Wizzewasjes

Te lezen en te zien

Categorie: Quotes (Page 1 of 33)

Kat en ik (en de maan)

Kat en ik, we kijken naar de maan,
we zien ze aan de hemel staan,
dat is maar schijn, want manen zweven,
verwarrend, ja, zo is ‘t leven.
Niets is krek zoals het lijkt
als je de zaak nader bekijkt.

Kat en ik, we kijken naar elkaar,
ze houdt me nu al zestien jaar,
dit lijkt niet lang, maar ‘t poezenleven
moet je vermenigvuldigen met zeven.
Niets is krek zoals het lijkt
als je de zaak nader bekijkt.

Kat en ik, we zien de maan niet meer.
Is ze gestraft door Onze-Lieve-Heer?
Gestolen door lichtschuwe kleptomanen?
Of opgekocht door Noord-Amerikanen?
Kat en ik, we gaan er achteraan,
op zoektocht naar de ouwe maan.

[Jan De Wilde – Uit album Oude Maan: Kat en ik]

Alleen het derde couplet klopt niet. De kat was er niet bij. We waren op hotel.

Op het ogenblik dat de maan mooi, groot en rond achter de toren stond, had ik het fototoestel niet bij – Luc de filmcamera trouwens ook niet.

Toen we die snel even gehaald hadden, zagen we inderdaad de maan niet meer. Beeldschuw zat ze verdoken achter een wolkensluier. Noch Onze-Lieve-Heer, noch kleptomanen, noch Noord-Amerikanen zaten er voor iets tussen.

Daarom een foto van de dag ervoor, scheef door een ruit genomen. Ik weet het, zo zijn er misschien twaalf in een dozijn, alleen was dit mijn eerste poging om een deftige foto van dat onwillig model te nemen en ben ik wel -voorlopig- tevreden met het resultaat.

Zonder (meer) woorden

Kruip wat dichter bij elkaar
Geef elkaar een pakkerd
Als opeens van binnen uit
De liefde volop flakkert
En vind je niet de woorden om
van alles uit te leggen
Geen nood, het lijf kan af en toe
De mooiste zinnen zeggen.

[Toon Hermans]

Gevonden maar niet gezocht

Soms vind je wel eens pareltjes op het net. Misschien kan ik het beter geen pareltjes noemen aangezien een parel voor iedereen hetzelfde is, maar iets dat mij aanspreekt een ander misschien Siberisch koud laat.

Volgende gedichtje vond ik bij het zoeken naar een afbeelding bij een ouder postje:

Geen zin

Er zijn van die dagen
(en die zijn er)
dan heb ik er absoluut
geen zin in
Geen zin dat ik er dan in heb
gewoon enorm
van die dagen zijn er
absoluut

Jan Cammeraat – Dichtjes bij elkaar (1978-1988)

Niet dat het vandaag zo is, maar het kan. Er zijn dagen dat ik daar volledig achter sta.

Een Oma … volgens een achtjarige

Een oma is een mevrouw die zelf geen kinderen heeft.
Ze houdt veel van de kinderen van anderen.
Een Opa is een Man-oma. Hij gaat met jongens wandelen en zij praten over vissen.
Oma´s hoeven niets te doen alleen er te zijn.
Ze zijn zo oud dat ze niet kunnen rennen of wilde spelletjes doen.
Je moet nooit tegen ze zeggen: schiet op.
Meestal zijn ze dik maar niet zo dik om de schoenen van de kinderen vast te maken.
Ze dragen een bril en raar ondergoed en kunnen hun tanden uit hun mond nemen.
Ze hoeven niet knap te zijn, ze hoeven alleen antwoord te geven op vragen, zoals: waarom hebben honden een hekel aan katten en zo.
Zij praten niet kinderachtig tegen je zoals andere mensen die op bezoek komen.
Ze slaan geen stukken over als ze ons voorlezen en ze vinden het ook niet erg om telkens hetzelfde voor te moeten lezen.
Iedereen zou een Oma moeten hebben, vooral als je geen televisie hebt.
Want Oma´s zijn de enige grote mensen die tijd hebben.

[Anonymus]

 
pske van mske: met dank aan Liliane. Zij zond ons dit stukje.

Kurt Cobain

I’d rather be hated for who I am,
than loved for who I am not.

Stand by me … met een klikske

No matter who you are
No matter where you go
In your life
You go need somebody
To stand by you

Zotte zondag

‘k Voel mij vandaag zo hoempa hoempapa
hoempahoempapa hoempa hoempadero
‘k Voel mij vandaag zo hoempa hoempapa
hoempapa door jou!
[Marva]

Le Corbeau et le Renard

Maître Corbeau, sur un arbre perché,
Tenait en son bec un fromage.
Maître Renard, par l’odeur alléché,
Lui tint à peu près ce langage:
“Hé! bonjour, Monsieur du Corbeau.
Que vous êtes joli! que vous me semblez beau!
Sans mentir, si votre ramage
Se rapporte à votre plumage,
Vous êtes le Phénix des hôtes de ces bois.”
A ces mots le Corbeau ne se sent pas de joie;
Et pour montrer sa belle voix,
Il ouvre un large bec, laisse tomber sa proie.
Le Renard s’en saisit, et dit: “Mon bon Monsieur,
Apprenez que tout flatteur
Vit aux dépens de celui qui l’écoute:
Cette leçon vaut bien un fromage, sans doute. ”
Le Corbeau, honteux et confus,
Jura, mais un peu tard, qu’on ne l’y prendrait plus.
 
[Jean de la Fontaine]

Los verteld:

Een raaf zit op een boomtak met een stuk kaas in zijn bek. De vos, aangetrokken door de geur van de kaas, begint de raaf te vleien. Hij heeft het over de pluimen en het uitzicht van de raaf en gaat verder dat, mocht het gezang van de raaf in overeenstemming zijn met zijn uiterlijk, deze toch de Feniks van het bos zou wezen. De raaf laat zich vangen en opent zijn bek om een stukske voor te zingen. De kaas valt en de vos laat hem natuurlijk niet van zijn brood halen terwijl hij de raaf voorhoudt dat vleiers enkel kans maken bij hen die er naar luisteren. Schalks voegt hij er aan toe dat zulk een les wel een kaas waard is. Waarop de raaf zweert dat niemand hem nog bij zijn pitje zal hebben.

Dat laatste is een beetje een persoonlijke woordkeuze, maar wil toch zeggen wat Jean vertelt. Daar moet dan ook maar niemand over vallen.

Adorable Jean

Chacun se dit ami; mais fou qui s’y repose:Rien n’est plus commun que le nom,
Rien n’est plus rare que la chose.

[Jean de la Fontaine]

Ergens …

Tranen hebben geen kleur.

Page 1 of 33

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén