Ooit, heel lang geleden kwam er een volledige zonsverduistering op de middag. Ik wou die zien. Daar werd een stokje voorgestoken door een semiprofessionele interventie. Daarna overwoog ik eens zo een brilletje te kopen voor een volgende keer, maar deed het niet.
Sedertdien heb ik een paar keer geprobeerd om een maansverduistering op foto te krijgen. Dat lukte niet. Of de maan stond achter de kerk. Of er schoof een wolk voor de maan. Of er was dit. Of er was dat. En ik dacht: “Foert!”
Gisteren kwam Luc de woonplaats in gewandeld met een oude röntgenfoto in zijn handen. “Ik kan er niet te lang door kijken” zei hij “want dan krijg ik vlekken voor mijn ogen”. Hij haalde er een tweede röntgenfoto bij, legde ze op elkaar en zei: “Kom je kijken?”
Euh? Ik? Ja, ik had hem dat verhaal van lang geleden verteld en hij had dat onthouden en dus ging hij dat even een beetje oplossen.
Ik heb de gedeeltelijke zonsverduistering gezien. Het leek wel een hap die er uit genomen was. “Niet te lang” waarschuwde Luc “of je krijgt ook vlekken voor je ogen”.
Ik kreeg geen vlekken voor mijn ogen. Ik heb er geen foto van gemaakt, maar ik zou het wel jammer gevonden hebben had ik er wel een brilleke voor kocht.