Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Eerste contact

Bij de aanvang van de coronapandemie kreeg ik door dat mondmaskers het horen nog bemoeilijkten. Het horen? Niet echt het horen op zich. Maar ik had nood aan het mondjeskijken. Dus ergens moet ik ongeweten -een vorm van- liplezen aangeleerd hebben.

Toen we die periode vorig jaar naar First Dates keken, viel het me op dat tanden nogal veel in de gesprekken voorkwamen, zowel als afknapper als als compliment.

En dat is een gevoelig punt. Ik had dat namelijk bij mezelf. Van kindsbeen af had ik er problemen mee, mijn melktanden moesten getrokken worden, de nieuwe kwamen uit met gaten. Ik moest op mijn elfde een “appareil“, was de tandenpoetser bij uitstek en liep twee keer per jaar naar de tandarts voor controle en bijwerken.

En toch glimlachte ik niet op foto’s en toch lachte ik niet alsof ik de hele zaal binnen wou happen, zoals nu de trend lijkt te zijn. En ja, ik weet dat aan mijn tanden.

Wat is nu het gevolg? Het eerste wat ik bekijk als ik iemand ontmoet zijn niet langer de ogen, maar de tanden.

Na mondjeskijken krijg ik nu last van tandenkijken.

Een nacht in het museum

Met het oog op een nakende heropening van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen -na elf jaar- nodigde Thomas Vanderveken bekende gasten uit voor een nachtelijke beschouwing van één van de kunstwerken van het KMSKA1. En wij keken mee.

Interessant om weten is wel dat een museumbezoeker gemiddeld 27 seconden besteed aan het bekijken van een werk. Daar zouden ze verandering in brengen door een ganse nacht één kunststuk te bespreken.

Voor het eerste deel kozen ze ‘De Aanbidding der Koningen’ (1624) van Peter Paul Rubens2. En je moet dan al geen fan zijn van Rubens om toch geïnteresseerd te geraken in wat er allemaal kwam kijken bij en rond de totstandkoming van dat doek. Al veranderde dat mijn mening over het uiteindelijk resultaat toch niet.

Het tweede handelde over de ‘Madonna omringd door serafijnen en cherubijnen’ van de 15e-eeuwse Franse schilder Jean Fouquet3. Zelfde ervaring over de gewekte interesse en alle verhalen errond. Vind ik het mooi? Ik weet het niet. Ergens wel, maar het is zo anders dan wat we gewend zijn van die oude meesters.

En bij het afsluiten gaven ze nog mee dat het de derde keer over ‘De Intrige’ van James Ensor4 zou gaan. Nu ben ik wél benieuwd.

En toen ze wisten te vertellen dat de volgende dan wel de derde, maar ook de laatste aflevering zou zijn, vonden wij dat effenaf spijtig!

____________________
1 VRT NWS – url: https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/een-nacht-in-het-museum/
2 Aanbidding door de Koningen – Peter Paul Rubens
3 Madonna omringd door serafijnen en cherubijnen – Jean Fouquet
4 De Intrige – James Ensor

-boos

En nu kan ik er helemaal niet meer om lachen, het loopt gewoon de spuigaten uit. Ik ben het beu, “spuugzat” zoals men in Nederland zou zeggen. Ik heb het over het feit dat iedereen ons steeds als Infostand lijkt te zien. Even over de voorbije week:

Maandag:

We komen na de wandeling met doorweekte schoenen en natte sokken aan de auto, als ik een andere auto naast de onze geparkeerd zie staan. Als we aankomen, komt er een man uit het houten buskot en een vrouw van achter de bomen en ik denk: “Het zal toch niet …” Ze zeggen niks, zelfs geen goeiedag, ze dralen …

… en dralen, zij aan hun auto, hij aan het houten kot, tot ik op één blote voet aan het portier van de auto sta en Luc wat verder aan de picknicktafel zijn schoenen gaat wisselen. De vrouw zoeft, als door een wesp gestoken, zijn richting uit, de man doet hetzelfde.

Ik hoor Luc nog zeggen: “Mijn vrouw …”, ze kijken even mijn richting uit maar negeren me. Luc loopt even met hen mee tot achter het bushok.

Als hij terugkomt zit ik in de auto en heb me zo opgepierd dat ik sneer: “Tof hé, zo een nabeschouwing van een wandeling”. Al bij al betrof het een samenloop van omstandigheden, maar ik kan het toch niet laten van te zeggen: “Was ik een hond geweest, hadden ze misschien wél onder mijn kin gekrabbeld”.

Dinsdag:

We parkeren de auto op de voorziene parking. Wat verder vertrekt er een mobilhome van de voorziene camperplatz en mindert vaart bij het zien van onze auto. Hij vertraagt … staat stil … Ik denk: “Het zal toch niet …”

Hij komt uit zijn camper, loopt de volledige parking over tot bij Luc en vraagt: “Mijnheer waar kan ik mijn toilet legen?”

Deze keer loopt Luc niet mee, maar zegt: “Dat weet niet mijnheer, ik ben hier zelf voor de eerste keer”.

Astemblieft hé zeg! Duitse parking, Nederlandse camper, Belgische auto … Ik mis de logica?

Vrijdag:

Op wandel in het bos horen we iemand roepen. Bij het naderbij komen vraagt ze of we geen hond hebben gezien. Tot daar aan toe, maar ze dringt aan. Een hond, met leiband, zonder mens. Nee?

Ze had zich maar even gebukt om noten te rapen en weg was hij. En ze roept nog eens over de verlaten wei.

Ik denk: “Noten? Dat is goed om de schrale vlek op de kader in te wrijven”. Ik wil een noot zoeken als ze zegt: Ah, maar ik heb die allemaal al opgeraapt”. Maar haar hond …

Ik draai me om en ga verder. Neen, we zagen die hond niet. En ik ga me wel een fleske notenolie halen bij de Hubo. Daar krijg je dan geen vuile vingers van.

Nah seg …

Het weer op vakantie

Al zag het er niet goed uit op het weerbericht van de week ervoor -het weer zakte in de maandag dat we vertrokken en gaf beterschap voor gisteren-vrijdag als we terug thuis waren- maar we hadden enorm veel sjaans als ik het zo op de blogs bij anderen kan lezen.

Op maandag hadden we regen onderweg, was het droog gedurende de tijd dat wij wandelden om terug te beginnen als we, schoenen en sokken gewisseld en al, vertrekkensklaar in de auto zaten. We zijn dan maar iets vroeger gaan inchecken in ons tijdelijk verblijf.

Dinsdag gaf men veel regen. Buiten wat miezerig doen en een douchekap over het fototoestel hadden we een aangename dag met in de namiddag opklaringen. Ik begon toen te hopen dat het al bij al bij veel geblaas zou blijven.

Op woensdagmorgen scheen de zon over het dal en wisselden zon en wolken elkaar af maar bleef het droog tot rond de zessen. Toen heeft het wat tegen de ruiten gewaterd. Gelukkig zaten wij aan de andere kant.

En donderdagavond hebben ze hier thuis een beetje gedaan alsof, met enkele druppeltjes tegen de ruit.

Natte voeten haalde ik wel, het gras was immers nat.

Snel zijn voor de vakantieplannig

Waar ik meestal bij het boeken van een vakantie -en dat kan soms een jaar op voorhand zijn- al begin met mogelijke activiteiten in te plannen, stond nu op de agenda vermeld: “Vakantie plannen” en bleef de planning leeg.

En dat werd mee doorgeschoven en doorgeschoven, tot ik de dag van het sjakosjenverhaal besloot dat het eindelijk tijd was om de voet in de pla te zetten.

Eerst was de link, waarom ik er boekte, ineens geen link meer maar een “Page not found: Error 404”.

Gelukkig zat ik al snel op het juiste spoor en knobbelde en puzzelde verder: Wat bezichtigen? Welke wandelingen? Waar eten? En wat eten?

Ik kreeg het geheel voor elkaar en toch nog goed op tijd, zo een week op voorhand.

Zou ik nu al aan de volgende voorbereiding beginnen? Na eerst even na te genieten van deze, die nu voorbij is, natuurlijk.

Omtert rapst

Er was een tijd dat de mensen van hier wilde dieren van elders konden bekijken in een dierentuin. De dieren zaten in kooien en liepen heen en weer en heen en weer … als een leeuw in een kooi.

En toen had iemand het licht gezien. Het kon toch niet de bedoeling zijn dan die beesten zo hun leven moesten slijten. De kooien werden ruimer, werden meer uitgekiend, de tralies vielen weg.

En toen vond men dat die oppervlaktes te klein waren. En opnieuw ging men bestuderen en aanpassen.

In bepaalde natuurparken lopen de dieren los en worden bezoekers via speciale paden geleid … tot enkelen van hen, die denken dat de natuur er enkel voor hun plezier en vermaak is, vinden dat hun vrijheid daarmee aan banden is gelegd en ze buiten het veilige pad willen lopen.

Wat is het resultaat van een knul die niet hard genoeg kan lopen en een jachtluipaard dat de natuurregels wél kent1?

Een natuurpark gaat bekijken welke extra maatregelen genomen kunnen worden om het park veiliger te maken. Euhm … dieren in kooien? Neen, dat kan niet, dan zijn we terug naar af.

Tralies plaatsen rond de wandelpaden misschien?

____________________
1 Het Nieuwsblad

Nu begrepen?

In 2014 kocht ik me, bij een uitverkoop in de sportwinkel op Arran, een extra paar stapschoenen.

Toen ik ze ging gebruiken, ging het al heel snel mis. Ze waren verduurd en werden al even snel afgevoerd.

“Verduurd door het in opslag staan” was mijn opinie. Tja, in een sportwinkel op Arran was er misschien niet zoveel stockverloop waardoor schoenen langer dan voorzien in voorraad stonden.

Ergens begin dit jaar, toen mijn goeie schoenen sleet vertoonden en niet meer waterdicht waren, mijn tweede paar 500gr zwaarder bleek te wegen, wat niet bevorderlijk is voor artrose in de heup, besloot ik mij een paar nieuwe te kopen, de sletige goeie als reserve te gebruiken en de zware op de rommelmarkt te verkopen.

Ik kocht een paar, in solden.

Sedertdien heb ik steeds met die schoenen gewandeld, tot ik nu merkte dat er een mini-scheurtje zat in de plooi vooraan. En dat vind ik eigenlijk ook te snel. En ook zo plotseling bleken ze ook ineens zo lek als een zeef.

Het resultaat is dat ik nu eigenlijk twee paar in reserve zou hebben. Ik zal ze om en om moeten gebruiken. Als ze dan op regendagen maar droog geraken op één dag.

In geval van nood kan ik de zware kloefers nog uit de rommelmarktspullen halen, maar daar heb ik nu écht nog minder zin in.

Wat kregen we nu?

Ergens de voorbije week, opent Luc de deur van de eetplaats, komt binnen en zegt zomaar, uit het niets:

En waar ik het van krijg, is dat die TV-zenders allemaal altijd maar het zelfde mogen blijven herhalen en dat is alleen maar om er publiciteit tussen te kunnen pompen. Wie kijkt daar nu naar?

Waarop hij plaats neemt aan tafel.

Ik zeg nog iets over Netflix en het onderwerp was afgedaan.

Al bij al was ik wat verrast, het is niet Luc zijn stijl om te mopperen vóór mijn koffie.

Het Bourgondische leven

Waar ik ooit vond dat ik compleet genegeerd werd door de dokters, lijkt dat nu, bij het ouder worden, wel iets veranderd.

Waar ik hen vroeger zelf moest contacteren, laat onze dokter ons bij tijd en wijle weten dat het tijd is voor het jaarlijks bloedonderzoek en voor het jaarlijks griepvaccin.

Waar ik vroeger zo eens sporadisch zo een bloedonderzoek liet afnemen, is dat nu dus jaarlijks.

Waar men me, jaren geleden, zei dat ik verhoogde cholesterol had, zegden ze dat het geen kwaad kon, het was goede cholesterol.

Nu zegt men al twee jaar niks over die goede, enkel dat die te hoog staat maar op zich lijkt dat voor één of andere reden nog niet onrustwekkend.

En laat nu net, vorige week, een cardioloog zijn mening daarover geven als volgt:

Belgen zijn “te onverschillig” tegenover hart- en vaatziekten1

En als ik dat artikel lees, blijkt dat de Belgen vrolijk verder gaan met hun Bourgondisch leven en dat de Belgen niks aan hun levenswijze veranderen en daarom wil de cardioloog de dokters een zogenaamde beloning geven als ze zo een hoog cholesterolgehalte naar beneden kunnen halen.

Zou mijn dokter mij volgende keer voorschrijven om boergrondisch te gaan leven door in de wei te gaan grazen en uit de beek te drinken?

____________________
1 Het Nieuwsblad

Belevingen in Bevingen

“Heb je zin om naar de Kringwinkel van Sint-Truiden te rijden?” vroeg Luc vrijdag voormiddag.

“Dan kunnen we die wandeling in Bevingen nog eens doen” voegde hij er aan toe, omdat hij weet dat ik de laatste tijd eerder met een wandeling dan met een Kringwinkel te verleiden ben.

En ja, behoudsgezind als ik ben, had ik het kaartje nog en zag dat de tentoonstelling “Belevingen in Bevingen” er ook nog stond … tot vandaag. Dan konden we eens kijken welke stukken de zomer hadden overleefd, welke er belabberd bij zouden staan en welke weg waren.

Niet dat het daarom was dat we gingen, het wandelingetje op zich is ook mooi.

Maar, wat bizar en raar, waar de donderdag nog als frisse -zij het wat zwaardere- berggeiten over een langere wandeling hadden gehuppeld begon het in Bevingen ineens zwaar door te wegen. Aan de “Zonnekoning” voelde ik het al, trok mijn vest uit, maar ploeterde verder, ik zei niks om Lucs courage niet te saboteren.

Maar in de laatste rechte lijn zei ik: “Ik zal blij zijn als we aan de auto komen” waarop Luc antwoordde dat hij al moeite had van aan de “Zonnekoning”.

We zullen een offday slechte dag gehad hebben, zeker. En dat op een toerke van nog geen 4 km.

Page 1 of 1106

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén