Het werd een wat rustiger periode. Madame begon aan haar nieuwe leven te wennen.
Ze miste de jonker meer dan ze had gedacht. Ze was nog een poos in haar appartement op de verdieping blijven wonen vooraleer ze beetje bij beetje wat veranderingen in het huis aanbracht en haar eigen toets aan de kamers ging geven.
Het grote staatsieportret van de jonker verhuisde naar de kamer die ze inrichtte als “de schilderijenkamer”, het kleine geschilderde portret bleef in haar privévertrek hangen samen met haar “Madame au petit déjeuner” van Damien Lévert.
In die kamer kwamen ook haar laptop en ze plaatste er ook haar eigen boeken, terwijl de “bibliotheek” van naam veranderde in “de boekenkamer”. Daar liet ze ook wel nieuwe naslagwerken in onderbrengen en liet verouderde boeken weghalen.
Iedereen, behalve Philippe, noemde haar Madame. Het stoorde haar niet, het deerde haar niet en dus kon ze er best mee leven. Ze wende er aan, al deed ze het niet bewust.
Toen Mike Baker haar vroeg of ze het souterrain appartement niet wou verhuren had ze niet getwijfeld. Het huis was groot genoeg en ze mocht hem. Bovendien had hij dan nog een ruimte over om er een klein bijkomend kantoor in te richten, van waaruit hij -in geval van nood- snel kon ingrijpen.
Hij had dan wel zijn kantoor en zijn centrale unit in de stad. Daar was hij blijven wonen tot de centrale permanent bemand kon zijn. Nu kon hij naar een andere woning uitkijken.
Frau Schachmann was na die reis door Frankrijk ook nooit meer uit het Grote Huis vertrokken. Ze verzorgt er nog steeds de logistiek, houdt nog steeds een oogje in het zeil en ging uiteindelijk op de bovenverdieping in Laura’s vroegere appartement wonen. Ze zorgt ervoor dat het huishouden op rolletjes loopt, al blijft ze wel uit de buurt van de keuken. Pawlina bezorgt haar een lijst met wat ze nodig heeft en Frau Schachmann zorgt ervoor dat de benodigdheden worden geleverd. En zo werkt het prima.
Madame zelf had zich toegelegd op een paar studies om haar o.a. meer inzicht te geven in het besturen van al dat nieuwe, al was dat allemaal perfect geregeld door de jonker, maar ze hield toch graag wat toezicht. Ook een paar andere cursussen, waar ze nooit tijd voor had gehad, ging ze nu volgen.
Ze hield zich bezig met goede doelen, maar dan wel goede doelen die ze zelf uitkoos en waar ze vertrouwen in had of die voldoende transparant waren. Dat hoefden daarom geen doelen te zijn met ronkende namen want zowel de Gemeentelijke Academie voor Beeld en Schilderkunst als de lokale bibliotheek konden op haar steun rekenen.
Met Sebastien de boswachter had ze altijd al goed kunnen opschieten. Hij wist zoveel over alles wat groeide en leefde in de bossen rond het Grote Huis. Ze was tegen de jacht, maar besefte dat het ook nodig was om de dierenbestanden in de gaten te houden. Hij hield van de jacht, maar hij kon ook wel getroffen worden als hij buiten het jachtseizoen een gewond dier vond, waar hij toch een paar dagen over liep te dubben.
Sebastien woonde in het boswachtershuis. Sebastiens grootouders waren er conciërge geweest en na zijn studies was Sebastien er ingetrokken maar dan als boswachter. Het oude huis was volledig vernieuwd en gemoderniseerd en toch werd het vaak nog steeds het “vroegere conciërgehuis” genoemd.
Er was de oude man, Gaston, die altijd voor de groententuin had gezorgd en die ze, nu hij er eigenlijk te oud voor was geworden, niet had willen wegzenden. Ze had een jonge helper gezocht, maar daar zorgde hij zelf voor. Hij bracht zijn kleinzoon mee. Of de jongen ooit alleen voor de tuin zou kunnen zorgen was nog zeer de vraag, maar voorlopig vond Madame het mooi geregeld. En ja, ook Gaston hield van een praatje van tijd tot tijd.
En wat met Anna? De dokters hadden gelijk gekregen. De dokters hadden gezegd dat Anna veel geluk had gehad. Dat vond Anna niet. Ze was -inderdaad- blind geworden én opstandig, zowel tegen haar vader als tegen Madame. Dat had zich vooral geuit tijdens haar puberteit.
Eens volwassen leek ze zich wat te schamen voor haar vroeger gedrag maar vaak liet ze zich dus niet zien in het Grote Huis. Ze was gaan studeren, gaf nu zelf les en hield van pianospelen. Eigenlijk hield ze erg veel van pianospelen. Maar daarom was ze nog geen goede pianiste. Ze sloeg er nogal vaak naast.
En er was Damien Lévert. Na een uitnodiging en bezoek aan een expositie door de kunstkring waartoe hij behoorde hadden ze contact gehouden. Zo lang hij niet van zijn kunst kon leven zou hij kelner blijven en bleef hij in Frankrijk. Maar na verloop van tijd was het uiteindelijk zo uitgedraaid dat hij zijn vrije dagen ook in het Grote Huis kwam doorbrengen om, zoals hij zei, inspiratie op te doen of om er te schetsen of te schilderen. En hij was een zeer welkome gast.
Eigenlijk kort gezegd, had Madame tijd te kort.
Wordt mogelijk vervolgd …
pske van mske: Mijn gedacht over de tussen-n in bepaalde woorden kan je op deze pagina vinden.
Alle stukjes van deze reeks zijn in de juiste volgorde in deze lijst terug te vinden.
Uitgelichte afbeelding: Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator van Raphael AI (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen).