Wizzewasjes

Dubbel gebubbeld

Modderboel aan de Paddepoel

We hadden het ooit een mooie wandeling gevonden. Wat belette ons om ze nog eens te doen? Niks.

Alleen was het toen eind mei geweest en nu begin maart. En ook ging de wandeling nu vertrekken via de aankomst van toen, zodat we ze in de omgekeerde richting deden.

Onderweg hadden we punten die we ons herinnerden maar we hadden er veel meer waarbij we zegden: “Hier waren we toch niet”.

Door het omdraaien van de richting deden we ook eerst de Paddepoel aan. Dat was geen wandelen in de letterlijke zin van het woord. Dat was schaatsen met je bottinnen, glijden, schuiven en glibberen gedurende een aantal kilometers.

Op een bepaald punt was het ofwel op onze stappen terugkeren ofwel door het water waden. Ik stapte door en vervloekte mezelf, ik had mijn Brantano wandelschoenen aan en niet mijn waterdichte. Ik had geen natte voeten, geen natte sokken, zelfs geen natte schoenen.

“Doorweekt!” zei Luc en keek naar zijn wel waterdicht schoeisel. Ik zal die Brantano’s eens moeten herwaarderen, denk ik. Straks toch eens opnieuw behandelen.

Eens thuis bleek dat het traject volledig maar dan ook volledig hetzelfde was als vier jaar geleden.

We vonden het nog steeds een mooie wandeling maar al bij al zijn we toch blij dat het niet gedurende de hele wandeling een modderpartij was.

Het automatisme

Het was me in het verleden al opgevallen, je weet wel, de dagelijks terugkerende likes van mensen die dat een poos vol houden en er dan de brui aan geven als ze zien dat je er niet in trapt. Al is dat laatste nogal een groot woord om te zeggen dat je wel gaat kijken wie ze zijn maar hun blog je niks te vertellen heeft of helemaal buiten je interesses ligt of in een taal is geschreven die je niet kent.

De laatste tijd vroeg ik me eigenlijk af of het mogelijk is om automatisch te liken. Want telkens ik ‘s morgens mijn ogen opende en mijn telefoon pakte stond er al een like bij het log van de dag. Ach ja, het kan hé.

Maar gisteren had ik toch wat anders bizar aan de hand. Er stond geen log, ik moest het nog schrijven. Ik schrijf, herlees en post. De tijd van het posten en ik zag rechts in de bovenhoek al het meldingslampje voor een like.

Daarom ben ik even op “autolikes” gaan googelen. Er wordt wel naar verwezen maar of ze echt bestaan is een even groot raadsel als het bestaan van spoken en geesten.

Dat het al veel vroeger door anderen werd opgemerkt werd bewezen door een forumbericht1 van jaren geleden. En net zoals voor voornoemde spoken en geesten vind ik het antwoord niet overtuigend.

1 WordPress Forum 2012

Soms is een woord als een ander

  • Soms, bij het ontwaken, na het lezen van de ochtendkrant, spring ik enthousiast mijn bed uit, benieuwd wat de nieuwe dag brengen zal.
  • Soms, bij het ontwaken, na het lezen van de ochtendkrant, zou ik me zo omdraaien en blijven liggen. Er valt toch nooit wat te beleven in deze coronatijden.
  • Soms sta ik enthousiast recepten te lezen en ga dan vol overgave staan bakken in de keuken.
  • Soms vind ik dat het lijkt of we enkel met bevoorrading en proviand begaan zijn.
  • Soms sta ik enthousiast foto’s te nemen van het nieuw uitbrekende lentegeweld.
  • Soms denk ik dat iedereen dat meemaakt en dat het toch alle jaren opnieuw gebeurt.
  • Soms sta ik te trappelen van ongeduld om te gaan wandelen, buiten zijn, de lucht opsnuiven, dingen zien.
  • Soms denk ik dat het toch altijd hetzelfde is: een bos is een bos, een berg een berg en een beek is een beek.
  • Soms vind ik het schrijven op dit blog belangrijk, voor mezelf en ik denk dan dat, als er één iemand iets aan heeft als is het luttele minuten verstrooiing, het blog bestaansrecht heeft.
  • Soms vraag ik me af wie die futiliteiten zouden kunnen interesseren nu er helemaal niets te beleven valt.
  • Soms vind ik het stilgevallen leven in coronatijd heerlijk en rustgevend.
  • Soms vind ik het stilgevallen leven in coronatijd irritant en vervelend.
  • Soms vind ik het (ver)maken van kleren een mooie bezigheid.
  • Soms vind ik het (ver)maken van kleren nutteloos als je toch niet onder de mensen mag komen.
  • Soms hé …

Buiten … waar de vogeltjes …

Het is nog winter tot 31 maart -en neen, ik doe niet mee aan die wisselende data voor het begin of einde van een seizoen- en binnen staan de sneeuwmannekes en de ijsbeertjes nog als winterdecoratie.

Maar buiten?

De besluiteloosheid

Van tijd tot tijd vinden wij iets op onze berg wat er niet hoort – achteloos weggegooid door voorbijzoevende fietsers? Meestal zijn dat lege blikjes, ooit al eens een keer een gebruikt speciaal bierglas dat van de feestzaal kwam.

Maar toen kwam het masker. Neen, geen mondmasker maar een bruin masker met bomenmotief van een model dat fietsers dragen of bromfietsers onder een helm … of weet ik veel. De zoom was los en er was een sleetplek waar het leek of het had de asfalt gekust had. Maar moet je het daarom nu op onze berg gooien? Allee …

Feit is, het was een mooi masker en ik vroeg me af, na het wassen natuurlijk, of ik er geen buff kon van maken. Wij dragen dat soort maskers nooit maar Luc keek toch wat bedenkelijk bij mijn voorstel om er een haarband van te maken omdat hij dacht dat het ooit misschien toch eens van pas zou komen. En ja, eigenlijk kwam daar te veel knip- en stikwerk aan te pas en dan wist ik nog niet of het wel mooi zou zitten.

Het bleef zoals het was. Zowel op de naaikamer als in mijn hoofd.

Die keer dat we een verdere wandeling inplanden stapten we in de lokale Kilomeet binnen en ik vond twee exemplaren van bovenstaand. Wie weet wat het is, mag het zeggen, want ik weet het niet. Het was bijna het zelfde motief als dat van het masker en ik nam ze mee.

“Wat is het?” vroeg de kassierster. Ik zei dat ik het niet wist, maar om niet helemaal gaga te lijken heb ik haar maar verteld wat mijn bedoeling ermee was.

“Wat is het?” whatsappte ik Zoneke. “Ik denk iets voor de jacht” whatsappte Zoneke terug.

De dingen zijn niet meer. Ik maakte ze los en had twee mooie lange repen. Uitermate geschikt voor het maken van een haarband.

Soms heb je de indruk dat de dingen gewoon in de plooi vallen en dat kleine kwestietjes zichzelf oplossen.

U vraagt …

Ik mocht in de processie altijd de sleep dragen tot ik maagd werd.

Zo liep het uit mijn toetsenbord, recht het processielog van Nonkel Juul op.

Ik zag wel dat het er maar raar stond, maar na even fronsen wist ik dat het gewoon de waarheid was.

Een paar heen-en-weertjes later stond het vast dat ik de bewijzen zou leveren. Bij deze dus:

Ik droeg de sleep op mijn vierenhalf:

(Lees verder onder de foto’s)

Ik droeg de sleep op mijn vijfenhalf:

(Lees verder onder de foto)

Toen verhuisden we.

Op een dag zei de pastoor tegen Broer, die misdienaar was: “We hebben een maagd te kort. Uw zus kan dat wel doen zeker.” De dag erna wisten de nonnen dat al.

(Lees verder onder de foto)

En dat, mijn beste lezers, dat is het verhaal achter de reactie die vragen opriep.

Maar of het nu de vijf wijze of de vijf dwaze maagden betrof …

De Rosdel

“De Rosdel? Niet de Rosdel!” verzuchtte Luc.

De Rosdel is een wandeling in Hoegaarden die we al enkele keren deden omdat ze ons wel beviel. Maar alle keren, behalve de eerste, heeft Luc dezelfde verzuchting.

De wandeling vinden we mooi, dat zei ik, we zagen er ooit een vos.

(Lees verder onder de foto)


Stilstaand beeld uit een filmpje van Luc

Wat lokt dan die negatieve reactie uit?

Wel, ergens langs één heel smal weggetje, liepen we naast een afspanning van een achtertuin, een wel erg onstabiel ogende afspanning met heel veel veerkracht en bewegingsvrijheid.

En achter die inventief gewrochte, schabouwelijk ineengeflanste afsluiting zat een hond, een erg woest uitziende, krijgshaftige, krachtige hond met uitbraak- en aanvalsneigingen.

Luc en honden? Neen, dat is geen goede combinatie. Luc heeft tijd nodig om een hond te leren kennen.

We gingen tóch, want voor 5m hondenrisico kan je toch geen 8km wandeling in het water laten vallen.

Gelukkig maar want de situatie was nu helemaal anders. De hele achtertuin was opgeruimd en het was nu een weide met een echte weideomheining er rond.

Van een hond was geen sprake. Waarschijnlijk zat die binnen bij de stoof zijn poten te warmen.

Veel verteld voor die 5m hondenrisico, maar als het verdere verloop van een wandeling gewoon over kasseitjes en veldwegen gaat in een natuurlijke omgeving … wàt vertel je daar dan nog over?

Of we de wandeling nog gaan doen is maar zeer de vraag. We zijn na de winter de kilometers weer aan het opvoeren en we hebben besloten -voor de zoveelste keer- dat we niet meer gaan stilvallen.

We zullen zien …

Voor eigen gebruik

Wie kon ooit voorzien dat het bestelwagentje dat we wilden voor de rommel- en boekenmarkten ook voor heel andere doeleinden zou kunnen gebruikt worden.

Waar we vroeger, vóór het wandelen, nog ergens binnensprongen om gebruik te maken van de sanitaire voorzieningen om te vermijden dat we tijdens het wandelen de bosjes zouden moeten induiken, hebben we nu een auto met eigen privé voorziening.

Gezegend de grote laadruimte! Zeg dat ik dat gezegd heb.

Onder mijn arm tijdens het stappen zou -jammer genoeg- niet lukken.

De alverman

Sedert ik het ooit voor het eerst over de alverman had, houd ik mijn fototoestel in aanslag, je weet maar nooit.

Sedertdien heb ik de alverman al meermaals op foto. Meestal valt het niet op – hij verbergt zich sowieso achter een boom. Maar soms wel.

De eerste foto is dan wel te bekijken in het bericht, maar ik geef hem hier nu nog eens ter vervollediging van de rest van de reportage.

(Lees verder onder de foto)

Vorige week zaterdag -op de Muggenberg- was de boom wat dunner maar opvallend wit, de man er achter wat minder opvallend in natuurkleuren, je moet dus goed kijken. Hij is er.

(Lees verder onder de foto)

Maar woensdag was het goed prijs. Ik wou stiekem een foto nemen, hij zag het, sprong op, verstopte zich -weer- achter een boom … en ik? Ik wachtte.

(Lees verder onder de foto’s)

Want achter een boom? Dan weet je … Daar moet hij sowieso achteruit komen. En hij deed het op zulk een manier dat ik onmiddellijk dit log voor ogen had.

(Lees verder onder de foto’s)

Ik vond dat ik wel wat moest gaan vervagen. Maar zijn gezicht stond beide keren wel kostelijk. En dat zullen jullie op mijn woord moeten geloven.

Zeg nu zelf? Wie kan dat nu anoniem opbergen?

Wat is ‘t nu?

Dat er meerdere TV-programma’s het moeten hebben van het niveau van cafémoppen, ik denk dat ik dat ooit al zei.

Maar nu lees je in de gazetten ook al praatjes à la: “Amaai ziet die er verslonsd uit1” en “Die peist zeker dat ze op de catwalk van Parijs zit in de Delhaize2“.

Dat stoort me enerzijds niet: Als ik dat soort humor wil horen, zal ik wel op café gaan en als ik dat soort praatjes wil verspreiden zal ik wel bij de -meestal gemeden- gekende roddelaars gaan zitten.

Maar anderzijds wél: De mensen die dat in de gazetten schrijven zijn daarvoor betaald. Nog altijd geen probleem. Maar ik betaal voor mijn gazet en daar gaat het wat wringen. Want als dàt het niveau van de gazet wordt die ik lees, zal dat al snel het niveau worden van een gazet die ik niet lees.

En daar zit een klein mysterie, want ik lees die bepaalde gazet niet en toch heb ik dat artikel gelezen. Waar? Ik weet het niet, want ik kan dat bepaald artikel niet meer terugvinden. Ik zal hier dan maar een bijkomende verwijzing onder vorm van een printscreen bij zetten.

Wat is nu eigenlijk het -mogelijk- probleem? Veel regeltjes en reglementen zijn er gekomen na zulke prietpraat, nadat één of ander het één of ander geopperd had. En dàt moeten we nu precies niet hebben.

Er zijn nog geen wetten en regels genoeg zeker? Dat zo een gazettenschrijver zichzelf gaat expert wanen en commentaar geven op dingen die vallen onder de persoonlijke voorkeur en vrijheid. Als we het nog wat verder drijven kunnen ze in de gazet nog schrijven dat een jeansbroek toch wel erg fantasieloos is.

Weet ge wat? Als ik zin heb om in mijn trainingsbroek te gaan, dan ga ik in mijn trainingsbroek. Heb ik goesting om mij wat meer madam te voelen, dan doe ik dat. Alle varianten van waarom en hoe ga ik niet beschrijven, dat is een beetje afhankelijk van mijn weegschaalgevoel van de dag en neen, ik bedoel niet Baskuul.

En dan mogen ze de gazetten vol schrijven, want er bestaan echt geen kledingvoorschriften voor boodschappen. Maar kritiek op andermans kleding? Hebben we nog niet genoeg gezien tot wat dat leidt?

1 Het Nieuwsblad
2 De Morgen

Page 1 of 1048

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén