Wizzewasjes

Blijf in uw kot!

Categorie: Zalige zaken, zever & zorgen (Page 1 of 835)

De pannekoekenpan

Gezien onze verminderde bewegingsvrijheid zal ik vandaag maar eens het voorvalleke vertellen dat voorafging aan de eerste zaagronde maar gebeurde na de eerste poging bij Zoneke.

Ik ging thuis die pancakes bakken en wat bleek? De pannekoekenpan deugde niet meer. Ik wou een nieuwe, maar dan wel een lage koekenpan.

Ik googelde en vond wat ik zocht. Die verkochten ze bij Ik.e.a. Wij met ons tweetjes reden richting Hasselt en kwamen stomverbaasd voor die wand met pannen tot de conclusie dat de betreffende pan er niet tussen hing.

Na enig navragen bleek dat die enkel in Nederland in de winkels te kopen was, maar ik kon ze ook bestellen. Ik deed iets dat ik normaal niet doe omdat ik nogal goed ben opgevoed, maar nu draaide ik me om liep naar de uitgang. Enig antwoord op bovenstaande was waarschijnlijk toch niet vriendelijk geworden en zou zo wat geklonken hebben als:

Ga ik een pan kopen zonder te zien wat ik koop? Zie ik er uit als iemand die een pan zou kopen zonder te zien wat ik koop?

Op de e-mailvraag van Luc aan de winkel kreeg hij als antwoord dat we in de toekomst op “.be” moeten googelen. Gelukkig moest ik me nu niet omdraaien om een minder vriendelijk antwoord binnen te houden. Als ik me hier omdraai kijk ik naar de schouw en die zou toch niet begrijpen als ik zeg:

Denken die nu écht dat ik speciaal op hun winkel heb gegoogeld? Denken die nu écht dat ik niet op pannekoekenpan heb gegoogeld?”

“Ik heb er eentje gevonden bij Casa” zei Luc even later “maar het is wel een specialleke”. Dat was ze. We waren direct verkocht en stapten weer in de auto, reden naar Hannut en kochten de pan.

Weet je wat nu extra komisch is? Bij ons volgend boodschappenrondje hing er toch een gewone lage pannekoekenpan in de Colruyt zeker … Die verwisselde natuurlijk ook van eigenaar.

Zodoende hebben wij nu de luxe van een lage koekenpan voor pannekoeken en een smiliespan voor pancakes.

De dingen op een rijtje zetten

Ik houd niet van paniekzaaierij maar ik wil natuurlijk wel op de hoogte blijven. Dus staat het Liveblog van “VRT” en “Het Nieuwsblad” gewoon open.

“Het Laatste Nieuws”, anders wel een vermakelijke gazet, vertelt te veel waar ik me in erger en blijft dus gesloten.

En dan heb ik enkele bedenkingen, op een rijtje, om ze voor mezelf ook even op een rijtje te zetten:

1. De mondmaskers

Ze kunnen veel vertellen. Ze kunnen proberen me veel wijs te maken. Maar als men mij zegt dat mondmaskers niet helpen en ik verder lees dat er een tekort is, is mijn rekening snel gemaakt. Mijn gedacht er over ook.

Luc blijft dat eerste, niet zo gelukte, exemplaar trouwens gebruiken, onder zijn sjaal, om één keer wekelijks naar de bakker te gaan.

Nu vertelt men dus wel dat het bij het ontkennen wel degelijk om het tekort ging1. Ben ik er ingetrapt? Neen. Vind ik dat hen iets te verwijten valt? Neen. Ze hadden groot en meer dan groot gelijk. Dat zagen we met de hamsterwoede. Er was geen zeggen aan. Ze hadden de mondmaskers nooit meer aangevuld gekregen.

Ik had het bij die ene poging willen laten, maar heb nadien toch een ander model uitgeprobeerd, eentje dat niet moet “vallen”, eentje zonder plooien. Mits de nodige aanpassingen mijnentwege zou ik daar ook een filter kunnen inschuiven, maar dat heb ik maar zozo gelaten. En dan doe ik daar mijn buff over … het masker voor de gezondheid en de buff … ook voor de gezondheid natuurlijk en ook een klein beetje voor het zicht.

2. Het grote spijt

En dan lees ik over een straffe dat hij spijt heeft dat hij op 13 maart naar een lockdownparty2 ging, waarop een hele resem uitleg volgt waarom hij ging. Eén van de redenen was dat ze niet wisten dat het zo erg ging worden. Wablief? Volgde die het nieuws niet? Hadden ze nog niets uit China vernomen? Het was al maanden aan de gang. Of is zijn wereld niet groter dan zijn ego?

Maar kom, hij gaat verder met te zeggen dat het de schuld van de regering was, ze hadden maar met onmiddellijke ingang … en blablabla. In die tijd moest de tijdelijk dienstdoende regering nog toelating vragen aan het parlement.

Waarom hebben wij dan wél verstaan dat een party om het te vieren buiten de lijn der verwachtingen viel? Of geeft hij toe dat hij dan bij de 20% minder slimmen van dit land behoort?

De aap kwam uit de mouw. Hij was gefilmd en die beelden blijven hangen. En hij wil nu dat hij onherkenbaar gemaakt wordt op die beelden.

Geweldig spijt! Spijt omdat hij nu lijdt onder de gevolgen van zijn eigen daad.

We kunnen niet nagaan hoeveel mensen er door hem besmet geraakt zijn. Dat moet ook niet. Gedane zaken nemen geen keer. Vijgen na Pasen. Maar als je door specialisten ter zake iets aangeraden wordt, dan neem je aan dat die mensen weten waar ze het over hebben.

Ik hoop dat die reporters zijn vraag aan hun laars lappen. De doden blijven dood. Dat wordt ook niet uitgewist door spijt.

3. Uitzondering op de uitzondering op de …

Dan schrik ik op bij het lezen van de vraag: “Mogen kinderen nu wel of niet mee naar de winkel? En mag een supermarkt de toegang weigeren?3

Winkels raden aan om slechts één persoon per gezin inkopen te laten doen. Wat is moeilijk begrijpbaar aan: één persoon?

Kijk, enige logica: We moeten de generaties gescheiden houden. Juist? In mijn geval houdt dat in dat ik mijn zoon niet zie omwille van zijn job, dat ik mijn kleindochters niet zie omwille van de generatie. Is dat gemakkelijk? Is dat een prettige situatie? Niemand vraagt dat. Iedereen kent het antwoord. We zijn niet alleen. En we zullen ons er doorheen slaan. Dat proberen we toch.

Welk nut hebben voorgaande maatregelen als ik in de gangen van de Colruyt te maken zou krijgen met de kinderen van een ander? Dat je buiten het opletten voor die anderhalve meter nog rekening moet houden met rennende kinderen?

Maar ja, het is niet altijd gemakkelijk om oppas te vinden. En ja, ik begrijp dat. Ik ben niet de moeilijkste. Mensen zonder oppas kunnen hun kinderen ín de winkelwagen zetten. Probleem opgelost. Maar daar wringt het. De uitzondering is de aanzet tot escaleren. Wat als die kleine niet in die kar wil zitten? Dat is weer een stap verder. En wat komt dan?

Het kind van zowat 13 dat vorige week wat nonschalant liep te lanterfanten in de winkel en alles dan maar wat bepotelde is oud genoeg om in de auto te wachten. Of thuis. Of niet soms?

Zoals gezegd, het is voor iedereen een moeilijke periode maar om nu steeds gepersonaliseerde oplossingen te gaan eisen … daar krijg ik nu eens het zuur van.

Momenteel moet ieder van ons zich aan regels aanpassen, niet de regels aan ieder van ons.

1 VRT NWS – url: Maakt een mondmasker nu wel of geen verschil tegen corona?
2 VRT NWS – url: “Wisten wij veel dat we door te leven, anderen van die kans zouden beroven”
3 Het Nieuwsblad

Luc en de Colruyt

Wat is dat nu toch met Luc en de Colruyt?

Eigenlijk dacht ik dat ik het ooit al vertelde, maar ik vind het niet zo direct terug. Op risico dat het nu voor de tweede keer aan bod komt …

Luc houdt van boodschappen doen. En waar ik mijn boodschappen doe omdat dat erbij hoort is dat voor hem eerder een uitstap. Ook is de nabijheid van een supermarkt op vakantie voor Luc wel van belang.

Vanwaar nu die overgang naar Amke en Ella? Het gebeurde ooit eens dat we de meisjes meenamen naar de Colruyt omdat we vooraf de tijd niet hadden gehad om de boodschappen te halen en we grapjes maakten omdat hij er bijna een museumbezoek van maakte.

En dan was er de keer dat we er voorbij reden en Luc plots de parking op reed en zei dat hij nog iets ging halen. Terwijl wij met ons drie in de auto wachtten heb ik -domweg- de opmerking gemaakt: “Luc gaat graag naar de Colruyt”. “Precies wel” had Amke gezegd.

Hij heeft het zelf ook nog wat aangewakkerd toen ik het had over een uitstap voor de volgende keer en hij verheugd uitriep: “Jààà! Naar de Colruyt”.

“Luc en de Colruyt” en “Het huis met de drie billen” zijn grapjes die de jaren overleefden en een eigen leven gingen leiden.

Bovenstaande afbeelding is samengevoegd. Het zijn enkele selectieve fragmenten uit een whatsappgrap die begon met:


en -voorlopig- eindigde met:

De nietsers

Wij hebben niks in de buurt. Niets dan fruitbomen en boomgaarden, bereikbaar via betonnen veldwegels.

Wij wandelden ze af zodat we wisten waar de wegels lagen. Bezoekers noemden de wandelingen saai omdat er niets te zien was.

Hier komt dus zo goed als nooit iemand wandelen. Geen kat!

Wie kwam hier wel voorbij? De dame die haar hond uitlaat, de oudere man uit de buurt die op zijn tempo een dagelijks rondje gaat joggen, … euh ja, dat was het wel.

We hebben maar een honderdtal brievenbussen in het dorp, dat hoorden we een keer bij verkiezingen. Grote gezinnen zijn hier niet, meestal ouderen.

Wat zien we nu? We hebben nog nooit zoveel volk gezien dat naar niets komt kijken.

Op elkanders lip zitten

Wat lezen we nog meer? Behalve gebrek aan sociaal leven vinden mensen dat ze op elkanders lip gaan zitten door de afzondering.

Al hebben wij dan geen sociaal leven, wij hebben ook geen last van onze lip.

Wij zijn nu haast twintig jaar samen. Door omstandigheden waren wij al die jaren meestal samen thuis. Dat heeft nooit problemen gegeven. We zitten niet de hele dag bij elkaar op schoot, wij houden niet met hele dagen elkaars hand vast, maar we ergeren ons ook niet aan de ander.

Zit Luc naar de TV te kijken, doe ik wel wat anders. Lees ik een boek houdt Luc zich in stilte bezig. Soms is hij in de keuken of hij gaat buiten een praatje maken met de vogeltjes terwijl hij hun eten aanvult. Soms ga ik buiten wat onkruid trekken en lach de vogels uit die me uitschelden. Soms zijn we -toevallig- samen buiten.

Soms denk ik: “leven wij naast mekaar?” Maar neen, dat is het ook niet.

Het kan me gebeuren -en dat deed het al- dat ik opeens opschrik uit mijn boek en me realiseer dat ik Luc al een hele poos niet hoorde of zag en me afvraag … Dan stap ik de gang door, hij is niet in de eetplaats, niet in de keuken. Ik ga terug naar de gang en zo naar boven, hij is niet op de badkamer, niet in de kamers, … kom ik terug beneden en zit hij gewoon aan de laptop. Dan hebben we elkaar gekruist terwijl ik in de keuken was en hij de trap afkwam.

Of nog: ik geef aan dat ik nog even een artikel aflees vooraleer af te sluiten en te gaan slapen. Dan is mijn artikel gelezen en Luc spoorloos. Dan stap ik de gang door, hij is niet in de eetplaats, niet in de keuken. Ik ga terug naar de gang en zo naar boven, hij is niet op de badkamer maar hij ligt al in bed. Dat had hij dan wel gezegd maar dat had ik niet gehoord omdat ik te geconcentreerd zat te lezen.

Naar de Colruyt gaan we wel samen. Hij blijft dan wel in de auto. Ik zie het niet zitten dat hij met zijn broncho-vaxom-probleem in die Colruyt binnenloopt, wat natuurlijk baarlijke nonsens is aangezien ik het gewoon aan hem kan doorgeven.

Maar hem verbieden om mee te gaan? Hij huilt nu al tranen met tuiten, vraag maar aan Amke en Ella.

Het inzicht

Verwonderd las ik de laatste dagen het nieuws: over lockdownfeestjes, over lastig om met kinderen thuis te zitten, over gebrek aan contact, over sociale levens die op nul kwamen te staan, …

En ik bedacht dat ons leven eigenlijk niet zo veel veranderde na de maatregelen. Ik noemde ons ooit al oma en opa saai, maar eigenlijk is het nog veel erger dan dat.

Want wat is ons contact met de buitenwereld? Naar de Colruyt gaan waar we soms wel eens een praatje kunnen maken, de Kringwinkel waar we meestal geen praatje maken maar snuisteren, ons inschrijven voor één of ander waar we meestal niet voor in aanmerking blijken te komen, gaan wandelen en/of zwemmen waar we dan ook geen mensen ontmoeten, af en toe eens naar een sportevenement gaan kijken waar we kijken en geen contact met anderen hebben, …

Buiten de Colruyt zijn alle dingen weggevallen en dat praatje in de Colruyt … vergeet het maar.

Dat we Amke en Ella niet gaan zien voor pakweg nog meer dan een maand? Dat we met Zonekes en Ella’s verjaardag enkel contact hadden via whatsapp? Dat we -zelfs de uiterst zeldzame- familiebezoekjes moeten opschorten? Daar is deze Belg nuchter genoeg voor om te beseffen dat het voor ieders goed is.

Dat anderen dat nuchter besef niet hebben maakt het er voor ons niet moeilijker maar ook niet makkelijker op. De zaak gaat enkel langer duren. Zelfs daar zegt mijn nuchter besef dat zoiets des mensen eigen is.

Dat ik al eens iets wilde doen aan dat gebrek aan contacten, die keren dat het begint te knagen, is altijd afgeknapt op argumenten tegen en dat zijn dan geen nepargumenten, meestal mijn gehoor. Het lijkt me voor het meeste wel aangewezen dat je de mensen verstaat.

Ons sociaal leven? Dat is iets dat dus niet bestaat.

Als ik ooit met de lotto win …

Misschien ben ik alleen, maar ik denk dat er wel meer mensen zijn die bovenstaande al eens gezegd of gedacht hebben.

Bij mij ging het er dan telkens om dat ik het Belgische stof van mijn zolen zou schudden en elders zou gaan wonen waar meer ruimte is, de huizen niet zo op elkaar gepakt staan, je nog buiten kan komen zonder iemand te ontmoeten, …

Schotland passeerde de revue, Frankrijk ook, Duitsland …

Ideaal zou zijn mocht ik ze combineren. In de zomer ergens in Schotland -we hebben het niet zo begrepen op grote hitte- om in de tussenseizoenen ergens in Duitsland te gaan zitten en in de winter het zuiden te zoeken.

Een pied-à-terre in België kon niet ontbreken, maar dat kon dan gewoon ergens een loft of een appartement, maar toch liever een chalet of bungalow zijn.

Je weet wel: dromen …

Niet omdat het gras groener is aan de andere kant van de berg, maar er zijn de dingen die me storen. Meestal menselijke dingen: ik heb een hekel aan al dat gekrakeel, ik heb een hekel aan het extremisme dat sommigen ongevraagd spuien, ik heb een hekel aan de hekel die sommigen aan de anderstaligen in dit land blijken te hebben …

Ik ben dus de Belg die Belg is, een Vlaming weliswaar en je mag niet op mijn Vlaamse tenen trappen, maar toch een Belg.

Ik ben ook de Belg die het zeker niet eens is met het idee van sommigen om de Lage Landen weer te verenigen. Al zijn er gelijkenissen, de verschillen zijn in mijn ogen te groot.

En nu … na al dit denk ik: “Als ik ooit met de lotto win, blijf ik gewoon hier”. En “hier” is dan niet waar we nu wonen maar wel in België.

En daar herbegint het. Misschien wordt het wel aan de rand van de Merodebossen … Of in de Ardennen, mocht ik daar iets vinden waar het niet toeristisch is. Of toch maar eerder in de driehoek: Brussel-Antwerpen-Gent … kwestie van overal snel naartoe te kunnen?

Je weet wel: dromen …

Schotland, Frankrijk en Duitsland zijn dan wel de vakantielocaties bij uitstek -vergeet Slovenië niet- maar dat zijn ze nu ook al.

Om verder te gaan met het beeld van gisteren: een schip heeft een veilige thuishaven nodig. Veilig ben je nooit, nergens. Maar thuis kan je wel zijn.

Iet positief!

Wat ons bezighoudt in deze dagen is meestal wel wat ons op alle andere dagen ook bezighoudt, in mijn geval dan mijn baskuul.

Ik had in de beginperiode mijn juiste bmi opgezocht en zou uiteindelijk tussen 62,5 en 67,5kg moeten wegen. Dus zette ik 65 als streefgewicht.

Ergerlijk dat de app op mijn telefoon maar in dat oranje bleef hangen en beschuldigend “overgewicht” bleef zeggen. Tja, een iets persoonlijker: “je bent goed bezig ms” kan je van zo een app natuurlijk niet verwachten. Die houdt zich strikt aan het juiste streepje.

Gisterenmorgen … stond hij groen. Jeuh! Maar wel nog 1,1kg te veel volgens officiële bmi kanalen. Maar ik vond het wel bemoedigend.

Dit wil niet zeggen dat die groen blijft. Gewicht is een raar ding. Het moet altijd wat op en af gaan, maar zolang de neerwaartse trend gaande blijft is dat voor mij al lang goed.

Jammer maar helaas voor alle sportexperts, die ons nu aanraden om toch maar te blijven sporten, ik heb in maart nog maar twee keer met de hometrainer gereden. Ik moet dus kiezen: sporten of afvallen.

Dank zij diezelfde sportspecialisten is het hier eigenlijk erg druk bij ons. Nog nooit op al die jaren dat wij hier wonen zagen wij zoveel joggers, wandelaars en fietsers aan onze deur voorbijkomen.

Ik mag er niet aan denken dat ik er tussen geraak met die hometrainer.

Het Colruytbezoek

Zo gezegd, zo gedaan.

Die honing zat me dwars. Niet dat dat levensnoodzakelijk is, maar sedert ik nu meer dan een jaar geleden las dat honing met kaneel goed is voor de maag en dus begon met ‘s morgens bij het ontbijt een lepeltje honing met kaneel te nemen heb ik nooit nog last van mijn maag gehad.

En nu was die honing zo goed als op, versneld door die twee verkoudheden die we te verwerken hadden gekregen, waarbij we ook telkens wat honing in de thee hadden gedaan. Ach, dacht ik, ik zou het wel overleven. Want ik had wel al een imker gezocht, maar zoals ik eerder al zei: “Honing is een luxeproduct“.

“Zou het kwaad kunnen … begon Luc vrijdag. “… dat we vanavond tegen sluitingstijd eens langs de Colruyt passeren” maakte ik af.

Dat deden we. Ik pakte de lijst van mijn bestelling erbij, schrapte wat ik elders had gekocht en hield een sterk gemillimeterde lijst over.

De parking stond nog wel relatief vol, maar dat was voor de crisis ook al zo toen de parking aan het station betalend werd. Maar er was geen noemenswaardig karretjesverkeer.

Omwille van de maatregelen van andere winkels, waar maar één persoon per winkelkar binnen mag, bleef Luc in de auto. Maar er stond geen aanmaning om dat te doen, enkel de vraag om een winkelkar te nemen omwille van de anderhalve meter.

Binnen was het rustig, er stond één persoon aan de kassa en er hing een uitzonderlijke stilte. In de winkel zelf waren maximum 10 mensen aanwezig.

Ik reed recht naar het rek met honing. Dat stond nog afgeladen vol -honing is blijkbaar geen hamsterproduct- en nam dus maar drie potten in plaats van de twee op mijn lijstje.

De felgroene kleur van de groene theeverpakking stond al van ver massaal: “Hier staan we!” te roepen en ik verhuisde er drie naar mijn kar. Drie, inderdaad, wegens de korting.

Ik reed de gang uit en zag van daar de beenhouwerij. De lange wand van de toespijs was volledig leeg. De kortere wand met de bereidingen vertoonde meer gaten dan voeding en de korte wand met het vlees kon ik niet zien omdat die achter de hoek was. De beenhouwers waren er nog steeds erg druk bezig.

Op naar de kippenbouillon. Onderweg passeerde ik de olie en azijn en bedacht dat de inhoud van onze fles olijfolie ook fel gezakt was. Ons gewone merk was er niet. Ik nam dan maar een -natuurlijk duurder- alternatief.

Achter mijn rug stonden de kippenbouillonblokjes me al op te wachten. Oei! Daar waren maar zes doosjes meer. Even dacht ik … Maar neen! Ik hield me aan mijn lijstje en liet de rest voor de anderen.

Cola.

Maar hé, ik passeerde de rekken met de chips. Daar stond ook nog wel wat. En al eet ik geen chips -ik ben er echt geen fan van- bekeek ik ze. Luc lust wel af en toe eens een chipske … maar welke moest ik nemen? Kleine zakjes voor een grote man? Neen, hij neemt meestal een grote zak. Wat een probleem zeg. Aha! Ovengebakken natuur. Die zou ik nemen, daar eet ik af en toe ook wel eens een polleke van mee.

Blijkbaar is de oorlog tussen Colruyt en Coca Cola1 nog niet van de baan, maar niet getreurd, wij nemen het huismerk. Daarvan was er nog genoeg voorraad, het stond tot in de gang. Al drink ik het spul niet meer, Luc wel nog. Jammer, maar helaas.

Bij de melk zag ik mededeling dat er per klant maar twee pakken mochten gekocht worden. Twee pakken? Dat zijn twintig brikken. Tot voor kort namen wij helemaal geen melk, maar sedert de pancakes maak ik wel elke week een keer pannekoeken of pancakes. Ik moet geen twee pakken, ik zou genoeg hebben met twee brikken, maar gezien er zo een grote voorraad stond nam ik er toch vijf. De twee brikken volle melk, die ik in het fruitkraam kocht, zou ik dan later wel eens aan Zoneke geven of, als de nood echt hoog moest worden, als reserve houden.

De smeerkaas was op! Alternatief! Alternatief? Ik had geen zin om kcal te gaan lezen, vetgehaltes en grammen suiker te gaan controleren en vergelijken en nam een -nooit voordien geziene- smeerkaas van het huismerk.

Bij de wasverzachter was die met rozenblaadjesgeur op. Lavendel? Dat ruikt zo sterk naar lavendel. Raar hé. Die geur vind ik té. Lotus dan maar. Ik zou thuis wel zien of die geurde of stonk.

En dan kwam de ontgoocheling. De groentendiepvriezers waren leeg, op een zakje rode kool met appel -die we thuis zelf nog hebben- en bloemkoolroosjes -dan heb ik liever een verse bloemkool- en spekrolletjes met boontjes -die maak ik ook liever zelf- na was alles compleet leeg. Tot die bevinding kwam de dame na mij ook. Wij bekeken elkaar en roloogden eens maar haalden onze schouders op.

Ik had terug gekund naar de frigo om verse groenten, maar daar had ik ten eerste geen zin in en ten tweede kan dat dan wel volgende keer vóór ik in die diepvriezers ga kijken.

Aan de kassa leek het wel een macabere dans. De dame met overvolle kar -eerlijk is eerlijk: ze had niet gehamsterd, het waren allemaal verschillende producten, denkelijk voor meerdere gezinnen- was er blijkbaar -verkeerdelijk- van overtuigd dat ze anderhalve meter afstand van haar kar moest houden en stond constant rond zich te kijken. Ze leek wel een torenwachter op de grond die elke onverlaat, die dichterbij kwam, met een boosaardige blik zou neerbliksemen. Ze had mijn kar al proberen afremmen met haar ogen toen ze zag dat ik toch geen bumperklever was.

Macabere dans? Jawel. Kassierster achteruit, dame vooruit. Dame halfweg de uitgang, kassierster achteruit, dame betaalt. (Voor niet-Belgische lezers: de Colruyt heeft een speciaal kassasysteem, buitenlandse bezoekers kennen dat blijkbaar niet).

“Kan het nog?” vroeg ik de kassierster terwijl ik mijn telefoon met Xtra app, met gestrekte arm, vooruit stak en mijn povere voor ¼ gevulde kar vooruit reed “of slaan we dat gedeelte over?” Ze kwam dichterbij en mikte -ook- met uitstrekte arm met de scanner die op halve meter toch bliep zei.

Efkes -betalen en de rekening op zak- later stortte Luc zich op de kar en begon als een smokkelaar de buit in de autokoffer te laden. Hij stopte enkel even om te zeggen: “Hmmmm, chips!”

Als het fruit op is, doen we dit opnieuw. Ik zou zo terug naar dat fruitkraam gaan, maar de prijzen rijzen daar echt wel de pan uit.

Onnozel om het zo in het lang en het breed te vertellen? Vind ik zelf ook. Maar wat ik wel belangrijk vind om te melden is dat ik me daarna stukken beter voelde. Net of iets zo normaal als een Colruytbezoek het hele absurde van de situatie weer iets of wat gerelativeerd had.

1 Het Laatste Nieuws

De mondmaskers

Okee, ze zeggen dat het niets tegen houdt1. Ik wil hen best geloven, maar mijn verstand zegt wel dat zo een masker wel het eerste mogelijke contact opvangt.

Wij kochten geen mondmaskers, we lieten het voor de mensen die het meer nodig hebben.

Maar nu het Ministerie van Volksgezondheid een patroon online zette, ging ik er eentje maken. Maar waar haal je de benodigdheden in deze tijden van thuis zitten?

De stapel keukenhanddoeken!

Wat blijkt nu? Jammer genoeg was de keukenhanddoek te dik. Het masker valt erg lomp uit en is niet soepel genoeg.

Luc ging er gisterenmorgen mee naar de bakker. Maar omwille van één en ander deed hij er ook nog een sjaal over.

Die hingen we dan buiten om uit te waaien en het mondmasker zullen we waarschijnlijk afkoken.

Maak ik er nog eentje? Ik weet niet. Een oudere handdoek is dunner maar dan niet meer zo dicht van weefsel en houdt volgens mij nog minder tegen dan een gewone buff die ik tot nu toe voor mijn gezicht trok.

Of ze nu helpen of niet, ik vind het een minimum vereiste dat ik mijn neus en mond bedek, vooral als je bedenkt dat we enkel nog in voedingswinkels komen en ik het persoonlijk zeker niet doenbaar vind dat iedereen over dat eten staat te ademen. Kort gezegd: qua hygiëne vind ik het een hoffelijkheid naar de anderen toe.

1 Het Laatste Nieuws

Page 1 of 835

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén