Lover lover lover come back to me

En dan kan het gebeuren dat er een vrouw in de Colruyt rondloopt die moeite moet doen om in stilte te zingen, want luidop zou écht té gek zijn, maar ze hoort de muziek in haar hoofd: “lover, lover, lover, lover, lover, lover, lover come back to me” terwijl ze naar het brood loopt, het brood snijdt en oplet dat ze niet gaat staan dansen aan dat broodmachien want thuis achter haar pc doet ze dat wel.

En dan loopt ze naar de fijnkost en zingt in stilte: “lover, lover, lover, lover, lover, lover, lover come back to me” terwijl ze die grote man die daar aan de salami staat eens vastpakt en het haar niet kan schelen of er anderen toekijken of niet.

En in de gang naar de bananen is niemand en daar waagt ze zich inderdaad aan een paar danspasjes voor ze de zoete aardappel pakt.

Aan de kassa gekomen, staat daar een jonge medewerker die ze nog nooit hadden gezien en hij, de man, zegt iets over de originele naam, wat zij niet goed verstaat want echt goed horen doet ze niet, en dan weegt de jongen de appels en valt de zak haast om in de kar en zij die snel grijpt en zegt: “dàt was op het nippertje”. De jongen kijkt wat eigenaardig en ze zegt: “Niet aantrekken, wij zijn babbelaars”.

En dan, maar het kon niet beter, staat hij ineens met die bananen in zijn ene hand en de verpakking in zijn andere wat beteuterd te kijken. En dan flapt ze er zo maar uit: “Ohjee, volgende keer komen we niet meer bij “Originele naam”, die doet alle verpakkingen open”. Hij kijkt al wat minder beteuterd, maar ze zegt toch, ten overvloede: “Ja jong, ik moet hier wel iemand pesten want thuis … en ze wijst op de grote man naast haar “die is te groot voor mij”. Hij glimlacht.

En als ze afrekenen zegt zij: “eens kijken of het wel juist is”, waarop hij echt lachend antwoordt: “ik heb er het pesten wel bij gerekend.”

Blijkbaar heeft ze luider gesproken dan ze dacht, want de jonge dame aan de andere kassa probeert haar lachen in te houden en de klant naast hen staat ook te lachen en die lacht ook nog als ze hem buiten kruisen als hij zijn kar wil wegbrengen.

“Ik zal toch beginnen plezier krijgen in het naar de Colruyt komen” denkt ze: voor ze al “lover, lover, lover, lover, lover, lover, lover come back to me”-zingend de kar wegbrengt.

Koffieklets over ijskoffie

Eigenlijk begon het allemaal al in augustus 2013. We hadden al jaren geen vakantie genomen omwille van de zaak en toen waren er ineens op korte tijd meerdere leeftijdsgenoten van Luc overleden en besloten we dat we de vakanties niet meer gingen uitstellen maar wel het werk en we boekten zomaar zo snel mogelijk. We wilden naar de Wadden maar boekten in Harlingen.

Daar viel me, in een winkeltje daar, die ijskoffie voor de eerste keer op en ik kocht die. Amaai, viel dat tegen. Die smaakte naar koffie met melk en ik lust geen melk. Melk is enkel goed voor pap. En ik vergat de ijskoffie gedurende vele jaren.

Tot ik, een poos geleden, de Starbucks koffieautomaten bij de snelwegparkings zag opduiken en ik toch nog eens een ijskoffie wou proberen. Maar de file was er te lang. De derde keer kon ik zo’n gevulde beker kopen. Amaai, viel dat tegen. Die smaakte naar koffie met melk en ik lust geen melk. Melk is ook wel goed als je pannekoeken wil bakken.

Nu ja, voor mij hoefde het dus niet meer, die ijskoffie.

En toen zag ik bij de kassa bij de parkwinkel van De Vossemeren die flesjes ijskoffie van Starbucks met karamel. En die nam ik wel mee, zo eens na een wandeling. En die was lekker. Maar waar verkopen ze die flesjes? Dat wist ik niet.

Er kwam een vergelijking in de krant, een kenner ging ijskoffies testen1 en die van Starbucks deugde zogezegd niet. Nu ja, sedert geruime tijd ligt Starbucks ook een beetje onder vuur. Volgens de kenner was de ijskoffie van Lidl de beste. Ik probeerde de ijskoffie van Lidl. Amaai, viel dat tegen. Die smaakte naar koffie met melk en ik lust geen melk. Melk kan dus ook in Starbucks ijskoffie met karamel.

Dan loop ik zo domweg in onze Colruyt en zie die Starbucks ijskoffies met karamel staan, in bekers. Ik bracht er twee mee want per twee waren ze goedkoper.

Een paar dagen later waren die eerste twee leeg en ging ik er nieuwe halen en toen bleken er ook ijskoffies met karamel van Boni te staan.

(Lees verder onder de foto)

Daarna had ik twee bekers Starbucks en een flesje van Boni in de koelkast staan. Het was tijd om het zelf eens te testen, al ben ik dan geen kenner. En die van Boni vind ik ook erg lekker. Nu ja, die kenner had ook geen ijskoffies met karamel getest natuurlijk.

Melk kan dus ook in ijskoffie met karamel van Boni ook.

Met deze hitte wou ik dan zo’n ijskoffie drinken na het fietsen met het binnenhuisveloke.

Dat doe ik, maar zo’n hele ijskoffie in één keer is een grote hap uit mijn -mezelf- toegelaten aantal kcal per dag, dus verdeel ik zo ene over drie dagen.

pske van mske:

    Mijn gedacht over de tussen-n in bepaalde woorden kan je op deze pagina vinden.

____________________
1 Het Nieuwsblad

Misverstand en recensies

Ik kon dit log eigenlijk ook “Boodschappen en winkelen” genoemd hebben, want het begon bij de Colruyt.

Niet de onze, wel te verstaan, maar die “elders” toen Luc me onderweg naar Sunparks vertelde dat we geen bananen genoeg hadden en ik dacht en luidop grappend ook zei: “Lap, hij heeft me liggen“.

Goed, we stopten aan de eerste de beste Colruyt, namen bananen en terwijl we er dan toch waren nog wel één en ander.

Aan de kassa stond een jong meisje, een studente en die begon een oorlog met de bananen. Het kwam er op neer dat ze die bananen eerst tros per tros ging wegen, dan samen en dan nog eens apart. Waarop wij begonnen te vrezen dat we die drie keer gingen betalen, het haar vroegen en zei er, piepend als een kind, een andere medewerker ging bijhalen. Luc legde het uit. Jammer genoeg vermeldde Luc ook dat ze “bij ons” die bananen samen wegen.

Waarop die medewerker daarop voortging en zei dat het meisje een studente was en wij dat moesten begrijpen, ik het getreuzel en gebeuzel beu werd en voor de eerste keer mijn mond opende en zei dat ze ze ondertussen al drie keer had gewogen.

Waarop die man een wegwerpgebaar in mijn richting maakt, zich omdraait en wegloopt. Terwijl we enkel wilden weten of ze nu één- of driemaal aangerekend waren. Dat hebben we dan maar zelf gecontroleerd.

Allee, boosaardige ms had weer toegeslagen.

pske van mske:

    Het “misverstand” viel al wat lang uit. De “recensies” volgen nog.



Iets vergeten?

Eén van de voorbije dagen las ik volgende titel in de media:

Ruzie om plaats in wachtrij aan kassa van Lidl loopt fataal af voor Gilbert (85)1

Nu had ik wel mijn bedenkingen na het lezen van dat artikel want blijkbaar was er getrokken en geduwd met een val met dodelijke afloop als gevolg. Maar een oordeel kan ik niet vellen, ik was er niet bij.

En ik dacht aan een artikel dat ik ook kortgeleden had gelezen over ergernissen aan de kassa. Daar had men het gehad over mensen die hun kar aan de kassa zetten en dan nog één en ander moeten bij halen.

Dat artikel vond ik jammer genoeg niet terug, maar wel een podcast die ik niet had beluisterd, voor de gekende redenen, maar mogelijk was dat wel ergens in de media beland.

Eigenlijk erger ik me niet aan dat soort situaties omdat het nog nooit een probleem opleverde. De kassaspookrijder2 komt meestal tijdig terug.

Maar ik dacht nog meer. Sedert een paar maanden gebeurt het dat wij aan de kassa komen en Luc zich omdraait om terug de winkel in te lopen, mij en kar aan ons lot overlatend. Dat kan geen kwaad, ik volg de rij wel.

Meestal komt hij dan aangestesseld met een potje van dit of een blikje van dat, dat dus niet op het lijstje staat. Dat moet niet veel zijn, een blik erwten is al genoeg, maar hij doet het wel.

Laatst echter bedacht hij aan de kassa dat hij het bestelde vlees vergeten had. Voor diegenen die zich afvragen waarom hij dat vlees vergeten had en niet ik, de uitleg is simpel. Als wij in de Colruyt komen, haalt Luc het vlees bij de beenhouwerij en ik haal het brood. We spreken af aan de broodsnijmachine en vervolgen daarna onze weg samen … behalve in de koeling. Daar haal ik het fruit en hij de zuivel.

Dus, ik sta aan de kassa en hij komt niet onmiddellijk terug en het is aan mijn beurt en ik denk …

Net als de medewerker mijn kaart gescand heeft komt Luc er aan met het vlees en ik zeg wat ik net dacht, namelijk dat hij het vlees afzonderlijk had kunnen afrekenen mocht hij niet intijds gekomen zijn.

Want ik heb geen zin in discussie achter een winkelkar en ik snap ook niet hoe je daar zo een punt kan van maken dat het tot trekken en duwen, sleuren en malheuren komt.

____________________
1 Het Nieuwsblad
2 Wouter Deprez – Nieuwe opgave ontbreekwoord

De “betere” tijden?

Ooit, lang geleden werd er, als de hele familie samenkwam wel eens wat speciaal gemaakt. Zo kwam er ook “Ossetong in Madeirasaus” op het menu te staan. Ik vond dat lekker. En ja ik wist wat het was, want ik zag het volledig aangekochte exemplaar, nog ongekookt, in de keuken.

Maar voor zo gewoon thuis is zo’n groot stuk vlees natuurlijk niet doenbaar voor een dag in de week en ik vergat.

Verschillende jaren geleden dacht ik er aan en bracht er mee mee, diepgevroren uit de Carrefour, waar het trouwens “Rundstong1” heet.

Daarna hebben we er ook niet meer aan gedacht.

Ik schrok dan ook toen ik las dat Jeroen Meus dat ingrediënt had meegenomen naar één van de kookprogramma’s en het woord “walging” in de mond werd genomen2. Vroeger moest je proeven éér je mocht zeggen dat je het niet lustte.

En net toen ik dit klaar had kwam er een artikel3 dat het ook over het perfecte kermiseten van vroeger had, al wordt het ingrediënt dan wel “kalfstong” of “koetong” genoemd. Persoonlijk houd ik het op ossetong, dat klinkt beter in mijn oren of bekender.

Ze zeggen er dan wel bij dat mensen het wél zullen eten in slechtere tijden.

Wij hebben daar niet op gewacht, we zijn al terug eens naar de Carrefour gereden én het onmiddellijk op het menu gezet.

Ondertussen vond Luc dat ze het bij de Colruyt ook hebben, diepgevroren van Boni maar ook klaargemaakt af te halen bij de beenhouwerij.

En ja, we gaan die ook uitproberen. Het is tenslotte eten van bij ons en onze tradities mogen ook in stand gehouden worden.

Voor wie walgen wil … doe dat in stilte en achter je eigen bord. Dat heet beleefdheid.


____________________
1 Rundstong in Madeirasaus
2 Het Nieuwsblad
3 Het Nieuwsblad

De mens te veel

Het jaar 2025 is niet goed begonnen, voor ons dan toch. Er zijn het lijsoog dat na twee weken moest genezen zijn, maar het na vier weken nog niet is, het fototoestel dat hapert, er zijn de bijwerkingen van de Lipitor die afkickverschijnselen vertonen, de haperende hoorapparaten en er is de nasleep van dat wat ik niet kan vertellen.

Neem daarbij nog wat kosten aan het huis, de bomen die dringend gesnoeid moeten worden, waarvoor we nog een takkenschaar moeten gaan kopen en het is misschien begrijpelijk dat ik af en toe een pauze inlas voor wat rust in mijn hoofd.

Dat was voor deze week voorzien. Deze week zouden we gewoon thuis blijven, want deze week was het bovendien nog die-dag. En die-dag wringt alle jaren, het ene jaar al wat meer dan het andere.

Maar dan komt het smske vol paniek: een opname in de kliniek, het ziet er echt niet goed uit. En wij beslissen dat we op maandag naar de kliniek zullen gaan. Er zijn dingen die belangrijker zijn dan rust in mijn hoofd.

Maar dan komt het telefoontje: mijn hoorapparaatjes zijn klaar en ik kan ze vrijdag (vandaag) gaan halen. Ach ja, dan hebben we nog altijd drie dagen over waaronder die-dag.

En dan sta ik, uitgerekend op die-dag op en zegt Luc dat mijn favoriete koffie in de aanbieding staat in de Colruyt. En ja, een heen en weertje Colruyt zal wel lukken zeker. Maar verdorie nog aan toe, het leek wel of héél Landen in die Colruyt zat, dat alle winkelkarren van de Colruyt een betoging hielden en bovendien was het vak van mijn favoriete koffie léég.

Nog altijd niks aan de hand. Dan stelt Luc voor om even naar die van Sint-Truiden te rijden voor koffie … of beter, die van Hannut. En ik? Ik ga akkoord.

Ook daar is het druk. En Luc denkt dat het misschien te maken heeft met het verschijnen van de nieuwe folder. De man, van wie we de kar overnemen, wenst ons “Bonne Chance”. Ik had het al kunnen weten.

Maar kijk! Alles gaat goed tót we voor dat winkelrek met koffie staan. Er staat een koppel, hun kar staat een stukske verder, ik ga met mijn rug zo goed als tegen het tegenoverliggende rek staan om niemand voor de voeten te lopen en begin dat koffierek te bekijken … als Luc me teken doet dat ik in de weg sta van een kerel die daar door wil.

Ik heb toch al verteld dat het me steeds overkomt dat waar ik ook ga of sta er altijd iemand daar door moet of juist op die plaats moet zijn? Dat ik blijkbaar overal in de weg sta, dat het lijkt of die ene vierkante meter die ik beslag neem er ene te veel is? Jammer genoeg vind het betreffende log niet terug. Ik had veel vroeger met die tags moeten beginnen.

Maar dàt was nu écht de druppel te veel.

Ik bén uit de weg gegaan. Ik bén zozeer uit de weg gegaan dat ik met fikse stap richting uitgang gestapt ben, over de ketting die de ongebruikte kassa afsloot, een sprintje trok om de man met kar vóór te zijn en buiten naar lucht moest -en kon- happen. Geen vrees, ik heb me tegen die man geëxcuseerd, die dan nog zo vriendelijk was om te vragen of ik geen stoel nodig had. Dat had ik niet. Ik moest enkel lucht hebben.

Eens ik weer gewoon kon ademen ben ik in de auto gaan zitten tot Luc met genoeg koffie voor een heel jaar kwam aangestesseld.

Achteraf gezien vraag ik me af: wat was dàt? Was dat een paniekaanval? Of is er toch iets meer aan de hand? Die Lipitor?

Maar toch vraag ik me af, waarom moest ik uit de weg? Waarom gaf die kerel die in de weg staande kar geen duw zodat ze het decor in vloog? Of dacht die dat het mijn kar was? Ik weet het dus niet. Het lijkt wel of zelfs een winkelkar meer rechten heeft dan ik.

Ik weet wel dat ik me de rest van de dag heel miserabel heb gevoeld. Ik verging van de kou -bij manier van spreken- zonder het koud te hebben.

Ik heb die avond een kleine whisky van Arran gedronken. Die deed deugd. Dus heb ik nog een kleine whisky van Arran gedronken en ben in slaap gevallen.

Het was dus weer een typische die-dag, een dag om schrik van te hebben.

Uitgelichte afbeelding:

    Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator in Bing (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen).



Nikkel

“We hebben maar één eurostuk meer in de kas voor de rommelmarkt” zei Luc “ik ga in de Colruyt vragen om een briefke te wisselen. “Dat moet je niet doen” zei ik “die vragen zelf om wisselgeld”.

Waar al dat nikkel naartoe gaat, ik zou het niet weten. We hebben ook al gehad dat iemand een boek wil betalen met een briefje van 50€. Daar moet je ook op voorzien zijn. Op de rommelmarkt zou ik weigeren. Ik stel wel altijd voor omdat met de bankapp te regelen, maar niet iedereen is daar voor in.

We gingen dus naar Aldi en Luc zegt: “ik ga bij Aldi vragen om een briefke te wisselen. “Dat moet je niet doen” zei ik “die winkels hebben zelf een nikkeltekort”.

En dan komen we aan de kassa. En wat vraagt Luc? Hij vraagt of ze geen briefke wil wisselen in nikkel. En wat zegt die kassierster? Dat kan niet want ze hebben zelf een nikkeltekort”.

En wat zei ik? Dat wilt ge écht niet weten …

Iet plezant doen … maar

Er was een tijd dat we in onze kindertijd uitgenodigd werden als grootmoeder -en later tante- “kermis hield”. Dat betekende dat de familie uitgenodigd werd voor een etentje, waarbij de volwassenen praatten en bleven praten en wij, als kind, op hete kolen zaten om naar die kermis te gaan.

En als het dan eindelijk zo ver was, dan liepen we een rondje over die kermis en dan werd het al donker en moesten we naar het station, want we moesten de trein naar huis halen.

Later heb ik nooit geen plezier meer beleefd aan kermissen.

Maar het gaat me nu vooral over de belofte aan iets plezant, waarbij je je éérst door een oeverloze saaiheid moest wroeten.

Het is niet hetzelfde, maar Luc doet een ietwat in dezelfde zin. We gaan op uitstap. We gaan een prettige uitstap maken. Echt wel. Ik kijk er naar uit.

En dan, zo op het moment van vertrek, of pas in de auto, of ergens als ik er niet meer op bedacht ben zegt hij: “Eigenlijk zouden we in de Colruyt moeten binnenspringen voor dit of dat”. En je kan niet geloven hoeveel Colruyten je zo onderweg kan tegenkomen.

Over Luc en de Colruyt had ik het ook al meer, maar op sommige momenten doet dat me echt wel aan die kermissen van vroeger denken.

De Cara pils

Op de dag dat Luc twee weken geleden met de auto naar de garage ging voor het jaarlijks onderhoud, vertelde hij me dat hij in “Het Nieuwsblad” had gelezen dat Colruyt ook een alcoholvrije versie van de Cara pils op de markt ging brengen.

Ik pluisde “Het Nieuwsblad” uit, want dat had ik niet gezien. Maar Luc hield vol. Het was in “Het Nieuwsblad” want van andere kranten kunnen we de plusartikels niet lezen. Ik vond het niet en als ik iets niet vind, word ik ambetant en ging googelen. Ik vond het artikel bij “Het Belang van Limburg”.

En dat zei ik tegen Luc. Die ging ineens beteuterd en sip kijken. Zijn antwoord was veelzeggend. Hij zei: “Ah ja ma ja”.

Wat bleek? Hij was met de auto naar de garage gereden, maar hij kan niet rap efkes over en weer, daarvoor is de garage te ver af. Hij had zich daar, in Limburg, een gazet gekocht om de tijd te doden.

Ondertussen hebben we zo twee pakken Cara pils meegebracht “om es te proberen”.

Wij hebben besloten dat de alcoholvrije variant van de Cara pils er best mag zijn en dat dus de Jupiler 0,0% voortaan in het rek zal blijven staan.

Proost!

Een zaak van groot belang

Ben ik toch iets zéér waardevol verloren/vergeten zeker! Mijn hart bloedt al twee dagen aan één stuk omwille van een stommiteit mijnentwege. Hoe dom!

Wat is er gebeurd? Voorbije donderdag wil ik uitstappen op de parking van de Colruyt, wil mijn clipeez nemen, het vak is leeg. Dat wil zeggen dat ik die bij mijn vorig Colruytbezoek op de winkelkar heb laten zitten.

En ja, dat zou kunnen. Als ik mijn geheugen raadpleeg regende het die dag en stond Luc al, met auto en al, aan die stelplaats voor de winkelkarren klaar om me te laten instappen. In mijn haast … Arme clipeez en dat na vier jaar trouwe dienst. Want ja, ik ben die blijven gebruiken.

Luc bedacht dat die van hem mogelijk nog in het vak van de deur zaten en hij toverde er één clipee uit. Maar dan liever geen dan één. En ik liep zonder clipeez om een winkelkar.

Eerst heb ik in alle overkappingen alle winkelkarren -hun handgrepen dan toch- op clipeez gecontroleerd. Ik heb wel met een hoogst ongemakkelijk gevoel die winkelkar richting ingang van de Colruyt gereden. Daar neemt Luc meestal over.

Ik heb in de Colruyt zélf niet gevraagd of ze binnengebracht waren, zo gek ben ík zelfs nog niet.

Eens thuis bedacht ik dat ik dit uitermate groot verlies toch aan de wereld kond moest maken. Maar dan moest ik ze wel op de foto krijgen.

En toen bedacht ik dat we ooit wel vier paar van die clipeez hadden gehad. Zou het? Het zou, al vergde het wel wat zoekwerk dat ik gemakshalve aan Luc heb overgelaten want -zeg nu zelf- ik moest dit literaire hoofdstuk toch zo snel mogelijk op schrift zetten.

En Luc vond drie en een half paar clipeez, wat betekent dat we ooit vijf paar hebben gehad. Drie paar werden terug opgeborgen voor wie-weet-wanneer, die halve gaat mee naar de auto voor verder gebruik.

En dan te weten dat ze in meerdere Colruytwinkels al winkelkarren hebben met een ander -breder en dikker- handvat, waar die clipeez niet meer zullen op passen.

Ik maak me zorgen, want werkelijk, die Coronapandemie heeft er voor gezorgd dat ik niet onbevangen nog zo een winkelkar kan vastnemen. Ik zal een oplossing moeten zoeken.

Misschien kan de Colruyt speciale handschoenen voorzien?