In ’96, met het spaghetti-arrest, kwam Zus thuis met een brief van de school die moest ondertekend worden. De scholieren hadden besloten om te demonsteren en Zus’ school was daar tegen. Ze hadden een brief geschreven dat ze de ouders aanrieden hun kinderen te overhalen niet naar die demonstraties te gaan en dus de bijgevoegde brief te tekenen. De school ging er mee akkoord dat de studenten van de hogeschool wél gingen demonstreren in de stad maar voor de leerlingen van het middelbaar organiseerde ze zelf een protestmeeting op de speelplaats en zou de afwezigheden noteren. En dit omdat de school vond dat de leerlingen zich niet met beleid en volwassenenzaken moesten bemoeien.

Maar Zus’ besluit stond vast en ze zei: “ik ga toch”. En mske bedacht dat Zus toch de leeftijd had om een eigen mening te hebben en zei: “natuurlijk ga je” en ze schreef een brief terug, waarin ze zei: “als mijn dochter oud genoeg is om vermoord te worden, heeft ze het recht om daartegen te protesteren”.

mske was de ganse dag ongerust. Ze keek naar de beelden van Rob en ze werd nog ongeruster.

Toen Zus ‘s avonds thuiskwam zei ze dat de klastitularis had gezegd dat haar mama gelijk had. Bovendien had de school de schoolpoorten geopend zodat ze niet moesten ontsnappen en er was niet genoteerd wie vertrok. De school had enkel de drie lagere jaren middelbaar binnengehouden.