Vanmorgen hoorde mske gemiauw. “Wat is dat?” vroeg ze zich luidop af. “Sloef op de trap” mompelde Slow.

mske stond recht want het was niet mijn stem maar die van Toke, maar die klonk dan vanachter een gesloten deur en dat kon logisch niet.

Ze keek naar boven waar ik op de trap lag en hoorde nog het gemiauw. “Ben je in de kelder geweest?” vroeg mske “Neen” zei Slow. Zodoende keek mske op het koerke, in de living en op de straat. De laatste gesloten deur hier beneden was die van de kelder en mske deed die uit grondigheid toch maar even open, eer ze aan de deuren boven zou beginnen.

Toke kwam uit de kelder. “Je bent niet in de kelder geweest?” vroeg mske nog eens. Slow dacht even na en ze “neen”. Hij had iets ervoor wel luidop gedacht dat hij nog naar de diepvriezer moest, maar dat had hij nog niet gedaan. Ze stonden voor een raadsel.

Ik wou mske nog zeggen dat Poesjkin zich al veel te lang stil had gehouden, maar ik zal ‘t maar zo laten. Het is weer vliegenmeppersperiode.

Wat dat wil zeggen? Wel …

Ik heb daarnet pets-op-a-toot met Toke gespeeld die zo hard krijste dat mske tegen ‘t plafond schoot van ‘t verschieten en bij dat naar ‘t plafond vliegen heeft mske in één beweging de vliegenmepper gegroebeld en toen ze landde heeft nog harder gekri … roepen dan Toke en ze heeft met de vliegenmepper op het buro geranseld.

Toke is de keuken in gevlucht en ik naar boven op de trap. Maar ze kwam ons achterna met wapperende vliegenmepper in de hand. Eerst heeft ze in de keuken de tafel een mepperdemep gegeven en daarna is ze die trap op gekomen.

Ik ben rap op de overloop gelopen en ben vandaar achter haar op de trap gesprongen.

Mensen! Het is toch wat! Dan stond ze daar zo tegen Slow te lachen en zei dat ik bijna een parachute nodig had.

Waar Poesjkin ondergedoken is … och die komt één van dees wel weer boven water, hij kan het pesten niet laten.