Er was een tijd, lang geleden, dat mske bij elke gelegenheid meer op de dansvloer stond dan ze aan tafel zat. Neen, mske was geen eter, geen prater maar een danser.

Tot ze ineens op dat ene feest van bijna zeven jaar geleden die danskriebel niet voelde.

Soms overdacht ze dat. Soms dacht ze dat ze het zelfs niet meer zou kunnen, zo een ganse avond dansen. Soms dacht ze dat het de leeftijd was.

Tot vrijdag. Hoe het kwam en waarom, maar ineens stond ze samen met tante M. op de dansvloer.

Tante M. is niet mskes tante en ze zijn even oud. Ze hebben vroeger heel dikwijls samen op de dansvloer gestaan, ook nog vóór ze tante M. en tante ms waren. Maar nu ving mske een glimp op van een meewarig lachske van een meisje aan een tafel naast de dansvloer. Zo een lachske van: “zie die twee”. Even, heel even dacht mske: “wat doe ik hier nu? Ik ben hier te oud voor”.

Maar toen de kring zich sloot en ze allemaal hun benen in de lucht gooiden op “I’m into folk” en mske na tien tellen niet uitgeteld op de grond lag maar haar benen automatisch het ritme overnamen en haar tikker zijn normale ritme bleef houden, heeft ze gedacht: “stik!” Alle meewarige lachskes ten spijt had ze de tijd van haar leven. Het kind misschien ook door ‘t kijken.

Daarna zijn tante M. en mske nog lang op die dansvloer gebleven, tot de lavelozen daar hun bier kwamen staan drinken en het eigenlijk tijd werd om naar huis te gaan.

“Misschien ben ik het toch niet kwijt” dacht mske. De mooiste uitleg ervoor had ze enkele uren tevoren gehoord, toen iemand haar zei dat ze er terug meer uitzag als de tante ms van vroeger, vóór die ene bewuste avond. Blijkbaar blijven mentale opdoffers heel lang in de benen zitten.