Wizzewasjes

Gebubbeld

Knuffelen en aanraken

Blijkbaar is er nog een gemis, zo las ik:

De huid heeft honger en dat gemis zit ingebakken in ons DNA: gebrek aan aanrakingen kan ons mentaal ziek maken1.

Knuffelen was bij ons thuis uit den boze. De spaarzame keren dat mijn vader zijn arm om mijn schouder lei en zei: “das mijn meiske, sé” sneerde mijn moeder dat hij nog andere kinderen had. Ik was een snelle verstaander en meed de luttele ontboezemingen.

Knuffelen met broers en zus? Moeder vloog uit: we moesten niet zo aan elkanders lijf hangen.

Ik herinner me de dag dat ik mijn veel jongere zus over het mollige armpje aaide en ik prompt een uitbrander kreeg dat ik dat kind ging bedeurven.

Het voorgaande had een impact op de rest van mijn leven. In welke mate ga ik niet aan de grote klok hangen. Feit is dat mijn kleindochters echte knuffelaars zijn en dat ik niet zeg noch vind dat ze daar moeten mee ophouden.

Nu denk ik dat ik wel goed voorbereid werd ben op de coronacrisis: het niet missen van sociale contacten, het niet missen van geroezemoes, het niet missen van aanrakingen …

Sarcastisch gezegd: Als we zo verder gaan, ga ik mijn moeder nog moeten bedanken.

1 Het Nieuwsblad

Previous

De olifanten

Next

Hoorapparaat praat met mondmasker

14 Comments

  1. Ik ben een knuffelaar, maar niet van vreemden uiteraard. Nu vind ik het heel erg, en ik voel het als groot gemis, dat ik mijn moeder niet kan knuffelen. Wij zijn grote knuffelaars, mijn moeder, ik, mijn dochter. Ja, dat mis ik zeker. Het voelt zo koud. Ik knuffel hier wel mijn katten en echtgenoot, maar ik wil ook mijn moeder en dochter knuffelen. Dat kan voorlopig niet… ?

    • Ik heb ook daar geen groot gemis.

      Ik zei het al: die coronamaatregelen veranderen voor ons in wezen niets.

      En dat vind ik dan weer iets om, zij het niet blij om, dan toch tevreden over te zijn.

  2. Jammer dat het zo moest gaan. Allicht heeft dat impact op je leven, lijkt me erg.
    Bij ons werd ook niet veel geknuffeld. Het werd al gauw als aanstellerig gezien, misschien de Noordhollandse aard, beetje koel, maar zo erg als jij beschrijft was het niet.
    Wel handen geven, rugkloppen en kussen met verjaardagen. Kleintjes werden aangehaald.

    • Ik zat er niet mee, ik dacht dat het zo hoorde. Pas later kwam het besef en nog heel wat meer besef dan enkel daar over.

      Ik houd er dus niet van om aangeraakt te worden tenzij door mijn onmiddellijke naasten waarvan de meesten het uit zichzelf al niet doen.

      Meestal gaf ik een hand ter begroeting. Na een paar keer een sportevenement in Spanje meegemaakt te hebben, ging ik wel kussen ter begroeting.

      Handen geven en dat kussen ga ik nu wel afvoeren. Dat is definitief want wie weet, zelfs als er al een vaccin tegen covid_19 zou bestaan, welk ander virus iemand meedraagt. Ik vrees dat ik een zekere vorm van smetvrees ga overhouden aan deze periode.

      Momenteel zou ik graag eens tegen enkele -nog levende- schenen schuppen als het over mijn moeder gaat, maar ach, ze zouden me bekijken als een hond op een zieke koe en niet snappen waar ze in de fout gaan/gingen.

      • Misschien niet, je weet het niet. Beter gezegd ìk weet het niet.

        • Die vorm van smetvrees? Ik weet het wel.

          Ik overdacht laatst nog wat. Vroeger was je niet “gekleed” zonder handschoenen. Bij sjieke gelegenheden maken ze nog steeds deel uit van de garderobe.

          Misschien voer ik ze wel terug in: de geklede handschoen. Ik heb zelfs nog een paar witte liggen.

          • Handschoenen, dat was iets van de kerk. De zussen hadden mooie dunne glacé’s, ik moest nog witte aantrekken, van katoen.
            Goed dat dat afgelopen was voor we aan de plechtige communie toe waren.

            • Voor ons was het ook wel -gedeeltelijk- aan de kerk gebonden. Eerste communie, plechtie communie, zelfs nog bij mijn trouwen. Daar heb ik er geen enkele meer van.

              Maar die witte, waarvan sprake, heb ik wel nog. Ik geloof dat die ooit van mijn vader waren van bij zijn parade-uniform, voor zover ik me herinner.

  3. Ik ben een selectieve knuffelaar. Ik houd er niet van aangeraakt te worden door vreemden of mensen die ik niet zo erg mag. Da’s ergens logisch. Dat er in deze corona tijd niet geknuffeld wordt vind ik eigenlijk niet zo erg. Plichtmatig zoenen is sowieso bij mij uit den boze. Ooit kreeg ik lang geleden de opmerking van een collega dat ik haar nooit aanraakte wanneer ik langs haar liep. Ik doe/deed juist mijn best om niemand aan te raken. Ik vrees dat ik een rare ben op dat gebied.

    • Ik vind dat helemaal niet zo raar. Anderzijds vind ik het dan wel raar dat ik -zelfs naaste familie- geen knuffel geef of een kus (behalve met nieuwjaar).

      Ik houd er ook niet van om aangestoten te worden tijdens een gesprek. Je hebt zo van die mensen …

      Maar mijn moeder verdroeg helemaal geen uitingen van genegenheid, niet tegen zichzelf maar ook niet bij anderen onderling.

  4. elsje

    Oei wat lijkt me dat vreselijk. Bij ons was het en is het knuffelgehalte heel hoog. Toen ik Chris leerde kennen moest hij wennen aan mijn zgn. staat van aanhaligheid. Ook zijn kinderen, de ex van Chris vertoont hetzelfde anti-knuffel gedrag als je moeder. Zij heeft er nu dus ook geen enkele moeite mee dat er niet geknuffeld kan en mag worden.
    Zo heb elk nadeel zijn voordeel 🙂

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers liken dit: