Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Page 2 of 1113

Kiezen tussen slecht en ook niet goed

Weet je waar ik -en Luc ook- een meer dan gloeiende hekel aan hebben? Aan van die situaties waarin je, welke oplossing je ook kiest, toch de verliezer bent omdat er geen juiste oplossing blijkt te zijn of dat je die niet kent.

Laat ons nu toch -twee weken terug- op één week tijd twee zulke situaties hebben meegemaakt.

Eerst gaan we die band oppompen, weet je nog?

Er staan twee mannen aan het tankstation. Wat staan die twee mannen daar te doen in het avondlijk donker? Ze staan. Ze kijken naar onze aankomende auto. Ze staren.

Luc blaast lucht in de band en ineens staat die ene man daar te glimlachen met een paar briefkes van 20€ in zijn handen en hij vraagt of wij niet voor hem willen tanken, hij zal ons betalen.

Zoals we zo vaak in de krant lezen mag je dat nooit doen als je dat meemaakt op de autosnelweg in Frankrijk. Maar we waren, gewoon bij ons, in Landen.

Luc wimpelt dat af. Daarna voelden we ons echt hettefretters. Hadden we het wel gedaan en het ging fout zouden we ons ultra stom hebben gevoeld.

Wat moet je doen om juist te doen en om je daarna niet opgelaten te voelen?




De tweede situatie was iets heel anders. We komen ergens buiten. Van de auto die naast ons staat geparkeerd, staat de achterdeur open. De gsm ligt vooraan op te laden. Ik ga het binnen even melden. Ze gaan het doorgeven, maar als ik me aan de deur omdraai staan ze achter die balie nog steeds verder te lameren.

Op de parking loopt een medewerker rond. Luc wijst de openstaande deur. Ze gaan het binnen doorgeven. Maar wat dat gaat geven had ik pas nog gezien. Misschien kunnen we die deur dichtduwen, opper ik. “Neen” zegt Luc “als dan een alarm afgaat …” “Ach ja” zegt de medewerker “duw die maar dicht” en loopt verder.

“Neen” zegt Luc tegen mij “dat doen we niet” en hij begint rond onze auto te lopen om in te stappen. Ik twijfel, trek mijn hand in mijn mouw -vingerafdrukken, snap je- en geef die deur een optater. Ik doe echt niet alles wat Luc zegt. Hij trouwens ook niet als ik iets zeg.

“Wat als die zijn sleutel daar nu nog opzit?” vraagt Luc. “Dat is dan zijn probleem” zeg ik, stap in en trek mijn autodeur ook dicht en foeter in mezelf dat ik/wij er toch niet alleen maar zijn om anderen uit de brand te helpen en even later foeteren we samen dat het ons toch altijd moet overkomen.

De ene wandeling is de andere niet

Wandelden we bij Sunparks met gemak zo’n 10 km per dag, waren we nog niet moe.

We gingen dus maar een mooie lange wandeling kiezen voor de dag dat we in Villers-la-Ville -eindelijk eens- naar de abdijruiruïnes1 gingen kijken.

Ik vond er eentje, veelbelovend2, maar … mààr 7km lang, goed bewegwijzerd volgens de site -om verkeerd te lopen moest je het al bewust doen- en vlak. Zo gemakkelijk dat je het ook met een kinderwagen kon doen.

Tja zoveel lof, dat konden we niet laten liggen.

En we vertrokken bergop (dat is vlak op zijn Waals) over een modderige bosweg (hopelijk hebben die kinderwagens quadbanden) én we liepen verloren … neen dat deden we niet. We volgden dat ene -afwijkende- plaatje gewoonweg niet en kwamen wat verder terug op het juiste spoor. Daarna was het zo vlak dat we een lange trage trap op moesten (kinderwagens kunnen die beter afhossen) en waren blij toen we onze auto op die parking zagen staan. We hadden hoop en al vijf kilometer gewandeld.

Daarna trokken we de ruïnes in, gingen met de lift naar boven (ik moest wat aan de artrose denken na die trappen tijdens de wandeling), liepen door de passerelle en namen de lift naar beneden (zo goed Artroseke?).

We liepen tussen de overblijfselen van de oude Cisterciënzerabdij3, die in schoonheid en geschiedenis niet moet onderdoen voor sommige veelgeprezen Britse abdijruïnes en gingen het steile -trappen- meditatiepad4 op om van daarboven foto’s te kunnen nemen.




Die avond, in ons verblijf voor één nacht, zat ik op het bed wat te lezen, wou opstaan en kon dat bed niet uit.

Mijn benen waren verstijfd van de krampen en dan denk je: efkes doorbijten, recht springen en wat ronddartelen …

Maar het was dat recht springen dat een probleem vormde, want het bed stond -op de tweede verdieping (wéér trappen)- onder de dakhelling en recht springen zou betekenen dat ik daar een deuk in dat plafond ging knallen.

Luc kwam helpen: “Je moet omrollen” zei hij “zodat je er aan de andere kant uit kan stappen”. “Wil ik helpen?”

“Waag het niet!” dreigde ik toen hij aanstalten maakte om de daad bij het woord tevoegen.




Ik heb getwijfeld of ik het tweede deel van dit log wel zou vertellen, maar ach achteraf gezien, was het wel een lachwekkende -alhoewel pijnlijke- situatie.

____________________
1 Villers-la-Ville
2 Wandeling
3 Cisterciënzers
4 Het Meditatiepad

De lekkende zeef

Soms denk ik dat onze hele maatschappij zo lek is als een zeef. Soms denk ik dat er zelfs geen zeef meer tussen zit. Niets is veilig. Je kan het zo gek niet bedenken of er wordt wel één en ander gelekt, al was het een interne geheime nota die zomaar op een passagierszetel ligt waar persmuskieten er foto’s van schieten, zomaar door de ruit.

Wat wij daarvan denken doet er niet toe. Maar wat denk ik van:

Miljoenen Belgische gsm-nummers te koop op dark web na gigantisch datalek bij Whatsapp1

Wel simpel. Na het lezen van dat artikel dacht ik simpelweg: “Ja! Lap!” Want ja, dat wordt dus nog méér opletten voor phising. Dat zeggen ze zomaar tussen neus en lippen al weet ik niet hoe dat in zijn werk gaat bij een digitale gazet.

Feit is dat ik vind dat al dat lekken wat gaat stinken. Neen, ik verkondig geen complottheorie maar ja, ik mag ze wel denken.

Als we een whatsapp krijgen kunnen we best de afzender contacteren en vragen: “Heb jij me een whatsapp gestuurd”. Bij bevestigend antwoord kunnen we die whatsapp openen en beantwoorden, waarop we misschien ook best even laten weten dat we een antwoordje hebben verzonden.

En als het fout gaat, gaat de paraplu open en is het onze eigen schuld.

____________________
1 Het Nieuwsblad

De Kilomeet

In vorige logs had ik het al over de Kilomeet1, het achterkomertje van de Kringwinkels, waar alle niet verkochte spullen aan dumpprijzen per kg of per meter worden verkocht.

Eerst ontdekten we die van Diest. Daar was niks van onze gading te vinden, was klein en verkocht voornamelijk zjatten en talloren en bakken vol kleren. We kwamen er haast nooit. Ondertussen is die dicht.

Die van Heist-op-den-Berg? Daar hebben we ooit eens heel veel interessante boeken gevonden. De keer daarop was dat ook maar één plank meer geweest. Bovendien is die kort daarna ook dicht gegaan.

We vonden die in Pelt. Dat is een enorm grote hangaar, waar er nog genoeg te vinden is als je de zjatten en talloren en de kleren wil vermijden. Bij hun tafels afgeladen vol boeken hebben we wel al meer enig lang gezocht boek gevonden.

Dus vroeg Luc of we eens naar die in Deurne zouden gaan. Wel, euhm, ja, dat deden we. De file stond tot buiten de deur en wij? Wij hebben rechtsomkeer gemaakt.

Nu was er laatst een artikel in de krant:

Kringwinkel sluit De Kilomeet in Deurne2.

Allerlei rare redenen en veronderstellingen waar we kop of staart aan krijgen, al is het duidelijk dat de klanten van de Kilomeet niet allemaal voor eigen gebruik gaan kopen. Ergens slachtoffer van het succes? Of gewoon de zoveelste manier om op een twijfelachtige manier aan geld te geraken?

Dat hamsteren zagen we ook al wel in Pelt. We waren er eens net voor openingstijd. De kooplustigen stonden te dringen en haastten zich met een winkelwagen naar de kledingbakken, waar ze als graaiende kraaien in tekeer gingen.

Ik dacht dat ze die kleren opkochten om voort te verkopen. Maar dat kon ons niet deren. De boeken staan de andere kant op.

Ik hoop enkel dat ze die van Pelt ook niet gaan millimetreren, want waarom moeten valsspelers het altijd verbrodden voor de snuisteraars, de liefhebbers.

Anderzijds … waarom niet? Als ze daarmee enig onrecht kunnen vermijden. En voor die twee keer per jaar dat we er zijn.

____________________
1 De Kilomeet
2 GVA (Gazet van Antwerpen)

Zwemmen of niet zwemmen

Was er een tijd dat wij onze tijd bij Sunparks en later ook bij CenterParcs verdeelden tussen wandelen, zwemmen en lezen -’s avonds dan- komen wij nu tot de bevinding dat onze zwemzakken verloren moeite mee op reis gaan.

De vroegere zwemtijd gebruiken wij nu voor andere doeleinden zoals een museum of andere bezienswaardigheid.

Vorig jaar hadden we daar al onze bedenking bij. Nu waren we echt zinnens om dagelijks te gaan zwemmen. We deden het niet.

De reden is overduidelijk. Wij prefereren het twee keer per week gaan zwemmen bij ons eigen Plopsaqua.

Het waarom moesten we zelf even laten doordringen. Al gingen we in de parken dan ook altijd zwemmen als er het minste volk te verwachten was, er zijn wel meer mensen die de rustiger momenten gebruiken, terwijl we het bij Plopsaqua precies tijdens het drukke schoolzwemmen het rustigste hebben.

De ton beddegoed ofte “het lood”

Slaap ik graag met een ton beddengoed op bed zijn er wel mensen te vinden die dat raar vinden, al zijn er wel meer die daar ook van dromen. Ik heb dat altijd een vorm van beschermend gevonden, mijn nestwarmte.

Hoe warm een hotelkamer ook is, met gepast beddengoed inbegrepen, verkies ik mijn niet verwarmde slaapkamer met het fleece beddengoed, winterdekbed en een aantal Sole Mio’s. Ik kan het koud hebben ’s nachts in een hotel, zonder het echt koud te hebben.

Blijkbaar is dat niet zo abnormaal als ik het zo lees. Het werkt als een knuffel voor een pasgeborene1. Dat zei ik toch!

____________________
Het Laatste Nieuws

De koeien

Als ik, tijdens het lezen in mijn hotelbed bij Sunparks, even opkijk zie ik het schilderij. Dit schilderij:

(Lees verder onder de foto)


Ik bekijk de koeien en vraag me af, net zoals vorige keer,

    want ja, vorige keer verbleven we in dezelfde kamer. Daardoor wisten we dat het uitzicht er mooi en de wifi er goed is. Toen ik mocht aangeven of ik een voorkeur had, heb ik niet geaarzeld dezelfde kamer te kiezen,

wat die -op een paardenoog gelijkende- lappen toch konden voorstellen.

Ik herinner me dat ik me dat vorige keer ook had afgevraagd, maar blijkbaar had ik nu luidop gedacht, want Luc antwoordde: “Dat zijn andere koeien in de achtergrond”.

Met alle goeie wil ter wereld kon ik er toch geen rondhossende koeien in herkennen.

Tot ik, de buiten-de-lijnen-gekleurde, lappen wat beter ging bekijken en ineens weer wist, wat ik vorige keer ook heb geweten.

Ik zei: “Dat zijn geen andere koeien. Het zijn hun oren”.

Daardoor was het probleem ook weer van de baan en kon ik verder lezen.

Boek ik volgende keer weer dezelfde kamer, hoop ik maar dat ik me tenminste herinner er deze keer iets over geschreven te hebben.

Zegt Luc2

Nog een anekdotetje?

Langs de Molse Meren staan waarschuwingsborden. Die zien er wat uit als een rebus. Dat die voor interpretatie vatbaar zijn wordt bewezen door hetgeen nu volgt:

(Lees verder onder de foto)


“Als de police je ziet, krijg je geld” zegt Luc …

Zegt Luc1

(Lees onder de foto)


“Space Invaders in Sunparks” zegt Luc …

Waarop ik een foto neem en die in het whatsappgroepje met de kleindochters gooi. Ze antwoorden met smileys.

En ik denk dat wij wél weten dat we oud(er) worden maar er niet bij stilstaan dat de kleindochters het kind-zijn echt zijn ontgroeid zijn.

Ach ja, misschien vinden ze het wel tof … of misschien -in het ergste geval- vinden ze dat ze de twee oudjes hun pleziertje moeten gunnen.

Het mysterie van de banaan

Aangezien vakanties bij Sunparks meestal op hetzelfde uitdraaien, zoals veel wandelen, ga ik het daar op zich niet over hebben.

Ik ga wel enkele kleinigheden vertellen, anekdotes bij manier van spreken, bestemd voor de annalen van dit blog. En we beginnen met een mysterie.

Meestal bij het wandelen nemen wij een banaan mee voor onderweg. Soms -afhankelijk van het weer- ook een flesje drinken.

Bij de tweede wandeling valt na een kilometer of twee mijn nikkel en ik zeg: “Ik heb mijn banaan niet mee”. “Ik wél” juicht Luc “Ik wel!” op wel erg triomfantelijke toon.

Op zeker moment neem ik mijn fleske drinken en Luc vraagt: “Mag ik een sloekske?” want hij heeft er geen bij. En ik zin op wraak en denk: “Wacht maar manneke, tot gij aan die banaan begint …”

Maar … Er was geen banaan. Waar was die banaan gebleven? Luc heeft zijn schoudertas binnenstebuiten gekeerd, de zakken van zijne frak binnenstebuiten gekeerd en heeft nà de wandeling de hele auto binnenstebuiten gekeerd.

De hotelkamer heeft hij niet onderhanden genomen, daar lagen de andere bananen nog. En bananen hebben de onhebbelijke gewoonte van op elkaar te lijken.

Twee dagen later gaan we twee wandelingen samenvoegen, wat ze langer maakt maar ook maakt dat we terugkomen langs het vertrek van die eerste.

Grijpt Luc me ineens bij mijn arm, zoals hij doet als hij een ree of iets anders interessant ziet.

In de graskant ligt …

(Lees verder onder de foto)


… half zwart geworden. Hoe is die uit die schoudertas geraakt? Dat vroegen wij ons af en dat vragen wij ons af. Waar ze gebleven was, weten we dus intussen.

Luc heeft die banaan voorzichtig opgepakt en terwijl hij die omhooghield en ze aan alle kanten monsterde, constateerde hij: “Alle mysteries lossen zichzelf op”. Ik heb een beetje wraak genomen door heel serieus en quasi gemeend te zeggen: “Nu kan je die hier opeten”.

Hij keek verschrikt, hij wees op het zwart, hij duwde ze wat plat en hij zei stellig: “Ik ga die gewoon in de vuilbak gooien”. Voor dat beteuterd gezicht alleen al zou je zo’n fratsen uithalen.

Arme banaan. Zelfs de ganzen die daar graag in die buurt vertoeven hebben haar niet gelust.

Page 2 of 1113

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén