En dan had ik gezworen, uit frustratie omdat men ons onze verwachtingen over de Lac d’Ailette had durven afnemen: “Ik laat geen spaander heel van hun ganse park, ik schrijf alle vliegescheten die tegenvallen op, maak een lijst en zet die in hun recensies”.
Het begon al goed. De bedden waren niet opgemaakt. Er waren geen badhanddoeken. Nu moet je dat meestal wel aangeven -en bijbetalen- als je boekt. Maar omdat die boeking niet was verlopen zoals ze gewoonlijk verlopen, hadden noch ik, nog de medewerker die ik aan de telefoon had gehad, daaraan gedacht. Ik nam voetstoots aan dat die inbegrepen zouden zijn, goedmakertje dat deze boeking toch was.
Dus die lijst met minpunten begon al van na onze aankomst … en daarna kwam er niks meer.
We hadden de vakantie van ons leven, hebben genoten van dat park, dat reusachtig grote park, met zijn rust, zijn stilte, zijn mooie wegen.
Waren er minpunten, die waren er. Maar wat er vooral was, was de gedachte aan die man die ik aan de telefoon had gehad. Die mijn -eerst slechte- humeur had getrotseerd, die had geprobeerd het me naar de zin te maken. Die op elke opmerking van mij een antwoord had gehad, zoals “de huisjes aan de Lac d’Ailette zijn groter dan elders”, dan kregen wij toch een huisje voor zes personen zeker.
Die waarschijnlijk onze geboortedata kon zien en vroeg of we geen e-car wilden. Neen, dat wilden we niet.
Die reageerde op mijn opmerking dat we bij de Lac d’Ailette wel een voorkeursligging hadden gehad met de vraag of ik die bij “Les Trois Forêts” ook had. Ik? Ik, die dat park niet kende? Hij had gevraagd: “dicht bij het park centrum?” en ik die antwoordde met: “daar is het te druk” en hij geduldig viste wat ik wou en ik had gezegd: “bij de Lac d’ailette zaten we op 600m afstand” en hij ons een huisje zocht voor zes personen dat op ongeveer 600m van dat parkcentrum lag. We gaan niet vitten, het was één kilometer.
En dan vragen ze een recensie en denk ik: “waarom vragen ze nooit naar de zaken die belang hebben, want die man -ik zeg man, aan de stem te horen was het geen jongen meer- dàt is diegene die maakt dat we misschien ooit weer bij hen boeken, al hebben we nu nog een boeking voor ergens in mei, dat is hij die maakt dat Luc en ik misschien beslissen om nog maar eens naar “Les Trois Forêts” te gaan, want dat afzeggen van iets waar ik naar uitkijk, is bij mij meestal wel het einde van het verhaal.
Oh! En op die spaanderplaten lijst? Daar is verder niks meer op gekomen. Al waren er wel een paar minpunten. Als wij in zo een park aankomen, willen we daar wel gaan eten, voor we in het huisje intrekken. Dat kon niet. Er stond een file aan het restaurant, een file van mensen die wachtten tot er iemand klaar was met eten. We zijn een paar diepvriespizza’s gaan kopen in de parkwinkel en hebben die in het huisje opgegeten, gelukkig hadden we die vroege incheck.
Maar die parkwinkel? Poeh! We gaan niet vaak in die parkwinkels, enkel voor een kleinigheidje, een Magnum of zo, maar meestal halen we er wel brood. Maar in deze parkwinkel vond je geen brood, of jawel, maar niet echt wat we wilden en we zijn echt niet moeilijk wat brood aangaat, maar ik eet geen wit brood.
Gelukkig was er een Intermarché op 5,5km afstand en die hadden echt alles wat we wilden.
Gaan we terug? Ja! Als hun prijzen niet sneller stijgen dan de index op ons pensioen tenminste.