Er zijn zo van die dagen dat alles mis gaat omdat Murphy beslist heeft je een bezoekje te brengen. Daar kan je niet aan doen. Je zou Murphy wel willen buiten gooien, alleen is die ellendeling op dat moment niet uit je buurt weg te slaan.

Dan heb je van die dagen dat Poesjkin het plagen in heeft. Je zou Poesjkin wel dooreen kunnen rammelen, maar als je dat doet duurt het langer eer hij er mee stopt en is het mogelijk dat je nooit nog terug vindt wat je kwijt bent.

Er zijn van die dagen dat alles mis gaat, niet door Murphy, noch door Poesjkin, maar door jezelf. Je staat op en doet onhandig of vergeetachtig en je denkt: “ik zou beter terug mijn bed in trekken”. Dat doe je dan toch maar niet en de hele dag lang stapel je stommiteit op dommigheid op lompigheid. En die stapel je dan nog zo onhandig, dat die ganse ramsamsam ‘s avonds met een knal op je kop terecht komt.

Dat was natuurlijk niet vandaag, maar dit berichtje, samen met zijn vervolg staan al sedert deze week in de steigers. Dat vervolg is voor een andere keer als ik geen zin heb om een nieuw berichtje te typen.