Wizzewasjes

Het is niet omdat het mag … dat het moet!

Tag: Piedbœuf

Het donkere bier

In een tijd van lang geleden, toen ik af en toe eens last had van een te lage bloeddruk, raadde de dokter me aan om ’s avonds een Stout1 te drinken.

Dat was in een tijd dat dokters nog aanrieden om bier te drinken, want dit was nu al de tweede keer. De eerste keer was zo rond mijn veertiende toen hij zei dat ik beter een pils bij mijn eten kon drinken dan limonade. Al weet ik nu niet echt meer of dat nu de zelfde dokter was of een andere.

Door de loop der jaren werd de Stout vervangen door donkere Leffe, door donkere Grimbergen, door niks meer … en toen we op pensioen waren kwam er zo af en toe eens een pak Piedbœuf mee naar huis en dronken we die -heel af en toe- ’s avonds voor de TV.

Toen we die dag in de jeugdherberg waren, wilde ik ’s avonds iets gaan drinken in de bar, wat een groot woord is voor de ontbijtzaal met enkele drankautomaten. Het enige dat me aanlokkelijk leek was een donkere Leffe.

Eens die ingeschonken was en ik de fles eens goed bekeek, bleek dat die 0,0% vermeldde en daar was ik niet kwaad om. Zodoende is nu de donkere Leffe zonder alcohol ingeburgerd. Die drink ik. Luc houdt het bij de Piedbœuf. Het voordeel is dat je er ook wel twee van kan drinken.

Blijkbaar zou er nu ook alcoholvrije wijn bestaan. Wil ik dat proberen? De laatste tijd heb ik neiging om in slaap te vallen bij het drinken van -zelfs maar één glas- alcohol.

Maar eerlijk gezegd denk ik niet dat dat hetzelfde zou zijn.

Het drinken deel I

Ik dronk al koffie vóór mijn vierde. Dat weet ik niet uit eigen herinnering. Maar we zijn op mijn vierde uit Antwerpen verhuisd en we hebben drie jaar in Lotenhulle gewoond, vooraleer we nog eens verhuisden en ik dààr in het nieuwe dorp zei: “Dit is weer van die lekkere koffie zoals in Antwerpen”. Dat feit herinner ik me wel, omdat iedereen met grote ogen had staan kijken dat ik dat nog wist.

Verder … wat dronk ik verder? Ik heb weet van glaasjes zo groot als een vingerhoed waar we bij het noeneten een half glaasje limonade in kregen.

En dan ’s avonds terug koffie bij de avondboterham.

In de drie jaar in Lotenhulle had ik van de dokter te horen gekregen, of beter mijn moeder, dat ik meer moest drinken omdat ik anders later last zou krijgen van nierstenen.

Ze schreef me in bij de Melkbrigade -ik die geen melk lustte- en ze betaalde voor schoolmelk, die ik gewoon in de bak liet staan.

Eens verhuisd verviel alles terug bij het oude en werd de melk -gelukkig maar- afgeschreven. Toen ik op mijn veertiende de eerste jeugdacné kreeg, zei de dokter zei dat ik suiker moest weren en biergistpillen moest nemen. Ook beweerde hij dat ik beter een biertje bij mijn eten zou drinken in plaats van limonade.

Ik haalde de suiker uit de koffie en dronk minder limonade. Dat bier kreeg ik enkel zo eens sporadisch, ’s avonds als mijn moeder samen met de kippen op stok was en ik met mijn vader nog naar een TV-programma voor school moest kijken.

Eens volwassen vond ik pilsbier helemaal niet lekker maar dronk het wel als ik uitging.

Eens getrouwd kwam er een glaasje wijn -of twee- bij het eten en op stap kon dat wel eens een speciaal bier zijn.

Maar ik bleef te weinig drinken.

Eens gescheiden dronk ik geen alcohol noch koffie meer maar liters en liters cola light. Ooit begonnen door de stress werd het een heuse verslaving.

Uiteindelijk heb ik ingegrepen, de cola verbannen om ’s morgens de dag te beginnen met een zjat koffie en gedurende de dag kruidenthee ging drinken.

Daar ben ik ook vanaf gestapt. Nu drink ik bij het opstaan een liter water om daarna verder te gaan met koffie en koffie en meer koffie en op de middag een glaasje wijn of een alcoholvrije Piedbœuf -maar dan wél de zoete- bij het eten.

Ik drink nu -denkelijk- voldoende al denk ik soms dat ik toch nog wat veel aan de koffie zit.

Piet

Het was lang geleden. Bij ons thuis dronken we te weinig. Dat is een feit. ’s Morgens een zjat koffie, ’s middags een glaasje limonade en ’s avonds nog een zjat koffie. Ik kan me niet herinneren wat er eventueel verder nog te drinken was.

In elk geval was er bij mijn grootmoeder zwart bier. Zij noemde dat Piedbœuf. Het was zoet en het was lekker. We vroegen of we dat thuis ook konden kopen. Dat kon niet. Meer uitleg kwam er niet.

Jaren later dronk Mei dat ook, al was het dan voor wat anders. Zij noemde de brouwer zelfs Piedbœuf, terwijl de onze ooit Joske Leffe werd genoemd.

Nu we hier de cola afzworen gingen we op zoek naar een alternatief. Luc bracht een fles donkere Piedbœuf mee. En toen pas begreep ik waarom mijn moeder het niet wou. Het is niet veel maar er zit toch alcohol in.

Vanwege het suikergehalte van dat donkere bier nemen we het niet, maar we nemen wel de blonde, het tafelbier. Een mens moet iets hebben om te drinken als je je niet wil beperken tot een zjat koffie in de morgen, een glaasje limonade op de middag en een zjat koffie ’s avonds.

Vanwaar die Piet Beuf? Luc, die als kind niet zo bij de taalgrens woonde, maar bij de Nederlandse, heeft dat vroeger altijd onder die benaming gekend, vandaar.

Mei

Mei was eigenlijk niets van mske. Mei was de grootmoeder van Ex, de moeder van de ex-schoonmoeder. Maar waar die ex-schoonmoeder anderhalve meter puur vergif was, was Mei een schat van een vrouw. Mei was raar volgens de mensen, die zich ergerden aan haar soms bizarre uitspraken. Ze zei dingen zonder eerst eens na te denken en dan riep iedereen: “Mo Mei, wa zegde na wér?”. Mei was, zoals een mei past getrouwd met een pei, Pei. Maar Pei was overleden toen mske en de ex-schoonzus zwanger waren, wat de ex-schoonbroer de opmerking had ontlokt: “dat zal schoon zijn, twee in verwachting achter nen dooie”. En de ex-schoonbroer die wegens zijn tact al niet te hoog in mskes achting stak, voelde zijn beursnoteringen nog wat zakken.

Mei bleef dus alleen over, alhoewel alleen? Ze woonde bij de ex-schoonouders in. Eigenlijk waren die bij haar ingetrokken, maar na verloop van tijd bleek dat om één of andere rede omgekeerd te zijn.

Mei was verslaafd. Ze nam elke dag toch minstens één poederke. Nu weet mske niet goed meer of het Poeders Mann waren of poeders met een kruis er op, in elk geval, Mei mengde dat in een glas zwarte Piedboeuf en dronk dat op. En Mei was fit en gezond en ze deed het huishouden.

En toen kwam de jonge nieuwe doktoor en die zei dat ze die poederkes niet meer mocht nemen, dat dat verslavend was en dat dat niet gezond was en de ex-schoonmoeder kiepte de pillekes buiten.

En Mei veranderde. Ze was niet meer vrolijk en ze zei geen dingen meer waar iedereen uitriep: “Mo Mei, wa zegde na wér?” En mske en Ex’ nicht waren het er over eens dat je een vrouw van 80 geen verslaving moet afpakken. Hoe veel goed zou dat beetje gezonder leven haar doen, als het haar al maar geen kwaad deed.

Op een winteravond, toen Ex en mske met de kindjes naar huis wilden, greep Mei de pop en zei: “neem dat kind toch zo niet mee, het is winter dat gaat kou hebben” en ze wikkelde de pop in een dikke wollen sjaal. Ex-schoonma, die nooit verder zag dan haar neus lang was, toch zeker niet als het over anderen ging, wist te vertellen dat Mei gek was.

En het ging van kwaad naar erger. En op een dag zette de ex-schoonma Mei in een hospice, in een klein privé-dingske waar ze haar zjelee achterstevoren aandeden omdat ze hem niet zelf zou kunnen uittrekken en waar ze haar vastbonden want ze wou gaan lopen.

Mei teerde weg en was kort daarna dood. Het lijkt gisteren, maar het zal dit jaar 19 jaar zijn.

Powered by WordPress & Theme by Anders Norén