Een wiskundig probleem

Een wiskundig probleem

Amke vertelt dat ze in de school van plaats zijn veranderd en legt uit naast en tegenover wie ze nu zit. “Tegenover?” vraagt mske.

En Amke legt uit dat er in de klas vier keer vier tafeltjes zijn samengezet. Ze vervolgt: ” en vier keer vier is …” mske ziet ineens dat er iets niet klopt en Amke vervolgt, zelf zeer ongelovig kijkend en haperend: “zeventien”.

Waarop mske informeert of ze de tafel van vier al kregen, waarop Amke bevestigend antwoordt. “Hoeveel is vier maal vier?” vraagt mske. “En tóch zijn we met zeventien” zegt Amke.

Er staat geen tafeltje alleen, er zijn alleen de vier blokken met vier tafeltjes. mske denkt hoe dat kan uitgelegd worden. Amke denkt hoe dat moet uitgelegd worden en mske ziet de vraagtekens rond haar hoofdje dansen. Ze tekent met haar vingers de samenstelling van de klas in de lucht. “Er is een kindje ziek” zegt ze. “Zestien dus” zegt mske. Maar neen, want er is daardoor een tafeltje leeg.

Het denken herbegint. Ineens roept Amke uit: “maar één van die blokken van vier is eigenlijk een blok van vijf”.

De tafel van vier dus, maar dan plus één.

10 comments on “Een wiskundig probleem”

  1. Je hebt zo van die dagen, waarvan je echt denkt dat ze er beter niet geweest waren. De ene verduveldheid na de andere … en dan komt Risa.

  2. Ik dacht even dat ze de juf meegeteld had hehe…maar er was dus een blokje van vier dat eigenlijk er eentje van 5 was…tja..als je al niet uit 5+5+5=550 komt zoals ik, dan is dit bijna helemáál een onmogelijke opgave!

Wat denkte daarvan?