Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Categorie: Zalige zaken, zever & zorgen (Page 1 of 879)

Omgekeerde oogst

Ziezo! De oogst is binnen! De appels zijn er nog, de bomen zijn geplukt.

(Lees verder onder de foto)

Het doet me wat denken aan vele jaren terug toen men in de druivenstreek merkte dat veel serristen er de brui gingen aan geven. De serres vielen in, werden afgebroken of als groentenkas gebruikt.

Nu zagen we de voorbije herfst dat veel peren niet werden geplukt en gewoon aan de bomen bleven hangen. De kosten om ze te plukken wogen zwaarder door dan de opbrengst.

Al is er hoop. Hier wat verder worden op een boomgaard de oude bomen door jonge vervangen.

Net zoals in de druivenstreek zullen er doorzetters zijn.

De kerstdecoratie

Dinsdag was het Sinterklaas. Volgens de traditie de dag waarna de kerstboom zijn intrede doet … in de huishoudens dan want de commerce en de openbare instellingen zijn er al -sommige véél- langer op voorzien.

De voorbije weken echter groeide mijn tegenzin telkens ik de hoek bekeek waar het groene mormel alle jaren komt te staan. Alle jaren na afbraak vind ik dat hij een lege plaats achterlaat. Dit jaar vind ik dat hij een plaats wil nemen die bezet is.

Als ik TV kijk zie ik die hoek namelijk en ik vind die momenteel met de herfstversiering echt wel snoezig zodat ik het zunne vind om het weg te halen en vraag me af of die boom echt de gezelligheid kan verhogen.

Aan Luc moest ik het ook niet vragen. Die zegt sowieso: “Wel een kerstboom”. Hij helpt mee hoor. Hij haalt alles van de zolder en zet de dozen klaar in de woonplaats.




Hij staat! Sedert gisteren. Met samenwerking.

Bizar hoeveel tegenargumenten een mens kan verzinnen maar er toch niet kan toe besluiten om het niet te doen.

Lisette Model in Musée de la Photographie

Ik zag het artikel en dacht: “Nog eentje doen vóór het jaar om is”. Maar wanneer? Eigenlijk wilden we deze week gaan, maar de weerberichten waren niet gunstig. Uitstellen dan?

Maar voor we dat deden las ik dat het gisteren wel de mooiste dag van de week zou worden, met weinig of geen neerslag en zelfs wat zon.

Gisteren reden we na het zwemmen niet naar huis maar wel richting Charleroi. Onderweg zei ik: “We moeten er niet te veel van verwachten”. Waarom zei ik dat nu? De tentoonstellingen van zowel Stephan Vanfleteren als van Vivian Maier en van Alfred Seiland waren zo goed dat ze me bij blijven … blijven hangen bij manier van spreken. Waarom duikt er dan zo een gedacht mijn hersenen binnen. Een voorgevoel?

Het was niet zo erg. Er waren erg mooie foto’s, maar -waarschijnlijk is dat persoonlijke smaak- de beste waren uit de Franse en de New York periode. Foto’s van bekende koppen en in bars e.d. genomen interesseren me minder.

Het museum had nog wel meer in petto. Er was ook een tijdelijke expositie van Sébastien Cuvelier en van Ivan Alechine en bij de permanente tentoonstelling kon je verloren lopen of elkaar kwijt raken.

Er hingen een paar foto’s van Dorothea Lange2, van Walker Evans3 en nog enkele -denkelijk- tijdgenoten. Het wachten is nu op een tentoonstelling van één van hen.

____________________
1 Het Nieuwsblad
2 Dorothea Lange
3 Walker Evans

Het familie-etentje

We kennen het allemaal, we maken het allemaal mee dat bij een begrafenis wordt gezegd: we zouden eens moeten afspreken. Het gebeurt nooit … toch niet bij mijn weten.

Lucs broer en Lucs kozijn hadden samen gezeten en het georganiseerd voor de verjaardag van de overgebleven nonkel.

We waren met 22. Tanteke wist ook van niks en ze was er zo gelukkig mee want nonkel zweeft op de grens van weten en niet weten, kennen en niet herkennen.

Na het eten in een brasserie gingen we met zijn allen naar het WZC waar nonkel verblijft. Daar hadden ze het ook mooi georganiseerd, een zaaltje bij de grote zaal was voor de familie voorzien en er hing een affiche op de deur. Het werd er echt gezellig en nonkel genoot er -met blinkende ogen- van.

Was het in elke familie maar zo.

____________________
Featured image/Uitgelichte afbeelding: Themabeeld: Woonzorgcampus Oleyck Landen.

Een afspraakske van korte duur

Er kwam een e-mail voor de waterontharder. Het was tijd voor zijn jaarlijks medisch onderzoek.

We namen een afspraak op vrijdag 2 december en kregen een tijdsslot van 8u tot 17u.

Van zo’n dingen kan ik zuchten. Dat betekent de hele dag door het venster moeten zitten kijken of er geen wagen van hen de straat indraait. Ik hoor namelijk de bel niet. En Luc veelal eigenlijk ook niet, zoals die meestal bezig doende is.

Denk nu niet dat ik dat doe, dat door het venster zitten kijken. We hangen dan een briefje op de deur dat ze op de ruit moeten kloppen. En Luc ging een beetje minder doende zijn.

We hadden sjaans. Ze waren er een half uurke voor de middag en wij hadden nog een ganse namiddag voor ons.

Wat we gedaan hebben? Behalve brood gehaald en het containerpark bezocht? Thuis gebleven natuurlijk … maar dan zonder door het venster te zitten kijken.

De compensatie

Vorige donderdag kwamen we van de kust terug en reden door het centrum van Landen. De kerstverlichting hing de Stationsstraat te sieren en was aan.

Om energie te sparen besliste Landen om vanaf één december de straatverlichting te doven tussen 23u ’s avonds en 5u ’s morgens.

En ja, ik weet wel dat dit als vergelijking niet opgaat. En ja, ik ken ook de argumenten wel om in overweging te nemen.

Maar ik hield gewoon een beetje van het tegenstrijdige.

Naar de kust

Vorige week woensdag wilden we naar de kust, de geplande musea aldaar eens bekijken. Het James Ensorhuis1 stond al langer op de planning en toen ik zag dat er een Spilliaert Huis2 is ook wilden we daar ook heen, maar dat is tijdelijk gesloten omdat het te onveilig was om dure kunst uit te hangen3.

Maar toen vond Luc dat een groot gedeelte van de Spilliaertcollectie tentoon gesteld wordt bij het Mu.ZEE4, dus ja …

Verder wilde ik er nog naar een sportwinkel, de laatste hoop op een lichte fleece, waarvan ik ooit slechts één exemplaar in Schotland kocht en het me achteraf bekloeg dat ik er niet meer meebracht.

Uiteindelijk gingen we niet omwille van het slechte weer van vorige week woensdag. We zouden dan maar vorige dinsdag gaan.

Eigenlijk wou ik liefst met de trein, maar met de trein mag je met een kaartje voor gepensioneerden pas om 9u opstappen. Dat was al een probleem: hoe laat kom je dàn aan? Een gewoon kaartje nemen? Neen, toch maar liever de auto dan.

Maandag lazen we dat de spoorwegen dinsdag gingen staken, met mogelijk uitbreiding op woensdag en donderdag.

Wat te doen? Want waarschijnlijk zou zo’n spoorstaking ook wel meer verkeer teweeg brengen en dat op de ring rond Brussel?

Weer uitstellen? Neen!

Maar, het werd toch uitstellen, want bij beide musea moest ik een tijdsslot reserveren en voor dinsdag kon dat om één of andere reden niet.

We gingen gisteren. Nevel en/of mist, file en aanschuiven, drie uur heen, bijna even veel uren terug …

Was het dat allemaal waard? Ja, dat was het!



____________________
1 James Ensorhuis
2 Spilliaerthuis
3 Het Laatste Nieuws
4 Mu.ZEE

Obstakels en struikelblokken

Iets dat stinkt;
Iets dat pinkt;
Iets dat klinkt;
En wat slinkt?
Moed! Die in de schoenen zinkt!

Ken je dat? Zo net als je op vakantie wil vertrekken blijkt er één en ander verkeerd te gaan en dat zal je dan wel oplossen nà de vakantie, want het brandt niet … tenzij het zou branden.

En dan na de vakantie ga je afwegen of je wel plezier kan beleven aan een paar musea aan de kust, uitstap die al langer op de planning stond op woensdag van de voorbije week, als al die dingen nog hangende -alhoewel hangende?- zijn.

Dus gingen we maar stevig aan de slag om die struikelblokken te ruimen. Het moet gezegd dat we al menige vooruitgang hadden geboekt toen ze vorige week dinsdag nog wat bij op de kruiwagen geladen hebben dat dan geen actie vereiste maar waarvan ik toch niet kon slapen

Het weer hielp een handje. Het werd die woensdag zo ongunstig dat we ’s morgens besloten de kust nog even uit te stellen. We hebben de uitgespaarde tijd benut om de struikelblokken verder uit de weg te ruimen.

We zijn op die woensdag dan maar een nieuwe rookmelder gaan kopen en een product tegen het stinken …

maar … maar … maar …

Kiezen tussen slecht en ook niet goed

Weet je waar ik -en Luc ook- een meer dan gloeiende hekel aan hebben? Aan van die situaties waarin je, welke oplossing je ook kiest, toch de verliezer bent omdat er geen juiste oplossing blijkt te zijn of dat je die niet kent.

Laat ons nu toch -twee weken terug- op één week tijd twee zulke situaties hebben meegemaakt.

Eerst gaan we die band oppompen, weet je nog?

Er staan twee mannen aan het tankstation. Wat staan die twee mannen daar te doen in het avondlijk donker? Ze staan. Ze kijken naar onze aankomende auto. Ze staren.

Luc blaast lucht in de band en ineens staat die ene man daar te glimlachen met een paar briefkes van 20€ in zijn handen en hij vraagt of wij niet voor hem willen tanken, hij zal ons betalen.

Zoals we zo vaak in de krant lezen mag je dat nooit doen als je dat meemaakt op de autosnelweg in Frankrijk. Maar we waren, gewoon bij ons, in Landen.

Luc wimpelt dat af. Daarna voelden we ons echt hettefretters. Hadden we het wel gedaan en het ging fout zouden we ons ultra stom hebben gevoeld.

Wat moet je doen om juist te doen en om je daarna niet opgelaten te voelen?




De tweede situatie was iets heel anders. We komen ergens buiten. Van de auto die naast ons staat geparkeerd, staat de achterdeur open. De gsm ligt vooraan op te laden. Ik ga het binnen even melden. Ze gaan het doorgeven, maar als ik me aan de deur omdraai staan ze achter die balie nog steeds verder te lameren.

Op de parking loopt een medewerker rond. Luc wijst de openstaande deur. Ze gaan het binnen doorgeven. Maar wat dat gaat geven had ik pas nog gezien. Misschien kunnen we die deur dichtduwen, opper ik. “Neen” zegt Luc “als dan een alarm afgaat …” “Ach ja” zegt de medewerker “duw die maar dicht” en loopt verder.

“Neen” zegt Luc tegen mij “dat doen we niet” en hij begint rond onze auto te lopen om in te stappen. Ik twijfel, trek mijn hand in mijn mouw -vingerafdrukken, snap je- en geef die deur een optater. Ik doe echt niet alles wat Luc zegt. Hij trouwens ook niet als ik iets zeg.

“Wat als die zijn sleutel daar nu nog opzit?” vraagt Luc. “Dat is dan zijn probleem” zeg ik, stap in en trek mijn autodeur ook dicht en foeter in mezelf dat ik/wij er toch niet alleen maar zijn om anderen uit de brand te helpen en even later foeteren we samen dat het ons toch altijd moet overkomen.

De ene wandeling is de andere niet

Wandelden we bij Sunparks met gemak zo’n 10 km per dag, waren we nog niet moe.

We gingen dus maar een mooie lange wandeling kiezen voor de dag dat we in Villers-la-Ville -eindelijk eens- naar de abdijruiruïnes1 gingen kijken.

Ik vond er eentje, veelbelovend2, maar … mààr 7km lang, goed bewegwijzerd volgens de site -om verkeerd te lopen moest je het al bewust doen- en vlak. Zo gemakkelijk dat je het ook met een kinderwagen kon doen.

Tja zoveel lof, dat konden we niet laten liggen.

En we vertrokken bergop (dat is vlak op zijn Waals) over een modderige bosweg (hopelijk hebben die kinderwagens quadbanden) én we liepen verloren … neen dat deden we niet. We volgden dat ene -afwijkende- plaatje gewoonweg niet en kwamen wat verder terug op het juiste spoor. Daarna was het zo vlak dat we een lange trage trap op moesten (kinderwagens kunnen die beter afhossen) en waren blij toen we onze auto op die parking zagen staan. We hadden hoop en al vijf kilometer gewandeld.

Daarna trokken we de ruïnes in, gingen met de lift naar boven (ik moest wat aan de artrose denken na die trappen tijdens de wandeling), liepen door de passerelle en namen de lift naar beneden (zo goed Artroseke?).

We liepen tussen de overblijfselen van de oude Cisterciënzerabdij3, die in schoonheid en geschiedenis niet moet onderdoen voor sommige veelgeprezen Britse abdijruïnes en gingen het steile -trappen- meditatiepad4 op om van daarboven foto’s te kunnen nemen.




Die avond, in ons verblijf voor één nacht, zat ik op het bed wat te lezen, wou opstaan en kon dat bed niet uit.

Mijn benen waren verstijfd van de krampen en dan denk je: efkes doorbijten, recht springen en wat ronddartelen …

Maar het was dat recht springen dat een probleem vormde, want het bed stond -op de tweede verdieping (wéér trappen)- onder de dakhelling en recht springen zou betekenen dat ik daar een deuk in dat plafond ging knallen.

Luc kwam helpen: “Je moet omrollen” zei hij “zodat je er aan de andere kant uit kan stappen”. “Wil ik helpen?”

“Waag het niet!” dreigde ik toen hij aanstalten maakte om de daad bij het woord tevoegen.




Ik heb getwijfeld of ik het tweede deel van dit log wel zou vertellen, maar ach achteraf gezien, was het wel een lachwekkende -alhoewel pijnlijke- situatie.

____________________
1 Villers-la-Ville
2 Wandeling
3 Cisterciënzers
4 Het Meditatiepad

Page 1 of 879

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén