Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Tag: Overloop (Page 1 of 9)

Moorddadig log

Bij het voorbereiden van de volgende boekenmarkt in december in Aarschot, maakte ik nog maar eens werk van een andere doos boeken waar er een resem in zaten die voor mijn part weggegeven mochten worden aan organisaties die boekenverkopen organiseren voor het goede doel.

Dus haalde ik maar weer een lege bananendoos van de zolder, vermoordde de drie wespen die daarin overwinterden en begon de doos te vullen.

De volgende ochtend wees Luc me op de venster op de overloop. Daar zaten weer twee wespen die nog niet volledig bij hun positieven waren gekomen. Die heeft Luc dan maar dood genepen.

Die middag, tussen de soep en de patatten, om het zo uit te drukken want wij eten geen soep en patatten in één maaltijd, vertelde Luc me dat hij nog een derde had moeten kelen.

Weet je dat ik al twijfelde om het kerstgerief van de zolder te halen. Wie weet wat daar allemaal uit komt gekreffeld.

pske van mske:

    Ik ga niet naar elk log apart verwijzen waarin ik het over onze curieuze situatie met wespen heb. Wie daar meer wil over weten kan hier onder even op de tag “Wespen” klikken. En wie er nog niet genoeg van heeft, er is nog een tag “Hoornaars” ook.



Nog een verstoorde nacht

Het zal zo ongeveer putteke nacht geweest zijn, als ik me stilaan begin te realiseren dat het blijkbaar tijd werd voor het nachtelijk wandelingetje over de overloop. Ik probeer mijn ogen open te krijgen. Dat is nodig om over die halve passerel te lopen, anders totter ik er over. Maar dat weet iedereen al.

En als ik daar over loop hoor ik het geluid al en dat zonder hoorapparaat. Er loopt ergens water in huis. De kraan van Lucs lavabo stroomt als een wildwaterrivier en die staat nochtans dicht.

Mijn eerste gedacht is: “Hoe lang is dat al bezig?”

Mijn tweede gedacht: “Rap Luc halen”.

Lucs eerst uitgesproken gedacht is: “Hoe lang is dat al bezig?”

Putteke nacht kunnen we dus beginnen met het ontmantelen van die scheve lavabo. Gelukkig hebben we ondertussen al enige ervaring.

Dichtingsringen hebben we nog genoeg. Dat is natuurlijk niet direct aan de orde, die nacht. Dat kan wachten tot klaarlichte dag. Maar ik verzucht weer, net zoals de vorige keer:

Misschien hadden we er ooit beter gewoon kastjes onder die lavabo’s laten zetten, zij het dan op maat gemaakt, dan moesten we gewoon die deurtjes openen om aan die hoekstopkraantjes te geraken.

En dan liggen we wat later terug in bed, bedenk ik dat ik klaar wakker ben, dat ik de slaap niet meer ga vatten en dat ik er op zondag vroeg uit moet voor de boekenmarkt.

En wat doet Luc zo om 2u30 ’s nachts. Hij gooit het laken af, gooit zijn benen uit bed en zegt: “Ik ga beneden mijn turnoefeningen voor mijn rug doen”.

En dat doet hij.

Nachtelijke ontmoeting

Het zal zo ongeveer putteke nacht geweest zijn, als ik me stilaan begin te realiseren dat het blijkbaar tijd werd voor het nachtelijk wandelingetje over de overloop. Ik probeer mijn ogen open te krijgen. Dat is nodig om over die halve passerel te lopen, anders totter ik er over.

En bij het eerste streepje licht denk ik al: “Licht? Wat licht?” Want ja, zoals gezegd wordt de straatverlichting hier gedoofd tussen 23u ’s avonds en 5u in de morgen, behalve in het weekend. Enkel met volle maan is er enig licht te zien. Zodoende hoort het pikkedonker te zijn. Maar in halve slaaptoestand denk ik dan: “Ach ja, weekend”.

Nog een stapke verder in het proces om wakker genoeg te zijn realiseer ik me dat het geen weekend is, het is gewoon een nacht tussen een woensdag en een donderdag. En dan gaat er een lichte vorm van alarm af van: “Iets is hier niet pluis”.

In een flits zijn mijn ogen volledig open en zie ik de groene weerschijn achter het bed. Die loopt over de volledige breedte van de muur en ik denk: “Wat is dat?” Ik ben ineens klaar wakker, gooi mijn benen uit bed en ga in één ruk rechtop zitten.

Plots steekt daar ineens een wezen zijn kop boven de bedsponde uit, als was het door mijn beweging opgeschrikt.

Nu zou ik nooit denken dat de dapperste aller Galliërs ben, maar ik zit wat raar in elkaar. Bij zulke toestanden neemt mijn automatische piloot -zoals ik dat noem- gewoon over.

Ik realiseer me wel dat ik niet droom, dat ik wel degelijk wakker ben en dat wat ik zie er echt wel te zien is.

Dus stap ik uit bed en zie dat ook het wezen rechtop gaat staan, daar achter de bedsponde. Kijkt die nu naar mij? Of niet? Of houdt hij zich stil? Ik houd mijn adem in. Ik neem mijn telefoon -het kopkussen is te zacht en mijn sloefen zitten aan mijn voeten- en zachtjes en stil schuifel ik richting deur. Dat figuur beweegt ook.

Stapje voor stapje, schuifel voor schuifel, ga ik verder maar stapje voor stapje, schuifel voor schuifel komt de indringer nader. Ik houd mijn telefoon klaar voor de confrontatie.

En nét als ik hem een pets op zijn toot wil geven met mijn telefoon valt mijn nikkel. Ik zie als het ware het licht.

Ik wéét wie daar staat. Ik wéét waarom die daar staat. Ik wéét ook wat die daar doet.

Ik houd mijn adem niet langer in. Ik draai mijn rug naar de indringer, zet een grote stap terug naar de kopsponde van het bed, waar op het nachtkastje de oplader van mijn hoorapparaat staat.

Die is niet goed gesloten en werkt als een filmprojector. Met een streepke groen licht van maximaal twee millimeters uitvergroot geeft dat een gigantisch effect op die witte muur.

Ik sla die met één mep dicht … maar dan niet met mijn telefoon en wandel alleen over de overloop naar de badkamer.

(Lees verder onder de foto)

pske van mske:

    Ik heb de situatie bewust opnieuw uitgelokt en gepoogd er een foto van te nemen maar het licht van mijn telefoon was té storend. Daarom dus maar een decoratieve creatie.



De uilen

Ik stap uit de auto, open de poort en mijn mond valt ook open -allee dat veronderstel ik toch- en was dat niet zo dat deed ik hem toch open om te zeggen: “Het is wéér van dat!”

Want boven, op de ruit van de overloop, heeft weer een uil zijn silhouet achter gelaten. Dat is nu de vierde keer. De eerste keer in augustus 2011, de tweede keer in juni 2018, de derde keer in augustus 2019. En nu dus weer.

Een foto nemen, dat zei ik elke keer opnieuw, is quasi niet mogelijk. Er komt wat foefelderij met achtergronden e.d. bij kijken. Deze moest ik nemen, buiten vanaf de poort. Van binnen naar buiten zat ik tegen de zon in te kijken en kreeg ik enkel een wazige veeg.

(Lees verder onder de foto)

Zelfs deze foto was niet bepaald duidelijk, zodoende ging ik wat spelen met toon en contrast en bij het bekijken van het resultaat vroeg ik me af: “Zijn het wel uilen?”

Zie ik daar geen snoet van iets anders? Een vleermuis? Of buigt de uil het hoofd bij de impact?

Dat kan ik, als ik er zin in krijg, eens op mijn gemakske gaan uitdokteren. In elk geval heb ik wel al uitgedokterd dat vleermuizen dan wel een ingebouwde sonar hebben maar dat die niet werkt bij gladde verticale oppervlaktes … zoals een ruit dus.

Grensoverschrijdend gedrag

Wat lees ik nu weer? Om van achterover te vallen, ware het niet dat ik bij het lezen nog in bed lag.

Inderdaad, ik overloop de kranten al bij het ontwaken in bed. Eens beneden begint Luc te vertellen, die mens heeft me dan ook al de ganse nacht niet gezien en bovendien heeft hij dan honger en wil ontbijten.

Soit. Om van achterover te vallen is het nieuws dat veel Belgen de grens over trekken om hun haar te laten doen1, zelfs van uit Neerijse alstemblieft.

Mijn eerste gedacht? Ze gaan nog wat rondhossen en op die manier mogelijk nog wat blinde passagiers van hot naar her verspreiden.

Tweede gedacht? Is dat nu écht het belangrijkste op dit ogenblik? Dat hun haar goed zit?

Ik weet niet wat voor soort mensen wij zijn, maar wie dit blog volgde weet dat kappers en ik geen goede combinatie vormen. Ik trok dan ook, nu bijna twee jaar geleden, voor de laatste keer de kappersdeur achter me dicht.

Nu is het lang en ik steek het op. En eerlijk? Dat bevalt me uiteindelijk beter.

Luc dan? Moet die niet naar de kapper? Toen Lucs kapper op pensioen ging, heb ik twee keer zijn haar geknipt … met de daver op mijn lijf omdat ik bang was dat het fout zou gaan. Het groeit dan wel bij, maar toch. In die tijd deden we de evenementen nog. Hij is dan een paar keer bij mijn toenmalige kapper geweest maar dat beviel ons geen van beiden. Ons haar werd kort, te kort, bijna zoals met een tondeuse zonder hulpstukken.

Sedert ons pensioen doe ik nu ook Lucs haar, nu met de tondeuse maar met een hulpstuk op een bepaalde stand. Het moet echt geen broske zijn.

Soms vergaten we het zodat hij er weer als een apostel ging uitzien. Nu staat de privé kappersafspraak in de agenda: elke maand op de eerste met een herinnering.

En wij zijn alle twee content … dat ons leven niet bepaalt wordt door de stijl van ons haar.

1 Het Nieuwsblad

Lawijtmaker-II

Vorige zondag, heel vroeg, word ik gewekt door een geluid. Ik vraag me af welke onverlaat er om half zeven in de ochtend met een hamer op een ijzeren plaat staat te slaan.

Als Luc plots uit bed stapt en door het venster gaat kijken vraag ik hem of hij kan zien wat het is. “Dat” zegt hij “dat is een hond”.

Mja, ik weet dat door mijn slecht gehoor geluiden niet klinken zoals ze zouden moeten klinken. Zo klinken meer zaken wel eens wat metalig. Maar de gedachte die ik prompt krijg is niks metalig. Het komt er op neer dat ik, die niet met mijn hoorapparaat slaap, die hond wél hoor terwijl ik de ochtendgezangen van de vogeltjes niet meer hoor. Die hond moest dus wel luid blaffen of erg dichtbij zitten.

Op maandagmorgen, jawel, half zeven, blaffende hond, zelfde scenario.

Maar ook zelfde scenario als in februari 2007, maar toen blafte de hond al om half zes en had ik mijn slaap nodig, ik had toen nog zelf een zaak en kon het me niet permitteren om als een zombie aan het werk te gaan.

Het heeft toen in 2007 geduurd tot ik mijn stoute schoenen aantrok en de eigenaar wat ging aanporren om er wat aan te doen.

Maandag blafte en blafte en blafte de hond de hele dag aan één stuk door tot vijf uur in de namiddag toen de eigenaar thuis kwam. Die man was in 2007 zelfstandige, iets wat hij toen een goed excuus had gevonden voor de eenzaam blaffende hond.

In 2007, dertien jaar geleden en ik vraag me af: “Is het nog de hond van toen? Of is het zijn opvolger? Lawijtmaker-II?”

Dinsdagmorgen, half zeven …

Aan het ontbijt vraagt Luc: “Wat nu?” Ik zeg dat een ander het nu maar moet oplossen. Ik trek geen stoute schoenen meer aan, ik zal wel met het venster dicht en de deur open slapen. Dat kan blijkbaar ook niet, want ook op de overloop en zelfs aan het achtervenster horen we het geblaf.

Slapen met het venster dicht is geen optie, dan hebben we allebei een wattig gevoel bij het opstaan.

We besluiten dan maar dat diegene van ons twee die net iets voor het ochtendgloren over de palier waggelt, ineens het venster kan sluiten.

Dinsdag op de noen zien we het koppel dat verhaal gaat halen, niet bij de eigenaar maar bij de buurman van de eigenaar, want de eigenaar is uit werken. En die komt pas om vijf uur thuis. De keuze is niet optimaal: of we horen een hele dag een blaffende hond, of we sluiten alle vensters en sluiten ons op met deze warmte.

Natuurlijk komt er geen oplossing, de buurman kan het eigenlijk ook niet helpen.

Woensdagmorgen, om vijf uur sluit Luc het venster en slapen wij door. Als hij opstaat, staat hij vijf minuten later terug naast het bed met de aankondiging: “Hij doet het nog”.

Op de noen zien we de man uit de zijstraat komen, de man die quasi geïnteresseerd naar de waterstand van de beek komt kijken maar eigenlijk zijn oren volgt.

De hond blafte tot vijf uur in de namiddag.

Er staat wat te gebeuren, zoveel is zeker, maar deze keer zal ik enkel toeschouwer zijn. Want als ik het zo bekijk heb ik in 2007 het hele dorp al een dienst bewezen met die stoute schoenen.

pske van mske:

    De hond op de foto is niet de hond in kwestie. De foto’s werden genomen ergens op wandel tijdens een vakantie.



Te wakker in slaapstand

Dat we geen overgordijn aan de achtervenster hebben omdat de straatverlichting onze overloop verlicht, vertelde ik al.

Dat we soms ’s nachts eens over die overloop lopen, vertelde ik al.

Dat we slapen zonder slaapkledij, vertelde ik al.

Of we nu aangekleed of niet over die overloop lopen vertelde ik nog niet en dat ben ik ook niet zinnens. Feit is dat Luc sedert een bepaald voorval wel sloefen aanheeft en ik een badjas heb in de kleur van een blonde labrador waardoor ik me sommige ochtenden, bij het open trekken van de overgordijnen, afvraag of de overbuurvrouw niet zou denken dat … soit.

Ergens deze week, op een vroege morgen om 5u slenter ik, labradorblond, over de palier en zie door het achtervenster een fietser de berg afstuiven, volledig in het zwart gekleed, inclusief zwart masker en muts.

Om 5u steek ik het licht niet meer aan en mijn fantasie ging op de loop.

Stel dat die fietser mijn schim heeft gezien in het ochtendlijk vroeglicht. Stel dat die denkt dat in coronatijden iedereen blijkbaar in zijn blootje in huis ronddwaalt, zou die dan de flikken niet durven sturen wegens exhibitionisme?

Stel dat de flikken zouden komen en ik zou zeggen: “oh maar dat was mijn labradorblonde badjas”?

Stel dat de flikken zouden zeggen: “Dat is die van u niet, want gij kunt daar twee keer in” … wat ook weer waar is. De zoom komt tot halfweg mijn kuiten en om mijn zakdoek te pakken moet ik mijn arm strekken.

Zouden ze me geloven als ik zeg dat ik die verkies boven de meer passende mauve, die ik ook nog heb, omdat hij mij het gevoel geeft dat ik met beddegoed en al over de overloop waggel.

Gelukkig ging mijn fantasie terug in slaapstand eens mijn hoofd mijn kopkussen raakte.

De rookmelders

Vanaf 1 januari zijn wij verplicht rookmelders in huis te hebben. Niet dat ze gaan controleren daar niet van. Maar dat kennen we. En voor de verzekering is het ook niet verplicht. Dat kennen we ook. Wie zou de eerste zijn die het gebrek aan rookmelders zou aankaarten? Juist ja, zij die dat zouden gaan gebruiken als hun paraplu.

Ben ik nu tegen die rookmelders? Ik heb daar niets op tegen, ik ben zelfs pro, alleen slapen wij het hele jaar door met het venster open en slaap ik zonder mijn hoorapparaat.

Wat heeft dat er mee te maken? Wel, enkele weken geleden daverde Landen op zijn grondvesten, want twee avonden na elkaar, rond het uur van tienen, waren hier een zwerm F16’s erg laag over komen vliegen1.

Ik heb die niet gehoord. Ik zou daar zelfs helemaal niets van gehoord hebben mocht Luc niet, de tweede avond, net naar bed gekomen zijn, waardoor ik half wakker werd en me afvroeg of ik nu een vrachtwagen met bieten hoorde en hij antwoordde: “Neen, dat zijn F16’en”.

Rookmelders dus. Waar plaats je die? Volgens wat wij lazen zou een drietal volstaan: ene op de overloop, ene in de woonplaats en ene in de eetplaats. De brandweer wou wel eens langskomen om advies te geven, maar wij wilden op trot en zouden niet thuis zijn.

We hebben het zekere voor het onzekere genomen. Er hangen er vijf waarvan er ene in de slaapkamer zélf. Ik zal toch wel iets horen zeker als die, zo goed als, boven mijn hoofd gaat blèren.

1 Het Laatste Nieuws

Het kan ook zo …

Gisteren morgen, de ochtend na de vorige

Met een “Wat is dat?” schrik ik wakker uit een diepe slaap. Een hond zo dichtbij?

“Een duif” zegt Luc en ik maar klagen omdat ik het ochtendgezang van de vogels niet meer hoor.

Niet dat het zo ontieglijk vroeg was, maar toch te vroeg naar mijn normen.

Slaapdronken waggel ik, de duif verwensend, over de overloop.

“Zonder hoorapparaat hoor ik die meestal niet” zeg ik terwijl ik terug het bed in klauter.

“Ik denk dat die op de vensterbank zat” zegt Luc.

Geen hond? Een duif? Ik geloof dat wel … maar dan moet ze toch minstens een megafoon gehad hebben.

Uit de naad

Ik liep bij Zoneke, want ja daar waren we weer, over de overloop en de weegschaal stak mijn ogen uit.

Alhoewel ik mezelf had beloofd dat ik me pas zou wegen als mijn broeken afvielen -want ik had wel gemerkt dat ik aangekomen was en ik had al wel gezegd dat we te veel stil zaten- ging ik erop staan.

Ik schrok en snapte niet dat ik nog niet uit de naad van mijn kleren kwam gepuild, maar die passen nog altijd al moet ik zeggen dat ik nogal graag relatief losse kleren draag.

Waarom ik mezelf had beloofd om me niet meer te wegen tot ik zeker was dat er af was? Dat is simpel. Het werkt demotiverend als je -zoals nu- tot de conclusie komt dat alles averechts uitdraait.

Verder is ook onze weegschaal kapot en heb ik enkel nog de kleine reisweegschaal die ik me indertijd kocht toen ik nog dagelijks de controle deed, wat me toen wel werd afgeraden.

Hoog tijd dus om me uit de naad te werken. Drie maal per week een half uurke fietsen is niet voldoende. Er moet weer meer gewandeld worden en mogelijk gaan we weer zwemmen en ook mogelijk doe ik, enkele keren per dag, het traject naar onze zolder als bijkomende klimoefening.

Minder eten is geen optie. Ik heb nu eens de kcal geteld en ik kom -op normale dagen- zelfs niet aan het aangeraden minimum van 1.500 kcal per dag.


Rond en gezond

Page 1 of 9

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén