Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Tag: Bananendozen (Page 1 of 2)

De boekenkamer

Moe was ik het en grondig beu ook al. Er moest iets gebeuren. En ik zou dat varkentje wel eens gaan wassen.

Met vernieuwde energie toog ik naar de boekenkamer, bekeek de boeken en attributen op het ijzeren rek en de stapel dozen tegen de wanden. Pure chaos vond ik het. Wie kon dààr nog aan uit.

Er was de doos waar “kookboeken” op stond, dat was nog zo een hoge logge bananendoos en die moest weg, zo snel mogelijk want die verstoorde zelfs de orde in de wanorde.

Er waren de dozen waar “oorlogsboeken”, “Young Adults” en “anderstalige romans” op stond en die dozen met een naam stapelde ik netjes op een hoge toren.

Maar die andere boeken, die in anonieme dozen zaten … daar haal ik er af en toe een paar uit om mee te nemen, maar het is nogal willekeurig. En ik wou orde op zaken.

Ik nam het boekenrekje (vezelplaat met grenenfineer) dat op de gastenkamer stond, waar ooit puzzels en spellekesdozen van de kleindochters op hadden gestaan en ging aan de slag. Veel van die boekendozen waren meer leeg dan gevuld en na drie lege dozen was dat rek nog niet half gevuld.

“Ik wou dat ik nog zo een rek had” verzuchtte ik, als ik het aantal nog te controleren dozen bekeek.

Was dat ook weer een kleine miniblik in de toekomst? Na de middag reden we de Kringwinkel -niet- voorbij en stapten binnen en kwamen buiten met een hele bijpassende boekenkast. Het ding kostte een fractie, het materiaal is geen vol hout en de stijl is voor mij meer dan passé, maar op een boekenkamer kan dat nog.

Mijn gelijk

Zondag was het boekenmarkt. De week ervoor begon Luc, zoals zijn maandelijkse traditie is, met zijn overpeinzingen … luidop. Dan zegt hij: “We zouden eens andere boeken moeten meenemen”.

Dat doen we. Ik wissel de inhoud van de dozen. De romans worden aangevuld uit een -eindelijk- slinkende voorraad. Aan de bomvolle sportdoos moet niks gebeuren. De oorlogsboeken zitten in een citroendoos. De andere non-fictie herpak ik elke maand opnieuw, maar dat zijn maar twee dozen van de twaalf die we normaal meenemen. Deze keer maak ik ook een derde doos klaar.

Dus gehoor gevend aan zijn -immer terugkerende- roep om eens andere boeken mee te nemen, heb ik uiteindelijk twaalf dozen klaar. En dan zeg ik: “Die van de oorlog en de sport gaan dus niet mee”.

Hij sputtert tegen want de koers gaat gaan beginnen en dan vinden sportliefhebbers niks naar hun gading.

Maar het onmogelijke krijg ik ook niet klaar, al wat hij wil meenemen in -mààr maximum- twaalf dozen, dat moet je me maar eens voordoen.

En dan laad ik die bomvolle sportdoos, als dertiende, in de auto en zeg: “Een van dees keren zakt die doos door de tafel”.

En wat doet die doos eenmaal aangekomen op de bestemming? Die zakt door de tafel.

Soms vind ik altijd gelijk hebben eigenlijk niet zo prettig.

pske van mske:

    Natuurlijk is dat “doorgezakt” niet letterlijk te nemen. De plooipoot van die tafel is dichtgeklapt waardoor ze een stuik maakte. Ik houd me het recht voor om op de daarna gemaakte opmerking: “Die vergrendelingsring valt toch automatisch op zijn plaats” geen commentaar te geven.



Moorddadig log

Bij het voorbereiden van de volgende boekenmarkt in december in Aarschot, maakte ik nog maar eens werk van een andere doos boeken waar er een resem in zaten die voor mijn part weggegeven mochten worden aan organisaties die boekenverkopen organiseren voor het goede doel.

Dus haalde ik maar weer een lege bananendoos van de zolder, vermoordde de drie wespen die daarin overwinterden en begon de doos te vullen.

De volgende ochtend wees Luc me op de venster op de overloop. Daar zaten weer twee wespen die nog niet volledig bij hun positieven waren gekomen. Die heeft Luc dan maar dood genepen.

Die middag, tussen de soep en de patatten, om het zo uit te drukken want wij eten geen soep en patatten in één maaltijd, vertelde Luc me dat hij nog een derde had moeten kelen.

Weet je dat ik al twijfelde om het kerstgerief van de zolder te halen. Wie weet wat daar allemaal uit komt gekreffeld.

pske van mske:

    Ik ga niet naar elk log apart verwijzen waarin ik het over onze curieuze situatie met wespen heb. Wie daar meer wil over weten kan hier onder even op de tag “Wespen” klikken. En wie er nog niet genoeg van heeft, er is nog een tag “Hoornaars” ook.



Nuchter bezien

En plots zie ik de vermelding staan in de agenda. Die zegt: “Afspraak voor bloedname maken”. “Wanneer heb jij dat in de agenda gezet?” vraag ik Luc en nog voor hij kan antwoorden zie ik dat ik dat zelf heb gedaan met een jaarlijkse herhaling op 7 september. Dat is nu op één week tijd nu al twee meldingen in de agenda die ik er zelf inzette maar toch grandioos vergeten was.

Luc maakt onmiddellijk een afspraak voor 7 september om 8u45 en zegt: “Dan moeten we wel nuchter blijven”. Ik ben daar niet echt graag bij, zo opstaan zo zonder een zjat koffie en ontbijt.

“We kunnen dan efkes doorrijden naar de Colruyt” zegt hij “de bananen zijn bijna op”. Daar ben ik nog minder graag bij, zo opstaan en gaan rondhossen zo zonder een zjat koffie en ontbijt.

Maar ik vond de oplossing! We zouden de boterhammen en een zjat koffie meenemen en na het doktersbezoek ons een bankske uitzoeken in het Rufferdingepark.

Dat werd dan “Boterhammen in het Park – Gelimiteerde editie”!

De komende elf

Hij is weg. Zijn gevolg en aanhang ook.

Als ik dan denk aan de tijd tussen het begin van zijn tijdelijk verblijf en het einde ervan vraag ik me af of het allemaal de moeite loonde alhoewel …

De tijd tussen 7 december en 7 januari is juist geteld één maand. Een maand is een twaalfde deel van een jaar.

Zo bekeken is één twaalfde niet te verwaarlozen, wordt het voorheen vermelde gevoel veroorzaakt door het gevoel van een steeds sneller vliedende tijd en kan ik deze bedenking beter bewaren tot binnen elf maanden als ik me weer ga afvragen of … en dat irritante gepeins van wel of niet over een kerstboom en drie bananendozen naast me neerleggen.

We zijn er weer van af en deze keer had ik een foto genomen zodat ik me weer niet moest lopen afvragen wat er in ’s hemelsnaam op de leeggekomen plaats had gestaan.

We houden ons bezig

Met net de maandelijkse boekenmarkt achter de rug, kriebelde het gisteren al om die van volgende maand voor te bereiden. Zot zijn doet namelijk geen zeer.

Maar een tweede reden om er in te vliegen was dat ik zondag, met de kleindochters in huis, toch wat meer gegeten had dan goed was voor Baskuul en reken daar dan nog maar dat glaasje zoete witte wijn bij en ge weet hoe laat het was.

Maar de tijd was goed besteed.

De dozen dan maar?

Ooit hadden we alle spullen die we hier nooit zouden uitpakken uit de verhuisdozen in bananendozen gestopt. Die waren niet zo groot en handiger om te stapelen. Daarom trachtte Luc er mee te brengen als ze bij Colruyt op de kar aan de ingang stonden. Meestal waren er geen.

Op een dag hoorde ik dat dat normaal was. Een man op de markt pochte dat ze die voor hem bijhielden bij Colruyt. In die tijd hadden we hier nog geen Colruytwinkel en moesten we sowieso naar die van Sin t-Truiden.

Jarenlang keken we niet om naar de dozen maar toen kwam de grote ommezwaai. We wisselden van stijl en de vroegere spullen moesten er grotendeels uit. Luc begon weer uit te kijken naar dozen maar er waren er -weeral- bijna geen. Af en toe vond hij er dan één op de kar die bij de ingang stond/staat. Echt nodig hadden we die toen nog niet, we hadden nog andere, kleinere dozen ook.

Maar toen gingen we de boeken sorteren …

Dus vroeg Luc er in onze Colruyt ook eens om. Daar zegden ze dat ze niet mochten bijhouden maar ze op de kar moesten zetten en dat ze bovendien geen ruimte hadden om ze te stockeren, waarop Luc zo heel vroeg mogelijk de boodschappen deed. Uiteindelijk hadden we er niet zo heel veel nodig en kwamen we geleidelijk aan het nodige aantal.

Bij het wisselen van auto bleek ineens dat lage bananendozen wel handiger zouden zijn: de tent kon platliggen en de hoogte ging niet storen in de achteruitkijkspiegel (bij de hoge wel: twee is plaatsverlies, drie is te hoog).

Tijdens de werken in onze Colruyt zag ik echter in een andere vestiging een medewerker zo een stapel van vier halen en aan één persoon overhandigen. Het waren dan wel hoge maar mijn paranoïa-ik sloeg toe. Het was niet dat er geen dozen waren: wij kregen die dozen gewoonweg niet.

Luc bleef echter zo vroeg naar de Colruyt gaan. Hij sprak hen aan maar kreeg steeds het standaardantwoord: die dozen worden op de kar aan de ingang gezet. Dat worden ze dus niet!

Sedertdien waren er meerdere rare voorvallen. Zo was er de kar die daar stond en Luc wou even wachten op de dozen. Oh jammer, maar ze zouden die niet uitpakken. Ze moesten daar enkel en alleen twee trossen bananen uit hebben. En ze reden de kar weg.

Nu is Luc op dat gebied anders dan ik. Voor wat mij betreft hadden ze hun dozen kunnen houden. Maar Luc houdt vol.

Zodoende had hij de laatste keer prijs. Wreed content kwam hij met zijn buit aangelopen. En ik dacht: “ze zullen deze keer geen geldig excuus gevonden hebben”.

Ik dacht verkeerd. Hij had er zomaar vier gekregen van een vriendelijke medewerker.

Paranoïa? Ik? Neuh toch! Of toch misschien, want …

Ondertussen hebben we geen platte bananendozen meer nodig, ondertussen zijn de hoge overgepakt in de lage en staan de hoge netjes gestapeld op de zolder … of bijna. Er staan er -bij het schrijven dezes- nog twee op de zoldertrap.

Ergerlijke winkelaars

Waar het aan te wijten is zou ik niet weten, maar het is wel zo dat mijn nachten verschoven zijn. Het begon met vroeger wakker worden en het eindigde daardoor ook met vroeger te gaan slapen.

Als gevolg hiervan en ook als gevolg van het feit dat de plattere bananendozen beter in deze auto gestapeld kunnen worden dan de hogere exemplaren, stelde Luc voor om onmiddellijk na openingsuur bij de Colruyt de boodschappen te halen.

De eerste keer en de tweede keer waren ze de frigo nog aan het vegen. De derde keer was er een briefing aan de gang. Eén van de personeelsleden zag me en sneerde iets tegen een collega maar wel tussen zijn tanden terwijl hij dodende afkeurende blikken op mij wierp. “Ach” zei Luc “misschien bedoelde hij dat het later was dan hij dacht”. Neen, dat bedoelde hij niet.

Eerst besloot ik toch maar niet meer zo vroeg te gaan, daarna bedacht ik dat ik het recht had om er binnen te zijn want eens geopend hebben ze niks te palaberen. Je kan er trouwens gewoonweg niet in vóór openingstijd. Uiteindelijk besliste ik dat ik wat ik wil niet moet aanpassen aan het ellendige humeur van iemand die waarschijnlijk tegen zijn zin op het werk was.

Ik veranderde wel de volgorde. Ik doe eerst de andere boodschappen in de andere gangen vooraleer in de frigo binnen te stappen. Dan hebben ze tenminste gedaan met vegen.

En die dozen? Dat is een verhaal op zich waarvan ik nog niet weet of het het vertellen wel waard is.

In de boeken

Van lezen komt het één en het ander. Want opeens merk je dat, als er boeken bijkomen er ook minder plaats is om ze te zetten. Zeker nu ze nog allemaal in bananendozen staan omdat er nog geen bibliotheekkast in huis is. Die komt er als er aan de afwerking begonnen wordt, met “als” als bepalend woord in die zin.

Plaats ruimen is de boodschap. Dat kan. Meerdere boeken kunnen er uit. Wat jaren geleden zorgvuldig bijgehouden werd, is nu ineens overbodig.

Die gaan dan naar de rommelmarkt en dat moet ook voorbereid worden. Want het gaat niet om het geld, we moeten er niet rijk van worden. Maar andersom is ook waar, we gaan ze niet onder hun waarde verkopen en dat vergt opzoekingswerk.

Zo kan het gebeuren dat ik met mijn laptop naast de bananendozen zit en boek per boek ingeef om de prijs te bepalen. Drie bananendozen boeken minder om te houden, drie bananendozen boeken meer om op te zoeken.

Ooit was ik al eens begonnen met prijzen te bepalen, zonder laptop, maar met Amke en Ella. Dat waren dan oudere boeken, die me werden gegeven omdat ik toch graag las, maar waarvan ik vermoed dat ze indertijd bij mij werden afgezet omdat ze anders niet wisten wat ze ermee aan moesten.

De fietsers

Zaterdag is mske Amke en Ella gaan halen. Dat was afgesproken.

En als ze hier zijn willen Amke en Ella graag gaan fietsen. Aangezien die reuzen blijkbaar altijd hun moment kiezen als Amke en Ella hier zijn, zijn ze dan maar met hun viertjes naar Linter gefietst.

Maar zondag! Owee, wat een rotweer. De kindjes keken door het venster en zuchtten. En niemand wist wat ze zouden gaan doen. En weet je, als je zo niet weet wat doen ga je je zo een beetje lamlendig voelen. En mske zei: “ik heb een idee! We gaan de boeken sorteren die we niet meer moeten hebben en die we op de rommelmarkt willen verkopen. En Amke en Ella mogen daar de prijzen in schrijven”.

Slow keek wat sceptisch. Hij zei dat dat fout zou aflopen. Wist hij veel. De tijd vloog voorbij en een hele hoop boeken werd geprijsd en in bananendozen gestopt. Amke lachte wat toen ze zei: “Slow zei dat het fout zou aflopen”.

Gelukkig was het maandag beter. Maar eerst hadden ze nog een jobke. Ella had namelijk een parelsnoer met ieniemienie pareltjes gebruikt als leidsel om haar speelgoedpaarden uit te laten met het te verwachten resultaat. Bollie had de pareltjes in een potje gestopt en gezegd: “voor als jullie je vervelen”. En terwijl mske die allemaal terug aan het snoer reeg mocht Ella op de facteur letten.

In de namiddag zijn ze naar Racour gereden en nog een heel stukje verder het Walenland in. Toen ze terug kwamen zagen Amke en mske nog een eekhoorn. Slow en Ella zagen die niet omdat ze wat achter kwamen. Jammer dat Slow die niet kon filmen omdat hij bij het fietsen zijn camera niet ter hand heeft. Heel jammer.

Eens thuis wou Amke weten hoever ze gefietst hadden en het moet gezegd, het was verder dan mske dacht.

“Zoon” zei mske toen Zoneke de kindjes kwam halen “ze zullen rap in slaap zijn vanavond”.

Page 1 of 2

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén