Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Tag: Nederland

De grens

Vele jaren geleden, in een vorig leven heb ik een paar dagen gelogeerd aan het Lauwersoog. We hadden daar één en ander bezocht, waren naar Schiermonnikoog overgestoken, hadden er gefietst en waren op een zondag zomaar als echte zondaars een boerderijwinkel binnen gestapt.

In bovenvermeld log staat dan ook dat we dat dorpje met alle Duitse nummerplaten doorreden, jammer genoeg vind ik dat dorpje niet terug -op de kaart ook niet- en daar waren de Nederlandse inwoners niet over te spreken. Ik begreep hen. Hun dorp was overgenomen, bij manier van spreken.

Wat zien we nu, hier bij ons? Ons grensgebied lijkt wel Nederland. Ook in in ons binnenland wonen veel Nederlanders. Veel commentaren heb ik daar nog niet over gehoord, laat staan gegeven, al durf ik, bij contact met een hooghartig/laatdunkend Nederlands medemens, wel eens “arroganten Ollander” denken.

Vorig jaar, op vakantie in de Duitse Eifel zagen we de bordjes met “Te Koop” in de voortuintjes staan en het meisje in de bakkerij van de supermarkt vertelde dat hun kassiersters ondertussen wel al een aardig mondje Nederlands kenden. En onze Duitse gastvrouw vertelde toen dat er wel meerdere Nederlandse makelaars in de streek werkzaam waren.

Ach ja, onze samenleving verandert. We zitten niet meer opgesloten tussen onze grenzen. En soms is het voordeliger om in het buurland te gaan wonen.

Gisterenmorgen schrok ik dan ook toen ik na het openen van mijn ogen, als eerste nieuwsbericht te lezen kreeg dat vele Nederlandse inwoners van het Nederlandse Putte zich dik ergerden aan de invasie van Belgen, die daar huizen aankopen omdat het er goedkoper is1. Jammer genoeg is het een +artikel, maar het begin is in elk geval wel duidelijk.

Wij weten ook dat de prijzen aan onze grenzen stijgen door het inwijken van gegoede Nederlanders. Malen wij daar om? Ach ja, Belgen malen om niks, die hebben een soort “laisser-aller” over zich en gaan wat verder wonen.

Maar dus ja, gisterenmorgen heb ik wel gedacht aan mijn vroegere lessen uit de bijbel: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet gij dat ook een ander niet” en ik was eerlijk gezegd nogal ontgoocheld in onze Noorderburen.

Maar zoals altijd was mijn onmiddellijk volgende gedachte dat ik niet iedereen over dezelfde kam moet scheren.

Bijgewerkt op 17 maart 2024:

    Artikel van Het Nieuwsblad2.

____________________
1 Het Laatste Nieuws
2 Het Nieuwsblad

De beleefdheidsvorm

Toen ik was jong en schoon … vond ik de beleefdheidsvorm van de Fransen tegenover mij redelijk overweldigend en hoe vaak ik ook zei dat ze mochten tutoyeren, ze deden het niet.

Bij de Duitse vrienden ging het er aanvankelijk ook nogal op beleefdheidsvormige wijze aan toe, maar zij tutoyeerden mij voor ik dat bij hen deed, maar dat lag aan de vervoeging van de werkwoorden die me bij “Sie” gemakkelijker in de mond lagen dan bij “Du”.

Ze doen het nog, de Fransen en de Duitsers, al zijn de vrienden van vroeger met de Noorderzon verdwenen en vind ik het nu wel prettig dat ze het doen. Ik ben er oud genoeg voor.

Hoe dat nu in onze Lage Landen zit -en daar ga ik even van zuchten- dat lijkt wel in de trant te zitten van de Maria-vererende en er wordt gejijd en gejoud dat het een lieve lust is en dat komt meestal nogal betuttelend over.

Ik vond het dan ook een verrassing toen ik ooit in Friesland door een paar tijdelijke collega’s met “U” werd aangesproken.

Hoe het verder in Nederland is gesteld … geen idee. Moet ik dat weten? Eigenlijk niet neen, maar het is wel een gat in mijn verslag over hoe het er in de buurlanden aan toegaat.

Uitgelichte afbeelding:
pske van mske:

    Aangezien ik op vriendschappelijke manier op dit blog palaber over zaken waarover ik het niet zou hebben met iemand waartegen ik “U” zou zeggen, kan men natuurlijk gerust jijen en jouen in de reacties..

    Natuurlijk merk ik daar in gewone gesprekken niks van. Het is maar als ik te maken krijg met specialismen zoals banken, ziekenhuizen, bepaalde winkels, officiële instanties, e.d.



Powered by WordPress & Theme by Anders Norén