Toen mske er weg ging, was ze dertien. Ze had er zes jaar gewoond en ze was er thuis. En toen moest ze weg en stierf een beetje van binnen.

“Voor Broer is het zo erg” vertelde moe aan ieder die het horen wilde “die heeft al gehuild. Ons ms zit daar niet mee in, die zegt daar niks over”.

De nieuwe gemeente beviel mske niet. De mensen waren daar vals. Of dat nu een werkelijke waarneming was, of dat dat gewoon kwam doordat mske op haar dertiende pas de valsheid van de mensen begon waar te nemen, laten we maar in het midden, aangezien er wel overal goei en slechte zitten.

Broer sprak na een week al het lelijke dialect van de nieuwe gemeente. mske miste het dorp en bleef het missen. Ze wou er terug naar toe maar ze is er op al die veertig jaar maar enkele keren geweest/door gereden. Eens nog met va en Pijp, die had dan met Broer en mske op het biljart gespeeld. Op haar 18de ging ze naar een week voor welpenleidsters en koos het scoutsdomein daar ter plekke. In haar verkeringstijd wilden ze naar de Floraliën maar zijn er niet binnen geraakt en toen werd de terugweg ook via het dorpke omgelegd. Nog later reden ze er eens gewoon door omdat er file op de autosnelweg was. De boosaardige zat toen ook nog bij in de auto. Oh ja, en de trouwfeest van haar nicht is daar ook nog in de zaal geweest.

Maar telkens ze op de autosnelweg voorbijreden, keek mske naar het kerkske en de molen. Dat hebben we onlangs nog verteld. Sedert Slow en mske samen zijn keek mske niet meer naar rechts op de autosnelweg, Slow zit namelijk links.

Nu echter was de okkazie er. Ze gingen van ‘s morgens weg en gingen in de namiddag een toerke in het dorp maken.

Het is niet meer wat het was en dat is de tijd zijn schuld.