De roze bril

Van tijd tot tijd, meestal telkens als ze wedstrijd heeft, gaan wij naar een sportevenement van Kleindochter (de jongere). Meestal schrijf ik er niks over. Het is wat het is en ik houd niet bepaald van negatieve commentaren die kant noch wal raken.

Nu schrijf ik er wél over, omdat, ja …

Op zondag werd het een ploegenwedstrijd en Kleindochter (de jongere) had iets gezegd van “mogelijk de tweede plaats”.

Een ploeg betekent dus drie schermsters, want ja, dat is wat ze doet. Eigenlijk zijn dat vier schermsters waarvan één reserve is. Maar hun reserve was al vóór zondag gekwetst.

En toen gingen ze, ik krijg het er nog koud van, elke proef winnen, zodat Kleindochter (de jongere) tijdens de pauze zei: “Het kan er in zitten”. Maar! Ze moesten nog altijd tegen ‘de Fransen’. Maar toen ik de Fransen zag verliezen tegen een andere ploeg, dacht ik al: “wat zou ze daar nu van denken?”

“Ze zullen het tactisch moeten doen” zei Bollie.

En dus werd het extra spannend. Maar laat nu toch op die tribune, net daar aan die baan waar die laatste proef ging doorgaan, een groep van een tiental personen met hun rug naar de zaal staan, zodat ik die doorgang maar ging versperren. Ah neen zeker.

En net, als mijn kleindochter haar beurt had, moest daar een man met een roze bril voorbij. Ik negeerde hem, echt. Ik deed of ik hem niet zag. Hij moest een omweggetje maken. Toen hij even later terugkwam, kwam hij voorzichtig, loerde naar die baan, waar het nu stil lag, er werd gewisseld en ik maakte een genadig gebaar dat hij door mocht en kon.

Daarna was hij terug daar terwijl één van beide anderen aan het schermen was, hij keek nogal vrolijk en guitig naar mij, liep met zijn achterwerk ingetrokken en al keek ik niet naar hem, moest ik wel lachen en schudde mijn hoofd en deed: “tss tss tss”.

Ik vergat de man, het werd té spannend. De ploeg stond voor op 40 punten en ja, ze hadden het zo uitgerekend dat C. de laatste beurt naar 45 punten waarnam. Gelukkig bijt ik niet op mijn nagels, maar in mijn handen wringen kan ik wel. Ze wonnen. En ze straalden. En Bollie straalde. En de trainers straalden. En wij? Wij straalden mee.

Toen we naar huis wilden, trakteerde de trainer nog op een drankje en wie liepen we daar tegen het lijf in die bar. De roze bril. Hij zei iets, maar in een volle bar versta ik sowieso niets en ik lachte naar hem en zei: “Ze hebben gewonnen”.

Achteraf zei Luc dat hij zich voorgesteld had en zijn hand had uitgestoken. Ik dacht: “owee”.

Maar nog later dacht ik: “En wat dan nog?” Ik stond daar zélf met een roze bril in een groep van mensen die allemaal een roze bril op hadden. Ik vind het jammer dat het gebeurde maar ik kan er echt niet wakker van liggen.

In de auto zei Kleindochter: “Je kan over die man met zijn roze bril bloggen”. En ik dacht: “ja, waarom niet”.

En dus, voor wat het waard is: “Ik stel jullie voor aan Kleindochter (de jongere)”.



Madame – De overval

Na een aantal jaren was de jonker zwakker en meer van haar afhankelijk geworden. Zelfstandig lopen zonder hulpmiddelen lukte niet meer.

Toen ze op zekere dag van een wandeling terugkwam waarbij ze onderweg Sebastien de boswachter was tegengekomen, met natuurlijk het bijhorende praatje, zag ze geschrokken hoe verre achterneef en verre achternicht, de kok en andere personeel het vuur uit hun schoenen liepen als zat de duivel hen op de hielen.

“Wegwezen!” schreeuwden ze. En “Vier gewapende mannen” riepen ze haar toe.

Maar waar was de jonker? En in plaats van weg te lopen, zoals de anderen haar aanmaanden, liep ze -impulsief als die keer bij de brandende auto- langs de zijdeur naar binnen.

Terwijl ze de de smalle trap op rende belde ze de politie en eens boven gluurde ze door de deur die ze zachtjes op een kier had geopend. Ze liep voorzichtig richting de kamer van de jonker als ze de discussie hoorde. Ze keek om de hoek en zag hoe die laatste uiterst dwars en boos weigerde om met twee gemaskerden mee te lopen.

Ze haalde stil de rolstoel uit de de verpleegsterskamer en zag nog net hoe de jonker zijn kruk tussen de benen van één van de aanvallers stak en die met een hefboomachtige joep de grote trap af gooide.

De tweede keek ontsteld over de reling, gaf de tweede kruk van frustratie een schop waardoor de jonker viel en toen greep hij de jonker vast bij zijn revers, waarop Laura riep: “Héla, kan je wel tegen een oude zwakke man?” en ze met de rolstoel in aanslag de kerel schepte en hem met rolstoel en al de trap afduwde.

“Oude zwakke man” en “nu moet ik nog een nieuwe rolstoel kopen zeker” mopperend probeerde Henri-Armand recht te komen. Laura sloeg zijn arm om haar schouder, duwde de overgebleven kruk onder zijn arm en sleepte hem via de verpleegsterskamer zijn eigen kamer binnen, waar ze hem op het bed zette en de beide deuren op slot deed en er een stoel onder de klink schoof.

Toen ze de zwaailichten door het raam zag en stemmen hoorde, wachtte ze nog even tot iemand zijn naam en zijn dienstnummer opgaf en zei: “Alles is veilig”. Toen opende ze de deur en zag een bonk van een politieman de trap opkomen. “Hoofdinspecteur Georges Steinekes” stelde hij zich voor en hij vertelde dat er wel degelijk vier criminelen waren geweest. Twee hadden de jonker moeten meenemen om de kluis te openen, die waren nu beiden naar het hospitaal onderweg, de twee anderen waren op rooftocht geweest. De wapens waren nep.

Wie gedacht dat Jonkheer Henri-Armand van Raffelghem-de Crabbecockere gebroken in zijn stoel zou zitten kwam verkeerd uit. Die was euforisch! Hij bewierookte Laura en kon niet stoppen met haar op te hemelen voor haar moed, haar pit, haar …

En hij had het ook over zijn verre verwanten. “Heb je ze zien rennen?” riep hij uit “De lafaards! De bange hazen! Ze konden niet snel genoeg weg geraken van dat wat ze zo graag in hun grijpgrage handen hadden gekregen”.

Hij riep uit: “Ik onterf ze! Ik bel zo snel mogelijk mijn notaris en die dure advocaat”.

Die avond had hij, nadat Laura hem in bed had gestopt, haar hand gegrepen en nogal emotioneel gezegd: “Laura, dank je. Ik dacht eerst even dat je bij hen hoorde, toen je met die rolstoel kwam aangestormd.”

De oude kokkin was door de schok en de schrik zo gepakt dat ze gezondheidsproblemen kreeg van de stress. Daarom werd een jonge vrouw aangeworven, een jonge weduwe met een kind, als hulpkok. Ze was Pools, was zelf ook kok, had zelf een restaurant gehad en heette Pawlina.

Wordt mogelijk vervolgd …

pske van mske:

    Alle stukjes van deze reeks zijn in de juiste volgorde in de lijst van “Madame” terug te vinden.

Uitgelichte afbeelding:

    Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator van Raphael AI (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen).

Er is iets raars gebeurd

Ik weet niet hoe ik het moet benoemen. Sinds Max, (zie zijkolom onderaan) één van de beste vrienden die ik ooit had, in 2011 overleed, zat er iets scheef. Sedertdien heb ik niet meer geweend, kon het ook niet, al wou ik het soms wel om de opluchting nog eens te voelen.

Daarbij kwam nog dat ik me soms afvroeg of ik in een andere dimensie terecht was gekomen: verdriet was nooit echt scherp meer, ik kon genieten van vakanties en schoonheid in kunst en zo meer, maar ik wou geen contact met mensen, omdat ik me daarna steeds ging afvragen of ik niks verkeerd had gezegd en nog zo meer van die toestanden.

Het werd erger na die eerste corona spuit, toen had ik echt het idee dat mijn hersenen vergiftigd waren, dat ze er een prop watten in gespoten hadden. Verdere uitleg hoeft niet, hoop ik.

Nu, toen Lucs zus -ze heet Gerda, dat doet haar meer eer aan dan een vermelding van wie of wat ze is- overleed en ik plots te maken kreeg met die jonge mensen en hun verhaalkes in mijn hoofd, dacht ik eerst dat haar overlijden de klop te veel was geweest.

Maar op zeker ogenblik kreeg ik last van iets anders, alhoewel “last”. Ik kon plots weer lachen. En geloof me, écht lachen dan, niet zo een beetje doen alsof. Bovendien had ik er ineens geen problemen meer mee om in gezelschap gewoon te zeggen wat ik dacht, meer nog, ik werd een flapuit. Dat was ik eigenlijk nooit geweest, maar nu dus wel.

Het leek wel of er een dam doorbroken werd. En, maar dat kan natuurlijk een gedacht zijn, het lijkt wel of hier van binnen een steen is weggehaald. Geweend heb ik nog niet, al heeft het water al wel al een paar keer hoog gestaan.

En … bij sommige reacties bij andere bloggers, denk ik wel soms nog eens: “ms mens, reageer toch niet zo onbezonnen, als ik maar weer, zonder er eerst op te broeden, het eerste het beste neerpen wat in mij opkomt.

Uitgelichte afbeelding:

    Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator in Bing (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen).


Madame – De jonker

Jonkheer  Henri-Armand van Raffelghem-de Crabbecockere was op het eerste zicht een sjagrijnige vent gebleken. Ze was geschrokken van zijn harde eerste woorden die hij haar had toegesnauwd. Ze had terug gesnauwd. En hoewel ze had gevreesd dat ze daarna onmiddellijk haar koffers zou kunnen pakken, was dat niet gebeurd.

Al snel waren er een verre aangetrouwde achterneef en -nicht opgedoken en die hadden haar nogal neerbuigend de kamer uitgewerkt.

Een dik kwartier later had hij de knop van de bel ingedrukt gehouden en “Meisje! Meisje!” gebruld. “Ze hebben gezien dat ik nog niet dood ben en dat bij lange na nog niet zinnens ben ook. Ze kunnen vertrekken” zei hij. De verre achterneverij was vertrokken zonder haar nog een blik waardig te gunnen.

Zij had hem verwittigd. Ze zou met respect behandeld worden of hij zou niet behandeld worden. Zij was niet “meisje”, ze had een naam. Hij had haar met een vrolijke blik aangekeken. Hij was haar dan maar op Franse wijze “Madame” gaan noemen. Het was niet “meisje”, het was ook niet “Laura”, maar ze had er genoegen mee genomen.

Bij een volgend bezoek van nog zo een soort familielid uit het zevende knoopsgat had hij weer de knop van de bel ingedrukt gehouden en “Madame! S’il vous plaît!” geroepen. Aan de bezoeker had hij de boodschap meegegeven dat hij zeker nog niet zinnens was om de pijp aan Maarten te geven. Het leven was veel té amusant. En hij had naar Laura geknipoogd.

De rondborstige kokkin had dat “Madame” op nogal overdreven manier overgenomen als had ze het tegen een hertogin gehad -ze had nog net niet gebogen- en Sebastien de jonge boswachter zei het respectvol amicaal.

Uiteindelijk was iedereen haar daarna “Madame” gaan noemen behalve Philippe De Koninck die woord en contact hield; Philippe is haar altijd Laura blijven noemen.

Deed ze iets waarmee de jonker niet akkoord was of wou hij iets waarmee zij niet akkoord was, begon hij over zijn testament.

En zij? Zij had door dat ze daar zeker niet op in mocht gaan, het was zijn manier om haar uit te dagen. Ze liet zich niet intimideren en zette haar wil door.

Wordt mogelijk vervolgd …

pske van mske:

    Alle stukjes van deze reeks zijn in de juiste volgorde in de lijst van “Madame” terug te vinden.

Uitgelichte afbeelding:

    Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator van Raphael AI (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen).

Les Trois Forêts

En dan had ik gezworen, uit frustratie omdat men ons onze verwachtingen over de Lac d’Ailette had durven afnemen: “Ik laat geen spaander heel van hun ganse park, ik schrijf alle vliegescheten die tegenvallen op, maak een lijst en zet die in hun recensies”.

Het begon al goed. De bedden waren niet opgemaakt. Er waren geen badhanddoeken. Nu moet je dat meestal wel aangeven -en bijbetalen- als je boekt. Maar omdat die boeking niet was verlopen zoals ze gewoonlijk verlopen, hadden noch ik, nog de medewerker die ik aan de telefoon had gehad, daaraan gedacht. Ik nam voetstoots aan dat die inbegrepen zouden zijn, goedmakertje dat deze boeking toch was.

Dus die lijst met minpunten begon al van na onze aankomst … en daarna kwam er niks meer.

We hadden de vakantie van ons leven, hebben genoten van dat park, dat reusachtig grote park, met zijn rust, zijn stilte, zijn mooie wegen.

Waren er minpunten, die waren er. Maar wat er vooral was, was de gedachte aan die man die ik aan de telefoon had gehad. Die mijn -eerst slechte- humeur had getrotseerd, die had geprobeerd het me naar de zin te maken. Die op elke opmerking van mij een antwoord had gehad, zoals “de huisjes aan de Lac d’Ailette zijn groter dan elders”, dan kregen wij toch een huisje voor zes personen zeker.

Die waarschijnlijk onze geboortedata kon zien en vroeg of we geen e-car wilden. Neen, dat wilden we niet.

Die reageerde op mijn opmerking dat we bij de Lac d’Ailette wel een voorkeursligging hadden gehad met de vraag of ik die bij “Les Trois Forêts” ook had. Ik? Ik, die dat park niet kende? Hij had gevraagd: “dicht bij het park centrum?” en ik die antwoordde met: “daar is het te druk” en hij geduldig viste wat ik wou en ik had gezegd: “bij de Lac d’ailette zaten we op 600m afstand” en hij ons een huisje zocht voor zes personen dat op ongeveer 600m van dat parkcentrum lag. We gaan niet vitten, het was één kilometer.

En dan vragen ze een recensie en denk ik: “waarom vragen ze nooit naar de zaken die belang hebben, want die man -ik zeg man, aan de stem te horen was het geen jongen meer- dàt is diegene die maakt dat we misschien ooit weer bij hen boeken, al hebben we nu nog een boeking voor ergens in mei, dat is hij die maakt dat Luc en ik misschien beslissen om nog maar eens naar “Les Trois Forêts” te gaan, want dat afzeggen van iets waar ik naar uitkijk, is bij mij meestal wel het einde van het verhaal.

Oh! En op die spaanderplaten lijst? Daar is verder niks meer op gekomen. Al waren er wel een paar minpunten. Als wij in zo een park aankomen, willen we daar wel gaan eten, voor we in het huisje intrekken. Dat kon niet. Er stond een file aan het restaurant, een file van mensen die wachtten tot er iemand klaar was met eten. We zijn een paar diepvriespizza’s gaan kopen in de parkwinkel en hebben die in het huisje opgegeten, gelukkig hadden we die vroege incheck.

Maar die parkwinkel? Poeh! We gaan niet vaak in die parkwinkels, enkel voor een kleinigheidje, een Magnum of zo, maar meestal halen we er wel brood. Maar in deze parkwinkel vond je geen brood, of jawel, maar niet echt wat we wilden en we zijn echt niet moeilijk wat brood aangaat, maar ik eet geen wit brood.

Gelukkig was er een Intermarché op 5,5km afstand en die hadden echt alles wat we wilden.

Gaan we terug? Ja! Als hun prijzen niet sneller stijgen dan de index op ons pensioen tenminste.

Madame – De kans

De brief kwam een goeie week later. Men zocht een inwonende verpleegster voor de verzorging en verpleging van een langzaam aftakelende zeventiger.

De job hield eigenlijk veel meer in dan enkel de verpleging van een patiënt. Ze moest er zorg voor dragen dat het dieet stipt werd nageleefd en ze moest een schema opmaken voor de thuisverpleging. Er stond ook dat ze wel degelijk de nodige rusturen per dag zou kunnen nemen en dat ze twee dagen per week vrij zou zijn, maar ook dat deze uren en dagen nooit vast stonden maar flexibel waren.

Er werd een datum vooropgesteld voor een afspraak op een advocatenkantoor. Even twijfelde ze. Ze was nog maar pas afgestudeerd. Maar anderzijds … het salaris was nogal aan de royale kant.

In de begeleidende brief had men het ook over haar perfecte verpleegkundige skills en snelle reacties in noodsituaties gehad zodat ze al snel begreep hoe deze plotse jobaanbieding bij haar terecht kwam. En ze aarzelde niet meer. Lukte het haar niet en was het te hoog gegrepen, dan moest ze zich niet beklagen dat ze het niet geprobeerd had.

Wordt mogelijk vervolgd …

pske van mske:

    Alle stukjes van deze reeks zijn in de juiste volgorde in de lijst van “Madame” terug te vinden.

Uitgelichte afbeelding:

    Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator van Raphael AI (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen).

Een rare blogweek?

Voor wie denkt, wat gebeurt hier allemaal? We waren een midweek in Center Parcs, je weet waarover ze me in Oostduinkerke belden dat ze niet kon doorgaan in Le Lac d’Ailette en wij dan maar opteerden voor Les Trois Forêts, awel daar waren we.

En dan had ik nog logs moeten voorzien voor die week en daar had ik geen zin in. En ik heb zoveel concepten van dat verhaal staan en dus heb ik daarmee de lege dagen maar opgevuld.

En toen dacht ik: “ik krijg die concepten nooit gepost, ik zal dat maar iedere keer doen als we niet thuis zijn”.

En nu denk ik, waarom wachten tot we weg zijn, als ik op een dag eens geen goesting heb om iets te schrijven … de voorraad is groot genoeg.

Morgen meer over dat park en de vakantie, allee als er al iets te vertellen valt.

Madame – Philippe

Laura had geprobeerd om meer te weten te komen over de slachtoffers van het ongeval, maar ze kreeg overal de mededeling dat omwille van de privacy van de betrokkenen zij niks te weten zou komen.

Ze liet het rusten, ze had genoeg aan haar hoofd met haar sollicitaties en afspraken.

Zo een twee weken na het ongeval werd er in de late namiddag op de deur van haar kot geklopt. Toen ze de deur opende zag ze een man in een rolstoel die zich excuseerde. “Juffrouw De Groot” zei hij “ik ben U de nodige excuses verschuldigd omdat ik zo met mijn eigen situatie begaan was dat ik U nooit heb bedankt”.

“Mijn naam is Philippe … Philippe De Koninck” zei hij en hij vervolgde “en neen, dit is geen grap van mijn ouders. Toen ik geboren werd, wisten ze nog niet …”

Ze noodde hem binnen, bood hem een tas koffie aan. Ze kwam te weten dat hij eerst niet had willen accepteren dat zijn echtgenote het niet had gehaald en dat hij de rolstoel had vervloekt, al bleek nu dat die waarschijnlijk maar tijdelijk zou zijn en dat hij na een lange revalidatie wel weer de oude zou worden”.

“Waarom zwijgt hij over het kind?” vroeg Laura zich af. Maar toen zei hij het. Hij was opstandig geworden over de ernstige letsels van zijn dochter. Ze wisten nog niet hoeveel hersenletsel Anna opgelopen had. Ze konden het nog niet met zekerheid zeggen. Misschien was ze verstandelijk wel in orde, maar één ding was zeker. Ze zou nooit meer zien.

Hij vertelde dat hij werkte als advocaat bij een groot advocatenkantoor. Zij vertelde van haar verpleegstersopleiding. Hij hoopte hogerop te komen en ooit zijn eigen advocatenkantoor te hebben. Zij hoopte snel interessant werk te vinden en meer ervaring op te doen.

“We houden contact” zei hij bij het afscheid.

Wordt mogelijk vervolgd …

pske van mske:

    Alle stukjes van deze reeks zijn in de juiste volgorde in de lijst van “Madame” terug te vinden.

Uitgelichte afbeelding:

    Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator van Raphael AI (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen).

Madame – Laura

Het is al zo een 17 jaar geleden dat Laura De Groot, 22 jaar oud, net afgestudeerd, gefrustreerd, boos, verdrietig, maar met besliste blik en droge ogen kordaat over de E40 reed, terug naar haar kot, dat ze pas een drietal uren geleden had verlaten.

Ze kwam van “thuis” -het is maar hoe ge ’t noemt-, het huis van haar ouders dat zij en Renilde, haar zus, hadden geërfd, waarvan Renilde en Stefaan, haar schoonbroer, haar deel hadden overgekocht aan een verminderde prijs omwille van een clausule dat zij in dat huis kon blijven wonen zolang ze geen vaste job en onderkomen had.

Ze had die morgen haar hele hebben en houden uit haar kot in haar kleine auto geladen en was vertrokken om bij aankomst te merken dat ze helemaal niet welkom was geweest, want haar schoonbroer had geopperd dat ze op deze manier nog heel lang van hen zou kunnen profiteren en ze hadden haar kamer ook al als opslagplaats ingenomen.

Gelukkig had ze haar hebben en houden nog niet uitgepakt en had ze de sleutels van haar kot nog niet afgegeven. Zo had ze tenminste nog tot maandag tijd om iets te zoeken.

“Hopelijk hebben jullie nooit iets van mij nodig” zei ze waarop haar schoonbroer haar had uitgelachen.

Dus ja, nu reed ze dat hele eind terug toen ze plots een auto voor haar van de baan zag gaan en in de gracht zag belanden en ze zag ook dat de motor nogal rookte.

Ze aarzelde niet, ze stopte, ze was verpleegster -zij het dan nog maar pas- maar misschien kon ze helpen.

Ze zag dat het niet goed was. Ze haalde de man uit de auto. Ze haalde de vrouw op de passagierszetel uit de auto, maar die was -volgens haar- overleden. Ze hoorde de man plots stamelen: “Mijn dochter … op de achterbank” en ze zag de vlammen al uit het motorblok komen. Ze opende zeer snel het achterportier, zag een kind van een jaar of acht en zei: “Kom liefje” al was het meisje buiten bewustzijn, of erger …

Gelukkig waren de hulpdiensten er snel. De ambulanciers trokken haar weg. Ze zegden: “Wég! Die auto gaat …”

Nog vóór het uitgesproken was, stond de auto in vuur en vlam.

Het was een dag die ze nooit zou vergeten. Er kwam veel bij kijken: politie, ondervragingen, nog maar eens opnieuw alles vertellen, …

En uiteindelijk was ze pas heel laat terug op haar kot aanbeland.

Een geluk bij een ongeluk vond haar kotbaas dat ze zeer heldhaftig gehandeld had, hij gaf haar een maand respijt om het kot vrij te maken en hij zou wel mee uitkijken voor een klein appartement in de stad.

Wordt mogelijk vervolgd …

pske van mske:

    Alle stukjes van deze reeks zijn in de juiste volgorde in de lijst van “Madame” terug te vinden.

Uitgelichte afbeelding:

    Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator van Raphael AI (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen).