Wizzewasjes

Te lezen en te zien

Categorie: Kattenhistories (Page 1 of 16)

Het gevaar van de kiep

Het is lang geleden, in een tijd dat Sloef nog een jonge kat was, dat ik op een zeker ogenblik opschrok van een enorm lawaai als van een heel kattenleger dat gezamenlijk in een houten vloer zat te krassen.

Ik sprong op, repte me richting geluid en zag Sloef met zijn achtereind uit het open kiepraam steken terwijl hij uit alle macht probeerde er uit te geraken.

Zonder nadenken, greep ik hem vast, want door zijn eigen gewicht zakte hij steeds lager en lager en kneep die kiep harder en harder rond zijn kattennek.

Sloef vocht als een duvel … tegen dat raam rond zijn nek, tegen mij al wist hij niet dat ik dat was, tegen … Het was gewoon pure paniek. Ik kan me niet herinneren dat ik de pijn heb gevoeld, maar ik tilde hem hoger en hoger -want geen sinecure was met zo een vechtende kat- tot hij zijn hoofd weer naar binnen kreeg en hij met een kattensprong op de grond sprong. Toen pas zag ik de schade aan mijn armen.

Sloef heeft mij nooit vies bekeken. Ik weet niet of hij zich realiseerde dat ik aan het helpen was. Maar hij heeft nooit nog een poging gedaan om buiten te geraken, al zit hij soms wel op de vensterbank naar buiten te kijken.

Een raam mocht nadien enkel nog op kiepstand als er geen kat in de buurt was. Was dat wél zo, dan bleef het venster dicht.

Later vertelde de dierenarts me eens dat ze een kat had moeten laten inslapen. Die was daar tussen gesukkeld terwijl de menselijke bewoners niet thuis waren en tegen dat ze hem vonden waren alle ledematen afgestorven.

Ik heb dat ooit verteld gehad aan mensen die de kiep op lieten staan tijdens hun afwezigheid. De reactie van de toehoorders was een beetje lacherig. Een beetje van: “mens, je bent aan het zagen”. Ik zei niets meer en vergat.

Misschien zal er nu meer geloof aan gehecht worden. Ah ja … want nu heeft het in de gazet1 gestaan.

1 Het Laatste Nieuws

Katteneten

Het logje van 3 januari over de enquête aangaande katteneten, dàt was om te lachen.

Wat er nu gaande was, was dat niet, dàt was belachelijk en dat is heel wat anders.

Luc bestelde katteneten, zoals hijzelf in dat gagverhaal vertelde.

Maar deze keer ging het niet zoals normaal.

Luc keek raar op toen hij een e-mail kreeg waarin hij las dat een gedeelte van de bestelling -het kleinste natuurlijk, het toemaatje- verzonden was en dat terwijl Sloef toch meer droogvoeding eet. Even vroegen we ons -lichtelijk ongerust- af of er misschien een tekort was.

Maar neen, drie uur later vertelde een e-mail dat het grote pakket was ingepakt. Vanaf dan werd het bizar. Die pakjes deden een Ronde van België in het klein om uiteindelijk met anderhalve dag verschil in het afhaalpunt aan te komen.

Is Luc nu pakje per pakje gaan halen? Die man is ook niet gek hoor. Hij heeft gisterenmorgen beide in één keer opgepikt.

Waarom het vlees niet op de droogvoeding kon wachten, wij begrijpen het niet.

Op een zekere manier raakt het ons niet, de kosten zijn toch niet voor ons.

Daarom bestellen we dan ook in het groot.

De enquête

Luc vulde al jaren zo af en toe eens een enquête in. Meestal doet hij dat gewoon en zegt er niets over.

Dat ging gisteravond lichtjes anders. “Mor allee” zei hij ineens. “Hoe belachelijk” zei hij verder en hij keek verwonderd naar zijn scherm, terwijl hij de vraag voorlas:

Denkt u eens aan uw laatste aankoop van kattenvoeding. Kunt u in uw eigen woorden vertellen hoe dat ging? We zijn benieuwd naar uw verhaal vanaf het moment dat u op het idee kwam om dit te gaan kopen tot het moment van gebruik.
In dit onderzoek gebruiken we de term kattenvoeding voor zowel de echte maaltijden die u uw kat geeft als de snoepjes/snacks. Mocht er een vraag specifiek over de hoofdmaaltijden of de snack gaan dan zal dit duidelijk staan aangegeven bij de vraag.

Daarop ging hij dan maar even zijn antwoord formuleren. Hij dacht luidop bij het typen en dat ging als volgt:

Ik stond op en zag de kat rond mij draaien. Zut bij het voederen, ik zat bijna door mijn voorraad. Ik besloot om mijn laptop op te zetten en naar de site te surfen waar ik altijd bestel. In een paar klikken was het klaar. Na betaling is het een dag of 2 wachten tot ik een mail krijg dat het eten bij het afhaalpunt is afgeleverd. Ik ga thuis niet zitten te wachten … oh neen.

Toen ik de mail had ontvangen reed ik met de auto, enkel ik, want de kat bleef thuis.

Ik reed naar het afhaalpunt en de vriendelijke mevrouw gaf mijn pakket, daarna terug naar huis, daar zat de kat te wachten op mij.

Vervolgens deed ik de verpakking open en kapte het in een daarvoor voorziene ton en gaf de kat zijn eten.

Ik was ik de enquête geweldig dankbaar: ik wist meteen wat vertellen vandaag. Want om één van mijn andere -saaie- concepten uit te werken … daar had ik echt geen zin in.

De uitingen van blijdschap

Na drie dagen afwezigheid slaat het ontvangstcomité bij thuiskomst op hol.

Sloef, de enige kat des huizes, lijkt ineens wel vertienvoudigd te zijn. Hij loopt voor je voeten als je de keuken in wil, koffers naar boven zeulen is niet gemakkelijk, want hij helpt wel mee, voor je voeten weliswaar.

Bovendien heeft hij dan net zin in spelen. Hij maakt lawaai als een kudde olifanten terwijl hij op vier poten tegelijk voor je uitspringt of roffelt de houten planken als hij er een spurtje inzet om zich dan plots om te draaien en te kijken of je hem nog volgt.

Door de constructie van ons huis kom je ineens, bij het van de trap komen, met je gezicht voor de spijlen van de overloop te staan waar dan ineens een kat met kwaaipetterij in zijn vel je staat op te wachten om je ineens een pets op je toot te verkopen.

Als dat bij Luc is stoot die een oerkreet uit van het schrikken.

Ik heb gisteren gewacht … en gehoopt, maar blijkbaar was ik gisteren alleen zijn slachtoffer!

Attaque!

Maandagavond, als Luc naar Extra Time wil kijken, wat hij daarom niet altijd doet, neem ik meestal het boek dat ik op dat ogenblik aan het lezen ben, installeer me in bed en lees. Niet dat ik dat in de woonplaats niet kan, maar het is gewoon een gewoonte.

Nu ook. Ik zat gevangen in een boek waar de spanning steeg van pagina tot pagina. Ik hoorde niets en vergat alles, ik ben nu eenmaal een geconcentreerd lezer.

De geweldige bons was dan ook van die aard dat ik haast tegen het plafond ging plakken. Mijn hartslag verdrievoudigde en ik zat gewoon te beven van het schrikken.

En al zei mijn verstand dat Sloef de oorzaak was, zo een bons had hij ooit nog eens geproduceerd toen hij achter een spitsmuis had gezeten en al is Sloef een grote kat, hij weegt als een pluimke.

Ik begon me echt wel af te vragen of die bons van anderhalf jaar geleden net zo hard was geweest. Of, misschien moest ik wel eens gaan kijken, want Extra Time moest al lang ten einde zijn. Wie weet was Luc niet gevallen.

Ik legde het boek terzijde, sprong het bed uit en verwonderde er mij over dat het licht op de gang uit was. Ik had namelijk het licht aan gelaten. Nu is het wel zo dat Luc altijd alle lichten dooft – energie besparen noemt hij dat.

Natuurlijk was er niets mis. Luc zat heel gewoon naar de TV te kijken en had die bons niet gehoord.

Eigenlijk weet Sloef zijn momenten wel te kiezen om een aanval op die kamerdeur uit te voeren, zo net als in je boek een moordenaar rondwaart die ze The Ghost noemen.

Echt wel een attaque om een attaque van te krijgen!

‘s Nachts op blote voeten.

Wat zeg je? Geen inspiratie voor woensdag? Daar zal Sloef eens iets aan doen zie.

De nacht van zondag op maandag werd ik wakker. Ik weet niet door wat. Al geeft het volgende wel een aanwijzing.

Ik hoor ineens krabben op de overloopvloer, maar dan heftig krabben, zoals een kat die weg wil als je hem tegen houdt. Het krabben houdt even aan, gevolgd door een enorme bons tegen de kamerdeur.

Luc schiet wakker en zegt: “er is iets omgevallen”. “Neen” zeg ik “dat is Sloef”.

Luc stapt uit bed, loopt de overloop op, in het donker en doet een ronde. Hij gaat ineens maar eens bij de badkamer langs. Als hij terugkomt vraag ik of hij Sloef gezien had. “Jawel” zegt hij “die zat in de doorgang, ik heb zelfs even op zijn staart gestaan, vrees ik”.

Daar heb ik sterk mijn twijfels over. Op Sloef zijn staart gestaan? Dan geeft Sloef wel een door merg en been snijdende krijs en dat deed hij niet.

Luc slaapt snel in maar ergens tussen slaap en weken hoor ik hetzelfde nog eens maar dan in lichtere mate.

Maandagmorgen, ik sta op, zie iets liggen op de overloop en zeg: “Luc, er ligt een dode muis op de overloop”. Hij komt kijken en ik vraag: “was het soms hier dat je dacht op Sloef zijn staart te staan?”

Hij kan in de toekomst beter zijn slippers aantrekken als hij nachtelijke omzwervingen door het huis wil gaan doen.

Voor alle bangeriken, het was maar een klein muizeke en toen ik het kadaver weghaalde bleek het een spitsmuizeke te zijn.

De kattenhemel

mske vindt die kattenhemel toch iets hebben, alleen … ze denkt dat ik dat niet ga vinden, als ze ziet hoe ik de krabpaal negeer.

En ze schrikt al helemaal terug als ze aan Slow denkt bij het plaatsen.

Pasen 2000

Het was op een dag heel lang geleden dat mske aan mensen vroeg: “wanneer is hij juist geboren”, maar die wisten dat niet. Ze zegden: “ergens rond pasen”.

En sedert die dag heeft mske pasen zo wat beschouwd als de dag waarop ik er een jaartje bij kreeg. Okee, okee, ze weet wel dat Pasen niet altijd op dezelfde datum valt, maar ik vind het wel plezant om op pasen paaskat te mogen zijn.

Nu heb ik toch een verjaardagskaart gekregen zeker! De eerste ooit! Formidabel. Alleen … ik speel nooit met mijn eten hoor, daarom dat Slow me de pasja noemt.

Maar ik ben er wel heel blij mee en met de aaikes ook.

Ik vind het alleen niet serieus dat mske dat bij de andere kaartjes op de schouw heeft gezet en dat ik dat niet mee mocht nemen op mijne palier.

De vraag der vragen

Waarom ik eigenlijk niet buiten mag?

Hierom!

De honden zijn er mee vergiftigd, mogelijk Machoechel ook.

Het is zo een verduveld vuil goedje, dat je compleet verlamt, dat je niets kan doen dan gewoon liggen doodgaan en pijn hebben.

Snap je dat mske dat niet meer wil mee maken?

De prospectie

Een poos geleden bekeek mske me eens nauwgezet en ze schudde haar hoofd. Ik vroeg me al af wat ze nu weer in haar koppeke had.

Ze las verder en mompelde wat tussen haar tanden. Ik verstond zo iets als zat er wel veel waarheid in.

Ze bekeek me nog eens en toen kreeg ik het ook. Ik heb haar ook zitten bestuderen tot ze zei: “jij bent een halve wilde kat hé”. Ik knikte. Ze zei: “dat hebben ze me toch zo verteld“. En ze ging verder met te zeggen dat ik me ook zo gedroeg en dat ik haast niets woog maar toch groter was dan andere katten. Ik beaamde maar zag nog niet waar ze naar toe wilde.

En ze wees naar het scherm waar stond: “Europese wilde kat na 150 jaar opnieuw gespot in Vlaanderen”.

En ja? Wat dan? Mijne pa zal hier eerst eens op verkenning gekomen zijn zeker!

Page 1 of 16

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén