Wizzewasjes

Dubbel gebubbeld

Stukje anonimiteit

Terwijl ik als kind en later als jongere meer en meer de indruk kreeg dat mijn voornaam een soortnaam was en geen eigennaam wisten eerst de nonnen en later de halfnonnen me te vertellen hoe gelukkig ik me kon prijzen dat ik dezelfde naam had als onzelievevrouw.

En blij dat ik daarmee was. Moest ik smileys op mijn blog willen, dan kwamen hier een paar ogen die uit hun kassen rolden.

Ik weet niet meer wanneer ze de eerste keer vermeldden dat dat fout was, dat onslievevrouw eigenlijk Myriam heette. In die tijd dacht ik: “ja lap! Dat óók nog”. Dat kwam omdat ik al een grondige hekel had aan die naam en ik die dan nog ten onrechte gekregen had.

Wanneer de wrevel verdween en ik me er over vermaakte, ik weet het niet meer. Nu vind ik het grappig, zij het niet HAHA-grappig, enkel een beetje smalend grappig.

Zij nu serieus! Dan willen ze hun kind een naam geven, niet omdat ze die mooi vinden maar om goed te staan met de clerici en kiezen ze de allerhoogst mogelijke in heiligheid … en dan zitten ze er flagrant naast … als ze hem al zélf kozen.


O.L.V. Ten Steen – Tienen

Previous

Vooruit denken

Next

Een dikke snee

10 Comments

  1. Tegenwoordig is men veel vrijer in het kiezen van namen voor de kinderen.
    Toen werder er inderdaad veel Maria’s geboren.
    Zowel mijn moeder als schoonmoeder dragen zo’n samengestelde naam die begint met Marie.

    • Wij waren op sommige momenten met drie in de klas.

      En keuze? Dat was het niet. Ze hadden geen meisjesnaam en stonden ineens voor een voldongen feit.

  2. De invloed van meneer pastoor was soms groot …

    • Daar kon je in het geval van mijn moeder gerust de “soms” weg laten, maar bij de namen ging het iets anders.

      Daar volgde ze wel degelijk de namen van de meter of peter. Dat beweerde ze tenminste, maar het was wel mits de nodige aanpassingen zodat het in haar kraam paste en kon het mooi uitgelegd worden.

  3. Bij ons kregen veel meisjes Maria als tweede naam, kennelijk als verering of bescherming of uit plichtsgevoel.
    De roepnaam was een vernoeming, allereerst naar de grootouders, daarna de doopouders.

    • Ik vertelde het ooit al op het blog, maar ik heb de indruk dat die zoekfunctie op mijn blog volledig de pedalen kwijt is.

      Ze volgde dus zogezegd de traditie. Bij mij dus niet. Mijn tweede en derde naam zijn die van mijn meter en peter.

      Mijn roepnaam verschilde naargelang de plaats waar we woonden, al zei mijn moeder altijd: “Marja”. In Nederland schrijven ze dat anders, in België niet, daar is het Maria maar wordt het meestal zo niet uitgesproken.

      In Huldenberg klinkt het verschrikkelijk *tandengeknars*.

      Nu? Haast niemand gebruikt die nog. Of anders gezegd: al diegenen die hem gebruikten, zien we niet meer.

      Op het blog houd ik het maar op “ms”.

  4. Troost je… het kan altijd erger… zoal Beatrijs of Godelieve… Groetjes Bea en Lieve (en tegen mijn moeder Maria zegt iedereen Mia)

    • Ik wilde dat ze wél mijn doopmeters naam had genomen. Dat was toch al even gemakkelijk als het toch maar over: “geef het maar een naam” ging?

      Die vind ik wél mooi, zelfs de afkorting ervan klinkt goed. Maar die ga ik hier niet zetten. Dat is ineens iets te veel anonimiteit prijsgeven hé.

      Ik heb in het begin zelfs overwogen om die te gebruiken als schuilnaam op internet.

  5. elsjeveth

    Halfnonnen dat vind ik nu eens een leuk woord. Zijn die nog erger dan hele nonnen?

    • Ergens wel. Die hun standpunt is: “luister naar mijn woorden, maar kijk niet naar mijn daden”.

      Dat is net als een niet afgestudeerde pastoor. Die beroept zich op de studie op zich en niet op zijn resultaat.

Wat denkte daarvan?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén

%d bloggers liken dit: