Bevolkingsexplosie

We hadden al een paar dagen gemerkt. Het werd druk aan de voedersilo, zeer druk.

Er zaten altijd minstens 2 mezen en soms wel drie. Soms ging dat wel goed, maar het gebeurde vaker dat er twee de derde verjoegen.

Er zitten hier dus veel mezen ondertussen. Niet verwonderlijk eigenlijk, wetende dat er hier een poos geleden heel wat jongen gevoederd werden.

“We zullen moeten uitbreiden” zei Luc en ik maakte me al een voorstelling van een tweede silo die onder de ander zou komen te hangen.

En toen kwamen de mussen ook in grote getale terug van weggeweest. Of zou de buurman gestopt zijn met voederen?

Een mens ziet toch nog altijd heel wat bedrijvigheid, zelfs bij het rustig aan doen.

De nieuwe buren

Sedert een goeie week wonen er mensen in de nieuwbouw. We hebben dus nieuwe buren.

Sedert een goeie week komt er een onbekende kat op onze vensterbank zitten. Ik mag katten, die kat mag dat.

Alleen zit ze heel gefocust het vogelvoederhuisje in het oog te houden.

En dat net nu, nu moeder mees vandaag met minstens twee van haar jonge kinders kwam aanschuiven om ze te voeden.

Dat zint me al iets minder.

Uitgelichte afbeelding:

    Gegenereerd met Artificiële Intelligentie – Image Creator in Bing (aangepast voor uitgelichte afbeeldingen).



Weer leven in de brouwerij

Onze klimop leeft en beweegt constant alsof hij getreiterd wordt door een aanhoudende jeuk of alsof hij constant staat te heupwiegen op de tonen van een liedje dat wij niet horen.

De uitleg is simpel. De mussen maken er hun speeltuin van. De houtduif is zeer actief en zit waarschijnlijk met een jong.

En wat me bovendien blij maakt, de merels zijn er weer. Na een jaar waarin we geen merel zagen omdat er een ziekte was, zitten ze weer in de klimop en smullen van de bessen.

De meesjes zijn ook teruggekeerd. Je zou denken dat ze eerder in de winter de voederhuisjes zouden aandoen, maar neen, nù vanaf de temperatuur stijgt. En ze komen nog steeds tot aan de voedersilo en de bolhouder voor het achterraam. Net of het van generatie op generatie wordt doorgegeven dat wij ongevaarlijk zijn.

Niks vermeldenswaard zou je denken maar ik doe het toch maar. Zolang die klimop maar vriendelijk beweegt en niet onder het ranselen van een onweer.

Puur natuur

Daar achteraan ons aanbouwdak,
Zat een vogel met platte kak
Op onzen hof
Dat was niet tof
Ambetant, amai mijne frak

We kwamen ’s morgens uit ons heem
Zagen dan pas dat vies probleem
Eens weg kwam regen
Het proper vegen
Met een natuurlijk wassysteem

[© ms – 5 juli 2024]