Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Tag: Whisky

Grog

Als je vroeger een verkoudheid had of iets griepachtig ried men je aan om een grog te drinken.

Nu ik geplaagd zit met het overblijfsel van een lichte bronchitis bekeek ik onze sterke drank. Die was en is pover. Er zijn twee whiskyflessen, maar die zijn leeg en blijven staan omwille van de herinnering aan Arran. Er was een fles vodka, onaangebroken, omdat Luc die ooit kreeg van een Poolse medewerker.

Maar daar stond dan weer een datum op: “2008”. “Is die niet over tijd?” vroeg Luc. “Alcohol gaat niet over tijd” dacht ik luidop maar ging toch maar controleren. En daarbij, Luc heeft die fles pas later gekregen, ergens in 2010 of ’11 zoiets.

Ik waagde het. Het deed deugd aan het jeuk in mijn luchtpijp. Ik keek in de Colruyt naar de rij met sterke dranken en zag ook “rum”. Dat gebruikte men in grog. Dat zei Luc ook.

Maar aangezien ik dat eerste scheutje vodka heb overleefd, hoef ik echt geen nieuwe fles te kopen.

Wat blijkt nu? Na het opzoeken? Alcohol is slecht bij verkoudheid of griepachtige toestanden.

En weet je wat? Ze kunnen voor mijn part “je weet wel wat”.

Is er nu iets van vroeger dat nu niet de grond wordt ingeboord?

De mens te veel

Het jaar 2025 is niet goed begonnen, voor ons dan toch. Er zijn het lijsoog dat na twee weken moest genezen zijn, maar het na vier weken nog niet is, het fototoestel dat hapert, er zijn de bijwerkingen van de Lipitor die afkickverschijnselen vertonen, de haperende hoorapparaten en er is de nasleep van dat wat ik niet kan vertellen.

Neem daarbij nog wat kosten aan het huis, de bomen die dringend gesnoeid moeten worden, waarvoor we nog een takkenschaar moeten gaan kopen en het is misschien begrijpelijk dat ik af en toe een pauze inlas voor wat rust in mijn hoofd.

Dat was voor deze week voorzien. Deze week zouden we gewoon thuis blijven, want deze week was het bovendien nog die-dag. En die-dag wringt alle jaren, het ene jaar al wat meer dan het andere.

Maar dan komt het smske vol paniek: een opname in de kliniek, het ziet er echt niet goed uit. En wij beslissen dat we op maandag naar de kliniek zullen gaan. Er zijn dingen die belangrijker zijn dan rust in mijn hoofd.

Maar dan komt het telefoontje: mijn hoorapparaatjes zijn klaar en ik kan ze vrijdag (vandaag) gaan halen. Ach ja, dan hebben we nog altijd drie dagen over waaronder die-dag.

En dan sta ik, uitgerekend op die-dag op en zegt Luc dat mijn favoriete koffie in de aanbieding staat in de Colruyt. En ja, een heen en weertje Colruyt zal wel lukken zeker. Maar verdorie nog aan toe, het leek wel of héél Landen in die Colruyt zat, dat alle winkelkarren van de Colruyt een betoging hielden en bovendien was het vak van mijn favoriete koffie léég.

Nog altijd niks aan de hand. Dan stelt Luc voor om even naar die van Sint-Truiden te rijden voor koffie … of beter, die van Hannut. En ik? Ik ga akkoord.

Ook daar is het druk. En Luc denkt dat het misschien te maken heeft met het verschijnen van de nieuwe folder. De man, van wie we de kar overnemen, wenst ons “Bonne Chance”. Ik had het al kunnen weten.

Maar kijk! Alles gaat goed tót we voor dat winkelrek met koffie staan. Er staat een koppel, hun kar staat een stukske verder, ik ga met mijn rug zo goed als tegen het tegenoverliggende rek staan om niemand voor de voeten te lopen en begin dat koffierek te bekijken … als Luc me teken doet dat ik in de weg sta van een kerel die daar door wil.

Ik heb toch al verteld dat het me steeds overkomt dat waar ik ook ga of sta er altijd iemand daar door moet of juist op die plaats moet zijn? Dat ik blijkbaar overal in de weg sta, dat het lijkt of die ene vierkante meter die ik beslag neem er ene te veel is? Jammer genoeg vind het betreffende log niet terug. Ik had veel vroeger met die tags moeten beginnen.

Maar dàt was nu écht de druppel te veel.

Ik bén uit de weg gegaan. Ik bén zozeer uit de weg gegaan dat ik met fikse stap richting uitgang gestapt ben, over de ketting die de ongebruikte kassa afsloot, een sprintje trok om de man met kar vóór te zijn en buiten naar lucht moest -en kon- happen. Geen vrees, ik heb me tegen die man geëxcuseerd, die dan nog zo vriendelijk was om te vragen of ik geen stoel nodig had. Dat had ik niet. Ik moest enkel lucht hebben.

Eens ik weer gewoon kon ademen ben ik in de auto gaan zitten tot Luc met genoeg koffie voor een heel jaar kwam aangestesseld.

Achteraf gezien vraag ik me af: wat was dàt? Was dat een paniekaanval? Of is er toch iets meer aan de hand? Die Lipitor?

Maar toch vraag ik me af, waarom moest ik uit de weg? Waarom gaf die kerel die in de weg staande kar geen duw zodat ze het decor in vloog? Of dacht die dat het mijn kar was? Ik weet het dus niet. Het lijkt wel of zelfs een winkelkar meer rechten heeft dan ik.

Ik weet wel dat ik me de rest van de dag heel miserabel heb gevoeld. Ik verging van de kou -bij manier van spreken- zonder het koud te hebben.

Ik heb die avond een kleine whisky van Arran gedronken. Die deed deugd. Dus heb ik nog een kleine whisky van Arran gedronken en ben in slaap gevallen.

Het was dus weer een typische die-dag, een dag om schrik van te hebben.

Uitgelichte afbeelding:

    Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator in Bing (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen).



Powered by WordPress & Theme by Anders Norén