Het huis waar we nu wonen staat net in een bocht van de straat. Aan de andere zijde van de straat is de parking van de camping. Oorspronkelijk, véle en véle jaren terug blijkt dat die parking de tuin uitmaakte van dit huis en dat het een straat betrof die doodliep op het erf van dit huis.
 
Het andere eind van de straat liep dood op het erf van de vroegere brouwerij hiernaast. Die brouwerij bevond zich aan een klein riviertje.
 
Aan de andere kant van deze rivier bevond zich het stalleke, een eenzaam alleenstaande stal, die enkel van het water gescheiden werd door een voetpaadje, dat een binnenweg naar het dorp vormde. Buiten het feit dat de aanpalende terreinen onderling verwisseld werden en de twee straateinden werden verbonden is er nog niet veel veranderd.
 
Ongeveer rond de periode dat Ex en mske dit huis kochten, kocht iemand het stalleke om het om te bouwen tot een huis. Ook heeft het gemeentebestuur de binnenweg onder de hoede genomen en voorziet dat op de nodige tijd van nieuw grind.
 
Toen Zoneke 14 jaar oud was en stilaan, op een andere manier, naar meisjes begon te kijken, reed hij op een zomerse weekenddag, met zijn fiets naar de bakker en zoals hij steeds deed, gebruikte hij daarom dat binnenwegeltje. Nu was de 18-jarige dochter van de eigenaar van het stalleke in de tuin cement aan het maken, met een betonmolen, maar in bikini.
 
En in plaats van zijn ogen op de weg gericht te houden keek Zoneke naar de natuur. Daardoor nam hij zijn bocht verkeerd, om dat wegeltje in te rijden, gleed uit op het grind, probeerde bij te sturen en plakte elegant tegen de gevel.
 
De vernis van zijn voorgevel was volledig geschramd. Nadien is hij nooit nog op een weekend langs de binnenweg gereden.
 
Mannen verliezen niet zomaar hun gezicht.