Wizzewasjes

Te lezen en te zien

Categorie: Boeken en schrijvers (Page 1 of 5)

Allemaal boeken

Jarenlang heb ik het karweitje voor me uitgeschoven. Maar dan echt jarenlang.

Het begon al toen ik jong was. Mijn moeder kon er zo erg over klagen dat ik altijd met mijn neus in de boeken zat dat ze het dan ook deed, tegen iedereen en alleman. Het gevolg was dat er meerderen, die zich geen weg meer wisten met boeken die ze niet meer wilden, die bij ons kwamen deponeren. Ik had een probleem want ik had geen plaats of ruimte om ze op te slaan op de kamer die ik met mijn zus moest delen.

Uiteindelijk verzamelde ik ze in dozen, stapelde ze in de schouw waar geen stoof in stond en breidde er een overtrek voor.

Eens getrouwd bracht de onderpastoor nog eens een doos bij mijn moeder omdat ik zo graag las, waar ze enkele boeken uithaalde die -zoals ze zei- haar zouden interesseren. Het is lachwekkend om zeggen, maar de reden waarom ze dat dacht betrof gewoon de titel. Dat was de naam van het kind waar mijn broer in die tijd mee ging. En het was geen aangenaam kind. En mijn moeder mocht haar niet. Misschien dacht ze dat het boek haar de oplossing zou bieden.

Toen kwam er nog een doos Franstalige mijn richting uit. De buren van de ex-schoonouders gingen verhuizen en namen die niet mee. Het resultaat stapelde zich op. Gelukkig hadden we een groot huis. Ooit zou ik al die boeken wel eens uit sorteren.

Ooit is eindelijk aangebroken. Ik heb een begin gemaakt. Ineens vind ik daar een hele doos van de bouquet-reeks, zowel Franstalig als Nederlandstalig. Ik weet niet vanwaar ze komt maar dat soort lezen was niet aan mij besteed. Ergens denk ik dat mijn dochter die ooit meebracht. Misschien is daar wel vraag naar.

In elk geval sorteer ik voor, stof ze af, haal daarna stapel per stapel tot bij mijn pc, zoek ze op en leg ze klaar voor een eventuele volgende boekenmarkt … of voor het oud papier.

De vijfde slaapkamer -lees opslagruimte- zucht van opluchting.

Waarom?

Stel:

  1. Je komt aan op een rommelmarkt, maakt je auto leeg, je lief vertrekt weer met de auto. Die gaat een volgende lading halen.
     
    Nog vóór jij één doos kan uitpakken komt er zo, uit een ander kraam, ene aangeslenterd die je vraagt:

    Waarom volg jij de rij niet?

    Je bekijkt die vernietigend want het is nog vroeg, de prut is nog niet uit je ogen en je hebt nog maar één tas koffie op.

    Je lief komt terug, parkeert de auto op de open ruimte en die ene druipt af, al mompelend:

    Ah! Die auto moest daar komen.

  2.  

  3. Je komt aan op een boekenmarkt, maakt de auto leeg, je lief vertrekt weer met de auto. Die moet namelijk wat verder worden geparkeerd.
     
    Nog vóór jij één doos kan uitpakken komt er zo, uit een ander kraam, ene aangeslenterd die je vraagt:

    Wat is er mis met dat stuk tot aan de hoek?

    Je bekijkt die vernietigend want het is nog vroeg, de prut is nog niet uit je ogen en je hebt nog maar één tas koffie op.

    Je lief komt terug, plaatst de -op voorhand gesorteerde- bakken op de grond en die ene druipt af, al mompelend.

    Wat hij mompelt versta je niet, misschien zit je hoorapparaat nog wat scheef.

  4.  

  5. Om 16u is de boekenmarkt gedaan, de mensen waar je de hele boekenmarkt mee omging beginnen in te pakken, jij dus ook.
     
    Nog vóór jij één doos kan inpakken komt er zo, uit een ander kraam, hetzelfde van ‘s morgens, ene aangeslenterd die je vraagt:

    Waarom begin jij in te pakken? Je moet blijven staan tot 17 à 18u.

    Je bekijkt die vernietigend want iedereen zit op die braderij, je hebt honger en je wil wat anders dan de boterhammen die je ‘s morgens al smeerde.

    Je pakt voort in en je ziet niet dat hij afdruipt.

  6.  

  7. Je lief haalt de auto, je laadt je boekendozen in, want die auto kan daar niet zo lang blijven staan.
     
    Nog vóór jij één doos kan inladen komt er zo, uit een ander kraam, hetzelfde van ‘s morgens, ene aangeslenterd die je vraagt:

    Vertrek je nu toch?

    Je bekijkt die vernietigend en zegt gewoon kortaf:

    Jà!

Als je, eenmaal thuis, dat allemaal terug overdenkt en weet dat je vroeger wel sneller uit je krammen schoot, vraag je je toch af:

Waarom heb ik die nu niet op hun plaats gezet?

Omdat je nu dacht dat het sop de kool niet waard was en je toch gewoon je eigen zin deed?

Maar als iedereen dat doet blijven die betuttelaars zich moeien met zaken die hen niet aangaan.

Iets nieuw geprobeerd

Boeken meenemen naar een rommelmarkt is niet bepaald een goed idee, integendeel.

Daarom hebben we gisteren voor het eerst onze auto volgeladen met dozen en dozen boeken en reden we naar de boekenmarkt in Aarschot. Spijts de hele warme zomer kon onze tent niet mee. De straat van de markt biedt geen plaats genoeg voor een tent en een eventueel opgeroepen brandweerwagen.

We hadden geen parasol maar hadden het geluk dat onze buurvrouw ter plaatse er eentje in reserve had.

Wat we niet wisten? Er was braderij in Aarschot. Bracht het meer mensen op de been? Minder? Wie zou het weten. We konden niet vergelijken.

Maar geloof me, boekenmarkten bevallen me eigenlijk nóg beter dan rommelmarkten. En dan blijkt dat we eigenlijk die van Diest ook eens zouden moeten doen. Daar stoeft nu eens iedereen over.

Maar eerst een parasol vinden voor die van Aarschot.

Sophie Hannah

Ik zag het boek “Ondraaglijk” van Sophie Hannah -in de Kringwinkel of op een rommelmarkt- en ik nam het mee.

Sophie Hannah is namelijk de schrijfster waar ik het in niet al te vriendelijke termen had gehad toen ik “De Monogrammoorden” had gelezen met iemand die Hercules Poirot heette als hoofdpersonage, maar die het niet was.

Ik wou nu weten of schrijfsels met haar eigen personnages me wel konden bekoren. Dat kunnen ze niet.

Ik zou het vorige keer ook minder onvriendelijk kunnen stellen hebben, want weet ik veel wat katten lezen.

Ondertussen schreef Sophie Hannah al meerdere boeken met Hercules Poirot, ik zal ze niet lezen.

Een ander boek van Sophie Hannah proberen? Dat zal ik misschien wel nog eens doen … als ik er voor een prijske in de Kringwinkel of op de rommelmarkt kan aan geraken.

Zonde

Gekraakt en gekwetst,
De plooien gladgestreken,
Blijvend geschonden.

[© ms – 16 april 2018]


Kreuk in de kaft van een boek dat ik onder mijn arm klemde
om mijn handen vrij te hebben om iets anders te doen.

Onuitgelezen boeken

Ik zit in een overgangsfase en dan bedoel ik wel iets heel anders dan gezondheidsperikelen.

Ik kan namelijk geen films met te veel spanning meer aan. Ik krijg pijn aan mijn maag van onheilspellende muziek bij gedoe in het donker, bij blote billen in douches, uitvallende elektriciteit, … , noem maar op. Dat wordt dan zo lang uitgespannen, dat ik de doos Gaviscon al binnen handbereik houd.

Vroeger stak ik mijn vingers in mijn oren, maar daar zitten nu mijn hoorapparaatjes in. Mijn handen over mijn oren? Dan gaan die dingen fluiten.

Maar het is niet alleen daar, het is ook bij het lezen. Ik koop boeken en als die me na een aantal bladzijden niet in hun greep hebben, leg ik die terzijde, voor een andere keer. Alleen komt die andere keer er zo niet.

Hartzeer heb ik daarvan. Het maakt me bang dat er dag komt dat ik niet meer zal kunnen lezen.

Zo was er ooit -allee hij is er nog- Jonathan Kellerman. Ik verslond zijn boeken omwille van de psychologische uiteenzettingen die ik er in vond. En opeens … boem … een boek van hem dat ik in de bibliotheek haalde ging me zo danig tegen steken dat ik zeker tien jaar lang niets van Jonathan Kellerman las.

Tot laatst. Ik nam een boek van hem mee uit de Kringwinkel en las het in één keer uit. Jonathan Kellerman staat dus wéér op mijn verlanglijstje en ik vond er daarna nog een drietal die ik nog niet gelezen had.

Het laatste stak/steekt me tegen. Ik vroeg me af of je teveel van één schrijver kan lezen … maar toen daagde het. Het begin was me al een beetje bekend voorgekomen.

En ik concludeerde: het ligt niet aan de schrijver, het ligt aan het boek.

Het gaat niet naar de rommelmarkt, van bepaalde schrijvers houd ik gewoon hun hele oeuvre.

Ik doe dus niet aan tsundoku. Het zijn gewoon boeken waar ik in begin en terzijde leg.

Een andere aanpak

Het eerstvolgende boek dat ik koop, voor zover ik in de Kringwinkel geen ander interessant koopje tegenkom, zou wel eens “Geef dat kind een slok jenever” van Dorine Hermans en Els Rozenbroek kunnen zijn.

Waarom? Omdat in mijn kindertijd het rattenkot ook nog als dreigmiddel gebruikt werd?

mske zat in het derde kleuterklasje en ze leerden een gedichtje of toneeltje maar in elk geval moest mske bij Polleke appels gaan kopen en ze zei: “Neen”. En de zuster wilde haar in het rattenkot steken en voor de deur vroeg de zuster of ze nu appels ging kopen en mske hield stand, ze zei: “Neen”. Gelukkig was het middag en moest ze naar huis! Vies rattenkot!

Doorzicht en logica en een simple vraag; “Waarom niet?” hadden hier een oplossing gebracht want waarom wou mske niet? Wel simpel! Polleke hàd helemaal geen appels!

Niet helemaal daarom alleen.

Maar hier ergens tussen mijn concepten staat het nooit begonnen logje: “Kinderen zijn big business”. De grote commercie heeft de weg naar de kinderwereld gevonden.

Ook nog omdat opvoeden blijkbaar de taak van de kinderen is geworden, als je ziet dat ook op de reclame voor de verkeersveiligheid de kinderen beloftes van hun ouders gaan afdwingen. Zo werkt het niet. De ouders moeten hun kinderen leren wat wel en wat niet kan, wat wel en wat niet hoort, wat wel en wat niet mag. Ze zijn er niet alleen om hun portemonnee open te trekken als een kind zijn mond opentrekt.

Het rattenkot hoeft niet, de nieuwe trend ook niet.

Het boek heeft het over nog meer van die oudere opvoedingstips. Een slok jenever heb ik nooit gehoord. Over een tut die even in jenever gedoopt werd, hoorde ik wel nog. Mijn moeder vond dat namelijk ongehoord.

Naslagwerken

Als kind keek ik altijd vol bewondering naar de encyclopedie die in de kast mooi stond te wezen. En als er dan een vraag rees en mijn vader de kast opende en er een deel uithaalde leek het haast een magisch moment.

Later mocht ik zelf de boeken pakken en opzoeken. Toch bleef het een zekere magie behouden. De encyclopedie werd pas gebruikt als alle mindere mogelijkheden waren uitgeput.

Ik heb altijd gezegd dat ik ook een encyclopedie wilde, alle wijsheid samengevat in dikke boekdelen.

Ik heb er geen, nooit gehad trouwens omdat ik me realiseerde dat een encyclopedie ook verouderde, dat er nieuwe wijsheden waren die niet in de oude versies stonden.

Met internet kwam Wikipedia, de encyclopedie die telkens bijgewerkt wordt. Ik gebruik Wikipedia, meer dan de echte in boekvorm waar toch altijd enige schroom bleef als we hem uit zijn schrijn haalden.

Een tweetal jaren terug stond er een melding dat Wikipedia hulp nodig had om advertentievrij te blijven. Dàt zou er nog aan mankeren en ik gaf met graagte.

Dit jaar kreeg ik een mail, of ik het zag zitten om nogmaals een klein bedrag te storten. Dat deed ik.

Gisteren merkte ik de nieuwe oproep.

(Lees verder onder de afbeelding)

Ik probeer me voor te stellen hoe de oude encyclopedie er zou uitgezien hebben met publiciteit er in. Dat zou ik nu eens doodzonde gevonden hebben. Hij was dan wel aangekocht, maar blijkbaar was het naslagwerk in die tijd van lang geleden wel erg duur.

Een boek is om te lezen

Meestal probeer ik een beetje afwisseling te brengen in de dagelijkse logjes zodat het niet alle dagen gezaag is of alle dagen wandelverslagen.

Maar nu men twee dagen na elkaar een nieuwsbericht op mijn bord gooit dat met de tijd zijn waarde verliest, zie ik me genoodzaakt opeenvolgend twee opinies over een nieuwsbericht te brengen.

Wat is er dan zo heet van de naald? Wel, in de bibliotheek van Halle zitten ze met een probleem. Drie weken na elkaar heeft een onbekende onverlaat op woensdag een hoopje gedaan op een boek en/of CD.

Wil ik het daar nu over hebben? Nee hoor! Ik denk dat ieder relatief normaal mens daar wel hetzelfde zal van denken.

Waar ik het wel wil over hebben is het volgende:

Cultuurschepen (…) heeft klacht ingediend bij de politie. “Hopelijk kunnen zij de vandaal oppakken”, zegt hij in Het Nieuwsblad. In afwachting gaat het toilet in de bibliotheek op slot. Wie naar het toilet moet, zal de sleutel moeten vragen.

Ze zijn zo gehaast om in de pers te komen dat ze hun kansen om de dader te vatten enorm verkleinen. Want nu weet die dat er klacht werd neergelegd en dat ze het in het oog gaan houden. Meer nog, hij weet nu ook dat hij ook niet stiekem met een boek naar dat klein buroke geraakt.

Hadden ze gewoon een weekje gewacht en iemand op het plaats delict op wacht gezet, ze zouden nog een boek of CD kwijt geraakt zijn natuurlijk want vóór de daad kan je niemand oppakken want dan heb je geen bewijs, maar dan hadden ze hem toch in zijn schabbernak kunnen pakken. Nu wordt het mogelijk een onopgelost mysterie.

Een kwestie van interesse

Er was een tijd dat Amke met haar neus in boekjes zat en het al klaar en duidelijk was dat Amke later -nu dus- een boekenliefhebber zou worden.

Ella daarentegen had andere interesses en het was geweten, Ella keek niet om naar boeken, Ella las geen boeken.

Tot ze me een paar maanden geleden vroeg of ik soms aan de boeken van “De Muts” kon geraken. Ella die om boeken vroeg? Dat was nieuw.

(Lees verder onder de foto)

Vorige week waren we een paar uurtjes van wacht bij Zoneke. De TV stond aan en hij stond op de zender waar men kinderen leert verslaafd te raken aan die bepaalde soort reeksen.

Ella stond op, repte zich naar boven en kwam terug met een boek.

Uiteindelijk zat Luc op zijn eentje TV te kijken -niet meer naar die kinderzender natuurlijk- want Amke was druk doende met de Nintendo en Ella las.

Page 1 of 5

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén