Wizzewasjes

Gebubbeld

De laatsten zullen de eersten zijn …

of toch maar niet.

De laatste was ik wel. De laatste kar aan de Colruyt. Ik was de laatste die binnen mocht.

Eigenlijk dom van niet aan dat lang weekend te denken. We zouden niet van honger zijn gestorven maar we zouden wel met een fruittekort te maken hebben gekregen.

En terwijl ik toch daar was …

Nu ja, na mij kwamen er blijkbaar niet zoveel winkelaars meer bij maar die welke binnen zaten … tegendraadse richtinglopers, laarslappers, dwarsrijders, … maar deze keer waren de rekken wel nog vol.

En aan de kassa stond een wachtrij. Dat overkwam me voordien nog niet echt. Meestal staat er slechts één persoon aan de kassa en dan kom ik. Nu met drie kassiers stond ik toch ergens de vijfde of zo te wezen, gelukkig moest de rij zich nog verdelen.

Had ik toch sjaans zeker! Toen ik als derde stond riep één van de kassiers dat ik bij hem mocht komen. Mijn vriendelijke ik wou nog iets zeggen over de vrouw voor mij. Dat zou ik in normale omstandigheden doen en gedaan hebben. Maar ik dacht aan al die keren dat ze me al voor waren gestoken en ik bedacht dat er winkels zijn waar 65plussers voorrang krijgen en ik dacht ook: “à la guerre comme à la guerre”.

Buiten stond een trein winkelkarren in afwachting. De meeste klanten waren buiten en ik was blij dat ik dat ik het ook was.

Previous

Te wakker in slaapstand

Next

Twee maal twee

12 Comments

  1. Groot gelijk, op deze uitnodiging moet je rennen. ?

  2. Het is en blijft toch een gedoe om boodschappen te doen in deze tijd…

    • Er hangt te veel af van de goodwill van anderen.

      Er is echt een enorm verschil in de manier waarop mensen ermee omgaan.

      • Dat mag je wel zeggen. Dat merk ik ook als ik erover praat. Vorige week zag ik een collega en die vond dat ik mij gedroeg alsof ik serieuze smetvrees heb. Dat zal wel zo zijn, maar zeker naast haar had ik smetvrees. Ze spuwt zo als ze praat en ook vergeet ze constant afstand te houden. Haar kleindochter zoekt ze constant (net op afstand, gewoon samen op de bank). Ze vond het vreselijk dat ik van haar zelfgemaakte cake niet wilde eten. Ja, het spijt me, zo ben ik dan weer… moet ze er maar eerst niet over hangen terwijl ze staat te praten. Sowieso vertrouw ik haar nonchalante houding niet.

        • Ik heb zo weinig contact met mensen dat men mij nog niet kon zeggen hoe belachelijk mijn voorzichtigheid is.

          Ik heb ze wel al bedenkelijk kijken omwille van mijn buff. Ze doen maar.

          Wat me wel opvalt dat mensen ons meer goeiedag zeggen tijdens het wandelen.

  3. Het is oorlog tegen een onzichtbare vijand. Dus ga er maar voor.

    • Er zit niks anders op dan te proberen voorzichtig te zijn zonder in het andere uiterste te vervallen. Maar het feit is er wel dat je niet weet hoe anderen er op gaan reageren.

  4. elsje

    Het blijft toch een warzone de supermarkt. Dit keer kwam je als winnaar uit de strijd.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers liken dit: