Wizzewasjes

Gebubbeld

Categorie: Zalige zaken, zever & zorgen (Page 1 of 849)

CoronAlert

Het heeft al veel voeten in de aarde gehad, maar hij is er: de Belgische coronameldingsapp1 die CoronAlert gaat heten.

Al vond ik het in de beginfase wel een goed idee, dat veranderde al snel toen ik las dat besmette personen zelf de gegevens zouden moeten invullen. En ja, we zien hoe gemotiveerd mesen zijn om reisinformatie door te geven en in quarantaine te gaan als ze uit de rode zones komen.

Bovendien hebben ze het over dichte contacten van langer dan vijftien minuten, op voorwaarde dat die dichte contacten dan ook de app hebben en de besmetting registreren.

Of elke Belgische opa en oma die uitleg helemaal zouden vatten, is twijfelachtig1.

Wel deze oma vat wel dat het een slag in het water is.

Deze oma heeft namelijk geen dichte contacten die langer dan vijftien minuten duren, de twee keer dat we Zoneke en Querida zagen niet meegerekend.

Deze oma ziet geen kat, behalve die welke ze op haar wandelingen in de zon ziet liggen luieren.

Deze oma snapt ook dat de mensen in de Colruyt niet in de categorie “dichte contacten” vallen.

Deze oma heeft dus gesnapt dat ze die app niet nodig heeft. Als ze het ooit ergens raapt zal ze wel zelf Zoneke bellen en het vertellen.

1 Het Nieuwsblad

Open wegen

Toen we hier zeventien jaar geleden kwamen wonen, gingen we op verkenning uit. We zochten de voetwegen, de paden en de kleine wegeltjes en we vonden er.

Op één van die wandelingen volgden we een pad dat ineens doodliep op een domein, terwijl het nog steeds op de kaart als weg aangegeven stond.

Enkele jaren geleden ging het domein in andere handen over, kreeg het een nieuwe bestemming, maar aan het pad dachten we niet.

Niet zo lang geleden, bij een van onze eerste ritten na de lockdown -een mens kijkt dan al wat meer rond in bekende omgeving- zag ik de weg en ik vroeg me af of het het proberen waard was.

Donderdag laste ik dat stuk in in het dagelijkse Toerke-Dorp, met uitwijkmogelijkheid natuurlijk, maar dat was niet nodig. De weg was open en de toegang tot het vroegere domein lag gewoon in de bocht.

Het maakt de mogelijkheden van de Toerke-Dorp wandelingen, die we meestal doen als het eigenlijk te warm of te koud is om ver te wandelen, weer een klein beetje uitgebreider want ze zijn eigenlijk nogal beperkt, niet wat lengte betreft, maar qua uitzicht … Je weet wel: “hier is niets te zien“.

Internet: een vat vol kennis

Omdat men het toch maar steeds over de gevaren en de nadelen van internet heeft, wil ik het nu toch even hebben over de voordelen. Eigenlijk ben ik een fervente internetaanhanger en zie ik meer goed dan slecht.

Enige bedachtzaamheid is altijd nodig, maar als het “de goeie ouwe tijd” niet meer mag of kan zijn heb ik liever een moderne tijd mét dan zonder internet. Bovendien wordt internet meer en meer mijn connectie met de buitenwereld.

Waar ik in mijn jeugd alle gazetten uitploos, met de krant op de grond omdat ze te groot en onhandig was, over mijn knieën gebogen lezend, heb ik nu de internetgazetten. We hebben een abonnement op één krant maar we lezen wel de gratis versies van de andere. Nuances en politieke voorkeur, strekking en kleur zijn soms duidelijk zichtbaar, merkbaar en leesbaar.

Waar ik als jongmens de encyclopedie greep bij elke vraag die ook maar in mijn hoofd opkwam, googel ik er nu op los. De encyclopedie gaf geen antwoord op huishoudvragen. Google wel. De encyclopedie gaf ook geen antwoord op medische vragen. Google wel.

Na mijn schooltijd gingen ze de spelling vernieuwen. Tof hoor! Denk je net dat je alles kent …

Synoniemen, spelling, spraakkunst, betekenissen, … alles is op internet te vinden.

Deze week nog leerde ik dat “sensibiliseren” als Belgisch woord wordt beschreven en zocht ik het verschil tussen spreekwoord en gezegde. Het moet gezegd dat ik dat -verduvelde- verschil dan wel ken maar toch telkens ga twijfelen als ik het wil gebruiken.

Een foutje in mijn hersenpan? Dat moet ik misschien eens opzoeken. Het internet weet het antwoord misschien wel.

Lawijtmaker-II

Vorige zondag, heel vroeg, word ik gewekt door een geluid. Ik vraag me af welke onverlaat er om half zeven in de ochtend met een hamer op een ijzeren plaat staat te slaan.

Als Luc plots uit bed stapt en door het venster gaat kijken vraag ik hem of hij kan zien wat het is. “Dat” zegt hij “dat is een hond”.

Mja, ik weet dat door mijn slecht gehoor geluiden niet klinken zoals ze zouden moeten klinken. Zo klinken meer zaken wel eens wat metalig. Maar de gedachte die ik prompt krijg is niks metalig. Het komt er op neer dat ik, die niet met mijn hoorapparaat slaap, die hond wél hoor terwijl ik de ochtendgezangen van de vogeltjes niet meer hoor. Die hond moest dus wel luid blaffen of erg dichtbij zitten.

Op maandagmorgen, jawel, half zeven, blaffende hond, zelfde scenario.

Maar ook zelfde scenario als in februari 2007, maar toen blafte de hond al om half zes en had ik mijn slaap nodig, ik had toen nog zelf een zaak en kon het me niet permitteren om als een zombie aan het werk te gaan.

Het heeft toen in 2007 geduurd tot ik mijn stoute schoenen aantrok en de eigenaar wat ging aanporren om er wat aan te doen.

Maandag blafte en blafte en blafte de hond de hele dag aan één stuk door tot vijf uur in de namiddag toen de eigenaar thuis kwam. Die man was in 2007 zelfstandige, iets wat hij toen een goed excuus had gevonden voor de eenzaam blaffende hond.

In 2007, dertien jaar geleden en ik vraag me af: “Is het nog de hond van toen? Of is het zijn opvolger? Lawijtmaker-II?”

Dinsdagmorgen, half zeven …

Aan het ontbijt vraagt Luc: “Wat nu?” Ik zeg dat een ander het nu maar moet oplossen. Ik trek geen stoute schoenen meer aan, ik zal wel met het venster dicht en de deur open slapen. Dat kan blijkbaar ook niet, want ook op de overloop en zelfs aan het achtervenster horen we het geblaf.

Slapen met het venster dicht is geen optie, dan hebben we allebei een wattig gevoel bij het opstaan.

We besluiten dan maar dat diegene van ons twee die net iets voor het ochtendgloren over de palier waggelt, ineens het venster kan sluiten.

Dinsdag op de noen zien we het koppel dat verhaal gaat halen, niet bij de eigenaar maar bij de buurman van de eigenaar, want de eigenaar is uit werken. En die komt pas om vijf uur thuis. De keuze is niet optimaal: of we horen een hele dag een blaffende hond, of we sluiten alle vensters en sluiten ons op met deze warmte.

Natuurlijk komt er geen oplossing, de buurman kan het eigenlijk ook niet helpen.

Woensdagmorgen, om vijf uur sluit Luc het venster en slapen wij door. Als hij opstaat, staat hij vijf minuten later terug naast het bed met de aankondiging: “Hij doet het nog”.

Op de noen zien we de man uit de zijstraat komen, de man die quasi geïnteresseerd naar de waterstand van de beek komt kijken maar eigenlijk zijn oren volgt.

De hond blafte tot vijf uur in de namiddag.

Er staat wat te gebeuren, zoveel is zeker, maar deze keer zal ik enkel toeschouwer zijn. Want als ik het zo bekijk heb ik in 2007 het hele dorp al een dienst bewezen met die stoute schoenen.

pske van mske: de hond op de foto is niet de hond in kwestie. De foto’s werden genomen ergens op wandel tijdens een vakantie.

De kadookes

De dag van ‘t jaar zit er weer aan te komen. Je weet wel die dag dat iedereen je loopt te feliciteren en je kadootjes geeft in de vorm van kortingsbonnen voor je volgende aankoop en jij denkt: “Stik er in”.

Deze keer zijn ze er wel heel vroeg bij. Als ik tussen een bepaalde dag en een andere bepaalde dag voor 50€ vlees koop krijg ik 300 extra punten. Als ik 400 punten bij elkaar heb, krijg ik een extra cheque van zegge en schrijve 4€. Zelfs ik, die met weinig tevreden ben, vind dit beledigend. Dan liever gewoonweg niets.

Ik had net vlees gekocht. Ik heb voldoende vlees voor -nog maar eens- zegge en schrijve- een hele maand. Waarom in ‘s hemelsnaam zou ik voor 4€ korting, 50€ gaan besteden aan vlees dat ik mogelijk met Pasen nog aan het eten ben?

Zut hé zeg!

En dan komt het andere kado, de bedelbrief. Je kent het soort wel. Je opent de envelop, er tuimelt één of ander hebbeding uit, een notablokje en een pen, of zoiets en in de brief staat de vraag of je in ruil geen klein bedragje wil storten. Deed ik eerlijk gezegd nog nooit. Ik stuurde het gekregene ook nooit terug. Dat zou me ook geld gekost hebben en ik had niks gevraagd.

Deze keer was het een herbruikbare boodschappentas én een notablokje, waarschijnlijk om je boodschappen te noteren én een bijpassende pen.

Het goede doel was goed, dat moet ik eerlijk toegeven. Ik heb zelfs even gedacht om te geven. Maar de manier van me voor een voldongen feit te stellen stoot me zo tegen de borst dat ik het maar weer naast me neerlegde.

Wil je me een kado geven? Geef me dan een kado. Heb je iets van mij nodig? Vraag het dan gewoon.

Maar op deze, beide bovenvermelde, manieren maak je me gewoon dwars.

Bureau der afgewerkte zaken

Er was de fles, weet je nog wel, de fles met een reukske.

Na het log van toen vergat ik de fles. Ze stond ergens gewoon open en vergeten. Open en vergeten stond ze te staan.

Er was de oorhanger, weet je nog wel, de oorhanger die onvindbaar was.

De oorhanger vergat ik niet. De hele zondagvoormiddag na de verdachte verdwijning gingen we over tot een forensisch onderzoek, hebben we alles wat niet te vast en te heet was, verzet en nagekeken.

Bovendien, raar maar waar, kom ik de fles tegen en heb, van pure frustratie, meerdere keren natriumbicarbonaat in de fles gekiept en er -net geen- kokend water op gegoten.

Zegt Luc: “Ik ga aan het eten beginnen”, wil ik naar de eetplaats en iets trekt mijn aandacht, onder de kast, naast de poot op een plaats waar ineens een lichtval was en waar de dag ervoor nog kabels lagen.

Ik kijk, ik stop, ik buk, ik grijp, ik heb mijn oorhanger in de hand.

Begrijpe wie begrijpe kan. Op zaterdag heeft Luc daar nog op zijn buik voor gelegen.

En de fles? Tja, die stinkt niet meer.

Sensibilisering

Ik wou het er niet over hebben maar ga er toch eens naar verwijzen.

Telkens een zaak slecht afloopt, met een zelfmoord als gevolg, lees je dat ouders hun kinderen moeten sensibiliseren voor de gevaren van het internet.

Het staat er niet expliciet in maar ergens geven die -weliswaar goedbedoelde- artikelen de indruk dat ouders hun kinderen zouden moeten behoeden voor fouten die ze zouden kunnen maken, iets waar ze zelf de oorzaak van zijn dus.

Nu het over volwassen mannen gaat, staan de artikels vol en bol want die mannen deden niks fout, het zijn de verspreiders die strafbaar zijn.

Hoe kunnen ouders hun kinderen sensibiliseren als dat kind kan antwoorden: “Daar is toch niks mis mee, het zijn de verspreiders die in de fout gaan”.

En vertrouwenspersonen? Ik weet het, ik heb een argwanende geest. Eén vertrouwenspersoon voor meerdere mensen? Of drie vertrouwenspersonen met zelf een vertrouwenspersoon? Een wijsheid zegt: “Vertel nooit een geheim aan je beste vriend, die heeft zelf ook beste vrienden”.

Zou er eens actie kunnen ondernomen worden om jongeren te sensibiliseren dat ouders -meestal, jammer genoeg niet altijd- goede vertrouwenspersonen zijn.

Toch even mijn mening? Ik vind het niet erg slim om niet te zeggen: dom. Wat? Die foto’s? Daar heb ik niks aan, noch over te zeggen. Maar andere mensen op die manier vertrouwen … dàt vind ik dom.

Als mijn ene vertrouwenspersoon mijn blootje wil zien … gaan we gewoon naar boven. Of zoals hij zelf zegt: “Waarom boven?” Hier kan ook”. En als mijn tweede vertrouwenspersoon mijn blootje wil zien … euh … dan zou ik al aan Oedipus gaan denken.

Maar ja, ik? Zoals één van mijn T-shirts zegt: “I like coffee and maybe 3 people”.

Het kan verkeren

Dat we vorige week naar de garage moesten stak me zo tegen, maar me zo tegen dat ik dagen op voorhand al tegen de dag opkeek en wenste dat hij al voorbij zou zijn.

Het werd een schitterende dag.

Dat ik me zo verheugde op gisteren, maar dan echt zo verheugde, mag geen naam hebben. We zouden in de namiddag een uitstapke doen waar ik echt naar uitkeek.

En toen gisteren aangebroken was merkte ik na het ontbijt dat ik één van de oorhangers van één van mijn meest geliefde paren verloren was. Natuurlijk, de minder geliefden doe ik minder vaak in.

Hij moet in de woon- of eetplaats uitgevallen zijn maar toch zochten we -jawel, Luc is solidair in zo’n geval- het ganse huis af, veegde ik de ganse beneden en de hele boven, checkten we de papiermand en vroeg onze zetel zich af waarom wij blijkbaar zo graag tussen zijn darmen zaten te wroeten.

Verloren moeite, zonder resultaat.

In de namiddag gingen we dan dat uitstapje doen en terwijl we daar toch in de buurt waren gingen we nog iets anders meepikken.

Bij het tweede, waar we eerst naartoe gingen, stond een file te wachten. Ze was niet echt lang maar er kwamen vier mensen naar buiten en er ging niemand binnen. “Ik vroeg Luc: “Meende dat nu?” waarop we besloten dat we het daar voor bekeken hielden.

De tweede, de hoofdzaak, was niet te vinden. Niemand wist van toeten noch blazen. En als je dan hoort dat het niet doorging maar dat ze vergeten hadden de website aan te passen …

Thuis hebben we dan maar naar de TdF gekeken en daarna nog maar eens het hele huis aan een grondig onderzoek onderworpen, checkten we de roze vuilzak, hebben we nog net autopsie van het binnenwerk van de zetel gedaan en bouwden de volledige bekabeling voor de laptops om.

Met hetzelfde bedroevende resultaat.

Een mens is verdorie beter af met dagen die er op voorhand slecht uit zien.

Mondjes kijken

Ik las er al meer over, over mondmaskers voor slechthorenden. Die zouden een doorzichtig stuk krijjgen ter hoogte van de mond.

“Maar” zo dacht ik “wat heb ik eraan dat anderen mijn mond zien als ik diegene ben die niet goed hoor?”

Maar nu las ik dat men in Maldegem venstermaskers1 gaat uitdelen en in dat artikel staat dan wel iets interessants in. Ze gaan het dragen van venstermaskers daar uitbreiden, alleen nog niet in winkels.

Ga ik dàt nu als excuus gebruiken om voortaan toch altijd met twee onze boodschappen te mogen doen? Neen, daarvoor hoor ik niet slecht genoeg en bovendien ben ik niet het “ik-ben-een-sukkelke-type”.

1 VRT NWS – url: https://vrtnws.be/p.M9aJ8wkPO

Vroem vroem en veroem

We vonden -en kochten uiteraard- onze auto bij een garage niet zo dicht bij huis. We hadden een jaar garantie en we hadden er het eerste jaar ook nog gratis reisbijstand bij en bij een volgende onderhoud konden we voor een tweede jaar ook nog de reisbijstand bijnemen voor een fractie van de normale prijs.

Dat onderhoud zo ver, dat was toch geen probleem, volgens de verkoper. Wij konden gewoon ondertussen bij hen in de wachtzaal een tas koffie -of twee- krijgen. Het betreft hier dus wel een relatief grote garage, wel te verstaan.

En toen kwam Corona de eerste …

Het onderhoud kwam er uiteindelijk in mei en er viel niks te wachtzalen. We maakten er een wandeling in de buurt. We waren terug voor de auto klaar was en we koekeloerden wat.

Maar na dat onderhoud stopte het niet. Want blijkbaar dient na 5 jaar de distributieriem vervangen te worden en daarvoor moesten we terug in augustus.

En toen kwam Corona de tweede.

We stippelden er maar weer een wandeling uit, al gaven ze regen. Uiteindelijk regende het niet en waren wij samen klaar: wij en de auto.

En al ben ik geweldig tevreden over de diensten van de garage, nu de garantieperiode volledig afgelopen is, zullen we het weer dichter bij huis zoeken …

Te ver is te ver.

Meer foto’s

Page 1 of 849

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén