Wizzewasjes

Te lezen en te zien

Categorie: Zalige zaken, zever & zorgen (Page 1 of 835)

Even een onderbreking … Doha

Ondanks alle nieuwste technische snufjes zoals camera’s in de startblokken, oplichtende startbanen, e.d. en een airco gekoeld stadion, zaten de mensen met de vlagjes bij het ver- en hink-stap-springen nog steeds op dezelfde ongemakkelijke krakkemikkige vouwstoeltjes.

Het waarom en de kastelen

Ik houd er niet van om de binnenkant van kastelen te bezoeken.

Waarom niet? Niet omdat ik te pinnig ben om entrée te betalen. Betalen doen we wel als de binnenkoer en andere buitenaspecten zich binnen de omwalling bevinden zoals in Cochem, Eilean Donan Castle en Urquheart Castle. Dat laatste heeft zelfs geen binnenkant.

In zo een kasteel hebben geslachten gewoond, soms wel meerdere eeuwen lang en dan gaan ze die enkele kamers die je kan bezichtigen vol stoppen met zaken die ze uit het hele kasteel hebben bij elkaar gezocht en noemen het authentiek.

Zou de derde edele dame in de rij zich nooit eens een ander kastje hebben aangeschaft? Of heeft er nooit geen enkele met zijn bijl een hoek van de tafel geslagen? Kort gezegd, ik geloof niet in de authenticiteit van die taferelen omdat ze een samenraapsel zijn van meerdere tijden en stijlen.

Ik vind kastelen en ruïnes prachtig, maar die binnenkant zal ik slechts bezichtigen als ik ook voor de binnenste buiten heb betaald.

Buiten gehoorsafstand

De man had ons gevraagd of we oude munten bij hadden. Dat hadden we niet. Later, maar dan wel uren later, loopt er een man voorbij die ons eens heel opvallend bekijkt.

Als die buiten gehoorsafstand is, zegt Luc: “Dat is die man die die munten wou”. De man draait zich om, knikt en steekt zijn duim op. Voor zover gehoorsafstand.

Een probleem waar je geen rekening mee houdt bij het slechter horen: je gaat luider praten.

Sedert dat voorval heb ik last van praatangst. Toen we bij Zoneke verbleven, met het schuifraam zo een 20cm geopend, vroeg ik me af wie me kon horen. De buurman die aan het dak van zijn achterbouw bezig was? De voorbijgangers op de straat? Wie? En tot waar?

Zou ik nu een decibelmeter nodig hebben?

Een herinnering … of twee

Er was eens … heel lang geleden, een klein kindje, ik. Een man kwam thuis, vraag me niet wie het was, dat weet dat kindje dat ik was helemaal niet (meer), zette zich aan tafel en nam zijn zjat zonder oor, nam zijn boterham -ik weet, bizar genoeg nog altijd dat er kaas tussen die boterham zat- en sopte die in zijn koffie en at. Als hij die boterham niet sopte, nam hij een hap en dan onmiddellijk een teug van de koffie.

Waarom zoiets onbenulligs me bijbleef is enkel te verklaren doordat ik dat zo een huiselijk tafereel vond.

Ik weet nog dat ik het later thuis eens probeerde met de nodige terechtwijzingen van mijn moeder als gevolg.

Een andere herinnering is die van mijn grootvader -hij verongelukte toen ik vier was- die, eveneens aan tafel gezeten, een klontje suiker nam, dat sopte in de koffie en dan de koffie uit het klontje zoog. Dat heb ik ook eens geprobeerd. Mijn moeder was er als de kippen bij maar ze moest niet bang zijn. Het zinde me zo niet. Ik was al niet erg suikergezind en het enige voedsel waar ik een suikerklontje bij haalde was een stengel rabarber.

Hebben deze herinneringen er voor gezorgd dat mijn eerste zjatten bij mijn trouwen geen oren hadden? Ik denk het wel.

Ik zag de zjatten zonder oren in de Kringloopwinkel en beide herinneringen schoten mij te binnen. Ik kocht ze niet, ik drink nu koffie uit zjatten met oren.

Maar weet je, soms, zo heel af en toe, sop ik mijn boterham in mijn koffie. En ja, ik kan daarvan genieten, zeker als er kaas tussen zit.

Een paar jaar terug maakte iemand de opmerking: “jij sopt je boterham in je koffie” waarop ik met een air van bemoei je met je eigen zaken antwoordde: “Ja. Is dat een probleem voor jou?”

Ze moeten niet bang zijn. Ik zal dat niet doen als ik ergens op visite ben of op een stijlvol feest. Maar daar krijg je meestal toch geen boterham.

De weegschaal

Er zijn zo van die dagen die je het liefst zo snel mogelijk wil vergeten. Je voelt je slecht in je vel, je herkauwt de dingen die er niet (meer) toe doen, je voelt je vreselijk dom en geweldig lelijk.

Kort gezegd: je voelt je verschrikkelijk slecht, al ben je dan niet ziek.

Dan kan een dom bericht zo wel eens een oppepper1 zijn. Het helpt een beetje omdat het je lijkt te begrijpen, al weet je zelf dat er van die berichten dertien in een dozijn te vinden zijn.

Op zulke dagen zeg je er niets over. Je begint er pas over als alles snor zit en dan giet je het maar in een blogbericht.

Gewoon omdat het kan en omdat jij jij bent.

1 Apost

Het stenen humeur

Ik heb het niet zo begrepen op echte edelstenen, al dat geslepen glas hoeft voor mij niet. Anderzijds houd ik wel van juwelen en ook van halfedelstenen. Ik heb wel meer dan één steentje, maar dan wel zonder het bijgeloof. Ik vind die stenen gewoon mooi.

Het toeval wil nu dat het touwtje van mijn rozenkwarts hangertje over was, ik al enkele weken hangertjesloos door het leven ging -ringloos deed ik al langer, die ringen pasten niet meer– en last had van overmatig dromen tot ik een kettinkje vond waar het rozenkwarts steentje gladjes overschoof en ik het -vergeten om het uit te doen- op het nachttafeltje legde en ‘s morgens dromenloos en verkwikt wakker werd.

Ik bekeek de steen eens goed en vroeg me af … Even googelen leerde me dat alle stenen die ik heb wel goed zouden zijn voor betere dromen1.

Sedert ik me wat minder vrolijk voelde over het nieuws en aanverwanten, het einde van de vakantie en het begin van september, googelde ik voor de grap eens op halfedelstenen voor vreugde en plezier2 en weet je wat? Zo heb ik er nog geen.

Misschien moet ik overwegen er toch nog enkele stenen bij te adopteren.

pske van mske: Toch even vermelden dat ik bij het opzoeken tegenstrijdigheden tegenkwam en dat ik er absoluut en helemaal geen geloof aan hecht. Bovendien heb ik nu al een plaatstekort want ja, de ringen passen ook weer. Dit is dus zeker en vast een heel serieus te nemen log.

1 Mens en Gezondheid
2 Vreugde en plezier

De postuurkes

Het gebeurde lang geleden, op de dag dat ik mijn eerste communie deed. Op die dag, nà de kerkdienst, bleek dat ik mij “moest gaan laten zien”.

Dat wou zeggen dat ik op bezoek moest gaan bij vrienden en bekenden van mijn ouders en daar dan geschenken kreeg. En al was ik blij verrast omdat ik geschenken kreeg wist ik toch niet goed wat ik er moest mee aanvangen.

Het is pas jaren later dat ik de aard ervan toch een beetje eigenaardig vond. Want wat waren die geschenkjes? Plaasteren beeldjes die allemaal, zonder uitzondering, religieus getint waren. Ik herinner me wel de suikeren bloemetjes op de taart, die ik niet opat maar jaren in een doosje heb bewaard en die me liever waren dan de dingen zonder uitstraling die mijn moeder ter decoratie op mijn kamer zette.

Ik herinner me de plaasteren madonna die in de loop der jaren begon af te schilferen maar ik herinner me niet wanneer al de andere verdwenen.

Het Kindje Jezus van Praag onder zijn stolpke heb ik wel nog lang gehad al was er dan een stukske uit zijn kanten kraagske, maar al de rest? Was het in een verhuis toen mijn moeder ook grote kuis hield, of gooide ze ze weg of gaf ze ze weg?

Die keer, bij de kerstallentocht bij de kerststal met de hummeltjes, vond ik die figuren iets bekend hebben.

Die twee kindjes bij het kapelleke van toen? Waren dat geen hummeltjes geweest? Ik kan er natuurlijk nooit meer zeker van zijn. Ik weet dat herinneringen vervalst worden door de tijd. Ik weet het.

Ik deed er bijna zeven jaar over maar ik kocht me een poosje terug een hummeltje. Uit wraak!

Foto: stilstaand beeld uit het filmke van Luc– niet gepubliceerd omdat hij dat niet goed genoeg vindt.

Asemen … blijven asemen

Soms rijd je over de autosnelweg en je vraagt je af wat die controles en roetfilters eigenlijk inhouden. Want het kan gebeuren dat er ineens ene invoegt of je hem al lang ziet rijden terwijl zijn uitlaat donkergrijze of zwarte doemp uitademt.

“Er rijdt er weer ene met een kolenstoof voor ons” zucht Luc soms terwijl wij puur vergift inademen.

Hoe en wat weet ik niet, maar laatst ving ik toch op dat dat normaal was, dat dat iets in die auto is dat zichzelf reinigt en ineens een grote poef er uit gooit. Niet dat ik me kan herinneren dat onze vroegere dieselwagens dat deden …

Begrijpelijk dat je dan soms over de autosnelweg rijdt en je afvraagt wat die controles en roetfilters eigenlijk inhouden.

Foto genomen: Bevrijdingsfeesten Antwerpen – 7 september 2019. Meer foto’s

Door de mosterd gehaald

Rare voorvalletjes vertel ik nooit onmiddellijk, wegens de mogelijke herkenbaarheid mocht iemand die dit blog leest de situatie herkennen. De twee volgende gebeurtenissen deden zich dus geruime tijd geleden voor.

Bij het eerste liepen we gewoon wat te slenteren en te kijken en te neuzen om te kijken of die rommelmarkt iets was om ook eens in te schrijven.

De doos boeken trok mijn aandacht, ik dook er in en hoorde de man zeggen: “Die zijn wel allemaal in het Engels hé madam”. De stoute kant in mij ademde even en wou zeggen: “Engels was al uitgevonden toen ik kind was hoor meneer”. De seutige kant die ik ook heb, zei: “zwijg!” Ik zweeg. De seutige kant is nogal bazig.

Ik bekeek de boeken, zag niks naar mijn gading en stond recht om verder te gaan waarop het heerschap me vroeg of ik graag las en op mijn bevestigend antwoord zelf door de doos ging en alle boeken nog eens stuk per stuk ging aanprijzen.

Ik dacht dat hij wel erg wanhopig moest zijn om toch maar iets te verkopen.

Bij het tweede voorval waren we zelf op de rommelmarkt en zo tegen het einde aan, we begonnen al in te pakken, wist de vrouw van twee kramen verder me te vertellen dat ze een bloesje had in precies mijn maat. Ik zei haar niet dat ik geen kleren kocht op de rommelmarkt, maar ik zei wel dat dat misschien wel mijn maat was maar dat ik bezig was met die maat wat te verkleinen. Ze nam een felschreeuwend mosterdkleurig geval van een hanger, wees me op de halsafwerking en zei: “Dat is echt gepast voor grote borsten”.

De stomp in mijn gezicht kwam verschrikkelijk hard aan. Misschien snapt niemand dat, misschien ligt het aan mij. Maar het had me tijd en moeite en overredingskracht gekost om mezelf terug te accepteren en ik voelde me na geruime tijd eindelijk terug goed in mijn vel. De spiegel vertelde me weer dat er met mij niks mis is en dan krijg ik weer die doef op mijn kop waarna elke vitrine een spiegel wordt waarin ik bevestiging zoek dat het echt niet zo is.

Als ik ooit zo zou bedelen om op een rommelmarkt iets te verkopen, ruim me dan zelf maar op.

De herfst is in het land

Iedereen heeft wel eens last van een liedje dat blijft hangen … blijft hangen … blijft hangen.

Op een ochtend in de vroege lente stond ik op en popte het zo maar op: “zij dronk ranja met een rietje” maar ik niet.

Bovendien had ik niets met het liedje, het had niet opgestaan, ik had er niet naar geluisterd noch er aan gedacht. En toch was het daar en het bleef. Al maanden ontwaak ik met een ranjadrinkende lentesymphonie.

Want een meisje als Sophietje
Is een lentesymphonie

Lente!? Misschien zit de oplossing in deze eerste herfstdag. Misschien hield ze het ook gedurende een hele zomer lang vol omdat zomerdagen wel dorstige dagen zijn.

Hoop doet leven, maar dan herinner ik mij een kerstliedje dat ik ooit bleef horen tot in april.

Om gek van te worden … als ik het al niet ben …

Page 1 of 835

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén