Wizzewasjes

Te lezen en te zien

Page 2 of 985

Het bed opmaken

Lang geleden hadden we nog geen hoeslakens noch dekbedden. Bedden dienden gemaakt te worden met een onderlaken, een bovenlaken en -naar wens- een deken of twee. Daarbovenop kwam nog een sprei.

Dat was een dagelijks karweitje. Eerst het bed enkele uren laten verluchten en dan zo rond een uur of tien in de voormiddag begon het bedden maken. Simpel was het niet met dat onderlaken waarvan de hoeken mooi gevormd moesten worden. En bedden van nachtelijke wroeters waren al helemaal verschrikkelijk.

Eens getrouwd deed ik dat anders. Ik stapte uit bed, maakte het bed zo ver op dat het netjes open lag vooraleer naar het werk te vertrekken.

Maar de Duitsers, die deden dat nog simpeler, daar hingen de dekbedden door het raam en die dingen kon je zo het bed op gooien, wat recht trekken en klaar was Kees je bed. Bij ons was het dekbed snel ingeburgerd. Het hoeslaken hadden we al enkele jaren ervoor ingevoerd, toen die als nieuwigheid in de witgoedwinkels opdoken. Mijn moeder vond dat allemaal maar niks. Dat was ontwikkeld voor luie vrouwen.

Ik stond er niet bij stil, het was geen bewuste keuze maar toen ik laatst las dat we beter wel elke dag ons bed zouden opmaken1 dacht ik eerst: “ik doe dat niet”, maar daarna dacht ik: “ik doe dat wel”. Het lijkt wel een automatisme, dat rechttrekken van het onderlaken en het opschudden van het dekbed terwijl ik het ook netjes open leg. Zo ligt het ‘s avonds snel slapensklaar.

Want eerlijk, ik slaap toch liever in een opgemaakt bed dan in een nest.

Er zijn er andere! Die maken nest en laten het opruimen aan de goedgewilligen over.

1 Metrotime

Het luxeproduct van deze tijd

Toen we woensdagavond, tussen half zeven en kwart voor zeven over de Ring rond Tienen reden, zonk de zon langzaam lager in de zijspiegel van de auto.

(Lees verder onder de foto)

Het was helder weer en het duister was nog absoluut niet aan het vallen.

Het deed dan ook wat eigenaardig aan toen we zagen dat de straatverlichting al aan was.

(Lees verder onder de foto)

En dat op een ogenblik dat we met een nijpend tekort aan elektriciteit te maken gaan krijgen dachten wij dat we spaarzaam met het goedje moesten omspringen. Niet dat het acuut is, maar in november zouden we wel eens in het donker kunnen zitten1. Misschien kunnen ze geen spaarpotje elektriciteit maken, maar toch, verlichting op dat uur van de dag leek ons zo zinloos.

Anderzijds wordt elektriciteit toch maar gepromoot. Eerst moesten de kolenstoven er aan geloven, daarna was het de beurt aan de houtkachels2. In een dorp waar geen gasleidingen werden gelegd omdat die economisch niet verantwoord waren, blijft niet veel meer over. We kozen voor warmtepompen.

Auto’s! Nog zoiets. De diesels zijn al in de ban geslagen, maar tegen 2035 willen ze de benzineauto’s er ook uit3. Elektrische auto’s dan maar? Misschien rijd ik in 2035 al geen auto meer, maar dat kan ik natuurlijk niet met zekerheid zeggen. Maar de elektrische wagen wordt toch ook weer naar voor geschoven als niet vervuilend.

Meer en meer elektriciteitsverbruik met steeds minder capaciteit? We kunnen dan allemaal onder de straatverlichting gaan zitten om te lezen.

1 Het Laatste Nieuws
2 Livios
3 Het Nieuwsblad

Kerst in Antwerpen

Door een weggevallen afspraak tussen twee andere afspraken in, liepen Luc en ik wat over de Meir te kuieren. We liepen eens binnen bij Proximus, we liepen eens binnen bij Planet Parfum. Bij de ene vingen we bot, bij de andere hadden we prijs.

En wat zouden we dan nog eens gaan doen? Toch maar eens in die grote kerstwinkel binnenlopen? We waren er eerst voorbij gestapt -het is nog te vroeg voor kerst- maar kijk … die winkel was er, wij waren er, de tijd was er.

Eens binnen liep iedereen zowaar te glimlachen en ja, je voelde de kerstsfeer wel al.

Eens buiten bedacht ik dat ik onlangs nog een artikel had gezien -maar niet gelezen- waarvan de titel luidde:

Kerstversiering vroeg ophangen maakt je gelukkiger1.

Het leek er wel wat op dat we dat zouden moeten geloven.

Bij het drankje op het terrasje binnen in de Stadsfeestzaal, bedacht ik echter dat je je daar ook wel zou aan wennen en dat het dan niets magisch meer zou hebben.

Wij wachten wel tot 6 december.

1 Metrotime
pske van mske: blijkbaar verscheen dit artikel vorig jaar rond deze periode ook al in de media.

Zoals naar gewoonte

In de aanloop naar de verkiezingen …

(Lees verder onder de galerij)

… wroeten ze de straten nog eens open.

Terug van -niet- weggeweest

Ergens in 2010 kocht ik bloemen voor op het koerke. Of het nu over zaaigoed of plantgoed ging, dat weet ik niet meer.
Maar er zaten leeuwenbekjes tussen. Dat weet ik wel, meerdere kleuren zelfs.

Ik ving het zaad op en zaaide dat het jaar daarop, in 2011 dus. Maar dat ging compleet fout.

In 2014 kregen we te maken met een wat rare bloem. Was het een kruising van de roze leeuwenbekjes met de hyacinten? Of met de gladiool?

We zijn 2018, de zomer is voorbij en wat bloeit er nu in onze border?

Vlaaien en pateekes

Sedert ik in 2011 op mijn knie viel bij een wandeling, let ik altijd enorm op waar ik loop. Zelfs in die mate dat Luc me soms attent maakt op een bezienswaardigheid terwijl ik met mijn kop in de grond loop te kijken.

Gisteren zigzagde ik tussen de molshopen die er uiteindelijk geen waren, want ineens maakte Luc daar een zwieper die je zo uit een Fred Flintstone scene kon halen. Hij molenwiekte met zijn armen om recht te blijven terwijl hij achteruit trachtte te lopen en dat in tegenstelling met die valpartij van anderhalf jaar terug toen hij vooruit moest lopen om niet om te gaan. Hij viel -gelukkig- niet.

Ik keek naar zijn schoenen en ja, hij ging wat morren: over hoe erg die vlaai op een hoopje aarde had geleken, hoe plat en glad die wel was, over het feit dat hij voor één keer geen tweede paar schoenen had meegenomen en over koeien die precies op het pad …

Wat verder verwittigde ik. “Koeienvlaai” zei ik. Ik keek niet om toen ik achter mij: “der in” hoorde.

Het is niet dat ik constant kijk waar ik loop, maar ik heb mezelf zo een beetje bespioneerd. Eigenlijk kijk ik van de grond op, recht voor mij en dan links of rechts om dan weer te gaan kijken of er geen obstakels zijn. De koeienvlaaien van gisteren zagen er inderdaad eerder als molshopen uit en daar had ik even goed kunnen intrappen.

Gelukkig was Lucs plezier in de wandeling niet vergald want een eindeke verder zei hij dat, voor wat hem betrof, de wandeling al niet meer stuk kon. Hij houdt namelijk meer van smalle kronkelpaadjes dan van brede dreven.

En die pateekes dan? Die stonden thuis op ons te wachten.

De dubbelganger

We stonden in Ardrossan op het inschepen te wachten toen ik de man die voorbij de auto liep in het oog kreeg, schrok en tegen Luc zei: “Zoneke loopt hier” al wist ik goed dat dat niet kon. Maar de man was al weg toen Luc keek.

Op de ferry liepen we hem weer tegen het lijf en ik nam stiekem enkele foto’s maar daar stond hij dan weer niet goed op. Zodoende stapte ik op hem af, vroeg of het hem stoorde dat ik enkele foto’s nam en ik gaf hem de reden. Hij zag er geen graten in. Hij poseerde zelfs.

Die avond smste ik Zoneke mét foto’s in bijlage:

Jij in Schotland, zonder iets te zeggen?

Waarop Zoneke me vroeg of die man er niets op tegen had gehad dat ik foto’s nam, waarop ik hem bovenstaande vertelde, wat hij uitermate hilarisch vond.

Toen ik de foto’s aan Amke en Ella toonde zochten zij naar de verschillen.

Natuurlijk zie je dat het Zoneke niet is, maar dat is denkelijk eerder omdat wij Zoneke kennen. Maar de verschillen zijn zo miniem dat ik er zeker van ben dat iemand anders ze niet uit elkaar zou kunnen houden, vooropgesteld dat ze elkaar ooit tegen zouden komen.

Een prior op een e-mail?

Er was een tijd dat ik, toen ik enig probleem wou oplossen, me onnozel kon zoeken naar een telefoonnummer. Overal stonden de verschillende contactmogelijkheden vermeld, maar telefoneren was er niet bij. En ik, ik die zo graag de koe bij de horens wou vatten …

Nu, nu ik eigenlijk wel meer te vinden ben voor het e-mailen, telefoonlijnen zijn niet altijd zo goed als ik zou willen, nu willen ze maar dat je gaat bellen.

Waarom? Ik weet het niet, maar ik denk dat ze dat doen omdat ze geen tijd meer hebben om al die e-mails te beantwoorden. Probeer maar eens iets te weten te komen via e-mail. Je krijgt gewoon geen antwoord meer, zelfs niet als het over koeien gaat die bij de horens gevat dienen te worden.

Luc stelt het als volgt:

Je kan een huis kopen op internet1, maar een e-mail beantwoorden dat behoort blijkbaar niet tot de mogelijkheden.

Luc had namelijk ergens in de tweede week van september een e-mail verzonden naar de notaris, met een gewone eenvoudige vraag, waarop eigenlijk enkel een ja of een neen nodig was. Hij had het niet eens gehad over de zaak van lange asem.


Bij gebrek aan een afbeelding van een e-mail, een melding van mijn gmail.

1 Het Nieuwsblad

Schotse wetten

In Schotland hebben ze geen wet tegen wildkamperen, maar wel voor minderjarige verkopers.

Zo kan het gebeuren dat je in de vroege ochtend, vóór tien uur, te maken kan krijgen met wildplassende heerschappen maar geen bier kan kopen.

Deze foto werd in de namiddag genomen, van die van ‘s morgens nam ik geen foto. Die stond namelijk in vooraanzicht aan de straatkant.

Met zicht op …

Waar wij wonen waren wij niet. We waren op ons tijdelijk septemberverblijf, bij Nitro en Murphy.

Toen ik gisterochtend opstond, zag het veld achter Zoneke’s hof er nogal beneveld uit. “Het is heel wat minder dan toen ik opstond” zei Luc. En even overwoog ik om vanmorgen iets vroeger uit bed te rollen, maar ik wist toen al dat ik kans liep om het slachtoffer te worden van gijzelend beddengoed.

Op de tijd die ik nodig had om het fototoestel te nemen was er alweer een groot gedeelte verdwenen.

En al wonen wij dan nog meer op de boerenstebuiten dan Zoneke, wij hebben zulk uitzicht niet bij het opstaan. Een mens zou eraan gewend geraken.

Page 2 of 985

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén