Wizzewasjes

Te lezen en te zien

Zo’n ochtenden …

Iedereen heeft wel eens een dag dat hij of zij ‘s morgens meer zin heeft om het deken over zijn of haar hoofd te trekken en te doen alsof de dag niet bestond. Dat had ik dus gisteren ochtend.

Eerst opende ik mijn smartphone om te kijken of mijn logje wel verschenen was en ik kreeg een Error 503 over een mediterende goeroe. Dat was niet bepaald iets om me slecht gezind te maken maar ook niet bepaald goed ook niet. Ik dacht gewoon: “Jà lap” want die kerel was een paar jaar geleden ook al eens op bezoek en toen had ik gewoon moeten afwachten tot hij uit zichzelf opkraste.

Ik stapte dan maar uit bed om even daarna met afschuw naar die baskuul te kijken. Die was er in geslaagd om er op één dag een hele kilo bij te lappen, al had ik de avond ervoor al een licht voorgevoel dat mijn goed slagende afvaltechniek verstoord was. Hoe ik dat weet? Nu ja, iedereen kent zijn eigen corpus wel, denk ik. En ik weet dat die van mij, zonder aanwijsbare reden, plots water kan gaan ophouden. Die had echt wel het ideale moment gekozen.

Ik donderde de trap af, lamenteerde tegen Luc die me niet kon volgen omdat ik de goeroe, baskuul en nog het één en ander door elkander haspelde en ik besloot eerst maar te ontbijten. Na een goei zjat kaffei kan ik zulke chaos beter aan.

Ik zocht even de goeroe op en kreeg een technische uitleg waar ik kop noch staart aan kreeg.

Ik keek in de keukenkast -of beter: Luc deed dat- voor de kruidenthee tegen vochtophoping. Indien er geen meer was moesten we er nog halen -zaag, sikaneer, grommel- maar gelukkig was er nog. Ik maakte de kruidendrank zelf, ik ben nog niet hulpbehoevend, zette de mok naast mij en opende de livechat.

Ik kreeg onmiddellijk bericht van mijn gesprekspartner dat ze op dat ogenblik problemen hadden met hun servers en dat ze er alles aan deden om het zo snel mogelijk geregeld te krijgen. Of ik anders nog andere problemen had, vroeg hij. Neen, die had ik niet. Ik vond niet dat ik het gedoe met baskuul en de kruidenthee aan zijn neus moest hangen … zie je. De curieuzeneus.

Hij bedankte me en ondertekende met Support Robot. Ik had met een robot gepraat. Gelukkig was hij hoffelijk.

Ook prees ik me gelukkig dat ik die ochtend toch de foto had genomen van de mistdruppels op het vliegengaas. Die is namelijk echt een beetje tekenend voor gisteren: eens de mist opklaarde werd het een mooie dag.

Guilty pleasure

Te pas en te onpas hoor je het gebruiken. Meestal gaat het over eten. Telkens heb ik zin om te tandenknarsen, telkens haal ik mijn schouders op en zeg er niets van.

Als kind praatte men me/ons een schuldig geweten aan wanneer we plezier hadden. Dat heb ik mezelf afgeleerd en dat ging nogal vlot, vlotter dan andere zaken die ik niet afgeleerd krijg.

Ik zou me wel schuldig voelen als ik ineens zou gaan schransen omdat één of andere me uitnodigt op een etentje en ik me niet zou verzetten omdat er ergens een beleefdheid is die dat van mij verlangt.

Maar over een pleziertje waar ik zelf voor koos zal ik me nooit schuldig voelen en er van genieten zoveel ik kan.

Guilty pleasure is volgens mij -om het in een andere taal te blijven zoeken- een contradictio in terminis.

Laat de lente nu maar los

Ondanks dat pretbederver Frank Deboosere gisteren stond te verkondigen dat de lente dan al begon1, houden wij het op de 21ste en dat voor alle seizoenen.

Ik zal me niet gaan bezighouden met het bijhouden van de exacte datum en het juiste uur waarop ik één en ander ga herschikken hier in huis.

Bovendien wou ik de lente uitbundig verwelkomen vandaag maar blijkt de reiziger een dag vroeger te zijn aangekomen. Niets zo vervelend als verkeerd doorgegeven afspraken. Ik deed de deur op slot en liet de lente pas vanochtend binnen.

‘t Zal hen leren!

1 VRT NWS – url: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/03/19/begin-van-de-lente/

Het omgekeerde gedicht

Ik las het artikel enkele weken geleden -denk ik toch- en dacht: “dat wil ik ook eens proberen”. Het gaat er om dat je een gedicht schrijft dat je van voor naar achter maar ook van achter naar voor kan lezen1+2.

Ik kribbelde wat en ik krabbelde wat. Een gedicht? Ik zou het zo niet noemen. Een gedicht moet volgens mij toch iets meer schwung hebben.

Maar goed. Ik vroeg me af of het wel kon -maar moeilijk gaat ook- kreeg twee keer vijf lijntjes bij elkaar en al vind ik het niet echt goed, een mens moet wat zetten op het blog. Vandaar …

Een omgekeerd gedicht
Wat bereik je ermee?
Je moet in een bepaalde vorm gaan schrijven
Ik kan dat niet
Ik ben voor de uitdaging gezwicht
[© ms – maart 2019]

en

Ik kijk een film en denk
Het is ook niet alles
Eens onder de mensen komen?
Een snauw, een grauw
Wat zijn de mensen echt vervelend
[© ms – 19 maart 2019]

Misschien probeer ik het ooit nog wel eens -of iets anders- als ik eens niet weet wat eerst beginnen omdat ik niks te doen heb. Wie zich geroepen voelt … Ik ben er zeker van dat er bloggers zijn die het beter kunnen.

1 Het Laatste Nieuws
2 Wikipedia

RaRaRa

Omwille van een verslechterend gehoor heb ik nood aan ondertitels. Ik ben dan ook ten zeerste verheugd dat ook bij de Nederlandstalige feuilletons op onze zenders ondertiteling voorzien is.

En nu ze “Twee tot de zesde Macht” terug uitgeven zet Luc steeds pagina 888 van Teletekst op. Nu heb ik wel al gemerkt dat ik daar nu, met Jeroen Meus, niet echt behoefte aan heb. Bij de vorige presentator had ik dat wel.

En wat doe je dan als je een DVD in handen neemt, die je wel wil kopen maar niet kan zien of er ondertiteling voorzien is omdat ze net het prijsetiket op die plaats hebben gekleefd?

Als je er gaat zitten aan prullen dan denken ze mogelijk dat je hen wil bedotten. Een beetje foefelen dan maar hé …

De overschot

Goed! Ik weet dat ik eigenlijk “het overschot” moet gebruiken om correct te zijn maar dat klinkt niet goed in mijn Vlaamse oren.

We kwamen die bewuste avond van 14 maart om 21.30u thuis, haalden de post uit de brievenbus en daar was hij dan … de brief. Een wat dikkere omslag met een opdruk die eerst wat aan publiciteit deed denken maar bij nader bekijken van een deurwaarder bleek te komen.

Het betrof een paar openstaande schulden, namelijk van:

  • 1 januari 2008;
  • 1 januari 2009;
  • 1 januari 2010;
  • 14 januari 2011.

De begunstigde was een instantie. Maar omwille van de naam van die instantie wist ik ook dat daar helemaal niets openstaande was. Dat zei ik dan ook onmiddellijk tegen Luc.

De stress sloeg toe. Dat kan ik erg hebben van het schrikken. Dan lijkt het of ik vanbinnen helemaal zit te beven, dat mijn hoofd op ontploffen staat en dat mijn hart uit mijn borstkas zou vliegen.

Waarom? Omdat ik ineens visioenen had van urenlang zoeken tussen oude rekeninguittreksels van twee banken want ooit had ik een persoonlijke bankrekening en één voor de zaak maar wanneer had ik die nu opgesplitst? Dat wist ik niet meer.

Bovendien was de brief gedateerd op 5 maart, in de post afgestempeld op 8 maart en waren wij de elfde vertrokken, maar moest de som van enkele honderden euro’s vóór 13 maart op hun rekening staan of ze gingen verder en waren alle gemaakte kosten voor mijn peer.

Luc -bij stress doet hij dat altijd- dook de frigo in en at de laatste droge worst op. Gelukkig was de rest nog niet uitgepakt, wie weet wat had hij anders nog allemaal binnen gespeeld.

Die nacht sliep ik niet. Er waren indertijd meerdere spanningen geweest met instanties allerhande en ik vroeg me af of ze opnieuw een manier hadden gevonden om ons te treiteren.

De volgende ochtend belde ik eerst de instantie zelf. Daar kon ik om half negen al terecht. Als zij me het bewijs konden leveren dat het in orde was … Hoe dom. Instanties werken zo niet. Ze vonden niets terug en ik moest een andere dienst opbellen die pas om negen uur bereikbaar was … het gekende kastje en de nog beroemder muur.

Om negen uur kon ik bij die briefschrijver terecht. Ik belde. Ik gaf het dossiernummer zoals vermeld in het schrijven. Hij onderbrak me. Hij zei: “Mevrouw, ik ga u onderbreken want ik wil u eerst iets zeggen. U mag die brief negeren. Het betreft een ICT-fout. We stuurden u op 13 maart al een schrijven om U dat te melden”. Op dat ogenblik waren we 15 maart ‘s morgens en kon hij toch niet veronderstellen dat die tweede brief al bij ons zou geweest zijn.

Hij vervolgde met te zeggen dat in die tweede brief ook zou vermeld worden of die schuld nog openstond en aan wie ik ze moest betalen. Een paar uur later plofte de brief in de bus. Er is niets aan de hand.

Niets aan de hand? Ik maakte telefoonkosten buiten bundel om hen te bellen, die zijn verwaarloosbaar (0,66€) maar onnodig, ik stond stijf van de stress, had een Sint-Janskruidpilleke genomen waardoor mijn hoofd aanvoelde alsof het met watten gevuld zat en ik bedacht dat ik best een midweekje Sunparks zou kunnen gebruiken.

En Luc? Wel die vraagt zich af waar we de kosten voor het bellen buiten bundel, het Sint-Janspilleke en een droge worst kunnen recupereren.

Geen fun maar foeter

Het was een goed en hygiënisch systeem. De kleedcabines van een zwembad staan zo opgesteld dat ze als sas dienen. Je gaat aan de ene zijde binnen met je schoenen aan en je komt er aan de andere kant uit op je blote voeten. Eigenlijk kon/kan je moeilijk per ongeluk in de foute gang terechtkomen.

Het verwonderde me dan ook dat ik, die eerste dag in Sunparks, boven de doorgang tussen het sas met de haardrogers en de cabines de Engelse tekst zag staan dat er voorbij die doorgang geen schoenen waren toegelaten, enkel blote voeten. Dat kon volgens mij niet kloppen omdat je dan in die ruimte sowieso geen scheiding kan houden tussen met en zonder schoenen.

Maar ik kon daar nu al geen kanten uit omdat die ganse ruimte vol stond met zwembadverlatende jeugd, met hun schoenen aan wel te verstaan. Bovendien was ik Luc kwijt.

Ik ging terug naar boven, vond hem aan de kassa -zijn ticket had niet gewerkt- en legde het probleem aan de medewerksters voor. Die vielen uit de lucht en zegden dat we toch in het kleedhokje moesten geraken en dat we dus gewoon door konden lopen.

We liepen dus gewoon door. Op maandag deden we dat, op dinsdag en woensdag ook.

Op donderdag stond het pleintje voor het zwembad (zie foto hieronder) afgeladen vol met wachtende zwembadverlatende jeugd. De ruimte aan de kassa stond vol met drummende zwembadverlatende jeugd die allemaal gelijk door die draaideur wilden. De draaikant naar binnen toe was leeg. Ik liep er dus in. Aan de andere kant bleef de opzichter maar kinderen in die draaideur proppen. De deur blokkeerde en bokte tegen mij aan. Luc heeft die deur tegen gehouden. Ik zat klem. Toen pas stopte die opzichter met kinderen in dat compartiment te duwen.

Daarna moet je je ticket scannen om door een draaistang te geraken naar het bad zelf. Aan de binnenzijde stonden nog massa’s kinderen aan te schuiven om naar buiten te kunnen. Ik vroeg het eerste kind: “jij eerst of ik?” Gezien het aantal kinderen dat daar nog door moest zei de leraar dat ik eerst mocht gaan waarop het kind op de knop drukte om die draaistang naar buiten te laten draaien, waardoor die -omwille van tegenstrijdige opdrachten- blokkeerde. Ik zat klem.

Ik kreeg een enorme zin om me om te draaien en weg te gaan. Ik heb een hekel aan mensenmassa’s, zie je. Niet moeilijk als het altijd zo moeilijk moet gaan. Maar ik ging niet weg. Ik beet door, eens in de kleedcabine zou het gedrum wel stoppen. Ik wurmde me tussen de tientallen kinderen in de bespiegelde en haardrogende zone en liep door. Eens in het water zou ik de opgekomen stress wel verzuipen.

Dat was buiten die ene kerel gerekend, die me in het Frans een uitbrander gaf -effenaf uitfoeterde- omdat ik mijn schoenen nog aan had in die gang. Ik legde uit dat … en daar ging die even op zijn achterste benen staan en eiste dat ik mijn schoenen on-mid-del-lijk uit zou doen. Dat had die gedacht. Die vloer was zo smerig als maar zijn kon. Ik riep Luc terug die poeslief aan het heerschap vroeg: “En in het Nederlands?” Dat kende hij niet.

We zijn terug gegaan en niet gaan zwemmen. Het personage aan de kassa smaalde wat toen ik het vertelde en zei dat het al jàren zo in het reglement stond. Aan de receptie vielen ze terug uit de lucht maar niet helemaal. Dat waren namelijk de twee dames van maandag en die beaamden dat ze het op maandag nog niet hadden geweten, dat het een gloednieuw reglement is.

Ik volg reglementen. Kan ik niet leven met een bepaald reglement dan mijd ik die plaats. Als ze me zeggen bijvoorbeeld dat ik mijn tas aan de ingang van de winkel moet onbewaakt achterlaten, dan ga ik die winkel niet binnen en zien ze me daar later ook nooit meer terug. Moet ik mijn schoenen uitdoen in een ruimte waar anderen de hunne aantrekken waardoor je wel degelijk met je blote voeten door de achtergelaten aarde en andere mogelijke viezigheid moet, dan ga ik niet binnen.

Misschien hebben ze wel een reden om deze regel in te voeren, de gezondheid van mijn voeten vind ik echter een uitstekende beweegreden om daar mijn voeten aan te vegen. Ze hadden ons daarvan op de hoogte moeten brengen vóór het boeken. Nu stonden we voor een voldongen feit. Of het gescheiden gedeelte bij de hygiëne voor zwembaden beschreven staat zou ik niet weten, al denk ik van wel.

Die avond had ik ideeën voor negatieve antwoorden op hun weerkerende vraag om een recensie, voor een recensie bij Zoover, voor brieven schrijven naar wie-weet-ik-al. Zeker is wel dat hun regel niet correct, zelfs niet wettelijk, staat aangegeven. Hij stond er enkel in het Engels maar in geen van de drie landstalen.

Na het avondeten hebben we ingepakt en zijn vertrokken. Dat vonden we logisch. De volgende ochtend zouden we enkel opgestaan zijn om uit te checken en een laatste keer te gaan zwemmen. Wat we daarna zouden doen wisten we nog niet, met het oog op de aangekondigde klimaatstaking en wij die over de Brusselse Ring moesten. Dat vroegere vertrek was ook daarvoor een oplossing.

We hebben dus geen foto van die tekst. Wie gaat nu zwemmen met zijn smartphone …


Foto van Luc

Dagen aan de kust

Het leek ons lichtjes idioot om de dag na de storm te vertrekken naar de kust, maar we hadden het nu eenmaal al langer geboekt.

We vertrokken. Maar waar was de voorspelde regen? Waaien deed het wel en geen klein beetje.

Wandelen stond niet echt op het programma. We willen ook niet in zware wind in het midden van een natuurgebied gaan zitten. Er zijn trouwens alternatieven genoeg.

We overleefden op ons mobiel internet, wat de dieetversie van normaal internet is. Vandaar ook de verminderde activiteit op de blogs. Helemaal balen werd het toen bleek dat ik, ondanks dat ik ingelogd was bij wordpress.com niet kon reageren op een paar blogs en steeds de melding kreeg dat ik moest inloggen. Begrijpe wie begrijpen kan. Ik snapte en snap nog steeds de willekeur van WordPress niet waarom bij de ene wel en bij de andere niet.

Gelukkig had ik enkele boeken in de valies voor de donkere avonden.

Ondanks alles amuseerden we ons geweldig … tot donderdagavond. Het voorval was zwaar genoeg om ons te laten besluiten om in te pakken en weg te wezen.

De goede kant van de zaak is dat ik, dank zij dat voorval, morgen ook nog wat te vertellen heb. Bovendien heb ik, door dat vroegtijdig vertrek, zelfs nog wat overschot voor overmorgen.


Meer foto’s

Frietjes en groentjes

Eerlijk gezegd krijg ik er wat de kriebeltjes van.

In een tijd waarin alles verkinderlijkt wordt eten we frietjes en groentjes.

En kopen we appeltjes van meer dan 300g per stuk.

Tut op de grond

Lang geleden stond er bij ons een moor op de stoof. In dit geval bedoel ik echt wel een moor en geen fluitketel. Een moor had namelijk geen fluit maar een teut zoals de koffiepot er destijds een had. Meer nog de moor en de koffiepot vormden een set.

Die moor vervulde meer dan één functie. Niet alleen maakte hij water warm of zorgde hij voor de luchtbevochtiging. Neen, ook als kleine broer of kleine zus hun tut lieten vallen werd de moor gebruikt. Want dan moest de tut in het warme water van de moor gestoken worden.

Later kreeg je dan wel het warm water zo uit de kraan, maar toen waren kleine zus en kleine broer niet meer aan de tut.

Toen Schoonzusje op een dag de gevallen tut van Kozzeke in haar mond stak vloog mijn moeder op. Zo deed je dat niet, zo gaf je enkel ziektes door. Het hoorde niet.

Wat las ik nu laatst? Het zou precies andersom zijn. Het zou nu blijkbaar precies goed zijn voor het immuunsysteem van een tutteraartje1.

Gelukkig heb ik nooit voor dat dilemma gestaan. Wij hadden geen moor meer en ik likte niet aan tutten omdat noch Zoneke noch Zus een tutter hadden.

1 De Standaard

Page 1 of 998

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén