en hoe ik het ook zei werd aan mijn moeder doorgezegd.

    Ouderavonden op school werden drama’s, de jeugdbeweging geen ontsnapping, de leiding werd bevriend met mijn ouders, kwamen wekelijks bij ons thuis en moe en va gingen zelfs als kookouders mee op kamp.

    Loslaten was een woord dat niet bestond, maar het was geen bezorgdheid maar controle.

    Ik heb altijd gedacht dat het zo hoorde, niet zo strak, als ik mijn jaargenoten bekeek, maar toch.

    Maar telkens ik daar later, als volwassene, wat over kwijt wou hadden mijn gesprekspartners het ook moeilijk gehad en wisten ze zwaardere verhalen te vertellen maar zij … zij waren daar tegen in gegaan. Ze deden mijn relaas af als had ik in mijn puberteit niet gerevolteerd. Ik zweeg en bleef zwijgen en duwde het altijd maar weg, altijd opnieuw.

    Ik wou het mijn kinderen niet aandoen en liet hen relatief vrij. Het is me ook niet goed bekomen.

    Die dochter in “Undercover” steigert omdat haar vader haar niet zegt waar hij mee bezig is, trekt zelf op onderzoek uit, gaat zijn gangen na en brengt de hele familie, zijn hele actie én carrière en nog een hele ramsamsam in gevaar en wat doet hij? Hij excuseert zich.

    Wat ik daarbij voelde? Moeilijk te verwoorden. Het best te benaderen met: “Awel GVD”. Ik kon enkel nog rechtstaan en wegwezen.

    Want, zie je, dat is nu precies het omgekeerde van wat ik heb gekend en dat in een wereld die me de laatste jaren steeds onbegrijpelijker voorkomt.

    Vaccineren of niet

    Het coronavirus kwam, zag en overwon … nog niet. Al voert het een hevige strijd.

    Al van in den beginne was er sprake van de zoektocht naar een vaccin dat ze, eens het er was, eerst aan de meest kwetsbaren gingen toedienen.

    Dat ze daar steeds 65-plussers bij de kwetsbaren noemden stoorde me in die mate dat ik niet zeker was of ik zo een spiksplinternieuw vaccin wel in mijn corpus wou. Het risico op nevenverschijnselen was, volgens mijn onkundige brein ter zake, veel te groot. En blijkbaar sta ik daar niet alleen in1.

    Nu dat vaccin er -zo goed als- is, trekken ze de hele zaak in twijfel, want is het toch niet beter om die ouw te laten wachten² en dat vaccin eerst aan de ongeduldigaards die de regels niet volgden te geven, want die arme schapen weten toch zo van die afzondering en ze krijgen daar mentale problemen van.

    Die ouw zijn waarschijnlijk van ijzer, die kunnen daar tegen. Ze gaan alleen maar dood aan een virus dat zij niet eens zelf geschapen hebben en waar ze geen zier schuld aan hebben want ze zaten al opgesloten … of ‘t scheelt niet veel.

    Die ouw zijn ook een jaar kwijt en ze hebben er al niet zoveel meer, terwijl die jonge feestgangers nog een heel leven voor de boeg hebben.

    Dat ze daar nu weer de 65-plussers bij die ouw noemen stoort me in die mate dat ik niet zeker ben of ik dat -mogelijk niet zo nieuw maar aangepast- vaccin al dan niet wel of niet in mijn corpus wil.

    Ziede, bepaalde 65-plussers vinden nog altijd dat ze het recht hebben om het zelf uit te maken.

    Al ben ik van mening dat ze eerst de zorg, de politie, eventuele andere publieke functies én mensen met een aandoening moeten voorzien, zou ik wel in september naar Slovenië willen.

    1 Het Nieuwsblad
    2 Het Nieuwsblad

    In de ban van …

    Allee vooruit, de Belgen zijn dan toch nog voor iets goed.

    Het lijkt namelijk wel of de hele wereld niks anders te doen heeft dan de Belgen af te breken. Ze doen maar. Moest ik in een zwarte bui zijn zou ik zeggen dat een ongewenste dochter, een foute echtgenote, een stomme moeder best past in een klunzig land.

    Maar aangezien ik uitermate goed gemutst ben denk ik dat ze toch maar massaal lopen om bij die knullige Belgen te zijn. Ze komen hier wonen, overrompelen onze toeristische trekpleisters, onze autostrades puilen uit van passanten van Noord naar Zuid en van Oost naar Zee en ons vrachtverkeer vertoont meer buitenlandse nummerplaten dan Belgische … bij manier van spreken.

    En toch moet er altijd zo neerbuigend over de Belgen gedaan worden.

    Maar nu zijn ze in het buitenland, zelfs tot over de Grote Zee, in de ban van het Belgische Knuffelcontact1.

    Buitenlanders! Wees gewaarschuwd! Ik knuffel momenteel alleen een Belg … één Belg.

    1 VRT NWS – url: Cuddle Buddies

    Page 1 of 1038

    Powered by WordPress & Theme by Anders Norén