Wizzewasjes

Niet te zot uit ons kot

Schoon weer tijdens lockdown, wel jà …

Ook opgevallen?

Toen we verplicht in lockdown waren kwam de zomer vroegtijdig zijn opwachting maken. Sedert we terug op stap kunnen, vertikt die zomer het.

Het weerbericht dreigt alle dagen met regen. De lucht is grijs en grauw.

Wat ook waar is … de regen is verwaarloosbaar, vraag dat maar aan de basilicum en de vlinderstruik.

Mijn nieuwe wandelshorts liggen vertrekkensklaar, maar ik stap trap er niet in.

Want ik weet het hè, ik weet dat, wanneer we ook maar zouden aandurven om te gaan wandelen, we zouden douchen met ons kleren aan!

Het maandaggevoel

Eigenlijk is het eerder een zondagavondgevoel. Je hebt dat op een zondagavond na een zalig weekend en je hebt geen zin om op maandag terug naar dat ellendige werk te gaan.

Die tijd ligt lang achter mij. Eerst kwam de zaak, later kwamen daar de evenementen bij, nog later ons pensioen.

Waarom heb ik nu zo goed als alle dagen, dat vervelend maandaggevoel?u

Dan gaat het zo: we kijken TV, het programma is gedaan en het gevoel overvalt mij en het duurt toch enkele seconden eer mijn nikkel valt en ik mijn hersens tot de orde roep.

Is het nu echt het maandaggevoel? Want soms heb ik eerder de indruk dat ik op het punt sta iets te vergeten. Of hoort dat nu ook bij het ouder worden?

Uitgesteld maar niet verloren

Als motivatie kon het tellen, de verschillende zaken die ik mezelf had beloofd als ik ooit binnen mijn bmi zou geraken. Ik geraakte er, maar toen was er al corona.

En al weet ik dat corona niet enkel mij treft en al weet ik dat er mensen zijn die écht leed hebben door corona, dacht ik toch: “Lap!”

Want van het beloofde zomerkleed, de stoere botjes en het nieuwe zwempak kwam ineens niets meer in huis.

Of toch wel?

Het zomerkleed schreef ik af, ik had namelijk terug zin gekregen in het (ver)maken van kledingstukken.

Maar daarna begon het.

Het idee van stoere botjes op dat -de zachtere kleur, een erg vrouwelijke uitstraling en een soepelheid om bij weg te dromen, weet je wel– zomerkleed had ik al lang, idee dat ik jaren geleden afkeek van Farrah Fawcett1 in “Criminal Behavior2“, een romantisch politiefilmke waar mijn dochter en ik wel meerdere keren naar keken.

“Ik wil cowboybotten” whatsappte ik Zoneke en zocht cowboybotten op het internet. Oesj, dat viel tegen en geen klein beetje. De prijzen daarvan zijn belachelijk hoog, ook geen klein beetje.

Ik vond andere stoere enkellaarsjes maar er was corona, er was verbod op winkelen en toen dat weer kon was er … de zomer. Botten, bottinnekes, stoere stappers, … vind ze maar als alle winkels vol sandalen en linnen sloefen staan. Ik ondernam zelfs geen poging, wetende dat het faliekant zou aflopen.

Bestellen op internet? Schoenen? Ikke? Nooit vanzeleven. Echt niet. Dat doe ik niet en zal ik dus ook nooit doen, zelfs niet met de mogelijkheid om ze terug te sturen als ze niet passen.

Luc zocht stiekem en stillekes mee. Tot de dag dat hij de oplossing vond. “Bij Torfs kan je reserveren, in de winkel gaan passen en dan pas beslissen” zei hij. Toen moest ik enkel de winkels zoeken waar ze wel degelijk de twee mogelijke maten in voorraad staan hadden …

Voilà! Ondertussen kan ik mijn stoere botjes ook aan onder het rokje dat ik vorig jaar kocht, nooit droeg omdat het sneller te groot was dan verwacht maar nu, na mijn eerste vermaakopdracht, als gegoten zit.

Het zwempak moet wachten. Ik kan toch niet gaan zwemmen. Eigenlijk kan dat wel. Maar weet je, ik houd niet van een stok achter de deur. Als ik moet gaan reserveren voor een zwembeurt is dat is nu precies het gevoel dat ik krijg.

Zoals ik al schreef in een reactie: ik houd van spontane opwellingen.

1 Farrah Fawcett
2 Criminal Behavior

Het is nooit goed … they said

Iedereen zal het stukje “Be a Lady they said” van Camille Rainville1+2 wel kennen of er zeker en vast al over gehoord hebben en tenminste gelezen. Indien niet … DOEN.

Sommigen noemen het een gedicht en al vind ik dat het misschien meer impact zou hebben gehad, had het iets compacter geweest … zo is de realiteit. Eerlijker gezegd: zo is de realiteit zoals ik die ervaar.

Commentaren vliegen me om de oren … Een compliment? Wat is dat? In die mate dat ik, bij een sporadisch compliment ongemakkelijk word en me afvraag wat de persoon in kwestie nu weer van mij zou willen. Ik zal het daar later nog wel eens over hebben.

Wat ik me nu dus afvraag is het volgende. Ik had het al over het kleed van lang geleden. Neen, het is niet het kleed van op die foto. Dat felle stamt uit dezelfde periode, maar was niet de bijkomende motivatie om af te vallen. Het felle zat bij de stofjes in de stoffen doos … tot ik het eens wat van naderbij ging bekijken.

Het kleed van lang geleden heeft een zachtere kleur, een erg vrouwelijke uitstraling en een soepelheid om bij weg te dromen. Toen ik het de eerste keer paste, ergens in oktober, curieus geworden door de afvalrace, liet ik het zo fier als een gieter bewonderen en kreeg prompt: “je ziet er doorheen” te horen.

Hetzelfde overkwam me toen ik het aan iemand anders liet zien.

Raar, maar dat had lang geleden blijkbaar niemand gestoord? Ik ging het eens bestuderen. Wel, met het licht achter me zie je lichtjes de vorm van mijn benen.

Zijn we op al die jaren preutser geworden? Of waren mijn jonge benen niet storend? Waarom kunnen badpakken en bikini’s dan wel zonder commentaren?

Ik dacht aan Camille Rainville en overwoog: of ik trek het kleed wél en me de commentaren niet aan, maar mezelf kennende is de lol er dan wel snel af. Of ik koop me voering bij Veritas en maak een onderrok.

Licht en luchtig in de zomer? Vergeet het maar. Maar hoe lang moet die onderrok dan zijn? Net onder mijn knieën zodat ik hem nog voor andere kledij kan gebruiken? Stel dat ze dan nog de vorm van mijn kuiten kunnen zien³.

Het kleed naar een Kringwinkel brengen? Dat kan ik nog steeds niet over mijn hart krijgen.

1 Writings of a furious woman
2 Vertolkt door Cynthia Nixon
3 Deze laatste bedenking hoort bij mijn lichtelijk overdrijvende natuur.

Van iets en niets

A la guerre comme à la guerre is nu wel een overdreven uittrukking, maar ik had gewoon zin om het zo te formuleren. In coronatijden zijn alle middelen goed, al heeft ook dat hier niks mee te zien.

Het gaat hem om de fameuze houdbaarheidsdatum. Volgend log viel eigenlijk onder de categorie: “om weg te werpen”. Maar ik ben nu eenmaal niet wegwerpgezind: niet in het echte leven, ook niet bij de concepten.

Nog even ter verduidelijking, het oorspronkelijke schrijfsel dateert van de prille beginfase van de lockdown en was bestemd om tijdens de -uiteindelijk in het watergevallen- meivakantie te verschijnen.

Zodoende:

Als de serieuze dingen des levens je boven het hoofd groeien, kan je enkel leut beleven aan de kleine nietigheden. Er over schrijven is misschien een stap te ver, maar foert, wie zal het me euvel duiden dat ik schrijf om mijn hoofd leeg te maken. Zodoende een onbenullig log.

Ik wou iets. En iets bevindt zich in de dingesdoos. Iets is één van die dinges die je sporadisch eens nodig hebt en die je dan maar samen in één doos -de dingesdoos- stopt.

Wat iets is, doet er niet toe, wel dat iets nogal plastisch en erg veerkrachtig en springerig is.

Ik wou iets en nam de dingesdoos en zuchtte. De tafel naast mijn laptop lag nu niet echt afgeladen vol, maar toch vol genoeg met nog te sorteren boeken voor de boekenmarkt, zodat er geen plaats overbleef voor de dingesdoos, die ik dan maar op mijn stoel zette en aan het rommelen ging.

Ik vond iets en net toen ik het wou pakken bleef ik met mijn armband aan de dingesdoos hangen waarop iets weg gekatapulteerd werd richting raam -weg van stoel, tafel en laptop op verhoog– en het hazenpad koos.

Ik zou “verdomme” gezegd hebben, maar ik ben niet van het verdomme-zeggende type. Ik zou gestampvoet hebben, maar dat type ben ik ook niet. Ik zei dus: “Kan het een beetje, jà?” Ik keek in de handwerkmand die naast mijn stoel aan het raam op de grond staat. Niets iets. Ik verzette één en ander. Niets iets.

Luc kwam binnen net toen ik op mijn knieën onder de kast wou gaan kijken. Hij zou dat wel doen, als ik dan de nieuwe voorraad zou willen gaan invriezen.

Ik kwam terug en vond Luc op zijn buik met een pillamp onder de kast schijnen. Niets iets.

“Ach” dacht ik “ik koop wel een ander iets” maar daar krijg ik dan hartzeer van. Wetend dat je iets hebt en dat het in huis is.

Ik ruimde alles terug op zijn plaats, ging aan mijn laptop zitten en … “Ben je zeker dat je iets niet gevonden hebt?” vroeg ik Luc. Hij keek oprecht onschuldig en ik wees op iets dat heel gewoon bovenop mijn toetsenbord lag.

Hoe dat kan? Snap je dat nu? Schiet de ene richting uit, weg van de laptop en omlaag om een meter hoger en achter mij te landen? “We hebben een recordhouder” zei Luc.

Waarom ik nu bevestiging vroeg van Luc? Hij zou het niet durven zeker … voor de grap.

En al is het dan een futiliteit, het is de herinnering die telt. De herinnering die zegt dat we ons om de kleine dingen moeten bekommeren.

Zorg voor de Zorg

Dit is een log in afleveringen. Of het ooit gepubliceerd wordt is zelfs nu, op 30 juni 2020, nog niet zeker.

Op 22 maart 2020 stond volgend log geprogrammeerd, met als titel: “Tegen enkele schenen schuppen”. Bij nader inzien besloot ik het uit te stellen. De redenen ervoor zijn, denkelijk, wel voor de hand liggend.

Allerlei emoties stormen nu op ons af. Eén ervan is boosheid. Ik ben sedert het begin van de aanval van het virus nu al twee keer boos geworden. De eerste keer toen ik las dat ze in Italie oudere mensen lieten sterven om jongeren te redden en ik werd boos omdat het toch die oudere mensen niet zijn die naar lockdown-parties en andere feestjes trekken.

Het tweede ligt gevoeliger.

Dat betreft de witte lakens. Mooi initiatief om de redders in nood hulde te brengen. Dus hangen er massaal witte lakens buiten. Mooi! Dat werkt het samenhorigheidsgevoel wel in de hand.

Maar …

Dan komt de media …

En dan hoor en zie je iemand op TV zelfgenoegzaam vertellen:

Dat ze ook meedeed …

Dat ze zo ontroerd was door al die samenhorigheid …

Dat de postbode die passeerde ook ontroerd was …

Zalig …

ZALIG? De boosheid vlamde witheet door mijn ziel. Verstomming ook.

Ik dacht aan de moeder die via de telefoon de boodschap kan krijgen dat ze haar zoon, die het virus kreeg terwijl hij op de bres stond, kan bezoeken onder zijn wit laken, op voorwaarde dat ze dat met veiligheidspak én mondmasker doet.

Over datzelfde wit laken denken over een gezicht … dat was een stap te ver.

Nog zalig madam? Je kan de mensen niet verwijten dat ze dom zijn. Je kan de media verwijten dat ze de domsten der dommen een spreekgestoelte geven.

En die samenhorigheid? Welke samenhorigheid? Samenhorigheid zou er enkel zijn als UNIA niet meer moest bestaan, als #metoo overbodig werd*, …

Dat zou pas zalig zijn.

Boosheid wordt gelukkig gevolgd door gelatenheid, maar kom me nu niet meer aan mijn oren zagen over witte lakens, je zou het bovenstaande als antwoord kunnen krijgen.

Waarna ergens half juni volgde:

Nu, nadat de epidemie afgezwakt is en de witte lakens vuil en grijs geworden zijn, zal ik maar eens rechtuit zeggen wat ik van witte lakens hangen denk. Men gebruikt die ook om armoede aan te klagen. Zijn de armen daarmee gebaat? Zou iedereen die een wit laken buiten hangt bereid zijn om een boterham aan een bedelaar te geven?

Zo ook de mensen uit de zorg. Ik weet het, ik heb gemakkelijk praten. Ik heb ook niks gedaan voor de mensen uit de zorg. Ik heb twee schoonzussen in de zorg en een zoon die op de bres stond … die ik geen van allen kon noch mocht opzoeken om eventueel hun boodschappen te doen of een natte dweil door de gang te halen.

Maar ik vind het wel bizar dat geen van hen heeft gezegd: “Tof hé, die witte lakens”.

*Met als pske: Als ik dat zo nalees, zit hier wel een zweem van een voorspelling in vervat. Heden ten dage … samenhorigheid?

Ondertussen is er al veel heisa, krijgen sommigen uit de zorg een éénmalige bonus van 300€, anderen niet1, krijgt Sint-Trudo, het zwaar getroffen ziekenhuis, 70 overnachtingen die verloot worden2, maar daar mag dan ook weer het logistieke personeel aan deel nemen … Ga maar door.

De lijst is lang maar echte oplossingen las of hoorde ik nog niet. Ik vrees dat het bij applaus en vuile was zal blijven.

1 Het Nieuwsblad
2 VRT NWS – url: Personeel van Sint-Trudo ziekenhuis krijgt 70 hotelovernachtingen

De doos was het duurst

En dan liep ik, na lang aarzelen, nog maar eens een Kringwinkel binnen en terwijl ik daar dan toch was, ook even bij de Kilomeet.

En al is er bij de Kilomeet zo goed als nooit iets te vinden -behalve in die ene, verder van hier, die ondertussen definitief gesloten blijkt te zijn- werd mijn aandacht getrokken door een puzzel -1000 stukjes- van een ballerina. Ballerina’s zijn niet echt aan mij besteed, maar het was wel een mooie foto. En voor 1€ per kilo dacht ik …

Dat was nog niet alles. Toen ik de puzzel uit het rek haalde zag ik een zakje liggen, gevuld met puzzelstukjes en het woord “paard”, met een viltstift op een stukske papier geschreven, er op geplakt.

Het kon niet op. Het riskeren waard, vond ik. Ontbrak er een stuk, ik zou toch geen fortuinen kwijt geweest zijn.

Ik betaalde 45 eurocent voor mijn aankopen. Niks stukske te kort. Voor de prijs van een paard had ik er twee en ik vind het gewoon een mooie puzzel.

Zomaar opgelost zonder voorbeeld? Niet echt. Dank zij de vermelding op de rand vond ik hem terug via google.

De ballerina? Lastig vrouwmens was da ja … maar ze is ook af en ook volledig.

Het AS Adventure avontuur

Luc keek pc, sprong op uit zijn stoel
Sprak deze woorden, met veel gevoel
Te warm met die buff
Zei hij met een puf
Gaf een euro aan het goede doel

[© ms – 30 juni 2020]

Luc had, in de beginperiode van corona, enkele halswarmers bij Decathlon via internet besteld. Die hebben een stuk van ± ⅓ in fleece. Dat had geen probleem gegeven, al waren ze dan iets smaller dan een echte buff.

Wat was er nu gaande?

Terwijl hij vorige zaterdag het internet afschuimde had hij een échte buff van “De Ronde van Vlaanderen” gevonden, bij AS Adventure. En dus werden de exemplaren met fleece ineens nogal warm in de zomer.

Hij keek me -mannen kunnen dat- met verlangende kinderogen aan. Alsof ik het over mijn hart zou kunnen krijgen om met doorslaande argumenten mijn veto te stellen. “Dan halen we er toch eentje” zei ik. Hij keek nog niet vrolijker toen hij zei: “Ze hebben er maar één bij het Gouden Kruispunt” en voegde er ten overvloede aan toe dat de winkels van “Het Gouden Kruispunt uitzonderlijk op maandag open zouden zijn maar … die zijn wél altijd op zondag geopend.

Tegen al onze principes in stonden wij vorige zondag om vijf voor tien op de parking van Het Gouden Kruispunt om tot onze verrassing te merken dat zo goed als alle winkels al open waren en ook dat het er relatief druk was.

Luc haalde zijn buff. Op de rekening werd hem een euro extra aangerekend. “Oh, dat is die cheque” zei hij. De verkoper had daar iets van gezegd, maar Luc had gedacht dat hij die cheque kreeg. Niet dus.

Je kan die cheque zelf gebruiken bij je volgende aankoop maar je kan ze ook aan één van hun partners/goede doelen geven. Daar staat ook Natuurpunt tussen. Daar willen wij die ene euro wel aan geven. Daar wordt tenminste iets mee gedaan.

Volgende vraag: mag/moet ik nu de buffs bij het lijstje zetten van kledij en accessoires waar Luc nogal gevoelig voor is? Na de T-shirts, de petjes, nu ook de buffs?

Het rotstuintje

Door luiheid gedreven en verplichte ophokken, deden we dit jaar niet aan jaarlingen. Wat stond mocht zijn gang gaan. Enkel een paar kruiden heb ik in hangbakken geplant zodat ik er af en toe mijn neus eens kan doorhalen en me op vakantie wanen.

Toch zijn er soms verrassingen.

Zo was er het lichte gevoel van onbehagen toen ik zag dat de vogeltjes de helft van ons rotstuintje hadden omgespit en vroeg aan Luc wat hem had bezield om het voederhuis er zo goed als boven te hangen.

De uitleg was logisch, de reden griezelig. We zouden er een andere oplossing moeten voor vinden. Let vooral op het woord “zouden” en je weet al hoe laat het hier ten huize is.

Maar … Zo stond ik een paar dagen terug naar buiten te kijken en viel me àl dat wit op in de goeie helft van het rotstuintje. “Wat is dat met de Edelweissjes? riep ik uit.

Het de niet de Edelweiss die overdadig bloemt, het is één van de andere … ik ken de naam niet meer, die hun identiteitskaart zit er niet meer bij.

De Dodentocht

Luc vond een oproep voor de “100km Covid Challenge powered by Dodentocht1“, aangezien de echte niet kan doorgaan door corona.

Het opzet is dat je 100km wandelt, dat hoeft niet in één dag, je hebt er zelfs vier weken voor en je kon die 100km -of meer- afstappen in meerdere kortere etappes.

Wij waren geïnteresseerd, niet enkel en alleen in de wandelingen en het doel er achter. Maar Luc houdt wel van wat speciale T-shirts en we zouden er elk een kopen.

De virtuele beloning? Ach ja, dat zou ik wel op het blog zetten zeker.

Bij de inschrijving liep het fout. Luc kon geen T-shirt bestellen. Je kon kiezen tussen S – M – L. Daar past Luc niet in. Luc opperde dat we zouden inschrijven en ik moest dan maar een T-shirt bestellen. Maar ik? Ik ben niet dat soort T-shirt gezind. Dat is hij. Ik ben enkel maar solidair.

Nu komt een ander voorval:

Een jaar of 2-3 terug werd er iets georganiseerd en wij wilden daar naartoe. Het was tijdsgebonden en we moesten een kostuum aan.

Luc werd ingeschreven maar ik werd niet aangenomen. Dat ging niet, ze hadden mijn maat niet. Luc weigerde.

Op de dag vóórdien kregen we -beiden- de dringende bede om astemblief toch te komen. Er waren mensen te weinig.

Domoren die we zijn waren, gingen. Maar ik mocht niet naast Luc zitten maar wel ergens achteraan. Luc moest soi-disant koppel vormen met een vrouw met een hoge purperen pluim op haar hoed. En dat was nog niet alles.

Mijn eigenwaarde heeft die dag een serieuze tik gekregen en die was al niet veel soeps na wat we de laatste dagen bij de evenementen hadden meegemaakt.

Wat dan nu met de Dodentocht? Ik een T-shirt bestellen terwijl ik niet de T-shirt liefhebber ben? Ik gooide de inschrijving dicht en zei tegen Luc dat ze het inschrijvingsgeld voor mijn part mochten halen bij hen die wél in hun T-shirts konden. Luc deed dat ook.

Iemand voor ons laten beslissen op basis van omvang, grootte, breedte of hoe we er al dan niet zouden moeten uitzien?

Zoals toen ook al gezegd: “Nooit meer!

1 Dodentocht

Page 1 of 1043

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén