In de school, waar mske ging, bespaarde de directie op verwarmingskosten, natuurlijk niet in de leraarskamer.

Toen het op een dag te gortig werd en iederen begon te grommen, hoorde de directrice dat en stak een preek af over verwende westerlingen en dat ze maar moesten kijken naar de mensen die al die luxe zoals school lopen en zo niet kenden, waarop één van de medeleerlingen de opmerking maakte dat het in die arme landen niet vroor dat het kraakte. De directrice verzwaarde haar artillerie en haalde uit naar verwende nesten die zich niet wisten te gedragen en geen respect hadden voor het gezag.

De volgende dag lag er een thermometer onder de flap van mskes boekentas. Maximum op de ganse dag 16°.

mske zette zich ‘s avonds aan de grote tafel, nam een stuk karton en tekende Mijnheer de Uil uit de fabeltjeskrant. Ze schreef daarbij:

Beste Kijkbuiskinderen,
Willem Bever is genezen en zal dus eens naar jullie verwarming komen kijken.
Intussen oogjes open maar snaveltjes toe.
En ga nu maar snel terug naar jullie warme klasjes.

Ze hing dit aan de achterkant van het bord op een vrijdagavond toen ze de orde van de klas had.

De maandag erop hing de tekening op het aanplakbord van de klas, deftig opgehangen met duimspijkers. Toen de klastitularis later de klas binnenkwam zei ze: “Goed initiatief; er zijn dingen waartegen geprotesteerd moet worden en ik hoef niet te weten wie hier achter zit.”

Het ding is blijven hangen tot het einde van het schooljaar. Er was enigzins beterschap, het werd namelijk 18°.