Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Het rommelde

Weken en weken mooi weer en wij schrijven ons in voor een rommelmarkt. Maar we moeten wel op voorhand betalen en bovendien een waarborg geven dat we tot het einde gaan blijven. Ik snap dat wel als je ziet dat je, als je als bezoeker op zo’n rommelmarkt rondloopt meer plaatsen ziet waar ze hun schup al afkuisten dan andere. Dus ja …

En wanneer beslist dat onweer om huis te houden? En op welke dag zit er kans op een bui in? En wat doe je in dat geval? Kans lopen dat je alles moet afdrogen en dat je boeken een ellendig hoopje pap worden? Of je geld door de riooltjes laten weg spoelen?

We gingen. We namen wel plastic folie mee, maar we hebben niet echt goeie. De ene -de oudere- is wat te dik en niet helemaal doorzichtig. De andere -de nieuwe- is wat te dun, zo vreesden we, maar bij Hubo hadden ze op het ogenblik van aanschaf geen betere.

Het was mooi weer. Er was een smid. Er waren workshops.

En de verkoop? We hadden geen kinderkleding. En dat blijkt deze dagen veruit het interessantste artikel op een rommelmarkt.

We zullen toch eens goed moeten overwegen of we nog willen investeren in rommelmarkten. Ik heb er -eerlijk gezegd- een beetje genoeg van.

____________________
Uitgelichte afbeelding: In een wereld waarin het blijkbaar normaal is een moeder aan te spreken over het huren van haar vierjarig dochtertje, ga ik geen herkenbare foto van kindjes plaatsten, al zag dat er dan nóg schattiger uit. De papa heeft hier weet van.

Dat heet zalmkleurig

Ooit ging ik naar een trouwfeest, nog voor corona. Ah ja, want tijdens corona ging ik niet naar trouwfeesten.

Ik kocht me nieuwe kleren met een bloes in een kleurtje dat ik nog nooit had, iets oranje-rozig. Eens ter plaatse zei men: “oh, jij hebt een oranje bloes” en ze giechelden, maar man die giechelden als pubers.

Tot mijn grote verwondering had de hele dichtstbijzijnde familie om middernacht ineens een hemd of bloes in zowat dezelfde kleur aangetrokken waarop men me nogal schalks vertelde dat dat een gag was omwille van de broer van de bruid die wel eens met een oranje hemd durft op te duiken. De bruid had gezegd: “alles wat je wil, maar geen oranje” dus vonden ze dit gezamenlijk erg grappig.

Ik heb die bloes één keer aan gehad. Ze ligt nu bij de spullen voor de Kringwinkel.

En weet je wat ik toen tegen Luc had gezegd? Juist, jawel. Maar die keer hebben we dat wel écht gedaan ook.

Ik wil naar huis

Het is wat het is, ieder mens heeft een eigen manier om een opdoffer te verwerken.

Mijn manier? Of het nu over een gemenigheid, een val, een doef tegen mijn hoofd of gelijk wat gaat, ik reageer altijd automatisch op dezelfde manier. Soms gelaten, soms lijdzaam, soms wat bozig en soms heel boos.

Zo had ik ooit het voorval van de lepels van de vorkheftruck die op foute hoogte en foute wijze waren laten staan waardoor ik er overheen sloeg, op mijn knieën, hand gekneusd en knie geblesseerd. Dat die knie nog een week in een strak verband ging moeten wist ik nog niet.

Ik draaide me om in zittende beweging, bekeek mijn hand, raapte mijn verstand bij elkaar en daar kwam het.

Een collega vroeg of het ging. Ja, het ging, niet goed, maar het ging. En ze zei dat ik er niet veel over maakte. Wat maakt het dat je er veel over maakt? Zou het dan ongedaan geweest zijn?

Maar, zo wist ze te vertellen, moest zij dat geweest zijn zou ze wel gereageerd hebben, zou ze wel lawaai gemaakt hebben, gescholden en geduveld. Zij zou gereageerd hebben!

Ik zei: “Maar dat deed ik toch!” De collega keek vragend. Maar ja, zoals altijd had ik gezegd: “Ik wil naar huis!” Die keer wel wat luider dan normaal. Maar het was nog geen roepen geweest.

En ja, dat is de enige mondelinge reactie die ik geef, soms gefluisterd, soms neerslachtig, soms boos en soms luid.

Dat ik dat soms ook heb als er thuis iets voorvalt is in die mate bijzonder te noemen vermits ik dan toch al thuis bèn.

Voorlopig geregeld

Voilà sé! Opgelost èn PRO opgezegd. Nadat ik de meeste foto’s van mijn Flickr-albums had afgehaald en enkel een selectie maakte en op “In Beeld” plaatste heb ik november niet afgewacht om de betalende PRO op te zeggen.

Natùùrlijk vragen ze om even aan te geven waarom. Natùùrlijk heb ik dat gedaan. Ik had het over “a slap in the face” en nog zo ’t één en ’t ander.

En weet je wat? I was a valuable Flickr-member en ze wilden wel nog wat van de prijs afdoen. Daar moeten ze zich dus geen zorgen over maken.

Dat heb ik nu wel zèlf gedaan.

Een tandenobsessie?

Bovenstaande foto is een afbeelding gemaakt door een artiest(?) die de achterkant van haast elk bord en veel vrije ruimte van de Ring en de autosnelweg naar Gent vol kladde met afbeeldingen van tanden, waarvan ik er maar twee op foto nam -om toch een goeie te hebben van uit een rijdende auto- maar geloof me, er is enorm veel variatie in zijn uitvoering.

Terwijl je naast de chauffeur in een rijdende auto zit vraag je je zo het één en ander af, zoals hoe hij het klaarspeelde, zo stoppen bij elk bord en dan nog eens de terugweg ook.

En wat betekenen de afbeeldingen?

  • Laat je tanden zien?
  • Hun tanden ergens inzetten?
  • Met zijn/haar/hun mond vol tanden staan?
  • Met lange tanden …?
  • Haar op de tanden is het zeker niet. Er staat -voor zover ik zag- geen haar op.

Dat zijn bedenkingen voor onderweg … niet voor thuis.

Wat ze betekenen mag de artiest dus zelf komen uitleggen.



Het licht ging efkes uit

We waren bijna thuis en besloten nog ergens te gaan eten. Dan moesten we ons daar thuis ook niet meer om bekommeren.

Luc parkeerde, ik stapte uit en daar kwam een auto -nog net niet met gierende banden- achter de onze de vrije plek ingedraaid.

Ik reageerde automatisch voor hij me aanreed en was in twee stappen -KNAL- tegen het metalen bord dat op het bordes staat waar ik heen wilde.

Ik was versuft van de slag en kon efkes mijn hersens niet gebruiken, mijn ogen keken scheel en ik tastte aan mijn schedel om te voelen of die er nog op zit.

Luc had van het gebeuren niks meegekregen, druk doende met alles wat bij deftig parkeren hoort.

Hij bekeek me dan ook alsof hij het in Keulen hoorde donderen als het eerste wat ik zei was: “Ik wil naar huis!”

Hij had zelfs die auto, die zo ab-so-luut naast ons wou staan, niet zien parkeren.

Terwijl ik hem op de hoogte bracht, werd de draaierigheid minder, kwam ik tot de conclusie dat mijn bril de slag had opgevangen en nogal scheef stond en de neiging om mijn maaginhoud op het bordes te deponeren ging ook over.

Met wat wringen kreeg ik mijn bril recht, zette hem terug op, pakte mijn sjakosj onder mijn arm en vroeg: “Wat wil je eten?”

Later, tijdens het eten zag Luc dat er een blauwe punt onder mijn wenkbrauw zat en was mijn rechteroog aanzienlijk kleiner dan het linker.

De auto in kwestie? Foetsie! Maar het eten was lekker.

De dag daarop bleef er, op wat hoofdpijn na, enkel en alleen enorm veel jeuk op mijn voorhoofd over en dat snapte ik niet helemaal. Nog altijd niet.

De ontploffing

Uiteindelijk zijn we niet naar Plugstreet 14-18 experience gereden. We hadden op tijd gezien dat het veel met film- en geluidsfragmenten te maken had en daar hebben wij dus een probleem.

Wat zouden we dan wél doen vóór de namiddagwandeling in Wijtschate? Luc opperde het Museum van de Wielersport in Roeselare.

Eens daar, wachtte ik Luc op die zijn mondmasker in de auto vergeten had. En ik zag ze komen. Op een hele trottoir zonder volk wisten ze zich een plaats te bemachtigen op geen 2m van mij en gingen zo luid babbelen dat ik moeite moest doen om ze niet te verstaan. Niet horen was al helemaal onmogelijk.

Ik ging wat verder staan. Maar daar kwamen er nog twee. En instinctief voelde ik aan dat er miserie op komst was.

Ik maande Luc met mijn hand achter mijn rug aan om wat haast te maken.

Aan de kassa overhandigden wij onze museumpas en de dame begon die … en daar kwam miserie met grote stap binnen, onderbrak de vrouw en begon over één of ander over parking en parkeren en problemen en …

“Waarom moet óns dat altijd overkomen?” fluisterde Luc. Ik haalde mijn schouders op. Soms denk ik dat de “I” op mijn voorhoofd even goed “Idioot” -maar dan één die te verwaarlozen is- kan willen zeggen.

Luc probeerde, hij zei: “Mevrouw, excuseer …”

De dame die onze museumpassen had was gegeneerd, maar mogelijk had miserie een hogere functie of zo want die bleef maar doorgaan over één of ander over parking en parkeren en problemen en … de dame met onze museumpassen bleef maar luisteren en kon er geen speld tussen krijgen.

En toen gebeurde het. Luc ontplofte, zoals hij het zelf noemde, en dat terwijl ik toch de meer explosieve van ons beiden ben. Denk nu niet dat ik een kort lontje heb. Neen, maar als de druppel te veel de emmer doet overlopen, tja … Luc is een pak groter dan ik, zijn emmer wellicht ook.

Hij zette een forse stap voorwaarts en zei nogal bozig dat wij nog een hele planning wilden afwerken en dat wij nú echt wel naar binnen wilden. Waar miserie naartoe is geschoten, ik weet het niet.

Ik probeerde eerst te sussen maar hé … Luc had gelijk. Iemand die achter ons komt, die gaat gewoon achter ons zijn of haar beurt afwachten.

Ik zei dan ook, ten overvloede -stel dat ze zou denken dat ik Luc ongelijk gaf- dat het op deze manier wel leek of wij er helemaal niks toe deden.

We zijn binnen geraakt, we zijn buiten geraakt maar van het geplande “eens naar de T-shirts kijken” in het bijhorend winkelgedeelte is niks in huis gekomen. “Ik wil naar huis” zei ik, eens terug bij de auto gekomen.

De wandeling in Wijtschate maakte dat de bittere nasmaak wat naar de achtergrond verhuisde. Die wandeling was echt wel de moeite waard. En het was ook tijdens deze wandeling dat we opperden dat drie dagen wel erg weinig was.

En dan moest de avond nog komen …

Wij op de taalgrens

Hier aan de taalgrens leven wij in alle rust. De ene spreekt wat Vlaams met haar op, de andere wat Waals met rollende “R”.

We eten -zo goed als allemaal- patatten/des patattes en geen aardappelen/pommes de terre.

Dat kan allemaal geen kwaad zolang …

Eind jaren ’70, begin jaren ’80 ging men in Brussel zo een scheve situatie recht trekken. De taalgrens loopt namelijk nogal recht horizontaal door deze contreien op enkele storende uitstulpingen na.

Dus besloten ze in Brussel dat het Vlaamse Komen, Comines in Henegouwen moest worden en het Waalse Fourons werd het Limburgse Voeren.

Landen is op die manier in 1963 ook van de provincie Luik naar Brabant verhuisd.

Geen probleem? Gedurende het hele proces zond de -toenmalige- BRT verslaggeving uit van de Franstalige inwoners van Komen/Comines die de Vlaamse kindjes aan de kleuterschool stonden uit te schelden.

En wat met José Happart, de Franstalige burgemeester van Fourons/Voeren? Wat had die streken onder!

Waar ze op de toenmalige RTB verslag over uitbrachten? Ik zou het niet weten.

Wij, als taalgrensbewoners bekeken het en schuddekopten en aten patatten/des patattes als weleer en spraken Frans met haar op en Vlaams zonder “R”.

We waren de voorbije dagen ergens in de Vlaamse velden toen iemand ons vroeg wat we nog op de planning hadden.

Ik vermeldde Plugstreet1, een museum vernoemd naar het dorpje Ploegsteert2 dat nu bij Komen-Waasten hoort maar destijds door de Britten werd verbasterd tot Plugstreet omdat ze Ploegsteert niet over hun Britse tong konden gerold krijgen.

Iedereen weet hoe je Plugstreet in het Engels zou uitspreken? Ik ook.

Die iemand verbeterde me. Hij maakte er erg nadrukkelijk Pluigstriet van. En ik dacht aan Tadej Pogačar wiens naam men ook zo nadrukkelijk wil uitspreken om aan te tonen dat ze weten hoe het hoort waarbij elke Sloveen, die naam waardig, zich de bedenking maakt dat men er te veel moeite voor doet.

Plugstreet was al de 2de correctie want een kerkhof? Neen, dat kon niet. Een kerkhof bevindt zich rond een kerk. Dat moet eigenlijk begraafplaats zijn … als lagen de gesneuvelden zich massaal te ergeren.

In de letter had hij gelijk. Een begraafplaats behoeft geen kerk al leerden wij als kind wel over de talrijke soldatenkerkhoven in de Westhoek.

In de letter had hij dus gelijk. Maar ik heb ook nog nooit een pad op een paddestoel zien zitten.

Ik heb hem in zijn wijsheid gelaten. Al bij al was hij een aangenaam mens met heel veel verhalen over die oorlog. Hij was begeesterd en verwachtte van ons hetzelfde.

____________________
1 Plugstreet 14-18 experience
2 Ploegsteert

The Last Post

Die stond eigenlijk al lang op het programma en we vonden het nu eens het ideale moment om er een paar dagen van te maken.

Een mens weet wel dat je in die regio de oorlog niet kan ontlopen, dat probeerden we ook niet, de streek is er van doordrongen en je ademt hem in bij elke stap, zelfs op wandel.

En al vind ik dat kunst grotendeels emotie is, dan is een bezoek aan de Westhoek dat ook. Emoties die voel je en ik kan daar niet zo over uitweiden als anderen dat kunnen.

Wat ik er wel ga over zeggen is dat een bezoek aan Talbot House in Poperinge meer dan de moeite waard is. Het is een huis van hoop, zo ervoer ik het.

En zoals altijd zat het gif in de laatste dag, daar zal ik het ook nog eens over hebben. Om in oorlogstijl te blijven: die derde dag is Luc ontploft … maar dat komt later wel …

… maar dat komt later wel … zoals foto’s. Maar die komen sowieso niet hier maar wel “In Beeld“.

Probeer maar eens …

je te verkleden op een parking.

Voor wie zich nu afvraagt waarom dat nodig zou kunnen zijn, wel, dat is heel simpel.

Je vertrekt ’s morgens en je gaat naar een evenement of een museum of gelijk wat en je kleedt je zoals je naar een evenement of een museum of gelijk wat gekleed wil gaan.

Maar om nu niet alleen voor dat evenement of museum of gelijk wat over en weer te moeten rijden, plan je een wandeling achteraf.

Daarvoor trek je dan meestal andere kleren -wandelkleren- aan. Je wandelschoenen? Ach wat, dat zie je wel vaker. Mensen die uit hun auto stappen en hun schoenen uit- en hun stappers aantrekken. Maar kleren?

Je gaat dus op een parking, die zo goed als leeg is, in een hoek staan waar er zich geen andere auto in de buurt bevindt.

Hoeveel tijd heb je, denk je? Tijd vooraleer ene die parking oprijdt en denkt: “Hm, die ene staat daar helemaal rustig. Tijd om daar wat rust bij te gaan kappen.

En dan nog liefst zo gezellig dicht bij elkaar zodat je de deur van de auto enkel op een spie open krijgt waar je als een slang door zou moeten kruipen, ware het niet dat je in de koffer zit.

Je kan het voorgaande ook achterstevoren bekijken als je eerst de wandeling en daarna evenement of museum of gelijk wat wil doen. Want zelfs op een bosparking … jawel …

En dan begint Luc weer over gordijnen hangen.

Page 1 of 1093

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén