Ooit, toen Zus klein was heeft mske kindjes bijgehouden zodat ze Zus ook bij zich kon houden. Op een dag kwam er Geoffrey, een nieuw Engelstalig kindje van bijna één jaar oud, dat niet kon zitten van dikkigheid. De vader plofte het jongetje neer en verdween.
 
mske heeft Geoffrey met veel geduld geleerd om te zitten, om te lopen. En toen hij kon lopen begon hij al meer op een kind te lijken dan op een hoopje pap in een veel te groot kruippak.
 
Hij weigerde alle eten en herhaalde daarbij steeds hetzelfde. Hij kende maar twee woordjes. Het ene was dat onverstaanbare en het tweede was “bus”. Toen ze de moeder eens aansprak over het feit dat Geoffrey niets wou eten zei dat mens dat ze daar niet moest mee inzitten want “als hij thuis komt eet hij toch alle peanuts op die op het tafeltje staan”. En mske wist het woord dat Geoffrey steeds zei, dat was gewoon peanut.
 
Op een vrijdag vertelde de moeder van Geoffrey dat ze in het weekend bezoek uit Engeland kreeg en dat ze hoopte dat hij niet te lastig ging zijn. Toen hij de maandag daarop binnenkwam stond hij vol rode uitslag. Allemaal rode puntjes. mske, de andere kindjes indachtig, zei dat dat niet kon. Waarop de moeder een uitleg begon te doen, dat ze, om hem rustig te houden, hem aspirines gegeven had. Twee ‘s morgens, twee ‘s middags, twee om 4à5u en twee ‘s avonds en dit zowel op zaterdag én op zondag en dat hij zondagnacht, toen het bezoek weg was, zo vervelend deed dat ze de dokter geroepen had. Die had haar gezegd dat Geoffrey daar blijkbaar niet tegen kon.