Zus had weer een toevallige eigenaardigheid voor (of was het nu een eigenaardige toevalligheid?)!
 
In ieder geval is Zus reeds sedert haar puberteit ergens aan het zeggen hoe ze ooit haar eventueel zoontje zou noemen. Tristan!

Maar Zus staat dus wel in het telefoonboek en wordt opgebeld door een school. En het gesprek gaat als volgt:

School: Mevrouw X?
Zus: Jawel, daar spreekt U mee.
School: Uw zoontje Tristan zal vanavond later thuis zijn. Hij heeft strafstudie.

mske wou dat ze toen Zus’ gezicht had kunnen zien. Hoogst waarschijnlijk heeft die persoon van die school wel even gedacht dat de mama van Tristan van haar stoel was gevallen en dat het daarom zo lang stil bleef aan het andere einde van de lijn.