Wizzewasjes

Niet te zot uit ons kot

De netelsteeg

Bij één van hun vorige stapkes besloot mske op de Romeinse Weg naar links af te slagen. “Van daar boven zie je nog een plaatje staan waar er nog een weg vertrekt” zei ze ter verduidelijking tegen Slow. Maar ze zijn op het stappen terug gekeerd omdat, volgens mske, de weg die daarboven vertrekt, helemaal niet zo ver van de Romeinse Weg begint.

Eenmaal boven had ze Slow het betreffende plaatje getoond en gezegd dat ze bij een volgende stapbeurt in die richting daar eens gingen kijken. Ze zei ook nog dat je, als je het aan de onbekende kant niet vindt, aan de bekende kant moet vertrekken en zien waar je uitkomt.

Gisteren kruisten ze de Romeinse Weg gewoon en stapten richting plaatje. Het is niet eens een weg, het is maar een steeg. “Precies niet erg begankelijk” keek Slow bedenkelijk, maar toen hij merkte dat mske neiging vertoonde er toch door te gaan, stapte hij maar vlug het paadje in. Het gras stond er hoog en er stonden netels. Het was niet overwoekerd, maar er waren er wel genoeg. En waar de steeg een holle weg werd, groeiden ze zelfs in de taluds en reikten naar de blote armen van de wandelaars.

Ineens hoorden ze snikken in de kant en toen ze goed keken, zat daar een Romein. “Wat is ‘t jong?” vroeg mske “wat verloren gelopen? Want de Romeinse Weg is hier een honderd meters verder hoor!” “Wel” zei de Romein “Het was file op de Romeinse Weg en de centurion besloot deze sluipweg te nemen. Zie je dat?” wees de Romein op het paadje “al die netels en daar moesten wij door en dat op ons sandallekes. En toen ik mij daarover bekloeg zei de centurion dat ik een huilebalk was en dat ik hier dan maar moest wachten tot ze terug kwamen.” Blijkbaar was de centurion de ganse huilebalk vergeten bij het terugkomen of was hij gewoon toch maar over de grote weg terug naar Rome gekeerd want die snotteraar zat er nog.  En terwijl zij toch maar hun tocht door het netelsteegske verder zetten heeft mske hem nog aangeraden terug naar Rome te gaan en niet langer te wachten.

Eens ze uit de holle weg terug op een verharde baan kwamen zagen ze het kapelleke niet en dat was verwonderlijk. Maar het volgende wegske naar links was wel het galgengeval waar ze de keer ervoor op terug waren gekeerd. Nu ze het wegske wisten liggen, zagen ze van aan de boomgaard dat het om een groot trapezium ging. Niet verwonderlijk dat die centurion …
Het eigenaardige in het veld is, dat ze nog geen enkele keer op een hoek zijn beland. Telkens vertrekken er nieuwe wegen. Ze zullen nog wel een pozeke bezig zijn eer ze alle wegskes in het veld kennen. En dan willen ze eens per fiets over de Romeinse Weg naar Tongeren rijden.

Het probleem is … ze hebben nog altijd geen fiets. Momenteel gaan ze liever te voet, maar Tongeren is nu net een ietsiepietsie te ver. Of eigenlijk niet, maar ze moeten nog terug komen ook.

Previous

Het geluid van stilte

Next

Vies! Ofte de dingen des levens in kinderland

2 Comments

  1. olive

    heerlijk toch! “verdwalen”dicht bij huis… en jullie hebben er goed weer bij

  2. Ja.. rare jongens die Romeinen..

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers liken dit: