Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Page 2 of 1101

Tevergeefs

Luc had twee Curverbakken daterend van het pre-mijntijdperk, heel handige curverbakken voor de rommelmarkt.

Wij wilden er zulke bij en zochten op internet … Tevergeefs

Of toch niet. Bij Hubo waren er en bij Hubo Tienen waren ze in stock.

We bestelden. We gingen er om. Met onze bak terug bij de auto gekomen … We stoven terug naar binnen. Ik zeg: jama zonie, we bestelden afmetingen zus en zo en zo hoog en deze is afmetingen zus met een plus en zo met ook iets meer en veel hoger. En we mogen es in de rekken gaan kijken … Tevergeefs.

Wij krijgen ons geld terug. Wij gaan bij Brico. Curver hadden ze niet meer.

Volledigheidshalve gaan we naar Gamma … Tevergeefs.

Als we thuis zijn wil ik checken of wij nu zot zijn of … “Dit artikel is niet meer beschikbaar” zegt de website van Hubo.

Zo kan ik het ook.

Op een achtbaan

Had ik een poos geleden mijn twijfels over een rommelmarkt waren de twee laatste toch van een goedaardiger soort tot Gisteren, jawel mét hoofdletter.

We stopten de auto, stopten het populaire spul nog even weg, en begonnen met de tafels te zetten …

Hebben jullie oud geld? Hebben jullie munten? Hebben jullie oude gsm’s? Of juwelen soms? Hebben jullie platen? En ga zo maar door.

Meestal konden we gewoon “neen” zeggen en voortdoen met wat we bezig waren. Maar één keer, owee, zaten ze er op. Liegen kon niet meer, vluchten evenmin.

En zo begon een moeilijke opbouw met storingen en binnenstromend geld, waar wij dachten dat de mensen door vele omstandigheden op hun centen zaten.

Niet enkel het opbouwen maar de hele dag lang ging het door …

Hoeveel wil je hier voor? Das te veel … Das te weinig (oeps! dat zegden ze niet maar haalden hun portemonnee te voorschijn). Smakelijk! Hoeveel wil je hiervoor? Oh maar die hebben we al! Heb je ook nog wat van dit? Of van dat?

Gaan we inpakken vroeg Luc? En ik vroeg me af waar de dag gebleven was. Ik moet hier zelfs de foto van één van de vorige keren bij zetten. Ik had zelfs geen tijd om een nieuwe te nemen.

Alleen op ons eiland

“Luc” brulde ik terwijl ik én de gazet zat te lezen, mijn bankrekening nakeek én mijn nikkel telde “Pladda eiland staat te koop1+2“.

Even kort vertellen: Pladda eiland ligt bij het eiland Arran, we waren er wel meer, op Arran dan maar hadden er wel zicht op Pladda. Het is een wat verlaten, desolaat eilandje voor de kust met een vuurtoren en wat gebouwtjes.

Ideaal plekje om gerust te zijn, maar wat heet gerust? Is er internet? Is er telefoon? Moet je telkens naar Arran om commissekes te doen?

“Ik heb niet genoeg” zei ik toen ik de pot met kleingeld dicht deed en terug bij de rommelmarktkassa zette.

____________________
Het Nieuwsblad
Het Laatste Nieuws

Geen politiek maar crema

We gaan maar efkes door over eten en over herinneringen.

Al eet ik niet zo veel, er over schrijven kan geen kwaad.

In Kringwinkels kijk ik naar de boeken maar niet de kookboeken, behalve die ene keer dat ik een bepaalde zocht en onmiddellijk vond.

Nu, terwijl Luc druk rommelende was waar hij hoopte één of ander schattenelement te vinden, bekeek ik wel de kookboeken. Het leek wel of het boekje me geroepen had …

De herinnering was niet weggestopt, neen, ze was eerder nog in een gesprek aan tafel beland. We hadden crème brûlée als dessert en Querida -een heel klein beetje Spaans zijnde- en ik hadden het over Crema Catalana, die ik kende van vroegere passages in Catalunya. En ik wou dat wel eens maken … maar ik vergat het.

Nu staat het boekje hier. Nu zal ik het niet meer vergeten.

“Das gevaarlijk 🤭😋” wist Querida.



Op restaurant

Ik las het wel al vaker, dat restaurants die mensen, die na een reservatie gewoon niet komen opdagen, financieel beboeten. Deze week weer. “In dit restaurant moet je voortaan 50 euro waarborg betalen om te reserveren: “Het is een plaag” titelde Het Nieuwsblad. En ja, ik vind dat erg.

En ja, ik hoop eigenlijk dat het die restaurants overkomt die mij/ons ooit weg stuurden met de melding dat ze volzet waren, zelfs als het restaurant zo goed als leeg was maar alle plaatsen waren gereserveerd.

Het overkwam ons zelfs eens toen we wél gereserveerd hadden, maar toen hebben ze dat verstandig en handig opgelost. We mochten op kosten van de uitbater in het etablissement achter de hoek een aperitief gaan drinken. Toen het wat langer bleek te duren, kwam de ober melden dat we nog een tweede mochten nemen. Of we nog goed wisten wat we aten of dat we het lekker vonden herinner ik me niet meer.

Restaurants en ik, het is moeilijk. Natuurlijk ligt het aan mij, dat weet ik wel. Ik houd ervan om met mijn rug tegen de muur of een zuil te zitten, anders voel ik me ongemakkelijk. De bediening mag niet constant mijn glas komen bijvullen, dan voel ik me bekeken. Commentaar geven op wat ik bestel -oeioeioeioeioei- zoals: “nóg een cola?” Eerlijk? Na een dag hard werken had ik grote dorst en was de eerste groter geweest had ik geen tweede besteld. Of: “Rosé? C’est un vin de femme”. Of nog: “Die wijn past daar niet bij, mevrouw, ik weet dat, ik ben een wijnkenner” … Duidelijk geen ms-kenner. Het plaatje is wel duidelijk, hoop ik.

Het beterde er niet op toen ik las dat ze in sommige restaurants de mooie mensen goed zichtbaar zetten en de minder mooie achterin in de donkere hoeken. Ach ja, ik zou niet graag aan het raam zitten, de hele straat eet mee. Tot daar aan toe, maar het idee er achter vind ik toch niet zo netjes, net zo min als reserveren en niet opdagen.

Wat mij stoort aan dat reserveren is dat het spontane verdwijnt. “Kom we gaan hier eten” en binnenstappen is er niet meer bij. Als ik moet plannen en reserveren wordt het weer een punt om rekening mee te houden, de tijd niet uit het oog te verliezen, plannen en meten en dus doen we dat niet.

Zoals eerder verteld gaan we dan liever naar Lunchgarden wanneer we willen, nemen wat we willen, zitten waar we willen, zonder pottenkijkers die vervelende vragen stellen.

Of weet je wat we ook wel doen? We nemen onze picknick mee. Voor warme dagen zoals bij de Tall Ships en de voorbije maandag werd dat een lekker fris zelfgemaakt slaatje.

En als we ooit, mocht het zich voordoen, toch bij een restaurant reserveren om iets te vieren, dan gààn we toch gewoon.

____________________
Het Nieuwsblad

De uitstap van net niet

Dan vertrekken we ’s ochtends richting Hasselt en lees ik in de mobiele internetgazet dat men aanraadt om Hasselt te mijden.

Er was iets gaande maar niemand wist wat, maar … er waren wel wat speciale eenheden aanwezig1.

Gelukkig moesten wij niet naar Hasselt maar namen we daar wel de autostrade richting Antwerpen.

Dan kom je ’s avonds naar huis en is de rotonde in Hakendover richting Tienen geblokkeerd.

Gelukkig moeten we die richting niet uit maar nemen we de richting Sint-Truiden, waar we nooit aankomen omdat we onderwegen afslaan, omdat we in Landen wonen.

Thuis leest Luc over een bommelding bij Bosch in Tienen2.

Vandaag blijven we thuis. Morgen ook … alhoewel … de bananen zijn op en de wijn ook.

____________________
1 Het Nieuwsblad
2 Het Nieuwsblad

Gevonden vergeten voorwerp

In een rugzakje van vroeger, dat tot vorige zaterdag bij de rommelmarktspullen stond en waar Luc ineens twijfels over had, vindt hij nog iets.

“Kijk eens” zegt hij “wat daar nog in zat”.

De herinnering is ineens helder en klaar. Ik die de hond aan het aanlijnen ben, de hond die opspringt, recht in het glas van mijn zonnebril, ik die in het lager gelegen Baqueira Beret in een brillenwinkel binnen spring omdat je in hevige zon op witte sneeuw volledig het noorden -en het zuiden ook- kwijt kan raken en een nieuwe zonnebril koop.

“Dat is mijn mooiste zonnebril ooit” zeg ik tegen Luc.

En dan zie ik de vermeldingen aan de binnenzijde van zijn veren en ik ga googelen. Waarom? Waarom doe je zoiets als je op pensioen bent en tijd te over hebt?

Verbaasd kijk ik naar het resultaat. Ik vind hem … Hij heeft een imposante naam: “Foster Grant Rosalind Tortoise Sunglasses“. Eigenlijk was ik benieuwd hoeveel die nog waard was.

En al kan ik er niks meer mee doen -ik heb nu een zonnebril die ik over mijn gewone bril kan zetten wat resulteert in een Blues Brothers look- ik zou ik hem niet meer verkopen.

Herinneringen hebben geen prijs.

Werk aan de winkel

En als ik dan zo’n aankoop doe op de rommelmarkt, dan kan ik de dag nadien aan de slag … met het schuurmachientje dat ik jaren geleden kocht voor het opschuren van de twijfelaar, die in de prijs van het huis inbegrepen was. Allee, die ze vertikt hadden mee te nemen.

Ik wou die twijfelaar opfrissen, die zag er mooi uit, maar bij het opschuren bleek dat die het slapen niet meer waard was, door en door vermolmd was die, zodat we die hostaspoejda buiten gegooid hebben vóór dat die tijd had gehad om onze meubels aan te tasten.

Gelukkig werkte het zo goed als nieuwe, maar toch ouder, machientje na al die jaren werkloos toch nog en zat er nog schuurpapier genoeg bij.

Ik begon er aan en voor die ene keer dat ik buiten lawaai sta te maken, begonnen die klokken toch van hun neus te maken zeker.

Weetjes over de rommelmarkt

  1. Als je op de ene rommelmarkt veel van een bepaald artikel verkoopt en je neemt de volgende keer nog wat meer van dat artikel mee, dan lopen ze dat voorbij en kijken naar de ijzerwaren.
    Conclusie: verkopen hangt niet van de aangeboden waren af maar wel van de aanwezige kooplustigen.
  2. Als je op de rommelmarkt staat om te verkopen en bij een andere stand hebben ze net datgene waar je nu toch al meer dan maand naar op zoek bent, dan koop je dat toch zeker.
    Conclusie: een geslaagde rommelmarkt heeft met belang te maken en niet met je portemonnee.
  3. Als je op de rommelmarkt bij het inpakken honderden en meer spinnen in je dozen en goederen vindt kan je alleen maar hopen dat je ze er allemaal uit gekieperd krijgt.
    Conclusie: bij rommelmarkten kom je ook ongewenste bezoekers tegen.

Miracles do happen1

Hoe vaak ik al verzuchtte: “Ik wou dat er iets plezant gebeurde” valt waarschijnlijk niet meer te tellen. Ik heb het dan niet over geplande vakanties en zo, maar over dingen die me overkomen en die ik niet zelf in de hand heb.

Dode dieren vinden en andere onaangename zaken, daar heb ik ook de hand niet in.

Ik weet het aan het ouder worden, aan het dover worden, aan het overbodiger worden, …

Tot woensdag 5 april. Ziezo, die dag vergeet ik nu ook niet meer. Jammer genoeg kan ik -wegens privacy- het voorval hier niet vertellen, maar ik ging bijna zweven en ik vroeg me af of het een uitzondering was geweest of dat ik het me allemaal te grijs had voorgesteld en dat ik er misschien toch nog toe deed.

Op woensdag 22 juni vroeg men mij ergens naartoe te gaan. Ik zou weigeren, Luc kon niet mee. Ze drongen aan en ik ging. Het was een revelatie. Er werd rekening gehouden met slechthorende ornamenten. En ik was content dat ik het had gewaagd.

De dag van tegen-mijn-goesting, waar ik me wat nuttig bezig ging houden -lees: brood halen, geld storten, geld afhalen, Proximusbox afhalen aan de postautomaat en de markt- terwijl Luc naar de dokter ging voor enkele voorschriften en ik vroeger klaar was dan hij en ik wat stond te dralen en me af te vragen wat ik zou doen. Zou ik maar in de auto gaan wachten? Of zou ik toch maar een koffie gaan drinken op het uitnodigend terraske?

Twijfel, twijfel, twijfel! Stel dat het fout ging, stel dat ze me iets zegden, iets vroegen, stel dat ik me hopeloos ridicuul zou gaan voelen … Anderzijds stopt mijn leven niet omdat mijn oren niet meer meewillen. Ik ging op het terras een koffie drinken en was er nog fier over ook.

Een zwaarder probleem dat ik meedroeg: ik reed geen auto meer. Ik riskeerde dat niet. Ik was bang dat ik ambulances niet tijdig zou horen, ik was bang dat dat mankeliete onderdeel van mij mij wel eens parten zou kunnen spelen in bepaalde situaties, zoals gestopt worden door de blauwe mannekes, …

Tot Luc op een dag geschrokken tot de constatatie kwam dat hij zijn hele rimram aan papieren thuis was vergeten. “Willen we daar snel naar huis omrijden?” vroeg hij nog.

Ik zei: “neen” en profiteerde van zijn afwezigheid tijdens het winkelbezoek om die hele auto naar mijn maat om te bouwen van 1.92 naar 1.66m. Gelukkig heb ik altijd een paar -versleten- sneakers in de auto liggen want met open sandalen auto rijden vond ik altijd al een risico, al was het maar een risico op blauwe tenen.

En neen, ik ben niet content omdat ik het deed, ik ben niet fier omdat ik het deed. Ik ben kwaad op mezelf omdat ik het zo lang niet deed.

Een mens doet zichzelf toch wat aan. Echt! Een mens doet het écht zichzelf aan. Ze gaan je als een ouwe demente oma behandelen en uiteindelijk zou je je zo nog gaan gedragen.

Ik zal mezelf eens vaker dooreen moeten schudden.

____________________
1 De titel verwijst naar de uitspraak van “Aziz” over een kapotte radio in The Repair Shop

Page 2 of 1101

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén