Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Dag Maria

Ze is vriendelijk. Lief? Dat weet ik nog zo niet. Ze zegt in iedere zin mijn voornaam: “Dag Maria. Kom binnen Maria. Ga maar door Maria. Hoe gaat het Maria?”

Die naam klinkt als een verwijt in mijn oren, omdat het mij eerder een soortnaam lijkt dan een eigennaam. Een gevoel dat nog versterkt wordt door het feit dat mijn moeder me vertelde dat ze voor mij geen naam hadden en dat ze “het” maar een naam moesten geven, maar er moest wel een verwijzing naar Maria in voorkomen en later, in het middelbaar, de lerares die morde: “Met al die marias altijd”.

Daar kan de vrouw in kwestie niks aan doen, ik weet het wel, maar het gevoel is er wel.

En dan is deze Maria zo dom om op de vraag: “Hoe gaat het Maria?” het onnozele feit te vermelden dat ik even naar de audioloog moet omdat mijn rechterkant nazicht nodig heeft. Hoe dom kan je zijn? In plaats van dan af te handelen zodat ik kon vertrekken, ging ze rekken: “Maar ze gaan je wel helpen hoor Maria. Ze hebben meestal wel vervangapparaatjes ook Maria. Dat komt allemaal wel in orde Maria”.

En dan staat ze vóór mij, vóór de deur met de klink in haar hand, mij voor te houden dat het wel goed komt Maria.

Vriendelijk, ja. Lief? Dat weet ik nog zo niet. Ik voelde me eigenlijk alsof ik thuishoorde in een bejaardentehuis.

Uitgelichte afbeelding:

    Themabeeld: Woonzorgcampus Sorgvliet Linter.



Previous

Een goede reden

Next

De boekenkamer

9 Comments

  1. Met zoveel Maria’s zou ik (ook) argwanend worden. Op die manier gaat het klinken alsof je niet serieus wordt genomen, zo praat je tegen een kind. De volgende stap is: Lust Maria een snoepje? Ik begrijp je wantrouwen. (Ik vind Maria trouwens wél een mooie naam!)

    • ms

      Dat gevoel heb ik wel meer, dat ik niet serieus genomen word.

      Meestal laat ik het voor wat het is. Behalve als het echt belang heeft. En dan schrikken ze.

      Toen ik enkele jaren terug (dat kan bijna 10 jaar zijn) hoorde van een meisje dat ze haar boreling Maria genoemd had vond ik dat afschuwelijk. Ondertussen blijkt die naam weer in roulatie te zijn.

      Laatst in een boek ook en dan kan ik me niet inleven in dat personage omdat het geen lompe idiote trien is.

      Zo voelt mijn link met mijn naam.

  2. Mijn moeder en schoonmoeder hebben beiden een naam die begint met Marie. Zo waren er destijds veel Maria’s en Maries. Niemand tegenwoordig die het in zijn of haar hoofd haalt om dochter zo te noemen. Een bewijs dat heel wat namen tijdsgebonden zijn.

  3. Mijn moeder heette ook Maria en ze was daar trots op, tenminste als men het mooi uitsprak. Als er echter iemand zo tegen haar sprak, dan werd ze ook argwanend. Ik zie nog een verpleegster van het Wit Gele kruis die heel betuttelend deed. Toen ze naar buiten ging zei mijn moeder ‘heb je gezien wat voor een simpele duiven ik hier aan mijn bed krijg?’ En toen moesten we samen hard lachen. Het was nog waar ook. Mijn moeder kookte inwendig als ze deden alsof ze een klein kind was. Ik begrijp je helemaal.

    • ms

      Het gaat inwendig wat borrelen. Gelukkig kon ik ontsnappen want er zou me uiteindelijk ook wel een opmerking ontsnappen.

  4. Moet vervelend zijn wanneer je er op bezoek bent.
    Bij veel mensen is het de tweede of derde doopnaam, ook bij ons thuis. Behalve bij mij. Roodharige baby… 😆
    Maar als roepnaam vind ik het mooi. Je hoorde het niet vaak, ook niet op de katholieke school. Ik kan me niet één Maria-meisje herinneren behalve een dochter van een zus. Die woont in Brabant, dat scheelt.

    • ms

      Wij zaten haast altijd met 3 Maria’s in de klas. Een paar keer met 2, nooit alleen.

      Bij één uitspraak kan ik er -een beetje- mee leven, een andere is te stijf en bij nog een andere voelt het als een verwijt.

      Één geluk, Luc noemt me niet zo, zoon en kleindochters ook niet.

      En bezoek hebben we -zo goed als- niet meer.

  5. elsjeveth

    Tja …

Wat denkte daarvan?

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén