Wizzewasjes

Gelukkig is er de natuur

De zomerwijn

Het is jaren geleden, maar in een vorig leven dronk ik witte wijn bij mijn avondeten. Sedert Luc en ik samen zijn en we hier wonen doe ik dat niet meer, enkel nog eens op restaurant of sporadisch op een terrasje.

Laatst las ik een artikel over de zomerwijnen uit een doos, zeggende dat die zo slecht nog niet zijn. Dat wist ik jaren geleden al, al ben ik geen kenner. Wat ik lekker vind is een goeie wijn. Ik probeerde er twee uit. Ik bracht ze mee uit een Colruyt onderweg omdat ze in die van ons niet in de rekken staan, al staan de rode en de rosé van het merk er wel.

Dat betekent dat ik, wil ik de wijn van mijn keuze op tafel hebben, één van ons beiden naar de Colruyt van Sint-Truiden moet.

Meestal kan je wel aanvragen om iets in je lokale vestiging te kunnen krijgen, maar dan moet je met een volle verpakking/aantal stuks kopen. Bij de Eigenbak wafels zitten er zo’n twaalf pakken in een doos.

Ik weet niet hoeveel van die wijnboxen er in één verpakking zitten, maar twaalf? Ofwel ben ik teut tegen het eind van de zomer ofwel drink ik de zomerwijn ook nog in de winter.

Santé!

1 Het Nieuwsblad

Vroeger tegen nu

In mijn kindertijd stond mijn moeder er op dat we ons dagelijks toilet maakten … aan de poembak wel te verstaan -badkamers waren toen nog niet zo ingeburgerd- en met koud water wel te verstaan -warmwaterboilers ook nog niet.

Vooral in de winter dierf Broer dat koudwaterwassen wel eens overslaan, waarop moe uit haar sloffen schoot en zei dat alleen je haar kammen iets was voor barakkemannen.

Toen ik acht was en mijn lange haren er af moesten, wegens de aantrekkingskracht van de duivel kreeg ik van mijn vader onder mijn voeten. Tja, de weerborstels en de krulneigingen op mijn kinderjarige hoofd waren niet zinnens de slecht geknipte bob te laten vallen zoals een bob hoort te vallen.

“Ga je haar kammen” siste hij meermaals “als je 20 zal zijn zal je niet van voor de spiegel weg te slaan zijn”. Wist hij veel dat ik tot mijn 65ste zou moeten wachten eer ik een iets vriendelijker gedacht over die spiegel kreeg.

Veel langer geleden, dat las ik pas achteraf, was het gangbaar dat je elke avond je haar met 100 borstelstreken borstelde.

De laatste kapper waar ik ging, vertelde me het tegenovergestelde. Die zei dat je je haar niet mocht borstelen noch kammen, haar was daar niet voor gemaakt. Die kapper is nochtans gerenommeerd.

Toen ik opperde dat je haar dan wel vervilt, antwoordde hij dat ik, als ik het toch wou borstelen of kammen, dat best deed vóór het wassen.

Ondertussen is mijn haar terug lang, het is dan ook al meer dan een jaar geleden dat ik de binnenzijde van een kapsalon zag -ik vraag me zelfs af of zelfs Luc zich realiseert hoe lang het is aangezien ik het ‘s avonds voor het naar bed gaan en ‘s morgens bij het toilet maken uitborstel en opsteek- en ik borstel en kam het dus naar eigen goeddunken, tot grote tevredenheid van -voornamelijk- mezelf.

Zeggen dat een mens zijn haar niet mag borstelen … allee nu! Als er zelfs aangeraden wordt een hond toch minstens één maal per week te kammen, sommige zelfs dagelijks.

Toen ging het licht uit …

Bij manier van spreken dan toch want de lichtknop doet het nog wonderwel, dank u.

Verder lezen levert gevaar op wegens een hoog zaag- en klaaggehalte.

Want gisteren was een dag om in te kaderen … met een donkerzwart kader … zo leek het wel.

Het begon met de post, met de bestelling die niet in één pakje kwam maar in twee, die niet samen kwamen maar afzonderlijk en het tweede pakje het eerste voorbij stak voor levering. En terwijl het eerste pakje maar bleef aanmodderen en Bpost de levering maar bleef beloven, lag het tweede al netjes opgevouwen in de kast.

Uiteindelijk verwittigde Bpost dat het pakje niet in de automaat maar thuis zou geleverd worden, gisteren. Leveringswijze waar ik, zoals vermeld al een grondige hekel aan heb wegens het op wacht staan. En dat precies op de dag dat wij boodschappen wilden doen: Luc bij Aldi, ik bij Colruyt. Luc was geïnteresseerd in een ovenplaat om vier pizza’s ineens te bakken en de Colruyt kwam met hun 3% korting voor de 15de.

Gelukkig hadden we het blad waarop staat:

B.POST.NL

Kan U even op het raam kloppen ——>

nog niet bij het oud papier gegooid.

Ik stond dus al goed geluimd op, kunde peizen. Planning in het water. In volle hitte in de auto. Hand op een ijl nest leggen? Ah ja, want Luc had zo goed als alle cola opgedronken en met deze temperaturen raken voorraden snel uitgeput.

Sta ik dus, goedgemutst -du-uh- op en zie dat ik een update heb van WordPress. Normaal doet die dat zelf, maar nu moest ik op het knopke duwen.

En toen ging het licht uit! Blog weg en admin pagina ook. Alles werd een fatale error die niet zjust’n was.

Ik bad de litanie van alle heiligen, te beginnen bij het blog, overgaand naar de post en de pakjes om daarna corona en alle coronagebonden en private restricties aan te roepen.

Luc, in een poging om het vuur te blussen, deed eigenlijk nog wat petrol in de soep -mannen doen dat nu eenmaal- waarop ik tegendraads zei dat we in de auto gingen stappen en boodschappen doen. En dat zonder douchen en ongekamd … dat ik efkes rap heb verholpen met wat deo en een spuit parfum.

Kunt ge u voorstellen hoe kwaad ik was maar in de Colruyt hebben ze een koelruimte om af te koelen …

Inderdaad, toen Luc me terug oppikte aan de Colruyt nà zijn Aldibezoek kon ik tenminste al terug logisch denken in plaats van stomweg mee te draaien met de chaos in mijn hoofd.

De live chat, een dik uur later, vertelde me dat de update helemaal niet in orde was geweest en dat ik, om de problemen op te lossen, de update manueel moest overdoen.

Dat klinkt straf, dat is om zenuwen van te kweken zoals konijnen en het gedoe op het einde van dat gewroet in die database vond ik maar niks, maar ook die operatie leek levensnoodzakelijk. Maar eigenlijk is het poepsimpel en enkel een probleem van durven.

En dan te weten dat ik op het punt gestaan heb om het blog eraan te geven.

De Blacklist

De Blacklist is een programma over kinderen en hun speciale wensen. Iets wat men, volgens mij, in onze kinderjaren afdeed met: “Awel manneke, en wat wilt ge later worden?” Waarop dan meestal een geijkt antwoord kwam à la “pompier” of “piloot”.

En dat was het. Afhankelijk van de goede wil van de ouders en van het doorzettingsvermogen van het kind kwam dat er vaker niet dan wel van.

Nu geeft men kinderen met een speciale wens een programma waarin ze hun wens in vervulling zien gaan.

Daar kan je toch niks op tegen hebben? Of wel? Ik heb er wel mijn bedenkingen bij.

Kinderen dat zijn toch die mensen die nog hun hele leven voor zich hebben en er zelf nog kunnen voor zorgen dat hun wensen uitkomen?

Zou het -in dees- niet aannemelijker zijn datzelfde programma te maken maar met ouderen, met hen die nooit grote wensen hadden en als ze ze al hadden, ze zeker niet in vervulling zagen gaan.

Ah, maar ja, dat staat spreekt niet zo aan op TV en voor de kijkcijfers moet je wat overhebben. Dus doen ze maar voor kinderen met te grote wensen.

Wees gerust, heren en dames TV-makers, ik spreek niet voor mezelf. Mij werd geleerd dat, als ik iets wou, ik er zelf moest voor zorgen. Dat deed ik, dat doe ik en geloof me, mijn wensen zijn wel gematigder én -zonder corona- zelfs haalbaar.

pske van mske: Volgens Luc is dit een herhaling van een programma dat werd opgenomen voor Ketnet, dus enige relativatie mag wel. Maar nu krijgen we dus een herhaling op zondag in prime time.

De blijters

Corona stak flink de kop op en de kust stond te blijten dat al die -rot- binnenlanders zomaar hen in gevaar kwamen brengen.

De lockdown ging voorbij en de kust stond te blijten dat ze inkomsten nodig hadden. Ze stonden te blijten om mensen te lokken.

Een bende krapuul maakt amok en de kust stond te blijten dat ze die -rot- dagjesmensen niet wilde.

De kust stond te blijten dat de NMBS de zaak moest oplossen al stond de NMBS tevoren ook al te blijten dat ze verlies leden.

Zondagavond stond de kust te blijten dat we vanaf gisteren terug welkom waren.

Wat denken die blijters nu?

En dan las ik gisteren dat een Nederlandse burgemeester stond te blijten omdat hij geen Belgische toeristen meer wil1.

Gelukkig voel ik me niet aangesproken. Ik was niet in Nederland en plannen die richting uit zijn er -voorlopig- ook niet.

Maar daar gaan we niks over zeggen. Er zou maar eens een diplomatieke rel van komen.

1 Het Nieuwsblad

Gesmolten gedachten

Ooit lang geleden was er een Engelse reeks die “Upstairs, Downstairs1” heette en het wedervaren vertelde van een Britse aristocratische familie die boven woonde en van hun bedienden in de kelder. Voor zover ik het goed voorheb.

Ik heb het nooit gevolgd, nooit bekeken, enkel een paar fragmenten meegekregen. Maar al snel stelde ik me de vraag der vragen.

Want zie je, als je niks moet doen en alles maar aan anderen opdragen …

In de Dr. Vlimmen-trilogie las ik ook dat de zus van Dr. Vlimmen het personeel opdracht gaf er over te waken dat, nadat zij emigreerde, Dr. Vlimmen wel dagelijks zijn bad zou nemen.

En ik dacht er weer het mijne van. Want personeel dat je een opdracht moet geven …

Corona geeft veel tijd om na te denken, de hitte die er bij komt geeft veel tijd om te dromen en ik denk dan: “Wat als …” Het huis dat ik zou willen als ik zo rijk moest zijn en ik denk aan het eventuele personeel …

Iemand die de kuis voor zijn of haar rekening neemt … daar zou ik kunnen mee leven. Al vind ik mijn slaapkamer daarvoor dan weer iets te persoonlijk.

Maar een kok? Neen toch. Zo iemand wil eer halen uit zijn of haar werk, wil pronken met kunstwerkjes op de talloor. Zo een kok zou zijn of haar neus ophalen voor de gekookte groenten en de simpele gerechten die wij eten. Of moeten wij dan eten wat de kok wil?

En dan ben ik weer bij “Upstairs, Downstairs” en ik veralgemeen een beetje en vraag me: “Hoe zit het met de was van die mensen? Wie zou die hun ondergoed wassen?”

1 Upstairs, Downstairs

Ons huis

Ons huis is een oud kot. Ons huis is nog gebouwd in een tijd dat ze nog huizen bouwden in plaats van monteerden. Ons huis heeft buitenmuren van een halve meter dik. Ons huis staat met zijn voorgevel naar de noordkant.

Dat wil zeggen dat ons huis lang koel blijft. Dat wil zeggen dat ik in de eetplaats, de koelste plaats van het huis, tot donderdag bij het eten, nog steeds mijn gileeke aantrok over mijn zomerkleed.

Dat wil ook zeggen dat ik ‘s nachts nog niet mijn dekbed met fleece dekbedovertrek volledig heb afgegooid. Luc wel, ik half. ‘t Is te zeggen: ik stop mezelf niet meer in en soms liggen mijn armen al eens een bloot of steekt er een been onder het dekbed uit.

Ik weet wel dat we de warmte niet buiten kunnen blijven houden. Ik weet wel dat het vandaag of morgen ook in ons huis te warm gaat worden.

Soms heb ik een hekel aan ons oud kot, niet omwille van het kot op zich, maar omwille van de buurt, maar op dagen zoals nu vind ik dat ouwe systeem van bouwen zo slecht nog niet.

Een arbeidsintensieve bezigheid

En wat doet een mens dan, op van die loeihete dagen?

Het nuttige aan het aangename paren of van de nood een deugd maken zeker.

Waaronder we, in ons geval dan toch, richting regenjasjes moeten kijken. Die ging ik dan maar even wassen én impermeabliseren.

Ja, dat kan op zulke dagen, twee keer een heel wasprogramma afwerken en dan twee keer droog nog voor je: “Ze hangen te drogen” kan zeggen.

Waarom ik geen hond wil

Er was eens lang geleden een raar klein meisje. Of ze raar was van geboorte of dat ze raar geworden was, daar kan ik helaas niet over oordelen.

Feit is dat het rare kleine meisje veel nadacht … heel veel. Ze had daar tijd genoeg voor tijdens het kousen stoppen, het wassen en het schrobben, afstoffen en alle andere geestdodende klusjes.

Zo meende ze, toen ze over Stanley de ontdekkingsreiziger leerde op school, dat Stanley helemaal niks ontdekt had. Hij had dragers gehad en die woonden daar en die kenden dat daar en die wisten waar ze met Stanley naartoe moesten. Stanley had helemaal niks ontdekt, vond dat rare kleine meisje en ze vertelde dat aan haar moeder, wat heel, maar dan wel heel erg dom was. Want zie je, rare kleine meisjes zijn te dom om zulke dingen te snappen, rare kleine meisjes moeten bevestigde uitspraken van volwassenen niet in twijfel trekken, het rare kleine meisje zou er beter aan doen nog maar eens de gang te gaan dweilen.

Toen het rare kleine meisje een ietsje minder klein maar een ietsje meer raar was en bedacht dat, als Jezus voor de zonden van de wereld was gestorven om de zondige zielen te redden, er toch geen hel meer nodig was, vertelde ze dat niet aan haar moeder. Ze wist ondertussen wel beter.

Het rare kleine meisje is opgegroeid en werd een raar -nog niet zo- oud vrouwtje. Ze houdt van honden. Ze had ooit honden. Honden zijn de beste vriend van de mens, zo zegt men toch.

Maar een hond? Dan pakt ze het peuterkind van een moeder weg, richt haar vriend af zoals ze die zelf wil om er dan, met een riem om zijn hals mee te gaan wandelen. Ja jongens! En dat met een beste vriend?

Een hond uit een asiel zou eventueel nog kunnen of een hond die ze zomaar op straat ontmoet en die haar ook wel ziet zitten, maar heb je al gemerkt …

Er zijn geen straathonden meer.

En toch zullen ze gaan

Het is een eeuwenoude traditie dat de mensen uit het buurdorp jaarlijks op bedevaart gaan naar Scherpenheuvel.

Corona stak er dit jaar een stokje voor.

En dan zien we ineens dat ze zich niet laten kennen. Het zijn niet de normale vanen van de andere jaren, niet de normale periode van de andere jaren, maar … ze gaan.

Laat ons -vooral voor hen- hopen dat de heropflakkering ook niet weer stokken in de wielen gaat steken.

Page 1 of 1046

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén