De wissel

De wissel

Er was een tijd dat ons moeder met Allerheiligen alle zomerkleren opborg en de winterkleren uithaalde. Dat was zo de gewone gang van zaken.

Het omgekeerde deed zich met Pasen voor. Dan gingen de winterkleren de kast in en kwamen de zomerkleren weer tevoorschijn.

Wat met het tussenseizoen? Rillen of puffen? In beide gevallen? Dat weet ik echt niet meer.

Momenteel ben ik enkel blij dat ik zowel mijn winter- als mijn zomerkleren binnen handbereik heb. Je zal maar met een rokske en open schoenen door de sneeuwval van gisteravond moeten.

22 comments on “De wissel”

  1. Met pasen kan je letterlijk alle weertypes verwachten. Soms snikheet en soms winters gelijk gisteren. Zelfs met mijn dikke jas voelde het nog koud aan. Ik kijk alvast uit naar de korte rokjes. Niet om zelf te dragen, natuurlijk. 🙂

    1. Ik heb met Pasen wel alle weertypes al gezien en van Allerheiligen herinner ik me vooral de vrieskoude versies uit mijn kindertijd toen we op het kerkhof stonden de verkleumen.

      Dat is nu ook al lang niet meer aan de orde.

    1. Wel ja, dat moet wel zo geweest zijn, want ik herinner me niet dat ik het koud of te warm had.

      Ik herinner me enkel dat ik één keer op een warme dag vroeg om iets lichter en dat mijn moeder antwoordde dat het nog geen pasen was.

      Dat heeft ze nog eens herhaald nadat ik al getrouwd was en luchtiger gekleed ging dan winters.

        1. De regel vs het gezond verstand = de regel won.

          Raar toch, als je het heden bekijkt. Nu verliezen ze allebei.

  2. Ha! Zoiets herinner ik me ook. Ergens in het voorjaar werd besloten dat het ‘warm’ was en dat de korte broek aan moest. Ergens in het najaar (waarschijnlijk zo tegen eind oktober) mocht de lange broek weer aan. O ja! En de kachel…. We stookten toen nog een kolenhaard. Was de steenkool op, geen kachel meer, ongeacht het weer. Het kán zijn dat de seizoenen in die tijd nog gehoorzaam waren aan zichzelf. Maar vermoedelijk is er wel degelijk kou geleden. 🙂

    1. Misschien heeft er ooit wel een tijd bestaan waarin de seizoenen zich hielden aan een datum. Maar die heb ik dan toch niet (bewust) meegemaakt.

      En die kachels … soms hing het niet af van de kolen maar van de schouw die niet wou trekken als de wind slecht zat.

        1. Neen, bij ons ging die uit, werd vanbinnen en vanbuiten opgekuist en mooi opgeblonken, met een loper en een koperen sierstuk erop.

  3. Een mens kan zich echt niet meer permitteren om zijn kleren op te bergen per seizoen… Wat een dag vandaag! Zo heb ik het hier nog nooit meegemaakt, zeker niet op zes april.

    1. Wat een dag vandaag!

      Zelfs die ene keer in de Keukenhof kregen we maar één sneeuwbui en daarna werd het mooi.

      Maar vandaag …

      Ik was wel buiten voor een paar foto’s.

        1. Jij? Een heel gelukkige verjaardag gewenst in dat geval.

          Hopelijk toch wel een prettige dag gehad ondanks dat wispelturige weer.

  4. Bracht ik vorige week mijn dikke winterjas naar de stomerij omdat die toch niet meer nodig was. Fout gedacht, ik mis nu mijn gewatteerde vriend.

Wat denkte daarvan?