Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Auteur: ms (Page 7 of 440)

Bevroren Vriezeman

Vriezeman heeft op straat gezeten
Vriezeman was wat uitgegleden
En toen Vriezeman zat
Bevroor dan ook zijn gat

Vriezeman heeft me toen gebeden
Heb ik nog niet genoeg geleden
Komaan wees nu eens lief
Warm water astemblief

Ik heb Vriezeman hulp geboden
Vriezeman is snel gevloden
Herhaalde keer op keer
Hier kommekik ni meer

[© ms – 3 februari 2025]
pske van mske:

    Naar een heel oud kinderrijmpje, vele jaren geleden ook al op Wizzewasjes geplaatst.



Mijn gevoel

Heel af en toe kan het gebeuren dat ik zeg: “Oegh, het is hier koud”. Dan kan het ook gebeuren dat Luc opspringt, naar de thermometer aan de muur gaat kijken en zegt: “Het is hier nochtans 21°” en ik antwoord dat dat me niks kan schelen, dat ik het koud heb.

Zijn dat dan de kouwelijke dagen waar men het vroeger zo over had? Of is er toch de koude die onder de deur naar binnen sluipt? Voor die bepaalde kouwelijke dagen ben ik wel wat te oud en binnensluipende vrieskou? Met mijn voeten op het dikke tapijt zou ik dat toch niet voelen?

Veelal trek ik dan mijn berensloefkes aan en sla mijn labradorblonde om.

Het gebeurt ook dat ik de Duitse weerapp bekijk. Die van het KMI geeft enkel de Belgische en Nederlandse weersverwachtingen aan. Maar bij de Duitse staat “fühlt sich 1° kälter an” en die informatie vind ik nuttig, niet alleen voor als we een paar dagen van huis zijn en om te beslissen wat mee in de valies moet, daar gaat sowieso te veel in, maar ook als we een ééndagsuitstap maken, gewoon om te weten of ik geen pulleke meer zou aantrekken.

Die Duitse weerapp beperkt zich bovendien niet tot Duitsland alleen. Jammer is wel dat ik wat “Werbung” moet verdragen -al is ze niet echt storend- of betalen.

En wat las ik gisterenmorgen bij “Het Nieuwsblad”? Een artikel over de zin en onzin van de gevoelstemperatuur1.

En toen ik bij: “Voor de bevolking telt maar één cijfer” kwam, sneerde ik: “Zoals indertijd bij de cola light”. Want zie je, die kon je toen ook nog niet overal krijgen en het standaard antwoord was altijd: “Daar is geen vraag naar”. En ik dacht “Als je het niet hebt kan er ook geen …” er het mijne van.

Maar toen ik erover wou bloggen vond ik het betreffend artikel niet meer, omdat ik het bij VRT NWS ging zoeken. Dat was nu ook niet zo slim.

Maar daar vond ik meer artikels, waaronder eentje dat zei dat het KNMI in Nederland ook vaker de gevoelstemperatuur zou gaan aangeven2, waarbij ook stond dat de gevoelstemperatuur ook beïnvloed kan worden door de luchtvochtigheid.

Verder vond ik ook nog een ouder artikel waarin VRT-weervrouw Jacotte Brokken uitlegt dat ook de wind daarbij een rol kan spelen3.

Ik ben dan maar een beetje gaan spelen vergelijken. Ik heb de app van het KNMI op mijn telefoon gezet en ben tot de conclusie gekomen dat die vollediger is dan die van het KMI, maar daar staat eigenlijk te veel op, maar dat beide apps niet hebben wat de Duitse wél heeft. Mijn locatie is namelijk bij beide gewoon “Landen”, terwijl dat bij de Duitse wel degelijk over ons dorp gaat. En dààr zit hem soms wel een verschil.

Daarom ben ik nu ook zo gewonnen voor die slimme sensor die nu thermometert in ons kot. Want daar zitten ook meer factoren die meespelen of het al dan niet binnen vriest of niet.

Uitgelichte afbeelding:

    Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator in Bing (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen).

____________________
1 Het Nieuwsblad
2 VRT NWS – url: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/01/30/knmi-vermeldt-vanaf-nu-gevoelstemperatuur/
3 VRT NWS – url: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2024/01/09/gevoelstemperatuur/


De doorbraak

Vrijdagavond 31 januari:

Breaking! Extra nieuwseditie om 20.45u

De onderhandelaars geraakten eindelijk akkoord over de supernota.

En ik denk: “Breaking?” Volgens mij leek het meer op een verduurde uitgerekte elastiek die uiteindelijk toch gekast was.

Wat later gevolgd door:

Breaking! Extra nieuwseditie om 21.40u

Waarom? Zouden ze dan nog aan de samenstelling van een regering beginnen? En de formateur moest dan ook nog naar de koning. Zijne Majesteit wachtte op hem.

Ik ben zo geduldig niet en zou een briefke op de deur hangen:

Breaking! Kom morgen maar langs … liefst nà de koffiekoeken.
Uitgelichte afbeelding:

    Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator in Bing (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen).



Meten is weten

Voor ik aan mijn uitleg begin wil ik nog even in herinnering brengen dat Luc eigenlijk altijd en overal wil weten hoe warm -of hoe koud- het is. In elke leefruimte van ons huis -en buiten ook- is er wel een thermometer te vinden, soms meer dan één.

De laatste nieuwe was er ene voor in het kot, want Luc wou niet enkel weten hoe warm of hoe koud het er was, maar hij wou ook weten hoe warm of hoe koud het er geweest was. Zodoende.

Nu bezorgt dat kot ons wel een jaarlijks terugkomende onrust. Er is geen verwarming en sedert we in 2012 te maken kregen met een bevroren waterleiding wordt dat bij nachtvorst wel degelijk een punt om in het oog te houden. In 2012 was echt wel een uitzondering. We hadden met een wat speciale situatie gezeten en het was toen tot -12° gegaan. Maar toch, het blijft hangen.

Eigenlijk vriest het ook niet echt in het kot dat staat aangebouwd tegen de keuken. Maar die onrust hé, die ongelooflijke onrust. Je kan het niet geloven, daarom is hij ook ongelooflijk natuurlijk.

Nu wilde Luc een slimme thermometer, zodat we vanop afstand, zoals bijvoorbeeld als we op een korte vakantie zijn, weten wanneer we, met onze telefoon, via ons slim stopcontact, de infraroodlamp, die er aanwezig is, zouden kunnen aanzetten als het nodig moest zijn.

Die slimme thermometer wilden we halen in de vestiging van een winkelketen in Antwerpen, waar er volgens internet toch winkelvoorraad was. Er waren er geen.

Luc liet er geen gras over groeien, bestelde er ene in een andere vestiging waar we dan wel speciaal om moesten rijden want bij die van Hasselt, waar we op 19 januari waren, stond: “Afhalen in de winkel is niet mogelijk”.

Ik had het er warm van gekregen.



Eens thuis bleek dat, ondanks dat Luc dat in de winkel had nagevraagd, er wel degelijk een hub nodig was om die thermometer aan de praat te krijgen.

“Dan doen we die toch gewoon terug” zei ik, maar Luc sloeg aan het googelen, vond een hub, maar vond ook een hub waar een bel aan verbonden was. “En we hebben toch geen bel” zei hij.

Dat is ook zo. Ik hoorde ze toch niet, bezoekers die we verwachten weten dat en onverwachte aanbellers vinden wij niet helemaal prettig. Zodoende hadden we de bel afgeschaft toen de batterij leeg was.

We bestelden de hub mét bel, die kwam goedkoper dan de andere. Die ging drie weken onderweg zijn, te laat dus voor tijdens ons verblijf bij “Het Meerdal” maar dat wisten we sowieso al, de thermometer was hier maar net op tijd in huis gehaald. Maar die hub deed er uiteindelijk minder dan twee weken over.

We konden hem gisteren in de postautomaat afhalen. Prima op tijd om die nu te testen met de komende vorstperiode.

Maar de bel, die installeren we niet.

De mens te veel

Het jaar 2025 is niet goed begonnen, voor ons dan toch. Er zijn het lijsoog dat na twee weken moest genezen zijn, maar het na vier weken nog niet is, het fototoestel dat hapert, er zijn de bijwerkingen van de Lipitor die afkickverschijnselen vertonen, de haperende hoorapparaten en er is de nasleep van dat wat ik niet kan vertellen.

Neem daarbij nog wat kosten aan het huis, de bomen die dringend gesnoeid moeten worden, waarvoor we nog een takkenschaar moeten gaan kopen en het is misschien begrijpelijk dat ik af en toe een pauze inlas voor wat rust in mijn hoofd.

Dat was voor deze week voorzien. Deze week zouden we gewoon thuis blijven, want deze week was het bovendien nog die-dag. En die-dag wringt alle jaren, het ene jaar al wat meer dan het andere.

Maar dan komt het smske vol paniek: een opname in de kliniek, het ziet er echt niet goed uit. En wij beslissen dat we op maandag naar de kliniek zullen gaan. Er zijn dingen die belangrijker zijn dan rust in mijn hoofd.

Maar dan komt het telefoontje: mijn hoorapparaatjes zijn klaar en ik kan ze vrijdag (vandaag) gaan halen. Ach ja, dan hebben we nog altijd drie dagen over waaronder die-dag.

En dan sta ik, uitgerekend op die-dag op en zegt Luc dat mijn favoriete koffie in de aanbieding staat in de Colruyt. En ja, een heen en weertje Colruyt zal wel lukken zeker. Maar verdorie nog aan toe, het leek wel of héél Landen in die Colruyt zat, dat alle winkelkarren van de Colruyt een betoging hielden en bovendien was het vak van mijn favoriete koffie léég.

Nog altijd niks aan de hand. Dan stelt Luc voor om even naar die van Sint-Truiden te rijden voor koffie … of beter, die van Hannut. En ik? Ik ga akkoord.

Ook daar is het druk. En Luc denkt dat het misschien te maken heeft met het verschijnen van de nieuwe folder. De man, van wie we de kar overnemen, wenst ons “Bonne Chance”. Ik had het al kunnen weten.

Maar kijk! Alles gaat goed tót we voor dat winkelrek met koffie staan. Er staat een koppel, hun kar staat een stukske verder, ik ga met mijn rug zo goed als tegen het tegenoverliggende rek staan om niemand voor de voeten te lopen en begin dat koffierek te bekijken … als Luc me teken doet dat ik in de weg sta van een kerel die daar door wil.

Ik heb toch al verteld dat het me steeds overkomt dat waar ik ook ga of sta er altijd iemand daar door moet of juist op die plaats moet zijn? Dat ik blijkbaar overal in de weg sta, dat het lijkt of die ene vierkante meter die ik beslag neem er ene te veel is? Jammer genoeg vind het betreffende log niet terug. Ik had veel vroeger met die tags moeten beginnen.

Maar dàt was nu écht de druppel te veel.

Ik bén uit de weg gegaan. Ik bén zozeer uit de weg gegaan dat ik met fikse stap richting uitgang gestapt ben, over de ketting die de ongebruikte kassa afsloot, een sprintje trok om de man met kar vóór te zijn en buiten naar lucht moest -en kon- happen. Geen vrees, ik heb me tegen die man geëxcuseerd, die dan nog zo vriendelijk was om te vragen of ik geen stoel nodig had. Dat had ik niet. Ik moest enkel lucht hebben.

Eens ik weer gewoon kon ademen ben ik in de auto gaan zitten tot Luc met genoeg koffie voor een heel jaar kwam aangestesseld.

Achteraf gezien vraag ik me af: wat was dàt? Was dat een paniekaanval? Of is er toch iets meer aan de hand? Die Lipitor?

Maar toch vraag ik me af, waarom moest ik uit de weg? Waarom gaf die kerel die in de weg staande kar geen duw zodat ze het decor in vloog? Of dacht die dat het mijn kar was? Ik weet het dus niet. Het lijkt wel of zelfs een winkelkar meer rechten heeft dan ik.

Ik weet wel dat ik me de rest van de dag heel miserabel heb gevoeld. Ik verging van de kou -bij manier van spreken- zonder het koud te hebben.

Ik heb die avond een kleine whisky van Arran gedronken. Die deed deugd. Dus heb ik nog een kleine whisky van Arran gedronken en ben in slaap gevallen.

Het was dus weer een typische die-dag, een dag om schrik van te hebben.

Uitgelichte afbeelding:

    Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator in Bing (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen).



Now you’ve lost me

Luc zette de TV af en vroeg: “Heb je het gemerkt? Harry zegt: ‘Now you’ve lost me‘ en dat wordt in de ondertiteling door: ‘Nu kan ik je niet volgen‘ vertaald”.

Dat is eigenlijk “Na zennek a kwijt“, vertalen door: “Na kannek ni volgen” al zegt hij dan eigenlijk: “na zerre mè kwijt”.

Eigenlijk klinkt dat allemaal wel wat sappiger dan: “ik begrijp niet wat je bedoelt”.

Wel eigenaardig dat het nu extra opviel, al valt die eer Luc te beurt.

Uitgelichte afbeelding:

    Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator in Bing (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen) en aangepaste tekstballonnen.



De kleine moeite

Sedert geruime tijd weten we dat mondmaskers opnieuw verplicht zijn in ziekenhuizen.

Wij weten dat dus en wij nemen ons mondmasker mee.

In de inkomhal van het ziekenhuis staat dan ook nog een bord met de melding én een voorraad mondmaskers waar je er eentje kan nemen.

En toch, toch slaagt er zo een dwars wezen in om zonder mondmasker bij ons in de lift te komen staan. En dat, terwijl we toch bij een fragiele zieke op bezoek gingen.

We hadden dat asociaal wezen uit die lift moeten smijten.

Toen we de kliniek verlieten stond er iemand aan die balie die persoonlijk mondmaskers uitdeelde. Of dat met die ene te maken had of hadden er meer de melding en de voorraad genegeerd?

Wij hebben nooit onze mondmaskers weggedaan. En zelfs als het niet verplicht is ga ik niet in een wachtzaal bij de dokter zitten zónder. Dat doen wij voor onszelf. Anderen doen daarmee wat zij willen.

Maar ik krijg wel de kriebels als in mijn buurt iemand staat of zit te hoesten en/of te snotteren zonder mondmasker. Dat vind ik het toppunt van nonchalance.

De kraanvogels

Terwijl we daar al wandelend door het Limburgse land en bossen liepen hoorde ik het -ondertussen- gekende geluid en Luc wees me dan telkens op de grote vlucht vogels in de lucht.

“Ja” zei ik “dat zijn denkelijk kraanvogels”. En ik vroeg me af of ze er niet erg vroeg bij waren om terug te keren.

Tot Luc ineens zei: “Daar komen er nog. En die vliegen lager”.

En ik had nu wél het fototoestel in aanslag … dat weigerde. Sedert begin dit jaar heeft dat blijkbaar last van een paar kwaaltjes.

De tweede klik deed het wel. Maar toen zaten ze wel boven ons hoofd en zaten wij onder de bomen.

(Lees verder onder de foto)

Ik zal toch pas echt overtuigd zijn dat het kraanvogels zijn, als ik ze echt goed kan herkennen.

De witte hinde

Luc was de auto van de parking gaan halen, ons vertrek stond al voor de deur, toen hij bij zijn terugkomst hoogst verbaasd vroeg: “Witte reeën? Bestaan die?” Want, zo vertelde hij, hij had daar in het bos zeker een vijftal witte reeën gezien en had eerst gedacht dat het geiten waren.

Met mijn beknopte wetenschap ter zake antwoordde ik: “Albino’s misschien” maar dacht: “Toch geen vijf tegelijk” of, overwoog ik luidop: “Hebben herten een wintervacht?” Dat zocht ik even op.

Feit is, als Luc zegt dat hij die gezien heeft, dan heeft hij die gezien. Luc lijdt niet aan waanvoorstellingen.

Even later, met een goed gepakte auto, reden we stapvoets naar de uitgang, toen Luc ineens ging remmen, stilstond en zei: “Kijk hier! Links!”

En ja, daar stond het. Ik stapte uit en verwonderde me dat het niet wegliep. Ik ging dichterbij tot ikzelf het dicht genoeg vond en nam de foto.

(Lees verder onder de foto)

En goh, wat vond ik het jammer dat ik de hele groep niet had gezien.

En wat doet het park? Die vragen me een beoordeling van ons verblijf. En welke foto staat dààr bij? Juist. Ik wou die hier wel onder zetten maar jammer genoeg wist ik niet hoe ik, snel genoeg, aan toelating om die te publiceren moest geraken zonder teveel gedoe.

Uiteraard ging ik googelen op: “witte reeën in Het Meerdal” en vond het antwoord op het Center Parcs Forum1.

Het blijken dus geen reeën te zijn maar damherten, vandaar de “hinde” in de titel, want er zit wat verschil in de benaming2.

Nog iets om naar uit te kijken bij een eventueel volgend bezoek.

____________________
1 Center Parcs Forum
2 Herten

Het Meerdal vs Limburgse Peel

Het stond er zo wat raar bij de “Last Minutes”. Er was er eentje bij “Het Meerdal” maar ook bij “Limburgse Peel” en beide bevinden zich in America.

Natuurlijk wou ik dan wel eens weten hoe ver “Het Meerdal” verwijderd lag van “Limburgse Peel”. Via Internet kreeg ik er geen antwoord op. Wel vond ik een vergelijking op CParcs1: “Meerdal of Limburgse Peel?”

(Lees verder onder de foto’s)

Eens daar zijn we een kijkje gaan nemen. Er was een wandeling die ze een “De Omweg naar Limburgse Peel noemden”. We hebben die wel gedaan, maar de exacte afstand heb ik gemeten met Mapedometer. Het is geen kilometer.

Of het beter of slechter is kan ik niet beoordelen, we waren er niet. Het zag er wel, zo van buiten gezien, eerder wat uit zoals Sunparks van Mol terwijl het Meerdal nogal gelijkt op Erperheide.

En gelijk dat ik kreeg. Maar dan écht. Want wat kwamen we tegen toen we die omweg naar Limburgse Peel volgden?

(Lees verder onder de foto)

Het park zelf ziet er van buiten gelukkig niet zo verkommerd uit als het oude bord, maar toch niet zo mooi als Sunparks Mol, want daar ziet het er nog altijd schitterend uit. De huisjes van Limburgse Peel zijn qua inrichting wel degelijk vernieuwd, als ik de foto’s bekijk. Ze vertonen een afwerking zoals we aan de Bostalsee ook al zagen.

Zou ik het overwegen om daar te verblijven? Natuurlijk wel, maar als ik moet kiezen tussen beide, weet ik het zo nog niet. Dat zal van het moment afhangen, denk ik.

Wat vriendelijkheid betreft moet ik nu wel zeggen dat Het Meerdal één van de vriendelijkste parken is waar we ooit al waren.

____________________
1 (Vergelijking januari 2025)- CParcs

Page 7 of 440

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén